Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ6455

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-08-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
SBR 08-932
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dit geding betreft de weigering van het Uwv om op grond van artikel 35 van de Wet WIA aan eiser een SpeechEasy (een apparaat dat stotteren tegen zou gaan) toe te kennen omdat deze voorziening niet als een adequate en specifieke werkvoorziening kan worden beschouwd. Volgens het Uwv is het nut en effect van de SpeechEasy, bij gebrek aan onderzoek daarnaar, nog onvoldoende duidelijk.

Uit artikel 2, derde lid, van het Re-integratiebesluit, volgt dat verweerder niet kan worden gehouden een voorziening te verlenen waarvan het nut en effect (nog) onvoldoende duidelijk is. Het Uwv verwijst in dit verband naar een gedragslijn, neergelegd in een landelijke mailinstructie van

30 november 2007. Deze gedragslijn kan de rechterlijke toets doorstaan. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de door de producent van de SpeechEasy gepleegde onderzoeken onvoldoende inzicht bieden in het effect van de SpeechEasy op de lange termijn. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel gaat niet op nu het door eiser genoemde toekenningsbesluit is genomen voordat genoemde gedragslijn was ontwikkeld. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 08/932

uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 28 augustus 2009

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

tegen

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

verweerder.

Inleiding

1.1 Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 februari 2008, waarbij verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 3 januari 2008 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder de door eiser ingediende aanvraag voor een vergoeding van een SpeechEasy op grond van de Wet inkomen en werk naar arbeidsvermogen (Wet WIA) geweigerd.

1.2 Het beroep is behandeld ter zitting van 23 januari 2009, waar eiser in persoon en met zijn gemachtigden C. de Lange en I. Pans is verschenen. Namens verweerder is verschenen

F. Snatager, werkzaam bij het Uwv.

1.3. Na de behandeling van het beroep ter zitting is de rechtbank gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank heeft derhalve met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek heropend en het vooronderzoek hervat. Verweerder is voorts in de gelegenheid gesteld te reageren op hetgeen eiser ter zitting naar voren heeft gebracht.

1.4 Nadat partijen schriftelijk op elkaars stellingen hebben gereageerd en nadat partijen hiervoor toestemming hebben gegeven, heeft de rechtbank op 10 juni 2009 het onderzoek zonder nadere zitting gesloten.

Overwegingen

2.1 Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.2 Eiser stottert sinds zijn kindertijd en ondervindt hiervan in de uitoefening van zijn werkzaamheden als hoofd logistiek bij OBO Betterman Nederland B.V. veel belemmeringen. Op 10 december 2007 heeft eiser verweerder verzocht om vergoeding van de kosten van een ten behoeve van hem aan te schaffen apparaat om stotteren tegen te gaan, een zogenaamde SpeechEasy, voor een totaal bedrag van € 4.000,-.

2.3 Bij besluit van 3 januari 2008 heeft verweerder de aanvraag van eiser geweigerd en zich op het standpunt gesteld dat de SpeechEasy niet als een adequate en specifieke voorziening wordt beschouwd, omdat het nut en het effect van de SpeechEasy bij gebrek aan onderzoek daarnaar onvoldoende duidelijk is. Het door eiser tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft verweerder bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2.4 Eiser heeft in beroep aangevoerd dat er wel degelijk voldoende klinisch onderzoek bestaat waaruit het effect en nut van de SpeechEasy op lange termijn blijkt. In dit kader verwijst eiser naar de onderzoeken die zijn gepubliceerd op de website van MedSy, de distributeur van de SpeechEasy. Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat hij de SpeechEasy zelf heeft getest en daarbij het positieve effect van de SpeechEasy zelf heeft ondervonden. Gelet hierop kan de SpeechEasy wel degelijk worden aangemerkt als een adequate en specifieke werkvoorziening.

Eiser heeft voorts gesteld dat verweerder in een ander geval wel een vergoeding heeft toegekend voor de aanschaf van een SpeechEasy.

2.5 Ingevolge artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA, voor zover hier van belang, kan het Uwv aan de persoon met een naar het oordeel van het Uwv structurele functionele beperking, en die arbeid in dienstbetrekking verricht, op aanvraag voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

In artikel 35, tweede lid, van de Wet WIA wordt een limitatieve opsomming gegeven van voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. Onder c wordt daarbij vermeld: meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingsplaats of de proefplaats en de bij de arbeid of opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de persoon, bedoeld in lid 1, zijn afgestemd.

