Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK1282

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
27-10-2009
Zaaknummer
640840 AE VERZ 09-586 mc
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Reflexwerking van het opzegverbod wegens ziekte. Beide partijen geven aan dat een terugkeer bij de werkgever niet reëel is (verstoorde arbeidsverhoudingen). Re-integratie tweede spoor nog niet gestart. Toegewezen vergoeding, bestaande uit een aanvulling op de uitkering tot uiterlijk twee jaar na ziekmelding, is hoger dan de door de werkgever aangeboden vergoeding. Werkgever krijgt termijn om verzoek tot ontbinding in te trekken. Zo niet, ontbinding met vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0793

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 640840 AE VERZ 09-586 mc

beschikking d.d. 21 oktober 2009

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Norit Nederland B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

verder ook te noemen Norit,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M.A.M. Oude Breuil, advocaat te Enschede,

tegen:

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. C.C. Buijsman-Kip, advocaat te Amsterdam.

Verloop van de procedure

Norit heeft op 6 juli 2009 een verzoekschrift ingediend.

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 23 september 2009 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

1. Feiten

1.1 [verweerder], geboren op [1965], is op 1 november 2007 in dienst van Norit getreden in de functie van ‘Strategic Purchasing Manager’. Het dienstverband is aangegaan voor onbepaalde tijd en het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 8.024,69 per maand, exclusief emolumenten.

1.2 Gedurende de eerste helft van 2008 hebben ir. [A], Managing Director bij Norit, en [verweerder] ter zake van diverse opdrachten met elkaar geë-maild, waarbij [A] heeft gereageerd op vragen en berichten van [verweerder]. Bij emailbericht van 11 juni 2008 heeft [A] aan [verweerder] meegedeeld dat het niet goed gaat en dat hij binnenkort een aantal zaken met haar wil bespreken.

1.3 Op 24 juli 2008 heeft [A] een emailbericht aan [verweerder] gestuurd met de volgende inhoud:

“Hierbij de punten zoals gisteren besproken:

- [A] [[A]] is onvoldoende geïnformeerd over veel zaken

- Doelen zijn halverwege 2008 niet gehaald/deels niet uitgevoerd

- Contracten UK heeft veel te lang geduurd en kwaliteit van werk was onvoldoende

- Maandrapport op 6-6-08 gevraagd en nog niet gekregen

- Supply Chain Project heeft weinig resultaat gehad

- Faciliteiten/telefooncontract/standaardisatie PC’s/laptop: niets van gezien tot nu toe

- Overzichten zijn niet volledig en onduidelijk

- Thuiswerken is alleen incidenteel optie na toestemming [A]; voor en na files rijden zorgt dat je voor 08.30 uur op kantoor kunt zijn

- Veel vrije dagen opgenomen zonder overleg/formele toestemming; past niet bij iemand die pas 6 maanden bij Norit werkt

- [A] vraagt wat er aan de hand is en [verweerder] zal over situatie nadenken

- [A] is niet tevreden over performance en situatie zal moet verbeteren”.

1.4 Ook nadien zijn er over en weer emailberichten gestuurd met betrekking tot de (voort-gang van de) werkzaamheden van [verweerder]. Bij emailbericht van 21 januari 2009 heeft [A] aan [verweerder] gevraagd om de maandrapportage aan hem te sturen. Dit verzoek heeft hij op 26 en 28 januari 2009 herhaald. Op 30 januari 2009 om 11:15 uur heeft [verweerder] aan [A] verzocht of zij diezelfde middag vrij mag nemen om te gaan golfen. In re-actie daarop heeft [A] om 11:18 uur aan [verweerder] bericht: “Ik begrijp niet waarom je dit vraagt terwijl ik geen maandrapportage gehad heb”.

