Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ3832

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-06-2009
Datum publicatie
27-07-2009
Zaaknummer
257740 / HA ZA 08-2286
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet gebleken van causaal verband tussen in 1999 verrichte bouwwerkzaamheden in woning en scheurvorming/verzakking in/van de woning in 2008

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

257740 / HA ZA 08-228610 juni 2009

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 257740 / HA ZA 08-2286

Vonnis van 10 juni 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. C.A. Hage,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[X] BOUW, V.O.F.,

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. L.A. Agterberg.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• het tussenvonnis van 4 februari 2009

• het proces-verbaal van comparitie van 23 april 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagden] c.s. heeft in 1999 in opdracht en voor rekening van [eiseres] in haar woning aan de [adres] te [woonplaats] bouwwerkzaamheden verricht.

2.2. Tussen partijen is een geschil gerezen omtrent de door [eiseres] niet betaalde facturen en de deugdelijkheid van de door [gedaagden] c.s. verrichte werkzaamheden. In verband daarmee hebben partijen in 1999 een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank, bekend onder zaaknr./rolnr. 108610/HAZA 999/2167.

2.3. De rechtbank heeft in het kader van die procedure ir. J.C.A. van den Bergh, verbonden aan het Bureau voor Bouwpathologie BB te Harmelen, als deskundige benoemd. Voormelde deskundige heeft van zijn bevindingen een rapport, gedateerd 8 november 2001 opgemaakt, hierna te noemen rapport 2001.

2.4. De rechtbank heeft in het vonnis van 9 april 2003 de conclusies/antwoorden van de deskundige overgenomen en heeft de door [eiseres] geleden schade conform het advies van de deskundige vastgesteld, alsmede het door de deskundige geconstateerde niet uitgevoerde werk en de het daarmee gemoeid zijnde bedrag aan minderwerk.

2.5. [eiseres] heeft, nadat zij in februari 2008 verzakkingen van de vloeren en scheurvorming in de wanden had geconstateerd, aan het Zuid-Nederlandse Expertisebureau B.V. te Breda de opdracht verstrekt een onderzoek te verrichten naar de oorzaak van de verzakking van de vloeren en de scheurvorming. Op 14 maart 2008 en 7 mei 2008 is de woning namens het Zuid-Nederlandse Expertisebureau B.V. bezocht. Van de bevindingen is een expertiserapport, gedateerd 3 juni 2008, opgemaakt, hierna te noemen rapport 2008.

In het rapport worden de herstelkosten geraamd op EUR 23.000,--.

2.6. Bij brief van 9 mei 2008 is [gedaagden] c.s. namens [eiseres] gesommeerd binnen 30 dagen de door haar geconstateerde gebreken te herstellen. [gedaagden] c.s. heeft niet aan die sommatie voldaan.

2.7. Bij brief van 13 juni 2008 is [gedaagden] c.s. namens [eiseres] aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade en gesommeerd tot betaling van de schade binnen 7 dagen. Ook aan die sommatie heeft [gedaagden] c.s. niet voldaan.

2.8.De vennootschap onder firma die in 1999 de bouwwerkzaamheden heeft uitgevoerd en waarvan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] beiden vennoot waren, is per 1 januari 2008 ontbonden. [gedaagde sub 1] heeft de onderneming als eenmanszaak voortgezet.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert -samengevat- dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van EUR 26.196,95, vermeerderd met de wettelijke rente over EUR 23.000,-- vanaf 20 juni 2008 tot aan de dag van de voldoening en met veroordeling in de kosten van het geding.

3.2. [gedaagden] c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Partijen verschillen van mening omtrent de vraag of de in februari 2008 door [eiseres] geconstateerde gebreken (scheurvorming in de wanden en verzakking van de vloer) al dan niet het gevolg zijn van de door [gedaagden] c.s. in 1999 verrichte werkzaamheden aan de woning.

4.2. De rechtbank stelt voorop dat uit het rapport 2001 blijkt dat de door de rechtbank benoemde deskundige reeds toen zijn oordeel heeft gegeven omtrent de werkzaamheden die niet dan wel niet naar behoren door [gedaagden] c.s. waren uitgevoerd.

