Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ2708

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-07-2009
Datum publicatie
16-07-2009
Zaaknummer
236597 / HA ZA 07-1728
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisende partij vordert van aandeelhouders een schadevergoeding in verband met het afbreken van de onderhandelingen mbt overname van aandelen in vennootschap die zich bezighoudt met aankoop onroerende zaken voor verhuur en belegging. (zie ook de zaak met het zaaknummer 236923 waarin eisende partij van de vennootschap waarin gedaagde partij de aandelen houdt en waarin de eisende partij ontbinding van de koopovereenkomst met betrekking tot ruim 25 panden vordert alsmede een schadevergoeding gelijk aan de schadevergoeding in deze zaak) Eiswijziging in verband met discussie tussen partijen over de vraag of de vorderingen in beide zaken naast elkaar in afzonderlijke zaken kunnen worden ingesteld. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend.

De rechtbank komt voorts tot de conclusie dat het afgebreken van de onderhandelingen met betrekking tot de aandelen niet onaanvaardbaar is. Vordering wordt dan ook afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 236597 / HA ZA 07-1728

Vonnis van 15 juli 2009

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING HOLLAND HOUSE,

gevestigd te Hilversum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IWR INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Rhoon,

eiseressen,

advocaat mr. J.M. van Noort,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagden,

advocaat mr. J.H.P. Smeets.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk Holland House c.s. en ieder afzonderlijk respectievelijk Holland House en IWR genoemd worden.

Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [gedaagden sub 1 c.s] en ieder afzonderlijk respectievelijk [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 december 2007;

- het proces-verbaal van comparitie van 18 april 2008, waaruit blijkt dat de comparitie van partijen gelijktijdig gehouden is met de comparitie van partijen in de zaak met het zaaknummer/rolnummer 236923/HAZA 07-1769;

- de conclusie van repliek tevens (voorwaardelijke) wijziging van eis, met producties;

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen in verband met benoeming elders.

2. De feiten

2.1. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] houden gezamenlijk de aandelen in de besloten vennootschap Verhuurbedrijf Trefpunt B.V. (hierna te noemen Trefpunt). Trefpunt houdt zich bezig met de aankoop van onroerende zaken voor de verhuur en als belegging.

2.2. [gedaagde sub 1], in de persoon van [X] (hierna te noemen [X]) en [gedaagde sub 2], in de persoon van [Y] (hierna te noemen [Y]) hebben omstreeks 2006 besloten Trefpunt te verkopen. Op hun verzoek is door mr. L.J. Benistant (hierna te noemen Benistant) een “Intentie-overeenkomst overname van aandelen” (concept versie 1 d.d. 25 januari 2007) opgesteld. In dat concept wordt als koper vermeld “XXX Vastgoed B.V.”

2.3. Op 31 januari 2007 heeft [Y], als vertegenwoordiger van de als verkoper aangeduide Trefpunt, ten kantore van notaris Ressel te Maarssen en in aanwezigheid van kandidaat notaris mr. S. Snel, een koopovereenkomst ondertekend met de als koper aangeduide [Z] (hierna te noemen [Z]), die voor zichzelf handelde of voor een nader te noemen meester, en die de overeenkomst eveneens heeft ondertekend.

Die overeenkomst vermeldt -voor zover van belang-:

(…)

verkoper verkoopt aan koper, die van koper koopt:

de volgende registergoederen, met ondergrond en verder toebehoren of het appartementsrecht, plaatselijk en kadastraal bekend:

1.(…)

(…)

26. (…)

en eventueel indien dit naar aanleiding van nader overleg tussen partijen wordt besloten:

27. [adres], (…)

tezamen hierna ook te noemen: “het verkochte”;

De koopprijs bedraagt voor het verkochte:

VIJFMILJOEN VIJFHONDERDVIJFTIGDUIZEND EURO (…)

(…)

Levering

Artikel 7

De leveringsakte zal worden verleden uiterlijk op 1 april 2007 ten overstaan van de notaris, dan wel zoveel eerder als partijen nader overeenkomen.

(…)

Toestemming, machtiging en medewerking van derden/nog te realiseren eigendom

Artikel 13

Ten aanzien van het bij deze verkochte: [adres], (…); zullen partijen nog nader in overleg treden of dit deel uitmaakt van onderhavige verkoop.

(…)

2.4. Bij akte “Aanwijzing nader te noemen meester” d.d. 2 maart 2007 heeft [Z] Holland House en [B] (hierna te noemen [B]) aangewezen als zijn nader te noemen meester als bedoeld in de onder 2.3. vermelde koopovereenkomst. De akte vermeldt voorts dat Holland House en [B] handelen “tevens voor zich of nader te noemen meester”. [Y] is van die aanwijzing d.d. 2 maart 2007 eind maart 2007 telefonisch op de hoogte gebracht door mr. S. Snel.

2.5. Bij akte “Aanwijzing nader te noemen meester” gedateerd 9 maart 2007 heeft [B] IWR aangewezen als zijn nader te noemen meester. Dit is door [B] op 16 juli 2007 per e-mail aan de raadsman van [gedaagden sub 1 c.s], mr. J.H.P. Smeets, meegedeeld.