1.5 Nadat op 3 februari 2009 een verslag van de bespreking van de Inkoop Meeting aan (onder meer) [verweerder] was gestuurd, in welk verslag een tweetal actiepunten achter de naam van [verweerder] staat vermeld, heeft [A] op 19 februari 2009 een emailbericht aan [verweerder] gestuurd met de vraag wanneer hij de ‘market analysis/supply plan voor caustic soda en Hydro chloric acid en MRO’ tegemoet kan zien. In reactie hierop laat [verweerder] weten dat zij daarvoor tijd heeft gereserveerd in de week van 2 tot 6 maart 2009. [A] reageert hierop als volgt: “Is natuurlijk te laat [verweerder]; We hebben 2 maart inkoopmeeting; voor deze meeting moet het klaar zijn (kijk ook even naar originele deadlines)”.

1.6 Op 6 maart 2009 hebben [A] en [verweerder] met elkaar gesproken over het functio-neren van [verweerder]. In het gespreksverslag is het volgende vermeld: ”Zoals vanmiddag besproken:

- ik ben niet tevreden over performance zoals ook al eerder aangegeven

- maandrapportage veel te laat inleveren en niet aanwezig zijn bij inkoopmeeting EAPA kan niet

- ik verwacht dat strategic puchasing manager AC EAPA in charge is en in drivers seat zit voor alle inkoop voor EAPA; dat is bij jou niet het geval

- je focus op dit moment is mn CAPEX KLZV en is te beperkt

- inkoopactieplan met acties en te realiseren savings is uitgangspunt; savings moeten secured worden; acties uit inkoopactieplan vinden te laat plaats of vinden niet plaats

- doelen worden niet uitgevoerd of blijven te lang liggen (vaste telefoonlijnen bijv)

- omgang met mensen: je zult meer contact moeten leggen met mensen en zelf initiatieven ontplooien; nu zijn er te veel mensen binnen onze organisatie die je niet kennen of onvoldoende gevoel hebben dat jij inkoopbaas bent

- je kloktijden in KLZV zijn voor mij niet acceptabel; te laat binnen en te vroeg weg; kan niet voor iemand met salaris van >100k

- ook performance in meeting holding is onvoldoende

Afgesproken dat ik verwacht dat verbeteringen op korte termijn gerealiseerd gaan worden.”.

1.7 Op 26 maart 2009 heeft [verweerder] zich vervolgens ziek gemeld en sindsdien is zij arbeids-ongeschikt. De bedrijfsarts M. Trésoor heeft in haar ‘Probleemanalyse en advies’ van 8 april 2009 (onder meer) het volgende vermeld: “Betrokkene heeft beperkingen in aandacht, con-centratie, hanteren van emoties, omgaan met drukte, hanteren van tijd en werkdruk, omgaan met lastige situaties.”. De bedrijfsarts heeft voorts aangegeven dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor eigen of aangepast werk en dat de volledige hervatting een aantal maanden zal duren.

Desgevraagd heeft de bedrijfsarts op 15 mei 2009 een toelichting gegeven op de prognose ten aanzien van de werkhervatting. Hierin heeft zij aangegeven dat bij een dergelijk ziekte-beeld en bij een verder ongecompliceerd beloop een volledige werkhervatting binnen enige maanden worden verwacht, afhankelijk van het tempo waarin [verweerder] de diverse fases in haar herstel doorloopt en mede afhankelijke van een adequate behandeling. “De huidige situatie tav werk bevordert herstel en daarmee re-integratie niet.”, aldus de bedrijfsarts.

1.8 Vanaf 10 juni 2009 is [verweerder] onder behandeling van [B], natuurgeneeskundig therapeut en stressconsulent, en wordt zij begeleid door middel van bewustwordingsgesprek-ken, ervaringsoefeningen, emotionele bewustwordingstherapie en gedragtherapie.

2. Grondslag verzoek en verweer

2.1 Norit verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op grond van gewichtige redenen. Norit heeft hierbij een vergoeding, overeenkomend met de kantonrechtersformule met een C-factor van 0,75, aangeboden; dit komt neer op een bedrag van € 13.000,-.

