Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7881

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-09-2009
Datum publicatie
16-09-2009
Zaaknummer
16/600589-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bekladding van een moskee in oktober 2007 met onder meer hakenkruizen, wederrechtelijk binnendringen van een woning, poging tot zware mishandeling, mishandeling en het beschadigen van diverse auto’s. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen van de Reclassering. Vrijspraak van brandstichting in de moskee en het teweegbrengen van een ontploffing in mei 2009. Verdachte had deze feiten in eerste instantie erkend, maar trok zijn bekentenis in.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600589-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 september 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1973] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring Nieuwegein, Nieuwegein

raadsvrouw mr. H. Seton, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 1 september 2009, waarbij de officier van justitie, mr. A.S. Bijleveld, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1

primair: heeft geprobeerd samen met een ander of anderen brand te stichten in een

moskee waardoor goederen in gevaar werden gebracht;

subsidiair: samen met een ander of anderen een ruit van een moskee heeft vernield;

feit 2

primair: samen met een ander of anderen een ontploffing teweeg heeft gebracht waardoor een moskee in gevaar werd gebracht;

subsidiair: samen met een ander of anderen een ruit van een moskee heeft vernield;

feit 3: een groep mensen heeft beledigd vanwege hun godsdienst en/of ruiten en muren van een moskee heeft beklad met een racistische leus en hakenkruizen;

feit 4: acht auto’s heeft beschadigd;

feit 5: huisvredebreuk heeft gepleegd;

feit 6

primair: heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te doden dan wel [slachtoffer 1] zodanig heeft geslagen en geschopt dat hij zwaar lichamelijk letsel heeft;

subsidiair: samen met een ander zodanig openlijk geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gepleegd door hem te slaan en te schoppen dat hij lichamelijk letsel heeft;

meer subsidiair: [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

feit 7

primair: openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3];

subsidiair: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft mishandeld;

feiten 8 tot en met 11: auto’s heeft beschadigd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van feit 4, heeft begaan en baseert zich daarbij op de voorhanden zijnde bewijsmiddelen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank enkel tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 3, 5, 6 meer subsidiair, 7 subsidiair ten aanzien van [slachtoffer 2] en 8 tot met 11 waarbij partieel dient te worden vrijgesproken van medeplegen. Voor het overige ten laste gelegde heeft de verdediging algehele vrijspraak bepleit.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

Overweging ten aanzien van feiten 1 en 2

Hoewel verdachte bij de politie op 26 mei 2009 in eerste instantie – zakelijk weergegeven – heeft verklaard dat hij heeft geprobeerd de moskee in brand te steken en daarbij door de officier van justitie genoemde details noemt, ontkent verdachte dit feit dezelfde middag nog. Behalve deze verklaring zijn er geen bewijsmiddelen die verdachte als dader van dit feit (deze feiten) duiden.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte niet zodanig betrouwbaar dat zij deze, zonder andere bewijsmiddelen die juist verdachte aanwijzen, voor het bewijs wil hanteren voor de feiten 1 en/of 2. Deze conclusie komt mede voort uit het proces-verbaal van het verhoor waaruit blijkt dat verdachte gedurende het verhoor een steeds meer verwarde indruk maakt en dat zijn verhaal steeds onsamenhangender wordt, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank ook in het licht moet worden gezien van de psychiatrische problematiek van verdachte. Na de verklaring van verdachte op 26 mei 2009, heeft verdachte consequent volgehouden - tot aan de zitting toe – dat hij geen betrokkenheid heeft gehad bij de feiten 1 of 2. De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Zij zal hem dan ook van deze feiten vrijspreken.

Overweging ten aanzien van feit 4

Ten aanzien van feit 4 heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij wel 40 à 50 auto’s heeft bekrast. Dit komt niet overeen met het aantal auto’s in de tenlastelegging. Verdachte is voorts niet geconfronteerd met de individuele aangiftes en enkele auto’s die hij wel noemt, lijken meer te passen bij andere tenlastegelegde feiten dan bij dit feit. De rechtbank acht de verklaring van verdachte -zonder ander bewijs dat verdachte aanwijst – onvoldoende specifiek om te komen tot een wettige en overtuigende bewezenverklaring dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. Zij zal hem dan ook van dit feit vrijspreken.