2.6. Bij e-mail van 16 maart 2007 heeft Benistant aan [B] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Hierbij bevestig ik U het overleg van hedenmorgen. Ik heb dit nog besproken met de heren [X} en [Y] van Trefpunt BV. Er was mij deze week nl. gemeld dat er in januari 2007 een koopovereenkomst is opgesteld t.a.v. de panden. Dit berust op een misverstand. Er is door clienten de afgelopen tijd steeds gesproken over verkoop van de bv.

Het is uitdrukkelijk de bedoeling van clienten dat Trefpunt BV wordt verkocht (de aandelen dus) en niet alleen de panden. De overeenkomst dient dus op dit punt te worden aangepast. U heeft mij gezegd dat dit zal worden omgezet. Wel dient er nog gekeken te worden naar een pand dat volgens U niet in Trefpunt (b)lijkt te vallen. Hierover zal nog nader overleg zijn.

(…)

2.7. [B] heeft in reactie daarop bij e-mail van diezelfde datum aan Benistant meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Zoals u weet staat er in de koopovereenkomst de koop van de panden en niet van de aandelen. Zoals ik u ook aangaf zijn wij nu in onderhandeling over de verkoop van de panden i.p.v. de aandelen in Trefpunt BV omdat dat tot op heden geen optie was. Echter, ik gaf aan dat de optie verkoop van de aandelen ook interessant kan zijn voor een koper, wellicht zelfs interessanter dan koop van de panden en mogelijk ook zonder heffing van overdrachtsbelasting. Om beide opties door de potentiele koper te laten bestuderen heb ik u gevraagd om uitstel te krijgen tot 1 mei voor de levering zodat ik/wij de aandelenvariant kunnen uitwerken en ook met Trefpunt BV de Vpb-latentie kunnen vaststellen (en natuurlijk de garanties die gesteld dienen te worden op de verkoop van de aandelen in Trefpunt BV).

Graag uw akkoord op bovenstaande z.s.m. omdat ik nu druk bezig ben met de verkoop van de panden en de aandelenvariant wil toevoegen.

(…)

2.8. Benistant heeft in reactie op die e-mail van [B] nog diezelfde dag bij e-mail aan [B] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Het uitstel tot 1 mei 2007 is akkoord. Ik ben er mee bekend dat in de overeenkomst abusievelijk alleen de panden staan opgenomen. Als gezegd is dat onjuist. Dit berust op een misverstand. Het gaat clienten echt om de verkoop van de aandelen van Trefpunt BV. Ik verzoek U daar vanuit te gaan.

(…)

2.9. Nadat Benistant aan [B] bij e-mail van 2 mei 2007 had meegedeeld dat de deadline van 1 mei 2007 was verstreken en zijn cliënten nu “haring of kuit” wilden, heeft [B] in reactie daarop bij e-mail van diezelfde datum meegedeeld dat het verstrekken van de gegevens met enige vertraging was verlopen en op dat moment pas het bancaire traject kon worden ingezet, zodat nog enige tijd nodig was om de transactie te kunnen afronden.

2.10. Bij e-mail van 7 mei 2007 heeft Benistant aan [B] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Mijn dank voor je bericht. Ik heb e.e.a. inmiddels ook doorgenomen met de heer [X]. Die wees mij erop dat wij nu vanaf januari 2007 hier druk mee zijn; het is nu mei 2007 dus dat is inmiddels zo’n maand of 4. Het klopt dat de gegevens in delen zijn aangeleverd, maar alle essentiele cijfers zijn er nu toch al lange tijd bij jullie bekend. Op dit moment gaat het

-zo ik begrijp- niet meer om kernpunten.

Clienten willen schakelen. Men is nu min of meer gebonden aan dit contact en dat begint nu toch wat te lang te duren.

De jaarstukken 2006 gaan ook weer de nodige weken aanlopen.

Trefpunt heeft behoefte aan concretisering en definitieve toezegging dat wordt afgenomen. Koopsom is al maanden bekend.

Daarom het verzoek aan jouw cliënt [A] om vandaag of anders morgen definitief akkoord te geven en op korte termijn de (gebruikelijke) betaling te doen van 10% van de koopsom op mijn derdenrekening (…).

De heer van Dijk heeft mij aangegeven dat hij streeft naar transport deze maand.

De afwikkeling had als bekend al enige tijd geleden geschied moeten zijn.

(…)

2.11. Bij e-mail van 22 mei 2007 heeft [B] aan Benistant meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Ik stel voor dat we voor deze week een afspraak plannen met Verkoper om e.e.a. door te spreken hoe de transactie op korte termijn af te ronden. Graag wat haast met het afronden van de jaarrekening 2006 van Trefpunt BV omdat deze balans de basis vormt van de overname. Het is juist dat de koopprijs van de stenen is bepaald, alleen de ‘opgeschoonde’ overnamebalans resteert.(…)

2.12. Op 24 mei 2007 heeft Benistant bij faxbericht, gericht aan IWR Vastgoed B.V., ten aanzien van [B], meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Inzake : Verhuurbedrijf Trefpunt B.V./ [B] en Stichting Holland House

(…)

Ik heb uw bericht besproken met cliënte en op haar komt uw e-mail over als de zoveelste poging om de overdracht van de aandelen te rekken.

