Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7029

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-03-2009
Datum publicatie
07-09-2009
Zaaknummer
610634 UE VERZ 09-31 MVV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Appartemenstrecht. Portiekwoning. Machtiging ex art. 5:121 lid 1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 610634 UE VERZ 09-31 MVV

beschikking d.d. 27 maart 2009

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats]

verder ook te noemen: [verzoeker],

verzoekende partij,

tegen:

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen: [verweerder],

procederende in persoon,

verwerende partij.

Verloop van de procedure

[verzoeker] heeft op 12 januari 2009 een verzoekschrift ingediend.

[verzoeker] heeft nadere producties ingediend.

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 18 maart 2009 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

Motivering

De feiten

1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

1.1

Bij een op [1976] voor G.H. van Empel, notaris te Utrecht, verleden akte van splitsing is het woonhuis met afzonderlijke bovenwoning, gelegen aan de [adres] gesplitst in twee appartementsrechten. Het splitsingsreglement is opgesteld op basis van het modelreglement 1973 van de KNB.

1.2

Bij splitsing is ontstaan de vereniging van eigenaars “Vereniging van Eigenaars Van [adres]” (hierna: de VVE).

1.3

[verzoeker] is eigenaar van het appartementsrecht dat - onder meer - recht geeft op het uitsluitend gebruik van de woning plaatselijk bekend [adres], [verweerder] is eigenaar van het appartementsrecht dat - onder meer - recht geeft op het uitsluitend gebruik van de bovenwoning plaatselijk bekend [adres]/bis.

1.4

Bij besluit van 21 oktober 2008 heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht de VVE een last onder dwangsom opgelegd omdat de staat van het pand aan de [adres]/[bis] in strijd is met bepalingen van het Bouwbesluit. Bij het besluit is een lijst gevoegd met de maatregelen welke getroffen moeten worden vóór 1 mei 2009, op straffe van verbeurte van een dwangsom door de VVE van € 7.000,-.

1.5

De maatregelen welke getroffen moeten worden betreffen een groot aantal maatregelen tot herstel van de basiskwaliteit van de (constructieve) veiligheid en gezondheid aan de gemeenschappelijke gedeelten van het pand die deel uitmaken van de bovenwoning.

Het verzoek

2.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter hem op grond van artikel 5:121, lid 1, BW te machtigen tot het verrichten van - samengevat - de werkzaamheden waarvoor de VVE door het College is aangeschreven en deze te doen uitvoeren voor rekening van [verweerder], met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.

[verzoeker] stelt ter onderbouwing van zijn verzoek, samengevat en zakelijk weergeven, dat hij al jarenlang, sinds 2000, tevergeefs tracht [verweerder] te bewegen tot het verrichten van onder-houdswerkzaamheden aan zijn bovenwoning. [verweerder] heeft ook een voor de aanschrijving door de gemeente gestelde termijn om de maatregelen te treffen niet benut. Een en ander heeft ertoe geleid dat de VVE zich thans geconfronteerd ziet met de last onder dwangsom. [verzoeker] heeft zelf altijd de gemeenschappelijke gedeelten die deel uitmaken van zijn woning op zijn kosten onderhouden.

Het verweer

3.

[verweerder] betoogt ter verweer dat hij voor 1 mei 2009 de opgelegde werkzaamheden zal ver-richten. Tevens verzoekt hij om uitstel van twee maanden tot 1 juli 2009 in verband met weersinvloeden. De opdrachten zullen conform de offertes worden uitgevoerd, aldus [verweerder].

De beoordeling

4.

De kantonrechter zal het verzoek toewijzen.

4.1

De kantonrechter overweegt daartoe allereerst dat is gebleken dat de VVE een “slapend” bestaan lijdt. Dat neemt niet weg dat de VVE op basis van de wet en het splitsingsreglement verantwoordelijk is voor het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten van het pand.

De kantonrechter verstaat het verzoek van [verzoeker] zo dat hij het verzoek heeft gedaan mede namens de VVE. Een al te formele interpretatie van artikel 5:121 BW zou er in gevallen als de onderhavige, waarin een slapende tweemans VVE bestaat, toe leiden dat een patstelling ontstaat in de besluitvorming, althans de door de VVE te nemen stappen onnodige vertraging oplopen, vanwege de weigerachtige of trainerende opstelling van het enige andere lid van de VVE.

In situaties als de onderhavige, waarin, zo blijkt uit de aanschrijving van het College, de veiligheids- en gezondheidssituatie van de bewoners en gebruikers van het pand in het gedrang is, is dat niet acceptabel.

4.2

Voorts overweegt de kantonrechter dat de door [verzoeker] gestelde feiten en omstandigheden leiden tot de conclusie dat [verweerder] zijn medewerking aan of toestemming tot het verrichten van gemelde werkzaamheden zonder redelijke grond weigert. [verweerder] heeft weliswaar gesteld dat hij wel van plan is om de werkzaamheden te doen uitvoeren, maar die stelling acht de kantonrechter niet geloofwaardig: [verzoeker] vraagt al sinds 2000 bij [verweerder] aandacht voor het (groot) onderhoud van het pand, [verweerder] heeft ook de door de gemeente bij haar vooraankondiging gegunde termijn laten verlopen en ook ter zitting, een kleine twee maanden voor het einde van de door de gemeente gestelde fatale termijn, heeft [verweerder] zijn stelling dat hij het groot onderhoud zal laten uitvoeren niet kunnen onderbouwen met stukken waaruit blijkt dat hij die opdracht heeft verleend. De in de door [verweerder] overgelegde offerte van een schildersbedrijf opgenomen beperkte werkzaamheden staan in schril contrast met de wezenlijke (constructieve) werkzaamheden die aan het pand moeten worden verricht.

De door [verweerder] gekozen passieve en vertragende opstelling komt naar het oordeel van de kantonrechter overeen met een weigering zijn medewerking of toestemming te verlenen.

4.3

Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen, zoals verzocht, dat de kosten van de te verrichten werkzaamheden volledig worden gedragen door [verweerder].

4.4.

[verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verzoeker].

Beslissing

De kantonrechter:

- machtigt [verzoeker] c.q. de VVE tot verrichten van al die handelingen welke nodig zijn om te voldoen aan de door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht opgelegde last onder dwangsom van 21 oktober 2008;

- bepaalt dat de kosten welke gepaard gaan met die handelingen volledig ten laste komen van [verweerder];

- veroordeelt [verweerder] in de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] c.q. de VVE, tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 507,-, waarin begrepen € 400,- aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2009.