Overweging ten aanzien van feit 7 primair

Nu niet is gebleken dat de zwager van verdachte [Y] enige bijdrage heeft geleverd aan het geweld, is niet voldaan aan het bestanddeel ‘in vereniging’, waardoor vrijspraak moet volgen. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

De vindplaatsen die in de navolgende overwegingen voorkomen, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm ambtsedig opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0920/09-008662, PL0920/09-008662A, PL0920/09-008662B, PL0920/09-006136 en PL0920/09-006136A.

Overweging ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op het navolgende.

Op donderdag 6 maart 2009 zijn verbalisanten gestuurd naar de moskee gelegen op het winkelcentrum de Clomp in Zeist in verband met hakenkruizen op de moskee. [getuige 1] heeft vervolgens aangifte gedaan van het feit dat in de nacht van 5 maart 2009 op

6 maart 2009 op ramen en muren van de moskee hakenkruizen zijn gespoten met verf. Ook is op de muur de tekst: Alle moslims in de concentratiekamp” gespoten.

De moskee is eigendom van de Stichting el moslimen el Motakhine. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting verklaard dat hij de moskee heeft beklad.

Overweging ten aanzien van feit 5

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van

1 september 2009 ;

- de aangifte van [getuige 2] d.d. 25 mei 2009 en het proces-verbaal bevindingen inzake het aantreffen van verdachte in de woning.

Overweging ten aanzien van feit 6 primair en feit 7 subsidiair

Op 12 april 2009 te Zeist heeft verdachte tijdens een vechtpartij met [slachtoffer 1] met zijn vuist tegen het hoofd van [slachtoffer 1] geslagen. Volgens de aangifte van [slachtoffer 1] heeft verdachte hem ook met een stuurslot op de linkerzijde van zijn hoofd geslagen. De zwager van verdachte, [Y], heeft verklaard dat verdachte “de man”, waarmee hij [slachtoffer 1] bedoelde, met een stuurslot tegen zijn lichaam sloeg. Uit de medische verklaring volgt dat [slachtoffer 1] een open verwonding had op zijn hoofdhuid en dat er tanden uit zijn mond zijn geslagen. Verdachte heeft ontkend [slachtoffer 1] met het stuurslot te hebben geslagen. Dat verdachte dit wel heeft gedaan, wordt door verschillende familieleden van [slachtoffer 1] bevestigd. De rechtbank acht de verklaringen van de familieleden op dit punt geloofwaardig nu zij overeenkomstig en consistent hebben verklaard. Wat hierbij ook mee weegt is het geconstateerde letsel bij [slachtoffer 1]. Ook [slachtoffer 2], neef van [slachtoffer 1], was betrokken bij de vechtpartij. Verdachte heeft verklaard dat hij ‘die andere Marokkaan’, waarmee hij [slachtoffer 2] bedoelde, een keer of twee vol op zijn gezicht heeft geslagen.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij voelde dat verdachte een klap in zijn gezicht gaf waardoor hij pijn in zijn gezicht voelde. Ook [slachtoffer 3], de echtgenote van [slachtoffer 1], was betrokken bij de vechtpartij met verdachte. Zij heeft verklaard dat zij van verdachte een stomp op de mond kreeg en een aantal stompen op haar rug waarna zij gelijk pijn voelde. Een verbalisant heeft na het incident bij [slachtoffer 3] een bloeduitstorting op haar linkerbovenlip waargenomen.

Overweging ten aanzien van feit 8

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van

1 september 2009 en zijn verklaringen, afgelegd bij de politie d.d. 26 mei 2009 en

23 juni 2009 ;

- de aangifte van [benadeelde 8] d.d. 13 april 2009.

Overweging ten aanzien van feit 9

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van

1 september 2009 en zijn verklaringen, afgelegd bij de politie d.d. 26 mei 2009 en

23 juni 2009 ;

- de aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 11 april 2009.

Overweging ten aanzien van feit 10

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van

1 september 2009 en zijn verklaringen, afgelegd bij de politie d.d. 26 mei 2009 en

23 juni 2009 ;

- de aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 13 april 2009.