Cliënte verliest zo langzamerhand haar geduld. Ik kan haar daar geen ongelijk in geven. Het transport was in eerste instantie immers bepaald op 1 april 2007, en is op uw verzoek verlengd tot 1 mei 2007. De verzochte aanbetaling van 10% van de koopprijs is ook nog niet gestort, ondanks verzoeken daartoe.

Op dit moment is het 23 mei 2007 en zijn dus reeds twee fatale data verstreken, waarin geen enkele voortgang is geboekt.

Cliënte is steeds geconfronteerd met verzoeken om nieuwe gegevens. In uw laatste e-mail verzoekt u om de gegevens van 2006. Deze gegevens zijn echter nog niet gereed en zullen dat op korte termijn ook niet zijn. Het jaar 2006 ligt ook nog maar bijna 5 maanden achter ons. Om u tegemoet te komen is cliënte op voorhand bereid in te staan voor de jaarcijfers van 2006, in die zin dat zij garandeert dat deze inhoudelijk niet substantieel afwijken van die van 2005.

Zoals u al in mijn e-mail van 7 mei j.l. heb bericht moet de kogel door de kerk omdat cliënte anders zal omkijken naar de mogelijkheden die derden bieden.

Ondanks de reeds verstreken termijnen wil cliënte u nog eenmaal de gelegenheid bieden de overeenkomst na te komen waarbij zij de uiterste datum waarop het transport van de aandelen dient te geschieden stelt op 4 juni 2007. Daarnaast dient uiterlijk 29 mei 2007 een bedrag van EUR 555.500,- (zijnde 10% van de koopsom) te worden gestort op de derdengeldenrekening (…)

Bij gebreke van betaling van deze storting op voornoemde uiterlijke datum, neemt cliënte aan dat u, dan wel uw cliënte, niet in staat is cq. zal zijn, tot afname van de aandelen van cliënte, waaraan cliënte het gevolg verbindt dat de transactie geen doorgang zal kunnen vinden en zij de koopovereenkomst van 31 januari 2007 zal ontbinden.

Graag ontvang ik binnen 2 dagen na heden uw bericht dat aan de uiterste transportdatum alsmede het storten van de aanbetaling vervolg zal worden gegeven. Bij gebreke waarvan de koopovereenkomst van 31 januari 2007 zal zijn ontbonden.

(…)

2.13. Na reactie van [B] per e-mail op 24 mei 2007, waarin hij heeft aangegeven dat hij nog een bespreking wenste, heeft Benistant, na overleg met [X], op 5 juni 2007 bij e-mail aan [B] meegedeeld dat op 11 juni 2007 een bespreking zal plaatsvinden.

2.14. [B] heeft daarop bij e-mail van 7 juni 2007 aan Benistant meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Ter voorbereiding op onze bespreking van maandag a.s. even kort een opsomming van de te bespreken onderwerpen.

Het uitgangspunt zal zijn de koop van de aandelen in Trefpunt BV. Ondanks het feit dat er nog geen jaarstukken 2006 en Vpb-aangifte 2006 is kunnen we een pro-forma overnamebalans bespreken o.b.v de volgende uitgangspunten:

• waarde/koopprijs stenen 5.550M

• belastinglatentie over het verschil tussen 5.550M en de fiscale boekwaarde van de stenen

• [adres] (staat nl. in koopovk opgenomen)

Bij een overname van aandelen in een BV dient nog een kort Due Diligence onderzoek gedaan te worden (…)

Op basis van de overnamebalans en uitkomst Due Diligence onderzoek zullen we de garanties/vrijwaringen dienen te bespreken. (…)

Zoals je weet kunnen we ook de stenen kopen maar Verkoper heeft aangeven dat zij graag de aandelen in Trefpunt BV wil verkopen hetgeen wat additioneel werk vergt aan Verkopers- en Koperszijde.

(…)

2.15. Benistant heeft in reactie op die e-mail bij e-mail van dezelfde datum aan [B] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Ik heb begrepen dat al heel lang duidelijk is dat het pand [adres] ten onrechte is opgenomen in de lijst; dat is volgens de heer [X] al gelijk aan jou/[A] bericht. Dat pand valt er dus buiten. Het verandert niets aan de koopprijs.

(…)

2.16. Op 11 juni 2007 heeft tussen (onder andere) Benistant enerzijds en [B] anderzijds een bespreking plaatsgevonden.

2.17. [B] heeft in een e-mail van 14 juni 2007 aan Benistant meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Nogmaals in het kort, waarbij de details nog besproken dienen te worden, het voorstel:

1. Voor een aandelendeal een korting op de koopprijs van de aandelen ter grootte van de Vpb-latentie verminderd met EUR 100.000;

2. Indien 1 akkoord zullen we de [adres] laten zitten en niet in mindering brengen op de koopprijs (WOZ-waarde 150k, marktwaarde schatting 200K)

In het kort, Verkoper houdt 300K meer over dan bij een stenen-levering.