Aan dit verzoek heeft Norit ten grondslag gelegd dat er sprake is van verstoorde arbeidsver-houdingen. Hiertoe heeft Norit zich op het standpunt gesteld dat inmiddels is gebleken dat het niveau van de functie van ‘Strategic Purchasing Manager’ te hoog gegrepen is voor [verweerder] en dat er geen enkel vertrouwen meer is in het functioneren van [verweerder] binnen Norit. Onder verwijzing naar voormelde emailberichten heeft Norit gesteld dat zij niet verwacht dat [verweerder] op het gewenste niveau zal kunnen presteren. In dit kader heeft Norit ook gewezen op de verklaring van [C], ‘project & production manager’ van 11 juni 2009, die onder meer aangeeft dat de ervaring van [verweerder] bij het uitvoeren van dit soort in-koopwerk zijns inziens te gering is. Verder stelt [C] dat het projectmatig werken zeer lastig voor [verweerder] is en dat het werken in een team en het conformeren aan een team en aan teamafspraken niet haar sterke kant is. “Daarnaast is ze vrij chaotisch in haar manier van werken en haar tijdmanagement. Ze laat zich sterk compenseren door andere teamleden en mij als (co-)projectleider en had weinig eigen inbreng en drive. Ze mist ook een stuk in-houdelijke inbreng in de vorm van noodzakelijke systematiek die inkoop in dient te brengen in dit soort trajecten.”, aldus [C]. Ten slotte noemt [C] elf voorbeelden van het niet goed functioneren.

Norit heeft verder gewezen op de verklaring van [D], plant manager Norit Glasgow, die (onder meer) aangeeft dat er bij [verweerder] sprake is van onvoldoende voorbereiding vooraf-gaande aan onderhandelingen met leveranciers en dat zij onvoldoende drive en oog voor de-tail heeft in de follow-up van besprekingen of bezoeken aan leveranciers en in het vastleggen van de afspraken in detail in contracten of notulen. Ook [D] noemt hierbij een aantal voorbeelden met betrekking tot de door hem genoemde kritiekpunten.

[E], controller bij Norit, heeft in zijn verklaring aangegeven dat [verweerder] zich te weinig bij hem heeft gemeld om zaken te bespreken. Verder is hem niet gebleken van een structurele aanpak om inkoopprocedures op een hoger plan te krijgen. Ten slotte heeft [verweerder] ondanks meerdere verzoeken niet de leiding genomen bij het (her)onderhandelen van bestaande contracten; evenmin heeft zij gereageerd op verzoeken om de laatste stand van zaken door te geven, aldus [E].

Norit heeft er hierbij voorts op gewezen dat [verweerder], ondanks de emailberichten van [A], geen verbetering in haar functioneren heeft laten zien in de periode dat zij nog bij Norit werkzaam was. Verder heeft [verweerder] ook als persoon geen aansluiting kunnen vinden bij de bedrijfscultuur, aldus Norit.

Ten slotte heeft Norit aangevoerd dat het verzoek tot ontbinding los staat van de ziekte van [verweerder].

2.2 [verweerder] verzet zich tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij heeft daartoe in de eerste plaats aangevoerd dat zij in 2007 door [A] is benaderd om als ‘Strategic Pur-chasing Manager’ bij Norit in dienst te treden. [verweerder] heeft er verder op gewezen dat het verzoek van Norit verband houdt met een opzegverbod, te weten de arbeidsongeschiktheid van [verweerder]. In dit verband heeft [verweerder] gesteld dat zij op 26 maart 2009 wegens een burn-out is uitgevallen en dat het naar verwachting nog lange tijd zal duren voordat zij daarvan volledig hersteld zal zijn. De onderhavige ontbindingsprocedure is daar mede debet aan, aldus [verweerder], aangezien dit een negatief effect op haar herstel heeft. Het verzoek dient reeds hierom (reflexwerking van het opzegverbod) afgewezen te worden, aldus [verweerder].

Met betrekking tot de genoemde kritiekpunten heeft [verweerder] aangegeven dat zij wel beschikt over de noodzakelijke communicatieve vaardigheden, dat zij voldoende in teamverband werkte en dat zij in kwalitatief opzicht niet tekort schoot. Norit heeft ook geen feiten en om-standigheden aangedragen waaruit blijkt dat er vanaf het begin al kritiek was op haar functio-neren, aldus [verweerder]. Voorts heeft [verweerder] zich naar aanleiding van voormelde emailbe-richten van [A] ‘met hart en ziel ingespannen om van haar werk bij Norit een succes te maken’.

