Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9999

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
13-10-2009
Zaaknummer
16/600277-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging doodslag/vernieling, verweer noodweer/noodweerexces verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600277-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juni 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1968] te [geboorteplaats] (Marokko)

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein

raadsvrouwe mr. C. Lamphen, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 26 mei 2009, waarbij de officier van justitie, mr. E.C. Lodder, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1:

heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Ten aanzien van feit 2:

de ruit van een auto van [slachtoffer] heeft vernield.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de voorhanden zijnde bewijsmiddelen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft nooit de intentie gehad [slachtoffer] iets aan te doen, hij wilde met hem praten. De verklaring van de getuige [getuige 1] is niet ondertekend en de verklaring van de getuige [getuige 2] komt op essentiële onderdelen niet overeen met de verklaring van de aangever.

Verder ontkent verdachte dat hij de autoruit heeft vernield.

De raadsvrouwe heeft tevens een beroep gedaan op noodweer danwel noodweerexces. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Verdachte werd door [slachtoffer] met een honkbalknuppel aangevallen. Hij heeft vervolgens de honkbalknuppel afgepakt en heeft uit zelfverdediging [slachtoffer] daarmee geslagen. Door het optreden van aangever was er bij verdachte sprake van een zodanige hevige gemoedsbeweging dat hij zich heeft moeten verdedigen op de wijze waarop hij dat heeft gedaan.

Verdachte dient derhalve van alle rechtsvervolging te worden ontslagen.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2:

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de navolgende bewijsoverwegingen, verwijzen naar de paginanummering van de in wettelijk vorm opgemaakte processen-verbaal , .

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 13 maart 2009 te [plaats] heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden en dat hij de autoruit van [slachtoffer] heeft vernield.

Door met een honkbalknuppel tegen de zijkant van het hoofd en op het hoofd van het slachtoffer te slaan heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zou kunnen overlijden.

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat toen hij op 13 maart 2009 te [plaats] in zijn auto zat, verdachte het portier van zijn auto opentrok. Verdachte ging met zijn hand in zijn half gesloten jas. Nadat aangever uit de auto was gestapt, omdat hij bang was dat verdachte uit zijn jas een mes zou trekken, kwam verdachte op hem af. Aangever is achteruit gelopen en gevallen. Hij zag dat verdachte een knuppel in beide handen vasthield en met die knuppel met kracht tegen de zijkant van zijn hoofd sloeg. Hij voelde dat verdachte hem met die knuppel op zijn linker oor raakte. Vervolgens voelde en zag hij dat verdachte hem hard met de knuppel op zijn hoofd sloeg.

Daarna hoorde hij dat de voorruit van zijn auto werd ingeslagen. Hij hoorde op dat zelfde moment iemand roepen: “Niet doen [verdachte], niet doen” .

[getuige 1] heeft verklaard dat hij op 13 maart 2009 te [plaats] zag dat een man het portier van een busje opentrok. Hij zag dat deze man meerdere malen uithaalde met een knuppel en op iets of iemand insloeg. Hij zag een andere man achter de bus vandaan komen met een bebloed hoofd. De man met de knuppel sloeg vervolgens meerdere malen met de knuppel op de voorruit van de bus .

[getuige 2] heeft verklaard dat zij op 13 maart 2009 te [plaats] zag dat verdachte twee keer met een stok in zijn handen een slaande beweging maakte naar [slachtoffer]. Daarna zag ze dat verdachte met die stok een aantal keren op de voorruit van de auto van [slachtoffer] sloeg .

De rechtbank heeft verder gelet op een medische verklaring en foto’s van het letsel van aangever . Hieruit blijkt dat aangever een wond had aan zijn linker oor en een gat had in zijn achterhoofd.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 26 mei 2009 verklaard dat hij op 13 maart 2009 te [plaats] met een honkbalknuppel tegen het oor van [slachtoffer] heeft geslagen.

De rechtbank is van oordeel dat de door [slachtoffer] afgelegde verklaring overeenkomt met het letsel, zoals vermeld in de medische verklaring en te zien op de foto’s welke in het dossier zijn opgenomen. Bovendien wordt zijn verklaring grotendeels ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aan de verklaring van aangever te twijfelen.

Verdachte heeft verklaard dat de honkbalknuppel van [slachtoffer] was. Toen [slachtoffer] hem vanuit de auto met de honkbalknuppel wilde slaan, heeft verdachte volgens hem de honkbalknuppel afgepakt en daarmee vervolgens aangever, toen deze wilde weglopen, met de knuppel op zijn oor geslagen.