(…)

2.18. Nadat [Y] en [X] zich hadden laten adviseren door PriceWaterhouseCoopers heeft Benistant namens hen op 21 juni 2007 per e-mail aan [B] laten weten dat het voorstel niet acceptabel was met name omdat de belastinglatentie veel te hoog was ingeschat.

2.19. Op 26 juni 2007 heeft [B] aan Benistant per e-mail bericht -voor zover hier van belang-:

(…)

Na diverse verzoeken om mij terug te bellen of mij anderszins te berichten heb ik tot op heden nog niets mogen vernemen. Indien Verkoper om haar moverende redenen niet met ons aan tafel wenst te gaan om over een aandelenoverdracht te praten, zullen wij helaas genoodzaakt zijn de stenen af te nemen en de [adres] in mindering te laten brengen op de koopsom.

(…)

2.20. Nadat Benistant bij e-mail van 29 juni 2007 opnieuw aan [B] had meegedeeld dat het voorliggend voorstel niet acceptabel was heeft [B] in reactie daarop per e-mail van diezelfde datum aan Benistant meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Probeer client tot redelijkheid te krijgen over de verkoop van de aandelen. Als client blijft draaien gaan we over tot levering van de stenen met een gevecht over de [adres] als korting op onze koopprijs. De [adres] staat opgenomen onder het ‘gekochte’ zoals jullie hebben kunnen lezen in de koopovereenkomst.

(…)

2.21. Bij aangetekende brieven van 13 juli 2007 heeft de raadsman van Trefpunt en [gedaagden sub 1 c.s], mr. J.P.H. Smeets, namens hen Holland House en [B] verzocht en zonodig gesommeerd om binnen 14 dagen de koopovereenkomst van 31 januari 2007 na te komen en mee te werken aan de overdracht van de in de koopovereenkomst genoemde onroerende zaken onder de nummers 1 tot en met 26 tegen betaling van EUR 5.550.000,--. Voorts heeft mr. Smeets in die brieven meegedeeld dat indien Holland House en [B] in gebreke blijven om aan de sommatie te voldoen de overeenkomst van 31 januari 2007 dan is ontbonden wegens een toerekenbare tekortkoming.

Holland House en [B] hebben aan die sommatie geen gevolg gegeven.

2.22. De raadsman van [gedaagden sub 1 c.s] heeft bij brief van 16 juli 2007, zulks in reactie op een e-mail van [B], namens [gedaagden sub 1 c.s] aan Holland House en [B] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Mijn brief/fax van 13 juli 2007 dient u nadrukkelijk als een ingebrekestelling te zien. U heeft een termijn gekregen om uw verplichtingen uit de overeenkomst van 31 januari 2007 na te komen.

(…)

Zoals mr. [B] schrijft is er een uitstel verleend tot 1 mei 2007. Cliënte heeft in het verleden gemeend dat een uitstel werd verleend tot die datum om binnen die periode te komen tot een nieuwe overeenkomst ter zake overdracht van de aandelen. U bent daar niet expliciet mee akkoord gegaan en stelt zich op het standpunt dat wanneer die overeenkomst niet tot stand komt u nakoming van de overeenkomst van 31 januari kunt vorderen. Cliënte heeft er geen behoefte aan om met u in eindeloze onderhandelingen te blijven over overdracht van de aandelen.

Een nieuw uitstel van de uiterste datum voor het verlijden van de leveringsakte als bedoeld in de overeenkomst van 31 januari is nimmer overeengekomen. Meerdere malen is u te kennen gegeven dat cliënte duidelijkheid wenst. Die is thans door mijn cliënte zelf verschaft door u een laatste kans te geven de onroerende zaken af te nemen conform het bepaalde in de koopovereenkomst van 31 januari 2007.

Er is geen overeenkomst ter zake overdracht van aandelen, alleen al over de prijs bestond en bestaat geen overeenstemming en dezerzijds verwacht ik niet dat overeenstemming zal worden bereikt. Cliënte ziet niets meer in het alternatief van de aandelenoverdracht.

Na het verstrijken van de termijn genoemd in mijn brief van 13 juli 2007 is deze overeenkomst door mijn cliënte buitengerechtelijk ontbonden en acht mijn cliënte zich alsdan vrij.

(…)

2.23. De raadsman van [gedaagden sub 1 c.s] heeft voorts bij brief van 24 juli 2007, zulks in reactie op een fax/mailbericht van [B] van respectievelijk 18 juli 2007 en 20 juli 2007, namens [gedaagden sub 1 c.s] aan Holland House en [B] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Ik heb eerder kenbaar gemaakt dat cliënten de onderhandelingen met u ter zake de mogelijke overdracht van de aandelen als beëindigd beschouwen. Ik ben daar in mijn fax aan u van 16 juli 2007 duidelijk over geweest.

Middels de faxen van mr. [B] van 18 juli en 20 juli tracht hij de onderhandelingen ter zake de overdracht nieuw leven in te blazen. Cliënten gaan daar niet in mee.