Ter zake van het te laat aanleveren van maandrapportages heeft [verweerder] aangevoerd dat dit maar twee keer is gebeurd (mei 2008 en januari 2009) en dat zij niet aanwezig was bij een inkoopmeeting, was vanwege een andere belangrijke bespreking, die al eerder was ingepland. Wat betreft het later beginnen of eerder stoppen heeft [verweerder] er op gewezen dat zij dit deed om files te vermijden, maar dat zij wel degelijk aan haar uren kwam, aangezien zij dan thuis werkte.

[verweerder] is dan ook van mening dat Norit geen bewijs, althans volstrekt onvoldoende bewijs, heeft aangedragen voor de verwijten die haar worden gemaakt. Verder heeft Norit door haar opstelling na de ziekmelding van [verweerder] de arbeidsrelatie ernstig beschadigd en van Norit mag worden verwacht dat zij zich inspant om de arbeidsrelatie weer te herstellen.

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Subsidiair concludeert zij, naast toekenning van een ontbindingsvergoeding met een C-factor van 2, tot veroordeling van Norit tot het aanvullen van de uitkering van [verweerder] tot 100% van haar laatst genoten salaris gedurende de periode dat zij arbeidsongeschikt blijft. Voor zover het UWV besluit een verlengde loondoorbetalingsverplichting op te leggen, dient de uitkering ook gedurende het derde ziektejaar aangevuld te worden tot 100% van haar laatst genoten salaris.

Ten slotte heeft [verweerder] verzocht Norit in de kosten van de procedure te veroordelen.

3. Beoordeling

3.1 [verweerder] heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat zij ziek is sinds 26 maart 2009 en dat deze ziekte nog geen twee jaar heeft geduurd. [verweerder] beroept zich hiermee op de reflexwerking van het opzegverbod. De kantonrechter overweegt daaromtrent als volgt. Op grond van artikel 7:685 BW dient onderzocht te worden of het ontbindingsverzoek ver-band houdt met een opzegverbod. In de Kamerstukken is hieromtrent opgenomen dat de kantonrechter moet controleren of de verzochte ontbinding verband houdt met de eventuele aanwezigheid van een opzegverbod. Wanneer dit het geval is, dient de kantonrechter in be-ginsel de verzochte ontbinding af te wijzen, tenzij zich andere omstandigheden voordoen die een gewichtige reden voor ontbinding vormen. Niet juist is derhalve de zienswijze dat slechts ruimte is voor reflexwerking van het opzegverbod indien de ontbinding wordt verzocht we-gens ziekte. Het opzegverbod van artikel 7:670, eerste lid, BW is een ‘tijdens-verbod’, dat ook geldt voor opzeggingen die geen verband houden met de ziekte. De strekking is onder meer het vrijwaren van de werknemer van de psychische druk die een opzegging tijdens ziekte kan veroorzaken en het feit dat de werknemer soms minder goed is toegerust om verweer te voeren tijdens ziekte.

3.2 Ter zake van deze reflexwerking van het opzegverbod overweegt de kantonrechter als volgt. Vast staat dat [verweerder] sinds 26 maart 2009 arbeidsongeschikt is. Norit heeft aan het onderhavige verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst de fundamentele en aan-houdende kritiek op het functioneren van [verweerder] en de verstoorde arbeidsverhoudingen ten grondslag gelegd en daarbij nadrukkelijk aangegeven dat de ziekte van [verweerder] bij dit ver-zoek geen rol speelt. Dat het verzoek door Norit niet is ingediend vanwege de arbeidson-geschiktheid van [verweerder], betekent niet dat er geen verband is tussen het verzoek en het opzegverbod tijdens ziekte. Dat verband kan immers ook bestaan indien de aan het verzoek ten grondslag liggende reden verband houdt met de arbeidsongeschiktheid.