Overweging ten aanzien van feit 11

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van

1 september 2009 en zijn verklaringen, afgelegd bij de politie d.d. 26 mei 2009 en

23 juni 2009 ;

- de aangifte van [getuige 3] d.d. 11 april 2009.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

3.

in de periode van 05 maart 2008 tot en met 06 maart 2008 te Zeist zich in het openbaar, bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Moslims, wegens hun geloof, door opzettelijk beledigend de tekst: "alle moslims in de concentratiekamp" en hakenkruizen op de muur/muren en het raam/de ramen van de moskee gelegen bij het winkelcentrum De Clomp heeft geverfd/gespoten;

en

in de periode van 05 maart 2008 tot en met 06 maart 2008 te Zeist opzettelijk en wederrechtelijk de ruiten en muur/muren van een moskee gelegen bij het winkelcentrum De Clomp toebehorende aan Stichting El Moslimen El Matakhine heeft beschadigd door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk de tekst: "alle moslims in de concentratiekamp" en hakenkruizen op de muur/muren en het raam/de ramen van de moskee gelegen bij het winkelcentrum De Clomp te verven/spuiten;

5.

op 24 mei 2009 te Bunnik wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [getuige 2] en [X], terwijl verdachte zonder voorkennis van de rechthebbenden en anders dan ten gevolge van vergissing binnengekomen, aldaar wordt aangetroffen in de voor de nachtrust bestemde tijd;

6. primair

op 12 april 2009 te Zeist ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die[slachtoffer 1] met een stuurslot op/tegen zijn hoofd en lichaam heeft geslagen en die [slachtoffer 1] op/tegen zijn hoofd heeft gestompt/geslagen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

7. subsidiair

op 12 april 2009 te Zeist opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] in/tegen het gezicht heeft geslagen/gestompt en [slachtoffer 3] tegen de mond heeft geslagen/gestompt, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] pijn hebben ondervonden;

8.

omstreeks 11 april 2009 te Zeist opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken] toebehorende aan [benadeelde 8] heeft beschadigd door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met een hard voorwerp meerdere ruiten van genoemde auto in te slaan en meerdere deuken in het dak en het rechterachterportier en de deurstijl van het rechterachterportier van genoemde auto te slaan;

9.

omstreeks 10 april 2009 te Zeist opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken] toebehorende aan [slachtoffer 1] heeft beschadigd door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met een hard voorwerp meerdere ruiten van genoemde auto in te slaan en op het dak en de motorkap van genoemde auto te slaan/krassen;

10.

omstreeks 12 april 2009 te Zeist opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, merk Volkswagen, type Bora, kenteken [kenteken] toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft beschadigd door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met een hard voorwerp meerdere ruiten van genoemde auto in te slaan en meerdere deuken en butsen in genoemde auto te slaan;

11.

omstreeks 10 april 2009 te Zeist opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, merk Audi, type A4, kenteken [kenteken] toebehorende aan [getuige 3] heeft beschadigd door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met een hard voorwerp meerdere ruiten van genoemde auto in te slaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 3: Zich in het openbaar bij geschrift of afbeelding opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst

en Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen

Feit 5: In de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen

Feit 6 primair: Poging tot zware mishandeling

Feit 7 subsidiair: Mishandeling

Feit 8 tot en met 11: Telkens, opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen

4.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk.

Als bijzondere voorwaarde heeft de officier van justitie Reclasseringstoezicht gevorderd, ook als dat inhoudt een psychiatrische behandeling door het Sociaal Psychiatrische Behandelcentrum/Altrecht te Zeist of een soortgelijke instelling.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om aan verdachte op te leggen geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan het voorarrest en subsidiair een werkstraf.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een groep mensen vanwege hun godsdienst door hakenkruizen en discriminerende teksten op ramen en muren te spuiten met verf waardoor een moskee is beschadigd. Dit getuigt van geen respect voor zijn medemens en zorgt voor grote onrust onder de Moslimgemeenschap en de maatschappij. Dit gedrag is onacceptabel. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan huisvredebreuk door zonder toestemming binnen te dringen in het huis van een ander op een tijdstip laat in de avond. Dit soort gedrag zorgt voor gevoelens van onveiligheid. Ten slotte heeft verdachte drie mensen mishandeld waarvan er bij één sprake was van een poging tot zware mishandeling. Dit gedrag van verdachte komt voort uit een langdurende ruzie met familieleden van een Marokkaanse familie. In dit kader heeft verdachte ten slotte ook enkele auto’s beschadigd.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d.