Het staat u natuurlijk vrij inhoudelijke en onherroepelijke voorstellen te doen ter zake een mogelijke aandelenoverdracht. Afhankelijk van de inhoud achten cliënten het niet onmogelijk dat deze voor hen acceptabel zijn. Cliënten zullen een mogelijk bod van u vrijblijvend in overweging nemen. Tot nieuwe gesprekken zijn zij niet bereid.

U dient mogelijke voorstellen wel snel te doen daar de termijn zoals genoemd in mijn brief van 13 juli 2007 gewoon doorloopt. Cliënte is onder geen voorwaarde bereid de in die brief genoemde termijn te verlengen.

U zult dus moeten afnemen voor het verstrijken van de termijn, bij gebreke waarvan u in verzuim bent jegens cliënte Verhuurbedrijf Trefpunt B.V., met onder andere als gevolg dat cliënte ingevolge die tekortkoming de overeenkomst van 31 januari 2007 ontbindt. Ik verwijs naar de ingebrekestelling van 13 juli 2007. (…)

Nadien kunt u er nog steeds een bod komen om de aandelen over te nemen, maar de aandeelhouders achten zich vrij om met andere gegadigden te onderhandelden. Voorzover ter zake onderhandelingen met u nog zouden worden gevoerd over de mogelijke overdracht van de aandelen zullen slechts plaats vinden onder het uitdrukkelijk door u te accepteren beding dat de aandeelhouders pas gebonden kunnen worden jegens u middels een schriftelijk door hen getekende overeenkomst en dat zij jegens u ten alle tijden gerechtigd zijn zich voordien op ieder moment terug kunnen trekken uit mogelijk onderhandelingen.

(…)

2.24. Holland House c.s. heeft, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, op 3 augustus 2007 conservatoir beslag doen leggen op de in de koopovereenkomst van 31 januari 2007 vermelde onroerende zaken en op de aandelen in Trefpunt, zulks ter verzekering van verhaal van de door haar gepretendeerde vordering tot schadevergoeding op Trefpunt dan wel op [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1].

2.25. Holland House c.s. heeft bij dagvaarding van 29 augustus 2007 Trefpunt in rechte betrokken en gevorderd dat de rechtbank de koopovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaken van 31 januari 2007 zal ontbinden en dat Trefpunt zal worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding ten gevolge van een haar toerekenbare tekortkoming in de nakoming van die overeenkomst van primair EUR 2.135.500,--, subsidiair EUR 450.000,-- dan wel uiterst subsidiair EUR 357.000,--, voor zover noodzakelijk op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten. Die procedure is bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer/rolnummer 236923/HAZA 07-1769.

2.26. In de zaak met het zaaknummer/rolnummer 236923/HAZA 07-1769 is op dezelfde datum als in deze zaak vonnis gewezen. De rechtbank heeft in dat vonnis overwogen dat [gedaagden sub 1 c.s] de koopovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaken van 31 januari 2007 terecht per 27 juli 2007 heeft kunnen ontbinden, omdat Holland House tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit die koopovereenkomst en het door Holland House c.s. gevorderde afgewezen.

3. Het geschil

3.1. Holland House c.s. vordert bij dagvaarding dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden sub 1 c.s] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van schadevergoeding aan Holland House c.s. van primair EUR 2.135.500,--, subsidiair

EUR 450.000,-- dan wel uiterst subsidiair EUR 357.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de voldoening, en met veroordeling van [gedaagden sub 1 c.s], hoofdelijk, in de kosten van dit geding, waaronder tevens begrepen de kosten van de gelegde beslagen.

3.2. Holland House c.s. heeft haar vordering bij conclusie van repliek voorwaardelijk gewijzigd in die zin dat, voor zover in de procedure onder zaaknummer/rolnummer 236597/HAZA 07-1728 zal worden vastgesteld dat haar geen beroep toekomt op de koopovereenkomst van 31 januari 2007, [gedaagden sub 1 c.s] hoofdelijk, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, zal worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan Holland House c.s. tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van EUR 2.135.500,--, althans een bedrag van EUR 450.000,--, althans een bedrag van

EUR 357.000,--, althans voor zover noodzakelijk nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de voldoening (vordering onder IV).

Holland House c.s. heeft voorts gevorderd, dat voor zover [gedaagden sub 1 c.s] in de onderhavige procedure zal worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding rekening dient te worden gehouden met de uitkomst van de procedure onder zaaknummer/rolnummer 236597/HAZA 07-1728, in die zin dat [gedaagden sub 1 c.s] niet worden veroordeeld tot meer dan de door Holland House c.s. geleden schade, door de toegewezen schadevergoeding in de genoemde procedure in mindering te brengen op de door Holland House c.s. gestelde geleden schade in de onderhavige procedure (vordering onder V).