Van een dergelijk verband is in deze zaak sprake. Gelet op de aard van de klachten (burn-out) en hetgeen daaromtrent uit de stukken is gebleken, is voldoende komen vast te staan dat [verweerder] als gevolg van haar klachten (die door Norit niet zijn betwist) haar werk niet meer naar behoren kon vervullen toen begin maart 2009 [A] op korte termijn verbetering verlangde. Dit betekent dat [verweerder] als gevolg van haar arbeidsongeschiktheid niet heeft kunnen voldoen aan het op zich terechte en alleszins begrijpelijke verzoek van [A]. Het disfunctioneren van [verweerder] en de daardoor veroorzaakte verstoring van de arbeidsver-houding kunnen in dit licht niet los gezien worden van de arbeidsongeschiktheid van [verweerder]. In zoverre is er een verband tussen de verzochte ontbinding en de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] en is er aanleiding om aan het opzegverbod reflexwerking toe te kennen.

3.3 Voor toekenning van de reflexwerking is geen aanleiding indien reeds thans duidelijk is dat [verweerder] niet meer op enigerlei wijze werkzaam kan zijn voor Norit. In dit kader wijst de kantonrechter op het volgende. Ingevolge artikel 7:658a, eerste lid, BW dient de werkgever zich in te spannen om de werknemer te laten re-integreren; in eerste instantie in de eigen functie en wanneer dat niet kan in een aangepaste functie. Wanneer ook dat niet kan, dient de werkgever te bevorderen dat de werknemer in voor hem/haar passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever zal worden ingeschakeld.

3.4 Dienaangaande heeft [verweerder] ter zitting onder meer het volgende verklaard: “Norit heeft, zowel voorafgaand aan deze procedure als in deze procedure, herhaaldelijk te kennen ge-geven dat er geen sprake kan zijn van een terugkeer van mevrouw [verweerder] bij Norit. Daar komt bij dat de relatie tussen mevrouw [verweerder] en Norit, en met name de relatie tussen me-vrouw [verweerder] en de heer [A], door het optreden van Norit, dusdanig beschadigd is dat een situatie is ontstaan die het buitengewoon moeilijk, zo niet onmogelijk maakt om tot een succesvolle re-integratie van mevrouw [verweerder] te komen. (…) Ook de bedrijfsarts heeft geoordeeld dat door de ontstane situatie re-integratie bij Norit niet aan de orde lijkt te zijn. (…) In dat geval lijkt het meest voor de hand liggende scenario dat de re-integratie buiten Norit (spoor 2) wordt ingezet, zodra mevrouw [verweerder] daartoe in staat wordt geacht.”.

3.5 Onder verwijzing naar de overgelegde producties en hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, is voor de kantonrechter genoegzaam duidelijk geworden dat [verweerder] de functie van ‘Strategic Purchasing Manager’ niet (langer) kan vervullen. Naar het oordeel van de kan-tonrechter heeft Norit voldoende aannemelijk gemaakt dat deze functie te hoog gegrepen is voor [verweerder]. De hiervoor onder 2.1 deels aangehaalde verklaringen vormen hiertoe een vol-doende onderbouwing, te meer nu deze in lijn liggen met hetgeen [A] dienaangaan-de heeft verklaard en deze voorts worden ondersteund door verklaringen van derden (waar-onder de heer [F] - wood residue leverancier).

3.6 De kantonrechter wijst er tevens op dat, anders dan [verweerder] stelt, in voldoende mate ge-bleken is dat [verweerder] regelmatig en duidelijk op haar functioneren is aangesproken. Aan de stelling van [verweerder] dat dit haar pas is gebleken naar aanleiding van het emailbericht van 24 juli 2008 gaat de kantonrechter voorbij, nu [A] al op 11 juni 2008 heeft aange-drongen op een gesprek aangezien het niet goed gaat. Hierbij acht de kantonrechter tevens van belang dat [verweerder] pas op 1 november 2007 bij Norit in dienst is getreden en een zekere ‘inwerktijd’ zal hebben gekregen, mede gelet op de aard van de functie.

3.7 Voor de stelling van Norit dat [verweerder] de aard en zwaarte van de functie heeft onderschat vindt de kantonrechter voldoende onderbouwing. Niet ten onrechte heeft Norit er in dit kader op gewezen dat van iemand die op deze positie werkzaam is, verwacht mag worden dat zij op tijd aanwezig is en niet te vroeg naar huis gaat, mede gelet op het belang van haar aan-wezigheid in de organisatie. Deze onderschatting blijkt voorts uit de verzoeken van [verweerder] d.d. 11 december 2008 en 30 januari 2009 om verlof te mogen opnemen, terwijl de hoeveel-heid werk zodanig is dat het niet gewenst is om verlof op te nemen.

