Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0439

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
16-10-2009
Zaaknummer
274109 / FA RK 09-5517
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ouderschapsplan. Artikel 815 Rv bevat in de eerste plaats een formeel vereiste, namelijk dat verzoekers dienen te vermelden op welke wijze zij de kinderen betrokken hebben bij het opstellen van het ouderschapsplan. Naar het oordeel van de rechtbank moet in de bepaling tevens een materieel vereiste gelezen worden, namelijk dat kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en ontwikkeling, ook betrokken moeten worden bij afspraken die rechtstreeks op hen betrekking hebben. Dat houdt niet in dat de ouders verplicht zijn om de voorkeuren van hun kinderen te volgen, maar wel dat zij die voorkeuren betrekken bij hun besluitvorming.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 815
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/843 met annotatie van Van Baalen-van IJzendoorn
JIN 2009/792
FJR 2010, 12

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 274109 / FA RK 09-5517

Echtscheiding

Tussenbeschikking van 14 oktober 2009

in de zaak van

1. [verzoeker],

wonende te [woonplaats],

2. [Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekers,

advocaat mr. J.W. Menkveld.

1. Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het ter griffie ingediende verzoekschrift.

De drie zoons zijn door de rechter gehoord.

2. Vaststaande feiten

Verzoekers zijn op [1991] te [woonplaats] in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.

Hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

Zij hebben de Nederlandse nationaliteit.

De minderjarige kinderen van verzoekers zijn:

[kind 1], geboren op [1991] te [woonplaats],

[kind 2], geboren op [1994] te [woonplaats], en

[kind 3], geboren op [1997] te [woonplaats].

3. Beoordeling van het verzochte

3.1. Verzoekers vragen de rechtbank de echtscheiding uit te spreken. Bij het verzoekschrift is, zoals voorgeschreven in artikel 815 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv), een ouderschapsplan overgelegd.

3.2. In het verzoekschrift is echter niet vermeld op welke manier de kinderen bij het opstellen van het ouderschapsplan betrokken zijn, zoals voorgeschreven in artikel 815 lid 4 Rv. Ook in het ouderschapsplan zelf staat niet meer dan dat de kinderen in de toekomst betrokken zullen worden bij het verdere verloop van de afspraken. De kinderen hebben de rechter verteld dat zij bij het opstellen van het ouderschapsplan niet betrokken zijn en dat zij alleen inzage hebben gekregen in de definitieve versie. De twee oudsten hebben ook verteld dat zij het met de gemaakte afspraken niet eens zijn.

3.3. Verzoekers hebben daarmee niet voldaan aan de eisen van de wet. De genoemde bepaling bevat in de eerste plaats een formeel vereiste, namelijk dat verzoekers dienen te vermelden op welke wijze zij de kinderen betrokken hebben bij het opstellen van het ouderschapsplan. Aan dat vereiste is niet voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank moet in de bepaling tevens een materieel vereiste gelezen worden, namelijk dat kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en ontwikkeling, ook betrokken moeten worden bij afspraken die rechtstreeks op hen betrekking hebben. Dat houdt niet in dat de ouders verplicht zijn om de voorkeuren van hun kinderen te volgen, maar wel dat zij die voorkeuren betrekken bij hun besluitvorming. Ook aan dat vereiste is (kennelijk) niet voldaan.

3.4. Het maken van een ouderschapsplan is een ontvankelijkheidsvereiste. De rechtbank zal daarom nu niet de echtscheiding uitspreken maar de behandeling in haar geheel aanhouden om verzoekers in de gelegenheid te stellen alsnog met hun kinderen te overleggen en de rechtbank te informeren op welke wijze zij rekening hebben gehouden met de mening van de kinderen.

4. Beslissing

De rechtbank houdt de behandeling van de zaak PRO FORMA aan tot 3 november 2009, en verzoekt de advocaat om de rechtbank voor die datum te informeren over het resultaat van overleg met de kinderen.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Oosterwegel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.I. Ganzevoort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2009.?