3.3. [gedaagden sub 1 c.s] voert gemotiveerd verweer. Zij betwist dat zij met Holland House c.s. in onderhandeling is getreden met betrekking tot de overdracht van de aandelen dan wel dat die onderhandelingen zich in een zodanig vergevorderd stadium bevonden, dat zij zich niet meer uit de onderhandelingen kon terugtrekken. Naar de stelling van [gedaagden sub 1 c.s] kon Holland House c.s. er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat tussen partijen nog een overeenkomst met betrekking tot de aandelen tot stand zou komen.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De (voorwaardelijke) wijzigingen van eis

4.1. Naar de rechtbank de stellingen van Holland House c.s. begrijpt, heeft Holland House c.s. de vordering onder IV (zie hiervoor onder 3.2.) voorwaardelijk ingesteld in die zin dat indien en voor zover de rechtbank van oordeel is dat aan Holland House c.s. niet én een beroep op de koopovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaken van 31 januari 2007 én een beroep op de vergevorderde fase van de onderhandelingen met betrekking tot de aandelen toekomt, zij slechts een beroep doet op de vergevorderde fase van de onderhandelingen, voor zover in de procedure met zaaknummer/rolnummer 236597/HAZA 07-1728 komt vast te staan dat haar geen beroep toekomt op de koopovereenkomst van 31 januari 2007. De rechtbank zal eerst ingaan op deze voorwaardelijke wijziging van eis.

4.2. Holland House c.s. heeft die voorwaardelijke eiswijziging ingesteld, omdat tussen partijen verschil van mening is ontstaan omtrent de vraag of Holland House c.s. naast een vordering jegens Trefpunt waaraan de koopovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaken ten grondslag is gelegd en waarvan door Holland House c.s. ontbinding is gevorderd in verband met de door haar gestelde toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Trefpunt, zij tevens een vordering jegens [gedaagden sub 1 c.s] kan instellen op grond van onrechtmatige daad in verband met het door Holland House c.s. gestelde afbreken van de onderhandelingen ten aanzien van de overname van de aandelen in Trefpunt door haar.

4.3. In tegenstelling tot hetgeen [gedaagden sub 1 c.s] op dit punt heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat die onder 4.2. vermelde vraag bevestigend moet worden beantwoord. Het betreft hier immers verschillende gedaagden (in de zaak met het zaaknummer/rolnummer 236923/HAZA 07-1769 de besloten vennootschap Trefpunt en in de onderhavige zaak de aandeelhouders van die besloten vennootschap) die op een verschillende rechtsgrond (in de zaak met het zaaknummer/rolnummer 236923/HAZA 07-1769 ontbinding van de koopovereenkomst en in de onderhavige zaak onrechtmatige daad in verband met het afbreken van de onderhandelingen in een vergevorderd stadium) in rechte zijn betrokken.

4.4. Nu moet worden geconcludeerd dat de voorwaarde waaronder Holland House c.s. haar gewijzigde eis (onder IV) heeft ingesteld niet is ingetreden, behoeft daarop verder niet te worden beslist.

4.5. Vorenstaande kan er echter niet toe leiden dat -zoals ook door Holland House c.s. zelf is betoogd en in verband waarmee zij de vordering onder V heeft ingesteld Holland House c.s. meer vergoed zou kunnen krijgen dan de door haar werkelijk geleden schade. De rechtbank heeft echter bij vonnis van dezelfde datum als het onderhavige vonnis in de zaak met het zaaknummer/rolnummer 236923/HAZA 07-1769 het door Holland House c.s. gevorderde afgewezen, zodat zij in die zaak geen vergoeding van haar schade heeft verkregen. Om die reden zal de rechtbank in het navolgende ook de vordering onder V buiten beschouwing laten.

Onaanvaardbaar afbreken van onderhandelingen?

4.6. Holland House c.s. heeft in dit geding aan haar vordering tot schadevergoeding ten grondslag gelegd dat [gedaagden sub 1 c.s] de onderhandelingen met betrekking tot de overdracht van de aandelen in Trefpunt heeft afgebroken, terwijl zij er op mocht vertrouwen dat een overeenkomst met betrekking tot de overname van de aandelen tot stand zou komen.

Zij heeft daartoe aangevoerd, dat partijen al overeenstemming hadden bereikt over de waarde/verkoopprijs van de onroerende zaken van Trefpunt en het niet meer om kernpunten ging, maar dat slechts nog diende te worden onderhandeld over de [adres], de te geven garanties en dat de belastinglatentie bepaald moest worden teneinde de waarde van de aandelen te kunnen vaststellen. Holland House c.s. heeft ter comparitie voorts verklaard, dat zij een laatste bod van EUR 4.5000.000,-- op de aandelen had gedaan en dat dit bod voordeliger was voor [gedaagden sub 1 c.s] dan de koopsom voor de onroerende zaken.

4.7. [gedaagden sub 1 c.s] betwist dat overeenstemming bestond over de koopprijs. Zij heeft daartoe aangevoerd, dat uitgangspunt was dat de koopprijs voor de aandelen gelijk zou zijn aan de koopprijs voor de onroerende zaken, derhalve EUR 5.550.000,--, waarbij het pand aan de [adres] geen rol speelde en de belastingslatentie niet (geheel) op de koopprijs in mindering zou strekken, hetgeen -naar haar stelling- ook aan Holland House c.s. kenbaar was.

