Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ1320

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-06-2009
Datum publicatie
29-07-2009
Zaaknummer
16/711680-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van twee overvallen en een inbraak. De rechtbank veroordeelt verdachte wegens twee overvallen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en inbraken tot een gevangenisstraf van zeven jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/711820-07

Datum uitspraak: 29 juni 2009

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [woonplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Utrecht, HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Raadsman: mr. A. Boumanjal.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

11 november 2008, 13 november 2008, 18 november 2008, 19 november 2008,

4 december 2008, 22 januari 2009, 14 april 2009, 12 mei 2009 en 15 juni 2009.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven.

Op vordering van de officier van justitie is aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging conform artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting van 4 september 2008 toegestaan.

Voorts is op vordering van de officier van justitie wijziging van het onder 2 ten laste gelegde feit ter terechtzitting van 11 november 2008 toegestaan.

Van de inleidende dagvaarding en van de ter terechtzitting van 11 november 2008 toegestane vordering tot wijziging van de tenlastelegging zijn kopieën als bijlage I en II aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd.

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt (na aanpassing en wijziging van de tenlastelegging) ten laste gelegd dat:

1.

(zaak 05)

hij op of omstreeks 11 september 2007 te [woonplaats], althans in het

arrondissement [woonplaats], op/aan de openbare weg, het Oppenheimplein, althans

een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot

het ter beschikking stellen van een pincode, in elk geval van enige gegevens,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- op die [slachtoffer 1] is/zijn afgelopen en/of een vuurwapen, althans een op

een (vuur)wapen gelijkend voorwerp aan/op die [slachtoffer 1] heeft/hebben

getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Meekomen we moeten het nummer hebben" en/of "werk

mee vriend, dan gebeurt je niks"en/of "Nummer, ik moet nu het nummer hebben";

2.

(zaak 06)

hij op of omstreeks 25 september 2007 te [woonplaats], althans in het

arrondissement [woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, op of aan de openbare weg, de Magnoliastraat aldaar,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een of meer bankpas(sen) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 40 euro, in elk

geval enig goed of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de

afgifte van een of meer bankpas(sen) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 40

euro, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, en/of het ter beschikking

stellen van een of meer pincode(s), althans van enige gegevens, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen een muur heeft/hebben gedrukt en/of geduwd

en/of de nek van die [slachtoffer 2] heeft/hebben omklemd en/of (daarbij) die

[slachtoffer 2] dreigend heeft/hebben toegevoegd: "Pinpas, pinpas" en/of "je

pincode klopt niet, geef mij je pincode, zeg eerlijk" en/of

- die [slachtoffer 2] een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft getoond en/of voorgehouden en/of op die [slachtoffer 2] heeft gericht, en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of in het gezicht heeft/hebben

gestompt en/of geslagen en/of

- de broekzakken van die [slachtoffer 2] heeft/hebben doorzocht;

3.

(zaak 10)

hij op of omstreeks 30 oktober 2007 te [woonplaats], althans in het arrondissement

[woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer

portemonnee(s) en/of een of meer bankpas(sen) en/of een of meer mobiele

telefoon(s) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 740 euro, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer

portemonnee(s) en/of een of meer bankpas(sen) en/of een of meer mobiele

telefoon(s) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 740 euro, in elk geval van

enig goed en/of geldbedrag, en/of het ter beschikking stellen van een of meer

pincode(s), althans van enige gegevens, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 3] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of hem dreigend

heeft/hebben toegevoegd: "dingen gaan fout als je nu niet meewerkt, we

willen je geld en je pincode” en/of

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) naar de grond heeft/hebben geduwd en/of gedrukt

en/of hem dreigend heeft/hebben toegevoegd: "beweeg je niet anders steek ik

je neer"

- het/de hoofd(en) van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

heeft/hebben bedekt met een handdoek en/of

- die [slachtoffer 5] uit zijn bed heeft/hebben getrokken en/of de bril van het

gezicht van die [slachtoffer 5] heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 5] met een schroevendraaier, althans met een scherp voorwerp, in

zijn lichaam heeft/hebben gestoken en/of geprikt en/of - die [slachtoffer 5] in/tegen zijn maag, althans zijn lichaam, heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 5] dreigend heeft/hebben toegevoegd: "je kunt maar beter je

pincode geven en niet liegen, anders maken we je dood";

4.