4.3. Omtrent de door [eiseres] thans gestelde gebreken, die naar de stelling van [eiseres] hun oorzaak vinden in (i) een niet/niet voldoende oplegging van de stalen kolom op de keldervloer/wand en de stalen draagbalken die op de kolom op de begane grond rusten en (ii) het ontbreken bij slaapkamer 1 op de eerste verdieping van een latei, heeft de deskundige in het rapport 2001 -deels- melding gemaakt.

4.4. Uit het rapport 2001 (bladzijde 5 van dat rapport) blijkt immers dat door [gedaagden] c.s. een stalen balk is aangebracht en daarvoor geen herstelkosten van toepassing zijn. Of het aanhelen van het plafond ter plaatse van de stalen balk is uitgevoerd heeft de deskundige niet kunnen controleren omdat de nieuwe plafonds waren gerealiseerd. Voorts blijkt uit dat rapport (bladzijde 12) dat door [eiseres] aan [gedaagden] c.s. kolommen zijn verstrekt welke [gedaagden] c.s. zou monteren maar dat dit zodanig is gedaan dat het patroon niet doorliep. Voor de (herstel)kosten heeft de deskundige in dat rapport een bedrag van

fl. 3.200,-- (exclusief BTW) geraamd, hetgeen -zoals uit het vonnis van de rechtbank van 9 april 2003 (r.o. 2.9) blijkt- ook aan [eiseres] is toegewezen.

Van een ondeugdelijke oplegging van de stalen kolom op de keldervloer/wand blijkt echter niet uit het rapport 2001.

4.5. Uit het rapport 2001(bladzijde 8) blijkt voorts dat de deskundige heeft geconstateerd dat de aanpassing van de constructie bij slaapkamer 1 niet is uitgevoerd. Daarvoor is door de deskundige een bedrag van fl. 1.200,-- (exclusief BTW) aan minderwerk opgevoerd. Ook dit bedrag is door de rechtbank in het vonnis van 9 april 2003 (r.o. 2.21.) toegewezen.

4.6. Mede in aanmerking nemend de reeds in 2001 door de deskundige geconstateerde gebreken, waarvoor de rechtbank bij vonnis van 9 april 2003 aan [eiseres] een (schade)vergoeding heeft toegekend, is onvoldoende gebleken dat de thans door [eiseres] gestelde gebreken nog aan de handelwijze van [gedaagden] c.s. zijn toe te rekenen dan wel dat de thans door [eiseres] gestelde schade nog het gevolg is van de door [gedaagden] c.s. in 1999 verrichte werkzaamheden.

4.7. Daartoe is tevens mede redengevend dat [eiseres] ter comparitie heeft verklaard dat zij niet alle in het rapport 2001 genoemde noodzakelijke werkzaamheden heeft laten herstellen, waaronder de kolom in de woonkamer die er in 2008 nog steeds stond. Nu zij zelf niet tot herstelwerkzaamheden is overgegaan, kan zij thans niet langer in redelijkheid [gedaagden] c.s. opnieuw tegenwerpen dat [gedaagden] c.s. die werkzaamheden niet deugdelijk heeft uigevoerd.

Dit geldt eveneens voor de ontbrekende latei bij de slaapkamer op de eerste verdieping. De deskundige heeft in 2001 immers al geconstateerd dat de constructie bij slaapkamer 1 nog moest worden aangepast, zodat ook op dat moment de latei reeds ontbrak en [eiseres] de nog uit te voeren werkzaamheden op dit punt niet heeft laten verrichten.

Weliswaar heeft [eiseres] ter comparitie verklaard, dat zij niet weet wat er bedoeld wordt met het “aanpassen van de constructie” en dat zij stelt dat het om de afwerking van de constructie ging, maar bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing van die stelling, moet worden aangenomen dat “het aanpassen van de constructie” ziet op het aanbrengen (na sloop) van een deugdelijke constructie, zoals een latei.

Door na het vonnis van 9 april 2003 niet tot de noodzakelijke herstelwerkzaamheden over te gaan, kan [eiseres] thans niet in redelijkheid [gedaagden] c.s. opnieuw tegenwerpen dat [gedaagden] c.s. die werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd en komen de mogelijke gevolgen daarvan dan ook voor risico van [eiseres].

