Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7635

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-09-2009
Datum publicatie
15-09-2009
Zaaknummer
16-600513-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld door twee of meer verenigde personen en/of afpersing, waarbij verdachte en de medeverdachte zich beroepen op hun zwijgrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600513-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 september 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1989] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans verblijvende in het Penitentiair Ziekenhuis, unit 5 te ‘s-Gravenhage

raadsman mr. R.H. Wormhoudt, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 18 augustus 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 6 mei 2009 te Abcoude, samen met een ander een semi-automatisch vuurwapen voorhanden heeft gehad

2. in de periode van 1 april tot en met 6 mei 2009 samen met een ander een gewapende overval heeft voorbereid

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] alsmede op de kleding van verdachte en zijn mededader en overige bij hen aangetroffen goederen, in het bijzonder voor wat het onder 2 tenlastegelegde feit betreft, op het in de slaapkamer van verdachte aangetroffen plan van aanpak voor een overval, kennelijk op een woning.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 1 ten laste gelegde feit. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar de schijn tegen heeft, hetgeen mede gevoed wordt door de overige omstandigheden van het geval, maar dat dit onvoldoende is om te bewijzen dat verdachte weet had van het feit dat de medeverdachte het wapen bij zich had. Ook de omstandigheid dat het wapen met munitie is aangetroffen in de nabijheid van verdachte rechtvaardigt niet de conclusie dat verdachte het wapen voorhanden heeft gehad. Van enige bewustheid op het voorhanden hebben van het wapen en de munitie aan de zijde van verdachte is niet gebleken. Ook is niet gebleken van een nauwe samenwerking met de medeverdachte zodat het ten laste gelegde medeplegen niet bewezen kan worden.

Verdachte dient dan ook van het onder 1 ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte en de medeverdachte zijn aangetroffen onder omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven om te veronderstellen dat zij op pad waren om een overval te plegen, maar dat die conclusie feitelijk onvoldoende houvast biedt. Verdachte was niet op de hoogte van de inhoud van de sporttas en heeft geen sporttas of rol tape voorhanden gehad. Ook wist verdachte niet dat de medeverdachte in het bezit was van een mes.

Dat later op de kamer van verdachte een plan van aanpak is aangetroffen wettigt nog niet de conclusie dat verdachte en de mededader op pad waren om een overval te plegen. Daar is meer voor nodig aldus de raadsman.

Het enkele feit dat verdachte in het bezit was van een bivakmuts en latex handschoenen en rondreed op een bromfiets die niet van hem was rechtvaardigt niet het strafrechtelijk verwijt dat verdachte bezig was met de voorbereiding van een overval. Niet is gebleken met welk doel verdachte en de medeverdachte rondreden onder opmerkelijke omstandigheden. Dit is onvoldoende redengevend om te kunnen stellen dat verdachte een overval voorbereidde.

Het aantreffen van het plan van aanpak bij verdachte thuis en de omstandigheden rond de aanrijding dienen elk op hun eigen merites te worden beoordeeld.

De raadsman heeft aangevoerd dat het plan van aanpak slechts een resultaat is van een uit de hand gelopen fantasie van een paar pubers die, zoals de raadsman het heeft verwoord, “behoorlijk de weg kwijt waren”.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 6 mei 2009 krijgt de politie melding van een ongeval tussen een personenauto en een scooter te Abcoude. De scooter werd bestuurd door verdachte. De medeverdachte [medeverdachte] zat als passagier achterop.

Door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] is verklaard dat zij hebben gezien dat de passagier van de scooter na het ongeval met een sporttas naar de bosjes, gelegen aan de overkant van de weg, is gerend en dat hij kort daarna met de sporttas, die op dat moment geopend was, terugkwam.

De getuige [getuige 2] is zelf in de bosjes gaan kijken en zag daar een schone, droge vuilniszak. Dit terwijl het de nacht ervoor geregend had. De getuige zag dat uit de vuilniszak een soort handvat stak. Zij dacht aan het handvat van een geweer.

Door de ter plaatse gekomen verbalisant werd geconstateerd dat verdachte onder zijn helm een bivakmuts droeg. De verbalisant zag ook dat zowel verdachte als de passagier van de scooter onder hun gewone stoffen handschoenen, blauwe latex handschoenen droegen.

Bij de medeverdachte werd ook nog een dubbelsnijdend mes van 10,5 cm. aangetroffen.