4.8. Vooropgesteld moet worden dat, nu Holland House c.s. haar vordering in dit geding op het onrechtmatig afbreken van de onderhandelingen met betrekking tot de overname van de aandelen in Trefpunt baseert, de rechtbank de stellingen voor zover gebaseerd op de koopovereenkomst van de onroerende zaken in dit geding buiten beschouwing zal laten. Daaromtrent is immers reeds in het vonnis in de zaak met het zaaknummer/rolnummer 236923/HAZA 07-1769 beslist. In dit geding kan dit slechts aan de orde komen voor zover dit voor de in dit geding betrokken partijen rechtens relevantie heeft ten aanzien van de onderhandelingen omtrent de overname van de aandelen.

4.9. [gedaagden sub 1 c.s] heeft zich primair verweerd met de stelling, dat zij niet in onderhandeling is getreden met betrekking tot de overname van de aandelen in Trefpunt.

Die stelling volgt de rechtbank niet. Uit de hiervoor onder 2 vermelde vaststaande feiten blijkt namelijk dat nadat, zoals [gedaagden sub 1 c.s] zelf stelt, een -door haar niet beoogde- koopovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaken tot stand was gekomen op 31 januari 2007, Benistant, namens [gedaagden sub 1 c.s], op 16 maart 2007 per e-mail in contact is getreden met [B]. Bij die e-mail is door Benistant meegedeeld dat [gedaagden sub 1 c.s] de verkoop van de aandelen wenste en in reactie daarop heeft [B] kenbaar gemaakt dat hij geïnteresseerd was in overname van de aandelen. Vervolgens is door partijen informatie verzocht en uitgewisseld in verband met een mogelijk overname van de aandelen in Trefpunt door Holland House c.s. en heeft [B] bij e-mail van 14 juni 2007 een voorstel gedaan.

4.10. Uit het voorgaande volgt dat partijen na voornoemde brief van 16 maart 2007 met elkaar in onderhandeling zijn getreden met betrekking tot de aandelen in Trefpunt. Vaststaat voorts dat bij brieven van 16 en 24 juli 2007 namens [X]en sub 1 c.s] aan Holland House c.s. en [B] kenbaar is gemaakt dat [gedaagden sub 1 c.s] die onderhandelingen als beëindigd beschouwt. Thans moet worden beoordeeld of [gedaagden sub 1 c.s] aldus die onderhandelingen onaanvaardbaar heeft afgebroken en om die reden gehouden is de schade die Holland House c.s. dientengevolge stelt te hebben geleden, kort gezegd het zogenaamd positief contractsbelang, te vergoeden.

4.11. In dit verband moet worden vooropgesteld, dat als -strenge en tot terughoudendheid nopende- maatstaf voor de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen, die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen, vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn.

Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen.

4.12. Voormelde maatstaf brengt mee dat een schadevergoedingsplicht op grond van het onaanvaardbaar afbreken van onderhandelingen slechts aan de orde is indien Holland House c.s. er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een (onvoorwaardelijke) overeenkomst tot stand zou komen of indien het afbreken van de onderhandelingen in verband met de andere omstandigheden van dit geval onaanvaardbaar zou zijn.

4.13. Anders dan Holland House c.s. stelt, is de rechtbank van oordeel dat Holland House c.s. er niet gerechtvaardigd op kon vertrouwen dat er een overeenkomst met betrekking tot de aandelen tot stand zou komen.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.14. Juist is dat, zoals Holland House c.s. in dit verband naar voren heeft gebracht, de koopprijs ten opzichte van de onroerende zaken vaststond. Daaraan kon Holland House c.s. echter geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat een overeenkomst met betrekking tot de aandelen tot stand zou komen. Uit de tussen partijen gevoerde correspondentie, zoals onder de vaststaande feiten vermeld, blijkt namelijk dat tussen partijen geenszins overeenstemming bestond over de koopprijs ten aanzien van de aandelen en dat partijen in dat kader onderhandelden over -kort gezegd- de [adres] en de belastinglatentie. Anders dan Holland House c.s. naar voren brengt betreffen deze onderwerpen dus geen ondergeschikte punten.

4.15. Uit de hiervoor onder de vaststaande feiten weergeven correspondentie tussen partijen blijkt dat Holland House c.s. er van uitging dat als geen levering van het pand aan de [adres] kon plaatsvinden dit in mindering diende te strekken op de koopsom van de onroerende zaken (en ook -aanvankelijk- op de koopsom voor de aandelen), terwijl [gedaagden sub 1 c.s] zich op het standpunt stelde dat de waarde van de [adres] geen invloed had op de koopsom en buiten beschouwing moest blijven.

4.16. Bovendien blijkt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie, zoals onder de vaststaande feiten vermeld, dat de vraag voor wie en in welke mate de belastinglatentie moest komen tussen partijen ook nog niet uitonderhandeld was op het moment dat [gedaagden sub 1 c.s] bij brief van 16 juli 2007 aan Holland House c.s. meedeelde dat zij zich uit de onderhandelingen terugtrok. Dat over de belastinglatentie nog geen overeenstemming bestond, blijkt ook uit de mededeling van de zijde van [gedaagden sub 1 c.s] bij e-mail van 21 juni 2007 aan [B], waarbij aan hem kenbaar is gemaakt dat hij de belastinglatentie veel te hoog had ingeschat. Weliswaar blijkt uit de correspondentie dat Holland House c.s. de kwestie van de belastinglatentie nog nader wilde bespreken, maar dat zij in verband daarmee een ander -voor [X]en sub 1 c.s] mogelijk aanvaardbaar bod wenste te doen- is niet gesteld of gebleken.

