Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ8606

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
25-09-2009
Zaaknummer
253972 / HA ZA 08-1749
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schending inspanningsverplichting en inbreuk overnamegaranties

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

253972 / HA ZA 08-174923 september 2009

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 253972 / HA ZA 08-1749

Vonnis van 23 september 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BTL BEHEER B.V.,

gevestigd te Haaren,

eiseres,

advocaat mr. E.H. de Jonge-Wiemans,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna BTL en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• het tussenvonnis van 5 november 2008

• het proces-verbaal van comparitie van 24 maart 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen BTL, een hoveniersbedrijf, en (onder meer) [gedaagde] is op 6 november 2003 een koopovereenkomst, hierna “de overeenkomst”, tot stand gekomen, waarbij BTL zich heeft verplicht de aandelen in [X.] B.V., hierna te noemen “[X.]”, te kopen.

2.2. In de overeenkomst staat vermeld in de considerans:

“(…)

2. dat BTL in dat kader te kennen heeft gegeven enkel tot overname te willen besluiten indien op de huidige vestiging van [X.] te Veldhoven een vestiging van BTL/[X.] valt te realiseren waarvoor, zo hebben partijen ten opzichte van elkaar uitgesproken, ca 5.000 m2 bouwgrond ter beschikking dient te zijn;

3. dat ter zake vele vragen zijn gerezen, enerzijds in verband met de mogelijke leveringsverplichting van [X.] jegens een derde ter zake van een aanzienlijk deel van het bedrijfsterrein en anderzijds omtrent de bebouwingsmogelijkheden van het terrein;

4. dat voorzien wordt dat deze vragen niet binnen enkele maanden tot een oplossing kunnen worden gebracht terwijl wel de noodzaak wordt ervaren [X.] op zeer korte termijn nieuwe impulsen te geven;

(…)”

en voorts in artikel 5 tot en met 11:

5. “[X.] en haar directeur [gedaagde] verplichten zich al het mogelijke in het werk te stellen en zich tot het uiterste in te spannen de zeggenschap over een perceelsgedeelte van ca. 5.000 m2 te behouden en de bebouwingsmogelijkheden daarvan veilig te stellen, c.q. te bewerkstelligen. Deze inspanningsverbintenis houdt voor [X.] en [gedaagde] in elk geval in:

• dat zij zonder voorafgaande instemming van BTL geen overeenkomsten met betrekking tot het bedrijfsonroerend goed zullen aangaan;

• dat zij alle gesprekken en onderhandelingen ter zake in aanwezigheid van BTL zullen voeren;

• dat zij bereid zal zijn om, teneinde haar wederpartij te bewegen genoegen te nemen met koop en levering van een perceel van 14.000 m2 om aldus het perceel van 5.000 m2 voor BTL beschikbaar te houden, de koopprijs voor haar wederpartij met EUR 10,-- per m2 te verlagen tot EUR 110,-- per m2;(…)”

6. BTL verplicht zich de resterende aandelen [X.] over te nemen in de gevallen genoemd in artikel 8/9 en artikel 10. (…)

7. [gedaagde] is verplicht de aandelen die op grond van deze overeenkomst door BTL worden overgenomen tegen de thans door BTL daarvoor te betalen prijs terug te kopen indien zich de situatie zou voordoen als bedoeld in artikel 11.

(…)

8. Binnen één jaar na heden dient er duidelijkheid te zijn over de vraag of op het huidige bedrijfsterrein van [X.] een gedeelte ter grootte van ca. 5.000 m2 ter beschikking blijft van [X.] (…) alsook of aldaar een kantoor met opslag c.q. stallingruimte van ca. 1.000 m2 zal kunnen worden gerealiseerd.