3.8 Het disfunctioneren kan echter niet geheel en al op het conto van [verweerder] worden ge-schreven, nu zij door [A] is gevraagd om op deze positie binnen Norit te komen werken. Beide partijen hebben de geschiktheid van [verweerder] voor de onderhavige functie verkeerd ingeschat. In deze zin is ook Norit in enige mate verantwoordelijk voor het disfunctioneren van [verweerder].

3.9 Omdat uit de stellingen van partijen volgt dat re-integratie bij Norit niet (goed) meer mogelijk is, is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] niet kan terugkeren bij Norit - noch in haar eigen functie noch in een andere functie. Het feit dat interne re-integratie niet aan de orde is, betekent niet dat Norit onder de gegeven omstandigheden haar externe re-integratieverplichtingen naast zich neer kan leggen. Afgezien wellicht van de persoonlijke aandacht die mevrouw [G] aan [verweerder] heeft besteed, is niet gebleken dat Norit op enigerlei wijze constructief wil meewerken aan een begin van externe re-integratie van [verweerder]. Omdat [verweerder] heeft aangegeven dat zij aanspraak maakt op re-integratie tweede spoor, komt het vooralsnog uitblijven van enig constructief overleg daarover voor rekening van Norit. Kennelijk beschouwt Norit de verstoorde verhouding ook als een beletsel om re-integratie tweede spoor aan te vangen. Ook deze inschatting komt voor haar rekening omdat de verstoorde verhouding aan een succesvolle externe re-integratie niet bij voorbaat in de weg hoeft te staan.

3.10 Nu onder deze omstandigheden aan de re-integratie van [verweerder] kennelijk geen zinvolle betekenis gegeven kan worden, dient de arbeidsovereenkomst beëindigd te worden. Dat einde is door de opstelling van Norit ten aanzien van de re-integratie van [verweerder] in grote mate verwijtbaar aan Norit. Gelet op het belang van [verweerder] bij re-integratie en de verplich-tingen van Norit in dit kader, acht de kantonrechter het onder verwijzing naar artikel 18 van de toepasselijke CAO Norit Nederland B.V. passend en redelijk om Norit te veroordelen om na de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerder] haar uitkering ingevolge de sociale verzekeringswetten gedurende het eerste jaar van haar arbeidsongeschiktheid aan te vullen tot 100% van haar laatstgenoten netto-salaris en gedurende het tweede jaar van haar arbeidsongeschiktheid haar uitkering aan te vullen tot 80% van haar laatstgenoten netto-salaris - mits zij gedurende deze gehele periode arbeidsongeschikt blijft en maximaal tot 25 maart 2011.

3.11 Voor een verdergaande aanvulling op haar uitkering, zoals door [verweerder] is verzocht, ziet de kantonrechter geen aanleiding, nu thans nog niet kan worden beoordeeld of Norit tekort zal schieten in haar eventuele re-integratieverplichtingen en er derhalve ook nog geen sprake is van een verlengde loondoorbetalingsverplichting.

3.12 Aangezien de genoemde vergoeding meer bedraagt dan hetgeen Norit heeft aangeboden, zal zij in de gelegenheid worden gesteld om haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsover-eenkomst desgewenst in te trekken. De kantonrechter merkt hierbij op dat Norit zich daar-mee dan verbindt om te bevorderen dat [verweerder] kan re-integreren bij een andere werkgever.

3.13 Ongeacht de eventuele intrekking van het verzoek zal Norit worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt Norit in de gelegenheid uiterlijk 31 oktober 2009 het verzoek in te trekken;

en voor het geval het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 november 2009;

kent aan [verweerder] ten laste van Norit een vergoeding toe zoals vermeld in overweging 3.10

en veroordeelt Norit tot betaling van deze vergoeding aan [verweerder];

veroordeelt Norit in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 400,- aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M.M. Steenberghe, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2009.