De verklaring van verdachte dat hij de honkbalknuppel heeft afgepakt en uit zelfverdediging [slachtoffer] daarmee heeft geslagen, acht de rechtbank in het licht van bovengenoemde bewijsmiddelen niet aannemelijk en wordt door de rechtbank niet geloofwaardig geacht.

De rechtbank is van oordeel dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat de intentie van verdachte gericht was op het aangaan van een confrontatie met [slachtoffer] naar wie verdachte die ochtend op zoek was. Het letsel dat verdachte bij [slachtoffer] heeft toegebracht is dan ook niet het gevolg van een handelen van verdachte ter noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van zijn of andermans lijf, eerbaarheid of goed of een onmiddellijke dreiging daarvoor. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer op noodweer.

Nu de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is geweest van een noodweersituatie wordt het beroep op noodweerexces reeds daarom verworpen.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

Primair

hij op 13 maart 2009 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met kracht met een knuppel tegen diens hoofd heeft geslagen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

hij op 13 maart 2009 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk de voorruit van een auto, toebehorende aan [slachtoffer], heeft vernield, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met een knuppel tegen de voorruit van die auto te slaan;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Zoals onder 3.3 is gemotiveerd, volgt de rechtbank het beroep van verdachte op noodweer niet. Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1 primair:

poging tot doodslag.

Ten aanzien van feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

Verdachte is strafbaar, omdat het beroep op noodweerexces eveneens is verworpen. Ook overigens is niet gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook indien dat inhoudt de training Cognitieve Vaardigheden.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft bepleit een zo laag mogelijk deel van de gevangenisstraf onvoorwaardelijk op te leggen zodat verdachte zo snel mogelijk de training Cognitieve Vaardigheden kan volgen. Er is geen bezwaar tegen toezicht van de reclassering.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft gepoogd iemand van het leven te beroven.

Verdachte is gewapend met een honkbalknuppel naar het slachtoffer gegaan en heeft, toen

het slachtoffer op straat lag, met deze honkbalknuppel twee maal tegen het hoofd van het

slachtoffer geslagen.Vervolgens heeft verdachte met de honkbalknuppel een ruit van de auto

van het slachtoffer vernield.

Verdachte heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig geschonden.

Verdachte heeft geen blijk gegeven van gevoelens van spijt of medeleven met het slachtoffer naar aanleiding zijn handelen. Integendeel, verdachte heeft op zitting verklaard dat hij weer geweld tegen het slachtoffer zal gebruiken als het slachtoffer in de toekomst opnieuw contact zoekt met de schoonzuster van verdachte.

Delicten waarbij het leven van een ander gevaar loopt, zijn van zeer ernstige aard.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van levensbedrei¬gende situaties daarvan nog lang psychische problemen kunnen ondervinden.

Bovendien is een dergelijk gewelddadig optreden op straat zeer schokkend voor de ooggetuigen en versterkt het de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het volgende.

Blijkens zijn strafblad is verdachte vele malen eerder met justitie in aanraking geweest en heeft hij zich eerder schuldig gemaakt aan geweldsdelicten. Verdachte is laatstelijk veroordeeld voor een soortgelijk delict op 30 oktober 2008 tot 3 maanden gevangenisstraf.

Het Centrum Maliebaan heeft d.d. 28 oktober 2008 over verdachte gerapporteerd in voornoemde zaak. Geadviseerd werd toen aan verdachte onder andere een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact ook indien dat inhoudt het volgen van de training Cognitieve Vaardigheden

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van

15 maanden noodzakelijk is. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 6 maanden voorwaardelijk op te leggen, mede om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, worden volstaan.

De voorwaardelijke straf maakt het volgen van de training Cognitieve Vaardigheden en een verplichte begeleiding door de Reclassering mogelijk.

6 Het beslag

6.1 De verbeurdverklaring

Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp dat aan verdachte toebehoort, te weten een honkbalknuppel, model MS35, zal worden verbeurd verklaard, aangezien

met behulp van dit voorwerp het onder 1 primair en onder 2 bewezenverklaarde is begaan.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 45, 57, 287 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Ten aanzien van feit 1 primair:

poging tot doodslag.

Ten aanzien van feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook indien dat inhoudt het volgen van de training Cognitieve Vaardigheden;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Bijkomende straffen

Beslag

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een honkbalknuppel, model MS35;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Killian, voorzitter, mr. L.M.G. de Weerd en

mr. M.P. Gerrits-Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van M.C.H. Franckena, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 juni 2009.

Mr. Gerrits-Janssens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.