Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK1414

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
244526 / HA ZA 08-414
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoogte van arbeidsongeschiktheidsuitkering bij arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Vonnis na deskundigenbericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 244526 / HA ZA 08-414

Vonnis van 28 oktober 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. M. van Weeren,

tegen

de naamloze vennootschap

AMERSFOORTSE ALGEMENE VERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna [eiseres] en De Amersfoortse genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 december 2008

- het deskundigenbericht

- de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres]

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van De Amersfoortse

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank verwijst naar en blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 3 december 2008 is overwogen en bepaald.

2.2. In dat tussenvonnis heeft de rechtbank de heer R. de Vree, geregistreerd arbeidsdeskundige (hierna te noemen: De Vree) tot deskundige benoemd en hem opgedragen de in het tussenvonnis neergelegde vragen gemotiveerd en schriftelijk te bespreken.

2.3. De Vree heeft zijn rapport op 11 mei 2009 bij de rechtbank gedeponeerd waarna beide partijen in een (antwoord)conclusie op dit rapport hebben gereageerd.

Het deskundigenrapport

2.4. In zijn rapport heeft De Vree -kort gezegd- aangegeven dat bij [eiseres] dient te worden uitgegaan van 43% arbeidsongeschiktheid met ingang van 1 maart 2007, uitgaande van het belastbaarheidsprofiel van 31 mei 2006 en uitgaande van een arbeidsinzet van 40 uur per week waarbij rekening is gehouden met 30 uur meewerken en 10 uur administratief. Na 1 maart 2007 heeft er in zijn optiek geen wijziging in dat percentage plaatsgevonden. Noch aanpassing van werkzaamheden en/of werkomstandigheden noch taakverschuivingen acht De Vree mogelijk om herstel te bevorderen en/of arbeidsongeschiktheid te verminderen.

De akte van [eiseres]

2.5. [eiseres] heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de rapportage van De Vree maar wel van mening te zijn dat het arbeidsongeschiktheidspercentage hoger dient te zijn. In dat verband stelt zij dat indien voor alle werkzaamheden een uitval wordt aangenomen van 3/5, er ook een uitval is van administratieve werkzaamheden aangezien er gewoon minder administratie is door het wegvallen van de andere taken. Dat dient invloed te hebben op het arbeidsongeschiktheidspercentage. Dit standpunt kan de rechtbank evenwel niet onderschrijven. Bepalend bij de vraag naar de mate van arbeidsongeschiktheid is immers de vraag of [eiseres] om medische redenen enige uitval in werkzaamheden heeft en daarbij is niet van belang de mogelijkheid dat deze werkzaamheden door andere oorzaken minder (dienen te) worden uitgevoerd.

2.6. Ook stelt [eiseres] dat De Vree ten onrechte heeft aangenomen dat administratieve werkzaamheden geen spanning met zich meebrengen. Ook administratieve werkzaamheden als het opstellen van contracten, debiteurenbeheer, bankzaken, etc. zijn naar haar mening werkzaamheden die spanning met zich meebrengen en uitval veroorzaken. Met De Vree is de rechtbank evenwel van oordeel dat er, gezien de aard van de spanningsklachten bij [eiseres] en de daaraan gekoppelde beperkingen, voor wat betreft deze administratieve (ook de hiervoor specifiek door [eiseres] genoemde) werkzaamheden geen arbeidsongeschiktheid in de beoordeling dient te worden betrokken. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden zal weinig tot geen contact met anderen behoeven te worden gelegd. Desalniettemin kan er daarbij sprake zijn van enige psychisch belastende factoren maar niet in een zodanige mate dat het standpunt van De Vree in deze niet gevolgd zou kunnen worden.

2.7. [eiseres] heeft in haar akte geen bezwaar (meer) gemaakt tegen het uitgangspunt dat van 10 uur administratie en 30 uur meewerken wordt uitgegaan. Hetgeen door [eiseres] is aangevoerd kan dan ook niet tot de conclusie leiden dat het rapport van de De Vree niet aan de beslissing van de rechtbank ten grondslag kan worden gelegd.

De antwoordakte van De Amersfoortse

2.8. De Amersfoortse geeft aan bezwaren te hebben tegen het rapport van De Vree en voert daartoe als eerste aan dat het onzorgvuldig is dat hij uitgaat van een andere arbeidsanalyse zonder op te merken dat en waarom hij dat doet. In de reactie van De Vree op de opmerkingen van De Amersfoortse op het concept rapport heeft De Vree evenwel nader onderbouwd waarom hij daartoe is overgegaan. Hij heeft in dat verband duidelijk gemaakt waarom hij van het door hem genoemde aantal reisuren per week is uitgegaan en dat het om gemiddelde uren per week gaat waarin ook onderlinge verschuivingen goed denkbaar zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft De Vree zijn rapport op dat punt daarmee voldoende onderbouwd.