(zaak 10)

hij op of omstreeks 30 oktober 2007 te [woonplaats], althans in het arrondissement

[woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opzettelijk

wederrechtelijk, in een woning gelegen aan de [adres],

- die [slachtoffer 3] tegen de grond gewerkt en/of hem dreigend toegevoegd: "dingen

gaan fout als je nu niet meewerkt, we willen je geld en je pincode” en/of

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, getoond

en/of voorgehouden en/of gericht en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) naar de grond geduwd en/of gedrukt

en/of hem dreigend toegevoegd: "beweeg je niet anders steek ik

je neer"

- het/de hoofd(en) van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

bedekt met een handdoek en/of

- die [slachtoffer 5] uit zijn bed getrokken en/of de bril van het gezicht van die

[slachtoffer 5] geslagen en/of

- die [slachtoffer 5] met een schroevendraaier, althans met een scherp voorwerp, in

zijn lichaam gestoken en/of geprikt en/of

- die [slachtoffer 5] in/tegen zijn maag, althans zijn lichaam, geschopt en/of

getrapt en/of

- die [slachtoffer 5] dreigend toegevoegd: "je kunt maar beter je pincode geven

en niet liegen, anders maken we je dood" en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (terwijl hij/zij geblinddoekt

was/waren) naar een andere kamer (in die woning) gebracht en/of op de grond gegooid en/of neergelegd en/of

- in aanwezigheid van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (terwijl

hij/zij geblinddoekt was/waren) gezegd: "Hou ze onder schot";

5.

(zaak 01)

hij op of omstreeks 28 april 2007 te [woonplaats], althans in het arrondissement

[woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in/uit een (bedrijfs)pand (bakkerij [X], gelegen aan de [adres 2] aldaar) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een portemonnee

(inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of

vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot)

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 6],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een)

andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot

de afgifte van twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een

portemonnee (inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of

vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot)

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- een mes en/of een pistool dreigend op die [slachtoffer 6] heeft/hebben gericht

en/of gericht gehouden, en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd: "ga liggen, ga liggen", en/of

(daarbij) die [slachtoffer 6] op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid, en/of

- de handen van die [slachtoffer 6] achter zijn rug (met handboeien) heeft/hebben

geboeid, en/of

- (meermalen, althans eenmaal) tegen die [slachtoffer 6] en/of binnen de

gehoorsafstand van die [slachtoffer 6], heeft/hebben gezegd (zakelijk weergegeven)

dat die [slachtoffer 6] in zijn been gestoken zou worden, althans woorden van

gelijke aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 6] (met een tweede set handboeien) aan een verwarmingsbuis heeft/

hebben vastgemaakt, en/of

- het snoer van de telefoon heeft/hebben doorgesneden of -geknipt, en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij niet meteen om hulp mocht

gaan roepen en/of dat hij/zij over 5 minuten nog een keer langs zouden

komen, althans woorden van gelijke aard of strekking;

6.

(zaak 17)

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [woonplaats], althans in het arrondissement

[woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres 3]) heeft weggenomen een tv en/of een spelcomputer en/of

een fotocamera en/of een (groot) (aantal) computerspel(len) en/of twee

zonnebril(len) en/of een paspoort en/of een laptop en/of een beeldscherm en/of

drie tas(sen) en/of een (groot) (aantal) dvd('s) en/of een bankpas en/of een

creditcard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of door middel van inklimming en/of braak en/of verbreking van een deur van voornoemde woning;

7.

(zaak 27)

hij op of omstreeks 3 november 2007 te [woonplaats], althans in het arrondissement

[woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres] aldaar) heeft weggenomen een laptop (merk

Packard Bell) en/of een computer (merk Dell) en/of een monitor (merk Dell)

en/of een betonschaar en/of 175 euro, althans een geldbedrag, en/of een

mobiele telefoon (merk Nokia, type 3410 NHMZHX) en/of sleutels en/of een

radio-CD-speler (merk Pioneer) en/of een boor en/of een stekker en/of een bril

en/of 15, althans één of meer, CD('s) en/of een lamp en/of een digitale camera (merk Minolta) en/of (vervolgens) een personenauto (merk Volvo, met kenteken

[kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak op/ verbreking van een raam van voornoemde woning en/of (vervolgens)

door middel van inklimming en/of door middel van een valse sleutel;

8.