9. Indien dat het geval is, doet zich de situatie voor als bedoeld in artikel 6.

10. Die situatie doet zich eveneens voor indien ondanks nakoming van de hierboven in artikel 5 vermelde verplichtingen zal moeten worden vastgesteld dat BTL ter plaatse geen nieuwe bedrijfsvestiging kan realiseren en dat derhalve niet op enigerlei wijze aan [X.] c.q. [gedaagde] valt te verwijten.

11. Indien alsdan geen mogelijkheid aanwezig is ter plaatse een nieuwe bedrijfsvestiging te realiseren en zulks verwijtbaar is aan [X.] c.q. [gedaagde] wegens het niet dan wel onvoldoende nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 5 doet zich de situatie voor van artikel 7. Partijen komen overeen dat zij deze (principe-)overeenkomst binnen één maand na heden nader zullen uitwerken.

Aldus overeengekomen (…)”

2.3. Partijen hebben de overeenkomst niet nader uitgewerkt.

2.4. Bij notariële akte is op 12 december 2003 de eerste tranche aandelen aan BTL geleverd. In de akte staat in artikel 3 vermeld:

“Verkoper garandeert koper het volgende:

1. met betrekking tot het verkochte dat:

(…)

p. de vennootschap aan de normale verplichtingen voortvloeiende uit de fiscale en sociale wetgeving met betrekking tot het doen van aangifte (…) en het verrichten van afdrachten per heden heeft voldaan (…).”

2.5. Op 7 december 2004 heeft de overdracht van de tweede (en laatste) tranche aandelen plaatsgevonden.

2.6. In 2002 is tussen [gedaagde] en [X.] Beheer B.V. enerzijds en de familie [Y.], hierna te noemen “[Y.]” anderzijds, overeenstemming bereikt over de verkoop van (een gedeelte van) de percelen grond, waarop [X.] was gevestigd. Levering zou aanvankelijk plaatsvinden op 31 december 2003. Nadien is genoemde datum gewijzigd in 30 juni 2005, hetgeen in overleg met partijen en [Y.] is geschied.

2.7. In 2006 is een gedeelte van de grond (daaronder begrepen het perceel dat BTL op het oog had) geleverd aan [Y.]. [X.] diende, als huurder van (een gedeelte van) de percelen, voor (gefaseerde) ontruiming zorg te dragen.

2.8. In april 2008 is het restant van de grond aan [Y.] geleverd.

3. Het geschil

3.1. BTL vordert samengevat – een verklaring voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 465.254,92, vermeerderd met rente en kosten. BTL legt aan haar vordering - kort gezegd - ten grondslag dat [gedaagde] de op hem rustende inspanningsverplichting niet is nagekomen, waardoor zij schade heeft geleden. Voorts vordert BTL veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 52.203,74, eveneens te vermeerderen met rente en kosten. Als grondslag voert BTL aan dat [gedaagde] uit hoofde van de door hem verstrekte garanties aansprakelijk is voor onbetaald gebleven sociale lasten.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

inspanningsverplichting

4.1. BTL stelt dat [gedaagde] toerekenbaar tekort geschoten is in de op hem rustende inspanningsverplichting om de zeggenschap over een perceel grond ter grootte van 5.000 m2 te behouden en bebouwingsmogelijkheden veilig te stellen. Op grond van (artikel 5 van de) de overeenkomst hield die inspanningsverplichting kort gezegd (onder meer) in dat [gedaagde] en [X.] geen overeenkomsten zouden sluiten met derden zonder voorafgaande instemming van BTL en dat onderhandelingen gevoerd zouden worden in aanwezigheid van BTL.

4.2. [gedaagde] heeft zich verweerd tegen de vordering van BTL door zich primair op het standpunt te stellen dat, nu BTL de tweede tranche aandelen geleverd heeft gekregen (eind 2004), BTL thans geen vordering meer heeft jegens [gedaagde] op grond van schending van de inspanningsverbintenis uit artikel 5 van de overeenkomst. De inspanningsverplichting gold slechts voor één jaar, aldus [gedaagde]. Subsidiair stelt [gedaagde] dat die verplichting niet alleen voor hem gold, doch eveneens voor [X.], in welke vennootschap BTL na de eerste aandelenoverdracht een meerderheidsbelang had.

Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat de inspanningsverplichting ook na de overdracht van de tweede tranche aandelen nog van toepassing is, stelt [gedaagde] dat hij al het mogelijke heeft gedaan om bebouwing mogelijk te maken, onder meer door in overleg met de gemeente te treden, overigens tesamen met (de advocaat van) BTL. Ook tegen de (hoogte van de) schade heeft [gedaagde] verweer gevoerd.

4.3. De rechtbank overweegt ten aanzien van het meest verstrekkende verweer van [gedaagde], namelijk dat de inspanningsverplichting niet (langer) bestaat en dat de vordering dus moet worden afgewezen, als volgt.

De overeenkomst gaat uit van twee scenario's. Het eerste scenario houdt in dat BTL zich verplicht het resterende gedeelte van de aandelen na een periode van een jaar af te nemen. BTL gaat daartoe over indien er – kort gezegd – in die periode duidelijkheid is ontstaan over de levering van 5000 m2 grond en of daarop gebouwd kan worden (artikel 6, 8 en 9). Levering van het resterende deel van de aandelen vindt eveneens plaats indien BTL geen nieuwe bedrijfsvestiging kan realiseren en dat [gedaagde] niet valt te verwijten (artikel 10).

Het tweede scenario luidt dat [gedaagde] zich heeft verplicht de aandelen terug te kopen indien geen nieuwe bedrijfsvestiging gerealiseerd kan worden en dat [gedaagde] valt te verwijten (artikel 7 en 11).

4.4. Op 12 december 2003 is de eerste tranche aandelen (door onder meer [gedaagde]) geleverd. Vaststaat dat partijen in de periode die volgde, overleg hebben gevoerd met [Y.] en dat (de advocaat van) BTL de stukken die betrekking hebben op de overeenkomst tussen [Y.] en [gedaagde] (uit 2002) heeft ingezien. Beide partijen hebben ter comparitie verklaard dat de levering van de grond tot de mogelijkheden behoorde. Voorts zijn partijen met [Y.] met de gemeente Veldhoven in overleg getreden om te bezien in hoeverre bebouwing van de grond mogelijk was. Op grond van het vigerende bestemmingsplan bleek dat niet het geval, maar in de toekomst werd een nieuw bestemmingsplan niet uitgesloten geacht.

4.5. Op 7 december 2004 is de tweede tranche aandelen geleverd. Partijen hebben geen nader overleg meer met elkaar gevoerd, noch nadere (schriftelijke) afspraken gemaakt.

BTL heeft dus de resterende aandelen verkregen in de wetenschap dat verkrijging van 5.000m2 grond nog tot de mogelijkheden behoorde en bebouwing (vooralsnog) niet. Zo heeft zij ook verklaard ter comparitie.

4.6. Naar het oordeel van de rechtbank is met de levering van de tweede tranche aandelen voldaan aan (het eerste scenario van de) de overeenkomst en is deze daarmee vervolmaakt. Immers, op grond van de overeenkomst diende binnen één jaar duidelijk te worden of een perceel van 5.000 m2 ter beschikking zou blijven van [X.] en tevens of bebouwing zou kunnen worden gerealiseerd. Indien dat het geval was, zou [gedaagde] de resterende aandelen in [X.] aan BTL leveren (artikelen 6, 8 en 9). Die duidelijkheid was er: levering van 5.000 m2 grond was mogelijk en bebouwing niet. Na levering van de tweede tranche aandelen vloeiden voor partijen dus geen verplichtingen meer voort uit de overeenkomst. Gesteld noch gebleken is dat de inspanningsverbintenis die op grond van de overeenkomst gedurende een jaar op [gedaagde] rustte, ook nadien zou blijven bestaan. Evenmin is uit de feitelijke handelwijze ten tijde van de levering van de tweede tranche aandelen en in de periode daarna af te leiden dat van verlenging van de periode waarin op [gedaagde] een inspanningsverplichting rustte, sprake was.