4.17. Uit de vaststaande feiten blijkt tevens dat [gedaagden sub 1 c.s] het door Holland House c.s. op 11 juni 2007 gedane bod, zoals is neergelegd in de e-mail van 14 juni 2007 van [B], en dat -zoals ter comparitie van de zijde van Holland House c.s. is verklaard- neerkwam op EUR 4.500.000,-- voor de aandelen in Trefpunt. De stelling dat het door haar gedane bod van EUR 450.000,-- voor de aandelen voordeliger voor [gedaagden sub 1 c.s] was dan de koopsom voor de onroerende zaken, kan niet worden aangemerkt als een omstandigheid op grond waarvan Holland House c.s. er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen. [gedaagden sub 1 c.s] heeft dit bod

-door Holland House c.s. als laatste bod aangemerkt- niet aanvaard. Holland House c.s. is ook niet meer voor 16 juli 2007 met een ander bod gekomen.

4.18. Op grond van de hiervoor onder 4.14. tot en met 4.17. weergegeven omstandigheden kon Holland House c.s. er derhalve niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat er tussen partijen een (onvoorwaardelijke) overeenkomst met betrekking tot de aandelen tot stand zou komen.

4.19. De omstandigheid dat Benistant in zijn e-mail van 7 mei 2007 heeft meegedeeld aan [B] dat het niet meer om kernpunten gaat, maakt dit -in tegenstelling tot Holland House c.s. heeft betoogd- niet anders. In die fase van de onderhandelingen ging [gedaagden sub 1 c.s] ervan uit, zoals uit de inhoud van het faxbericht van 24 mei 2007 ook volgt, dat de koopovereenkomst van de onroerende zaken zou worden omgezet in een overeenkomst tot overname van de aandelen tegen dezelfde koopsom. In dat faxbericht verzoekt Benistant immers Holland House c.s. EUR 555.500,--, oftewel ongeveer 10% van de koopsom zoals vermeld in de overeenkomst met betrekking tot de onroerende zaken, te voldoen. Kennelijk bestond, gelet op het door Holland House c.s. ingenomen standpunt met betrekking tot de hoogte van de koopsom, op dat punt dan ook geen overeenstemming.

4.20. Andere omstandigheden die maken dat het afbreken van de onderhandelingen door [gedaagden sub 1 c.s] onaanvaardbaar is, zijn onvoldoende gesteld of gebleken. Daarvan is namelijk eerst sprake indien het (zeer) zwaarwegende omstandigheden betreft die eerder veelal een veroordeling tot hervatting van de onderhandelingen (en niet een vordering tot schadevergoeding, zoals hier aan de orde) het meest voor de hand doen liggen.

De stelling van Holland House c.s. dat [gedaagden sub 1 c.s] geen jaarstukken 2006 had opgesteld en zich niet bereid toonde een Due Dilligence toe te staan, kan niet worden aangemerkt als een omstandigheid in de hiervoor bedoelde zin. Wat daar ook van zij, uit de e-mail van 14 juni 2007 blijkt dat Holland House c.s., ondanks het ontbreken van de door haar gewenste informatie, toch een voorstel heeft gedaan, zodat moet worden aangenomen dat zij daarmee heeft ingestemd en die door haar gewenste informatie voor haar kennelijk op dat moment niet noodzakelijk was om een voorstel te kunnen doen.

Nu niet van voormelde omstandigheden is gebleken, moet worden geoordeeld dat het afbreken van de onderhandelingen niet onaanvaardbaar was. Het stond [gedaagden sub 1 c.s] derhalve vrij de onderhandelingen af te breken.

4.21. De omstandigheid dat Holland House c.s. door [gedaagden sub 1 c.s] na 16 juli 2007 nog de gelegenheid is geboden een bod uit te brengen op de aandelen in Trefpunt, rechtvaardigt geen andere conclusie. Niet gesteld of gebleken is immers dat Holland House c.s. van die gelegenheid gebruik heeft gemaakt door het doen van een serieus bod.

Slotsom en proceskosten:

4.22. Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat het door Holland House c.s. gevorderde moet worden afgewezen. De vraag of IWR in dit geding als (proces)partij moet worden beschouwd, kan derhalve buiten beschouwing blijven.

4.23. Holland House c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden sub 1 c.s] worden begroot op:

- vast recht EUR 4.732,00

- salaris advocaat 9.633,00 (3,0 punten × tarief EUR 3.211,00)

Totaal EUR 14.365,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Holland House c.s., hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden sub 1 c.s], tot op heden begroot op EUR 14.365,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H.M. van der Heiden en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2009.

w.g. griffier w.g. rechter