4.8. Ook indien zou moeten worden aangenomen, dat de door [eiseres] gestelde gebreken door de deskundige in 2001 om wat voor reden dan ook niet zouden zijn geconstateerd, dan nog is niet gebleken dat de door [eiseres] thans gestelde scheurvorming in de wanden en verzakkingen van de vloer zijn ontstaan ten gevolge van een ondeugdelijke oplegging van stalen balken op de benedenverdieping dan wel het ontbreken van de latei op de eerste verdieping.

4.9. Weliswaar blijkt uit het in opdracht van [eiseres] uitgebrachte rapport 2008 dat sprake was van een niet/niet voldoende oplegging van de stalen kolom op de keldervloer/wand en de stalen draagbalken die op de kolom rusten, maar uit die rapportage blijkt niet op grond waarvan de rapporteur tot zijn conclusie komt dat de oorzaak van de verzakking van de vloeren en de scheurvorming daarin is gelegen. In het rapport is dit op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt. Aan die rapportage kan dan ook geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. Dit geldt temeer nu, alhoewel door [eiseres] ter comparitie dit wel is gesteld, uit die rapportage ook niet blijkt dat de rapporteur kennis heeft genomen van het rapport 2001 en hij bovendien niet ingaat op de omstandigheid dat van het thans geconstateerde gebrek aan de kolom in 2001 niet is gebleken.

4.10. Daarnaast is geenszins uitgesloten dat, zoals door [gedaagden] c.s. is gesteld, de verzakking en/of scheurvorming hun oorzaak vindt in de omstandigheid dat er in 2007 op 40 meter van de woning van [eiseres] vanwege nieuwbouw bemaling heeft plaatsgevonden en/of is geheid.

[eiseres] heeft ter comparitie wel verklaard dat in 2008 ook is onderzocht of er verband bestond tussen die bemaling/heien vanwege de nieuwbouw en de verzakking en dat die er naar haar stelling niet was, maar dit blijkt evenmin uit het rapport 2008.

Die verklaring van [eiseres] blijkt ook niet uit het door haar dan wel door haar echtgenoot ingenomen standpunt tegenover de gemeente, zoals verwoord in de door [gedaagden] c.s. als productie 10 bij de conclusie van antwoord in het geding gebrachte Nota van Inspraak. Uit de inhoud daarvan blijkt immers dat [eiseres] dan wel haar echtgenoot het standpunt heeft ingenomen dat door het heien en bemalen de huizen aan de [adres], waaronder de woning van [eiseres], steeds schever zijn gaan staan en dat de gemeente aansprakelijk zou worden gesteld voor de schade. Een en ander geldt temeer nu [eiseres] ter comparitie heeft aangegeven dat al eerder, in de jaren '80, tijdens de bouw van een winkelcentrum scheuren in de woning zijn ontstaan. Zij heeft ook geen deugdelijke onderbouwing gegeven waarom die verzakking en scheurvorming niet een aantal jaren na de door [gedaagden] c.s. verrichte werkzaamheden maar eerst na verloop van negen jaar zijn ontstaan, terwijl het gelet op de door haar gestelde constructiefouten voor de hand had gelegen dat die scheurvorming en verzakking zich al eerder zouden hebben voorgedaan, zoals van de zijde van [gedaagden] c.s. ter comparitie -onweersproken- is betoogd.

4.11. Gelet op het hiervoor vermelde en de gemotiveerde betwisting van de zijde van [gedaagden] c.s. van de stellingen van [eiseres], die geen gespecificeerd bewijsaanbod daarvan heeft gedaan, is niet komen vast te staan dat de door [eiseres] gestelde schade aan [gedaagden] c.s. is toe te rekenen dan wel haar oorzaak vindt in de door [eiseres] gestelde gebreken.

4.12. Reeds op grond van het hiervoor vermelde moet worden geconcludeerd dat het door [eiseres] gevorderde moet worden afgewezen.

Het overige door partijen over en weer gestelde behoeft dan ook geen bespreking meer.

4.13. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De door [gedaagden] c.s. gevorderde hogere proceskosten is op grond van het door [gedaagden] c.s. gestelde niet voor toewijzing vatbaar. [gedaagden] c.s. heeft ook niet aangegeven wat de omvang van die hogere proceskostenveroordeling moet zijn noch deze anderszins gespecificeerd. De kosten aan de zijde van [gedaagden] c.s. worden derhalve zoals gebruikelijk begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 590,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.748,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] c.s. tot op heden begroot op EUR 1.748,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2009.

w.g. griffier w.g. rechterLvR