2.9. Daarnaast wordt door De Amersfoortse aangegeven dat de door De Vree geschatte uitval voor bepaalde taken op 3/5 en 1/3 te vaag is en te mager is onderbouwd. Ook dit verweer kan niet slagen. Het rapport gelezen in combinatie met de door De Vree gegeven toelichting op de opmerkingen van De Amersfoortse op het conceptrapport maken voldoende duidelijk waarom De Vree tot deze uitval heeft geconcludeerd. Dat een dergelijke uitval tot op zekere hoogte wordt geschat en derhalve niet precies kan worden onderbouwd, is inherent aan de vraag die De Vree is gesteld. Gelet op alle omstandigheden van het geval komt de rechtbank de door De Vree gestelde uitval juist voor. Feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerde zou moeten worden dat deze uitval op onjuiste gronden zijn vastgesteld zijn niet gesteld of gebleken zodat ook deze stelling van De Amersfoortse niet kan slagen.

2.10. Tenslotte stelt de Amersfoortse dat De Vree verzuimt zichtbaar mee te wegen dat met bepaalde werkaanpassingen, het voorkomen van deadlines, productiepieken en daarmee samenhangende tijdsdruk kan worden beperkt. Juist omtrent deze vraag heeft De Vree evenwel gerapporteerd dat hij van mening is dat noch een aanpassing van werkzaamheden en/of werkomstandigheden noch taakverschuivingen mogelijk zijn om herstel te bevorderen en/of arbeidsongeschiktheid te verminderen. Ook dit onderdeel heeft hij in zijn rapport voldoende onderbouwd zodat ook deze stelling van De Amersfoortse niet kan slagen.

Conclusie

2.11. Aangezien de rechtbank ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan de rapportage van De Vree niet aan haar beslissing ten grondslag kan worden gelegd, zal zij voor wat betreft de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2007, aansluiting zoeken bij de inhoud van dit rapport en deze vaststellen op 43%.

De vorderingen

2.12. Uit het vorenstaande volgt dat de door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht dat De Amersfoortse ten onrechte de uitkering ingevolge de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft beëindigd zal worden toegewezen. Daarnaast zal De Amersfoortse worden veroordeeld tot betaling van een uitkering per 1 maart 2007 uit hoofde van de onderhavige arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 43%. Ook zal De Amersfoortse worden veroordeeld tot restitutie van de vanaf 1 maart 2007 door [eiseres] teveel betaalde premie met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 19 van de polisvoorwaarden, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals gevorderd. Tegen de door [eiseres] gevorderde betaling van de door haar betaalde kosten van een arbeidsdeskundige is geen separaat bezwaar gemaakt door De Amersfoortse zodat ook die zal worden toegewezen. [eiseres] heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en heeft vergoeding daarvan gevorderd. Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de rechtbank ook de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten, waartegen overigens door De Amersfoortse evenmin separaat verweer is gevoerd, zal toewijzen.

2.13. De Amersfoortse zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van [eiseres] op:

- dagvaarding EUR 85,44

- vast recht 254,00

- salaris advocaat 1.130,00 (2,5 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.469,44

2.14. De Amersfoortse wordt tevens veroordeeld in de kosten van de deskundige. Deze kosten zijn reeds door De Amersfoortse voldaan.

2.15. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. verklaart voor recht dat De Amersfoortse ten onrechte de uitkering aan [eiseres] ingevolge de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft beëindigd;

3.2. veroordeelt De Amersfoortse om met terugwerkende kracht per 1 maart 2007 de verzekerde jaarrente aan [eiseres] uit te keren op basis van een arbeidsongeschiktheid van 43% onder verrekening van hetgeen in maart 2007 tot en met juni 2007 is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van iedere (achterstallige) maandelijkse uitkering;

3.3. veroordeelt De Amersfoortse de per 1 maart 2007 (teveel) in rekening gebrachte premies met inachtneming van artikel 19 van de polisvoorwaarden te restitueren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de valutadatum van de te restitueren premiebetalingen;

3.4. veroordeelt De Amersfoortse tot betaling van de door [eiseres] gemaakte kosten van een arbeidsdeskundige en rechtsbijstand ter grootte van respectievelijk EUR 1.659,16 en EUR 1.471,15 zijnde in totaal EUR 3.130,31;

3.5. veroordeelt De Amersfoortse in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op EUR 1.469,44,

3.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2009.

AvM/SH