Ingevolge het vierde lid van dit artikel kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Die regels van het vierde lid van artikel 35 van de Wet WIA zijn neergelegd in het Reïntegratiebesluit (Besluit van 5 december 2005, Staatsblad 618, zoals dit besluit laatstelijk is gewijzigd per 1 januari 2007). In dat besluit zijn onder meer regels gegeven over de verstrekking van arbeidsplaatsvoorzieningen.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit, voor zover hier van belang wordt een subsidie als bedoeld in artikel 35 van de Wet WIA, niet verstrekt respectievelijk verleend indien het kosten van een voorziening of een voorziening betreft: a. die algemeen gebruikelijk is; of b. waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is.

Uit het derde lid van artikel 2 van het Reïntegratiebesluit volgt dat bij de beoordeling en berekening van de kosten en de verlening van een voorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening.

2.6 Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat het nut en het effect van de SpeechEasy, bij gebrek aan onderzoek daarnaar, onvoldoende duidelijk is. Om die reden kan deze voorziening niet als een adequate en specifieke werkvoorziening worden beschouwd. Daarnaast heeft verweerder betoogd dat zijn besluit waarbij in een ander geval wel een vergoeding voor de aanschaf van een SpeechEasy is uitgekeerd, is genomen voordat zijn beleid ten aanzien van dergelijke vergoeding aan de betrokken afdelingen is gecommuniceerd.

2.7 De rechtbank overweegt als volgt. Aan de weigering een vergoeding toe te kennen ligt de landelijke mailinstructie van verweerder van 30 november 2007 ten grondslag. Deze mailinstructie is kennelijk een door verweerder ontwikkelde gedragslijn hoe om te gaan met (toekomstige) aanvragen van hulpmiddelen tegen stotteren. De conclusie van de mailinstructie is dat apparaten tegen stotteren, waaronder de SpeechEasy, niet als een adequate en specifieke werkvoorziening kunnen worden beschouwd, omdat het nut en effect van deze voorzieningen, bij gebrek aan onderzoek daarnaar, onvoldoende duidelijk is.

2.8 De rechtbank staat voor beantwoording van de vraag of deze gedragslijn de rechterlijke toets kan doorstaan. Naar het oordeel van de rechtbank moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. Voorts overweegt de rechtbank dat mede gelet op artikel 2, derde lid, van het Reïntegratiebesluit, waaruit volgt dat een voorziening te allen tijde adequaat dient te zijn, verweerder niet kan worden gehouden een voorziening te verlenen waarvan het nut en effect (nog) onvoldoende duidelijk is. Weliswaar is er door de producent onderzoek gedaan naar het effect van de SpeechEasy, doch de rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze onderzoeken onvoldoende inzicht bieden in het effect van de SpeechEasy op de lange termijn. Daarbij is van belang dat het aantal proefpersonen dat heeft deelgenomen aan deze onderzoeken te laag is om aan de uitkomst van deze onderzoeken een doorslaggevende betekenis toe te kennen.

2.9 Voor zover eiser met zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft bedoeld te stellen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder van de gedragslijn had moeten afwijken, overweegt de rechtbank dat zij eiser hierin niet volgt. Immers, in de situatie waarop eiser doelt, heeft verweerder het toekenningsbesluit genomen voordat de gedragslijn was ontwikkeld op grond waarvan verweerder in het onderhavige geval de vergoeding heeft geweigerd. Van bijzondere omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank derhalve geen sprake.

2.10 Gelet op het voorgaande heeft verweerder de door eiser gevraagde vergoeding dan ook in redelijkheid kunnen weigeren. Hetgeen door eiser in beroep is aangevoerd kan niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank Utrecht,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. S. Wijna en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2009.

De griffier: De rechter:

mr. S.A.J. Nibourg mr. S. Wijna

(de griffier is verhinderd

deze uitspraak te tekenen)

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Let wel

Ook als u in deze uitspraak (gedeeltelijk) in het gelijk bent gesteld, kan het van belang zijn hoger beroep in te stellen voor zover de rechtbank gronden uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen en u daar niet in wilt berusten.