(zaak 35)

hij op of omstreeks 08 november 2007 te [woonplaats], althans in het arrondissement

[woonplaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning

gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen een minidisc-speler en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een autosleutel en/of een horloge,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak op

en/of verbreking van de (tuin)deur(en) van die woning;

9.

(zaak 41)

hij op of omstreeks 13 november 2007 te [woonplaats], althans in het arrondissement

[woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een aantal dvd('s) en/of twee

beeldscherm(en) en/of een mobiele telefoon en/of twee tas(sen) en/of een horloge en/of een bedrag aan geld en/of een fiets en/of autosleutels, in elk

geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak en/of verbreking van een raam van voornoemde woning en/of

inklimming in voornoemde woning.

Verweer als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering

De opgenomen vertrouwelijke communicatie

Voor het bewijs van een aantal van de ten laste gelegde feiten heeft de officier van justitie een beroep gedaan op opgenomen vertrouwelijke communicatie (hierna: de OVC). Het betreft hier de opname van gesprekken die door verdachte en/of medeverdachten zijn gevoerd tijdens hun transport van en naar huizen van bewaring en de rechtbank. De OVC is op schrift gezet en vertaald door een aantal tolken. Tijdens de terechtzitting van 13 november 2008 is gebleken dat de uitwerking van de OVC vertaalfouten bevat. De rechtbank heeft naar aanleiding hiervan bevolen dat de OVC opnieuw, door een andere tolk, uitgewerkt en vertaald moest worden. De rechtbank heeft daarbij aangegeven dat zij een letterlijke weergave wenst te krijgen van hetgeen gezegd wordt. Deze tweede uitwerking wijkt duidelijk af van de eerste uitwerking, met name gezien het feit dat in de tweede uitwerking een groter deel van de gesprekken als “onverstaanbaar”wordt aangeduid.

In de tweede uitwerking van de OVC is per abuis een gedeelte van de opname van 9 januari 2008, het gesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1], niet weergegeven. De rechter-commissaris heeft hieromtrent een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2009 opgemaakt. De rechtbank heeft geconstateerd dat het niet vertaalde gedeelte, een gedeelte van de OVC betreft waar zowel de officier van justitie als de verdediging zich niet op hebben beroepen. Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben aangegeven op dit moment geen nieuwe verdere aanhouding van de zaak te wensen. De rechtbank heeft vervolgens besloten de behandeling van de zaak voort te zetten zonder over dit gedeelte van de nieuwe uitwerking te beschikken. De rechtbank heeft op basis van de eerste uitwerking van de OVC vastgesteld dat, ook naar haar oordeel, dit gedeelte van het OVC belastend noch ontlastend materiaal bevat. De rechtbank is daarom van oordeel dat aan deze omissie geen gevolgen dienen te worden verbonden.

De verweren

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting primair aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat

(i) er sprake is van een (bewust) onjuiste vertaling van de OVC dan wel onzorgvuldig handelen bij het uitwerken van de OVC,

(ii) het Openbaar Ministerie de rechtbank in het ongewisse heeft gelaten over de slechte kwaliteit van de OVC,

(iii) het Openbaar Ministerie misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid door de opname van de OVC onder deze omstandigheden (détournement de pouvoir),

(iv) de opname van de OVC in strijd is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, en

(v) niet is voldaan aan het vereiste van artikel 126l lid 8 van het Wetboek van Strafvordering, waarin de bepaling is opgenomen dat de OVC binnen drie dagen moet worden geverbaliseerd.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de OVC om genoemde redenen van het bewijs dient te worden uitgesloten. De raadsman heeft daarbij nog opgemerkt dat bewijsuitsluiting des te meer op zijn plaats is nu is gebleken dat een deel van de OVC bij de tweede uitwerking niet is vertaald.

Niet-ontvankelijkheid

De rechtbank heeft reeds ter terechtzitting van 4 december 2008 het verweer tot

niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie verworpen op de in het proces-verbaal van die zitting aangegeven gronden. Nadien zijn geen nieuwe omstandigheden aan het licht gekomen die maken dat hierover anders geoordeeld moet worden.

Bewijsuitsluiting

De rechtbank zal eerst ingaan op de opgeworpen vragen ten aanzien van de rechtmatigheid van de OVC en daarna op de punten ten aanzien van de uitwerking daarvan.