4.7. Het voorgaande houdt in dat van een thans geldende inspanningsverplichting geen sprake (meer) is en dat de vordering reeds om die reden dient te worden afgewezen. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zelfs indien uitgegaan zou moeten worden van het feit dat op [gedaagde] ook na de levering van alle aandelen een inspanningsverplichting rustte, van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] niet is gebleken. Immers, BTL diende voor de levering van de grond zich te wenden tot [Y.], zoals zij zelf ter comparitie heeft verklaard en voor een wijziging van het bestemmingsplan tot de gemeente Veldhoven. Van het sluiten van een overeenkomst met een derde zonder instemming van BTL is evenmin sprake: weliswaar dateerde de levering van de grond van (een) latere datum/data, de overeenkomst met [Y.] dateerde reeds van 2002.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank aan de bespreking van de (overige) stellingen van BTL niet toe.

garanties

4.8. BTL vordert voorts een bedrag van EUR 52.203,74 en legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] uit hoofde van de door hem verstrekte garanties aansprakelijk is voor tot 12 december 2003 (leveringsdatum eerste tranche aandelen) onbetaald gebleven sociale lasten.

[gedaagde] verweert zich door primair te stellen dat de garanties vervallen zijn door de tweede tranche aandelen. Subsidiair stelt [gedaagde] dat sprake is van een balansgarantie en dat de aansprakelijkheid niet geldt na het verstrijken van de balansdatum (31 december 2002).

4.9. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet ter discussie is dat onvoldoende premies sociale lasten over 2003 zijn afgedragen, doch wel wie daarvoor aansprakelijk dient te worden gehouden.

In de overeenkomst zijn geen garanties opgenomen. In de leveringsakte van 12 december 2003 (eerste tranche aandelen) staat in artikel 3 lid 1 onder p dat - kort gezegd- de verkoper (onder meer [gedaagde]) garandeert dat de vennootschap ([X.]) aan de normale verplichtingen voortvloeiende uit de fiscale en sociale wetgeving per heden heeft voldaan.

Nu partijen ervoor hebben gekozen nadrukkelijk de leveringsdatum (dus 12 december 2003) in voornoemde bepaling op te nemen en niet de balansdatum (31 december 2002), oordeelt de rechtbank, nu gesteld noch gebleken is dat partijen een andersluidende bedoeling hebben gehad, dat de garantie ten aanzien van niet betaalde sociale lasten, betrekking heeft op de periode tot de leveringsdatum. Nu vast staat dat over 2003 onvoldoende premies sociale lasten zijn voldaan, heeft [gedaagde] genoemde garantie geschonden en is dus voor de periode tot 12 decemebr 2003 toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. [gedaagde] is derhalve gehouden de door BTL geleden schade te vergoeden. BTL heeft gesteld dat de hoogte van de schade EUR 52.203,74 bedraagt en dit bedrag gemotiveerd onderbouwd. De rechtbank passeert het verweer van [gedaagde] ten aanzien van de hoogte van genoemd bedrag, nu hij heeft nagelaten dit nader te onderbouwen. Dit had, gelet op de met stukken gedocumenteerde stelling van BTL wel op zijn weg gelegen.

Dit betekent dat de rechtbank de vordering van BTL voor zover deze betrekking heeft op de garanties, zal toewijzen.

4.10. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. BTL heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.11. BTL vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, omdat BTL heeft verzuimd de beslagstukken in het geding te brengen.

4.12. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan BTL te betalen een bedrag van EUR 52.203,74 (tweeënvijftig duizendtweehonderddrie euro en vierenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 12 december 2003 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2009. AMV