28 mei 2009 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten;

- het advies van Reclassering Nederland, d.d. 21 augustus 2009, inhoudende om naast een onvoorwaardelijk strafdeel aan verdachte ook een voorwaardelijk strafdeel op te leggen met Reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. Als bijzondere voorwaarde adviseert de Reclassering een psychiatrische behandeling door het Psychiatrische Behandelcentrum/Altrecht te Zeist of een soortgelijke instelling;

- het Pro Justitia rapport van S.G.K. Hartmann, psycholoog d.d. 14 augustus 2009;

- het Pro Justitia rapport van M.A.M. van der Geld, psychiater d.d. 20 juli 2009.

De conclusie van bovengenoemde psychiater is dat er een zekere mate van causaal verband bestaat tussen de feiten die verdachte heeft gepleegd en de psychiatrische problematiek van verdachte. De psychiater is van mening dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is voor de gepleegde feiten. Er bestaat een gerede kans dat hetgeen is gebeurd zich herhaalt wanneer verdachte zich niet strikt en adequaat laat behandelen voor zijn psychiatrische problematiek. Het advies is om indien een gevangenisstraf aan verdachte wordt opgelegd, naast een onvoorwaardelijk strafdeel, een voorwaardelijk deel te koppelen aan het strikt naleven van de aanwijzingen van het Sociaal Psychiatrisch Centrum te Zeist onder toezicht van de Reclassering. De rechtbank neemt de conclusie wat betreft de toerekenbaarheid over en maakt deze tot de hare en zal hiermee rekening houden in de strafmaat.

Alles overwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan

9 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

De voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar maakt een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk en kan tevens dienen als een “stok achter de deur” ten einde verdachte aan te scherpen zich ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Als bijzondere voorwaarde dient verdachte zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een psychiatrische behandeling door het Psychiatrische Behandelcentrum/Altrecht te Zeist of een soortgelijke instelling.

6 De benadeelde partij

Overweging ten aanzien van feit 4

De navolgende benadeelde partijen vorderen ieder een schadevergoeding voor feit 4:

- [benadeelde 1] ad € 3.488,43

- [benadeelde 2] ad € 3.677,10

- [benadeelde 3] ad € 350,00

- [benadeelde 4] ad € 1.766,46

- [benadeelde 5] ad € 3.215,06

- [benadeelde 6] ad € 1.510,37

- [benadeelde 7] ad € 3.573,07

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de bovengenoemde benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

De benadeelde partij [benadeelde 9] vordert tevens een schadevergoeding ad € 2000,75 voor feit 4.

Nu [benadeelde 9] niet op de tenlastelegging staat vermeld en derhalve niet als slachtoffer van een mogelijk strafbaar feit kan worden aangemerkt, zal de rechtbank hem niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Overweging ten aanzien van feit 10

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 4.951,24 voor feit 10.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 Het beslag

7.1 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten: het stuurslot, aan [slachtoffer 2], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

7.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten: de fiets, aan verdachte, aangezien het voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 45, 57, 137c, 138, 300, 302, 350 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2, 4 en 7 primair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 3: Zich in het openbaar bij geschrift of afbeelding opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst

en Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen

feit 5: In de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen

feit 6 primair: Poging tot zware mishandeling

feit 7 subsidiair: Mishandeling

feit 8 tot en met 11: Telkens, opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een psychiatrische behandeling door het Sociaal Psychiatrische Behandelcentrum/Altrecht te Zeist of een soortgelijke instelling, zolang als de Reclassering of de instelling dat nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

-Beslag

- gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen voorwerp,

te weten: de fiets;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende [slachtoffer 2] van het in beslag genomen voorwerp, te weten: het stuurslot;

Benadeelde partijen

ten aanzien van feit 4

- verklaart de navolgende benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat die vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht:

- [benadeelde 1]

- [benadeelde 2]

- [benadeelde 3]

- [benadeelde 4]

- [benadeelde 5]

- [benadeelde 6]

- [benadeelde 7]

- [benadeelde 9]

ten aanzien van feit 10

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 4.951,24 ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2] € 4.951,24 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 59 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Wagenmakers, voorzitter, mr. A. Wassing en

mr. M.P. Gerrits-Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.B. Kleemans, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 september 2009.

Mr. Gerrits-Janssens buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.