In de sporttas werd een rol zogeheten ducktape (de rechtbank begrijpt duct tape) gevonden en in de buddyseat van de scooter trof verbalisant nog een bivakmuts, handschoenen en een rol duct tape aan.

Op aanwijzingen van de getuige [getuige 2] vond de politie in de bosjes een doorgeladen shot-gun met munitie. Het mes, de zwarte handschoenen, de blauwe latex handschoenen, de bivakmutsen, de zwarte helmen, de zwart-rode sporttas, de tape en de bromfiets zijn in beslag genomen. Ook het geweer is door de politie in beslag genomen.

Het wapen en de munitie zijn door de technische recherche onderzocht. Daaruit is gebleken dat het geweer een semi-automatisch wapen is in de zin van categorie II van de Wet Wapens en Munitie . De loop was afgezaagd en er bleek een patroon aanwezig in de kamer.

De in beslag genomen bromfiets bleek ongeveer 3 weken eerder in Amsterdam te zijn ontvreemd. Het contactslot was verbroken.

Naar aanleiding van de combinatie van de bivakmutsen, de latex handschoenen onder de gewone handschoenen, de rollen tape en het aangetroffen geweer is zowel bij verdachte als bij de medeverdachte op 7 mei 2009 een zogenaamde huiszoeking gedaan.

Bij die huiszoeking is op of in een bureautje in de slaapkamer van verdachte onder meer een plan van aanpak met plattegrond gevonden met als titel “Plan van aanpak (operatie Amstelveen)” . In dit plan van aanpak zijn een drietal onderwerpen benoemd, te weten “Brainstormen”, “Benodigdheden” en “Werkwijze”. In het stukje “Brainstormen” staat centraal geschreven “operatie Amstelveen” met daarom heen een aantal items zoals pistool, 2 kluizen, overval, tape/kabel. sieraden ter waarde van 400.000, vuilniszakken, min. praten, handschoenen, tuin, max. 15 min.

In het stukje “Benodigdheden” staat vermeld:

- bivakmutsen 2x

- pistool

- latexhandschoenen 2x paar

- paardenhandschoenen 2x paar

- rugzak 2x

- horloge

- vuilniszakken 6x

- tape 2x

- helm 2x

- scooter

- nijptang

In het stukje “Werkwijze” staat geschreven:

[verdachte] & [medeverdachte]: komen 06.00 daar aan. Gaan we in de tuin. Wachten tot iemand naar buiten komt. Gelijk mond tapen en naar binnen. Hond vast maken. In de tussentijd houdt [verdachte] iedereen onder schot. Iedereen op de grond. Kluis in de woonkamer en eentje in de slaapkamer. Eerst kluis in de woonkamer openen. Pistool op slachtoffer hoofd.

Op basis van het hierbovengenoemde overweegt de rechtbank het volgende:

- verdachte zat als bestuurder op de scooter, die een aanrijding kreeg in Abcoude;

- verdachte en de medeverdachte droegen onder hun gewone handschoenen, ook blauwe latex handschoenen;

- in de sporttas die de medeverdachte bij zich had, werd een rol tape aangetroffen evenals in de buddyseat van de scooter waarop zij reden;

- verdachte droeg onder zijn helm een bivakmuts;

- in die buddyseat bevond zich nog een bivakmuts;

- in de kleding van de medeverdachte heeft de politie een dubbelsnijdend mes met een lemmet van 10,5 cm. aangetroffen;

- in de directe nabijheid van de plaats van het ongeval werd een shotgun aangetroffen die voor direct gebruik geschikt was;

- Getuigen hebben gezien dat de medeverdachte direct na de aanrijding met de auto met de sporttas naar de plaats is gelopen waar later de shotgun werd aangetroffen;

- de dag na het ongeval is bij een doorzoeking in de woning van verdachte een plan van aanpak gevonden, zoals hiervoor beschreven.

- de voornaam van de medeverdachte is “[medeverdachte]” en de roepnaam van verdachte is “[verdachte]”;

- in dat plan van aanpak worden onder het kopje “Werkwijze” [verdachte] en [medeverdachte] genoemd als degenen die de daar beschreven overval gaan uitvoeren.

Alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden zijn in onderlinge samenhang en verband beschouwd naar het oordeel van de rechtbank redengevend voor de conclusie dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het voorbereiden van - kort gezegd - een gewapende overval. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte, ondanks herhaalde vragen, geen enkele redelijke uitleg heeft gegeven die een andere verklaring geeft voor deze omstandigheden en dit gedrag. De rechtbank neemt om dezelfde reden als vaststaand aan dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte en dat verdachte en zijn medeverdachte het betreffende vuurwapen samen in hun bezit hebben gehad.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. op 6 mei 2009 te Abcoude, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie II, te weten een enkelloops hagelgeweer (merk Franchi, kaliber 12, semi-automatisch) met afgezaagde loop en munitie van categorie II, te weten drie patronen (kaliber 12, trio target load), voorhanden heeft gehad.

2. hij in de periode van 1 april 2009 tot en met 6 mei 2009 te Abcoude en/of Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf om

- tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader en daarbij de voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen anderen, en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan een andere deelnemer van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een ander te dwingen tot afgifte van geld en/of goederen zijn zijn/hun gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

opzettelijk een vuurwapen en een mes en bivakmutsen en latex handschoenen en een rol tape en een sporttas en een plan van aanpak,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft vervaardigd en voorhanden heeft

gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1 De strafbaarheid van de feiten

Strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

1. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie 2;

2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

3. medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweldpleging door twee of meer verenigde personen of medeplegen van afpersing.

4.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden met aftrek van het voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de inbeslaggenomen goederen verbeurd zullen worden verklaard met uitzondering van het beslaggenomen plan van aanpak dat aan het verkeer dient te worden ontrokken.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte ten gevolge van het ongeluk voor de rest van zijn leven gehandicapt is aan een been en hij hierdoor geconfronteerd blijft met lichamelijke beperkingen. De raadsman is van mening dat, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen van één of meer ten laste gelegde feiten, hieraan enige waarde moet worden toegekend bij het bepalen van de op te leggen straf.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte geen strafblad heeft en dat de eis van de officier van justitie geen recht doet aan de ten laste gelegde feiten. Een gevangenisstraf van zo’n lange duur heeft grote consequenties voor de toekomst van verdachte. De raadsman heeft tenslotte aangevoerd dat, mochten de feiten bewezen worden verklaard, naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf gelijk aan het voorarrest een taakstraf op zijn plaats is met een forse voorwaardelijke straf als waarschuwing en om verdachte in het gareel te houden.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Door gebruik te maken van zijn zwijgrecht weigert verdachte rekenschap af te leggen van en verantwoording te nemen voor hetgeen hij kennelijk van plan was. Daarom en omdat bij de politie niet bekend was dat (kort) tevoren een gewapende overval was gepleegd, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat verdachte met zijn mededader met een voor onmiddellijk gebruik gereed wapen, een zogenaamde riot-gun, op weg was om een overval te plegen. Mocht het tot een uitvoering van dit plan zijn gekomen, dan is niet ondenkbeeldig dat daarbij slachtoffers zouden kunnen vallen. Een vuurwapen pleegt immers niet doorgeladen te worden als de dader nooit van plan is geweest te schieten. Met alle mogelijke en niet aanvaardbare consequenties van dien.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder door de strafrechter veroordeeld is.

Dat verdachte bij de aanrijding ernstig beenletsel heeft opgelopen acht de rechtbank geen omstandigheid die tot strafvermindering kan leiden.

Verdachte heeft dit letsel aan zijn eigen toedoen te wijten.

Ondanks dat verdachte een blanco strafblad heeft en nog relatief jong is zal de rechtbank aan verdachte een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de ernst en het gewelddadige karakter van de bewezenverklaarde feiten dat rechtvaardigen en verdachte hiervoor geen verantwoordelijkheid wenst te nemen.

5.4 De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat het onder 2 bewezenverklaarde feit is voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

5.5 De onttrekking aan het verkeer

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp

is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat dit voorwerpen tot het begaan van het feit is vervaardigd of bestemd.

Verder is dit voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan

in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36c, 46, 47, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 55 van de Wet Wapens en Munitie.

7 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:1. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie 2;.

2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 2: medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweldpleging door twee of

meer verenigde personen of medeplegen van afpersing

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van DRIE (3) JAREN;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

-verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- een zwarte bivakmuts,

- 2 handschoenen, kleur zwart, maat XL,

- 2 latex disposable handschoenen, kleur blauw en

- een helm, kleur zwart, model potje met wegdraaibaar brilvizier.

-verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

- 2 stuks papier A.1.A met tekst plan van aanpak operatie Amstelveen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter, mr. E.F. Bueno en mr. M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 september 2009.