Ad (iii) détournement de pouvoir

De raadsman heeft aangevoerd dat er sprake is geweest van détournement de pouvoir. Een aantal verdachten in het onderzoek Herfst, waaronder zijn cliënt, waren door de officier van justitie tijdens de voorlopige hechtenis onder beperkingen gesteld. Ondanks de geldende beperkingen zijn de verdachten willens en wetens met elkaar in een arrestantenbusje vervoerd, zonder dat de noodzaak daarvan is gebleken. De gesprekken die zij vervolgens voerden zijn opgenomen. Justitie heeft, volgens de raadsman, haar bevoegdheid om verdachte te lichten en middels een arrestantenbusje te vervoeren misbruikt voor het realiseren en opnemen van gesprekken tussen de verdachten onderling.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Verdachten die zich in voorlopige hechtenis bevinden kunnen, indien dat voor het onderzoek noodzakelijk is, worden gelicht en vervoerd. De verdachten zijn niet vervoerd zonder dat daartoe enige noodzaak bestond. Het ging om vervoer tussen huizen van bewaring en de rechtbank.

Voorts geldt dat het feit dat de verdachten, ondanks de gestelde beperkingen, samen in een arrestantenbusje zijn vervoerd niet af doet aan de rechtmatigheid van de OVC. Het opleggen van beperkingen is, buiten het gerechtelijk vooronderzoek, een bevoegdheid van de officier van justitie die tot doel heeft te voorkomen dat het onderzoek wordt gefrustreerd. Indien de officier van justitie van oordeel is dat het in het belang van het onderzoek is om verdachten bij elkaar te brengen, opdat vertrouwelijke communicatie tussen hen kan worden opgenomen, staat hem dat, binnen de grenzen van artikel 126l van het Wetboek van Strafvordering, vrij.

Ad (iv) proportionaliteit en subsidiariteit

OVC is een diep op de persoonlijke levenssfeer ingrijpend opsporingsmiddel. Gezien de ernst van de verdenkingen kan niet gezegd worden dat de inzet van dit middel disproportioneel was.

De raadsman heeft gesteld dat de OVC is ingezet zonder dat eerst minder bezwarende middelen zijn beproefd. De rechtbank heeft vast kunnen stellen dat de telefoon van verdachte geruime tijd voor zijn arrestatie is afgeluisterd, dat huiszoeking in zijn woning is verricht en dat hij enkele malen verhoord is. Gelet op de omstandigheid dat deze minder ingrijpende dwangmiddelen de zaak tegen verdachte niet tot klaarheid brachten, terwijl wel ernstige bezwaren bestonden tegen verdachte, kan niet worden gezegd dat inzet van dit opsporingsmiddel in strijd was met het subsidiariteitsbeginsel. Ook overigens is de rechtbank, mede gezien de aard van de verdenkingen die bestonden, van oordeel dat hier geen sprake is van strijd met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Ad (v) strijd met artikel 126l lid 8 Wetboek van Strafvordering

De raadsman heeft gesteld dat niet is voldaan aan het vereiste dat de OVC binnen drie dagen moet worden geverbaliseerd. De rechtbank is van oordeel dat genoemde bepaling een ordemaatregel is waar geen sanctie op staat. De rechtbank verbindt dan ook geen consequenties aan het feit dat er niet binnen drie dagen proces-verbaal van de OVC is opgemaakt. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman.

Ad (i) en (ii); algemeen

De rechtbank is van oordeel dat de bezwaren ten aanzien van de kwaliteit van de opnames en de uitwerking van de OVC niet kunnen leiden tot het uitsluiten van het bewijs van de gehele OVC (dus zowel de opnames als de eerste en de tweede uitwerking daarvan). De geformuleerde bezwaren gelden niet ten aanzien van de opnames. Voor zover die slecht van kwaliteit zijn merkt de rechtbank op dat waar de kwaliteit zodanig slecht is dat de rechtbank (of waar nodig de tolk) niets (verstaanbaars) kan horen, dit vanzelfsprekend ook geen bewijs in deze zaak kan opleveren. Daarvoor is geen bewijsuitsluiting nodig.

Ad (i) en (ii); De eerste uitwerking van de OVC

De rechtbank stelt vast dat er tussen de eerste en de tweede uitwerking van de OVC verschillen zitten. De rechtbank heeft de volgende elementen in overweging genomen:

- In de tweede uitwerking worden de op de zitting van 13 november 2008 geconstateerde vertaalfouten andermaal bevestigd.

- De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat de eerste uitwerking van de OVC geen woordelijke weergave van de OVC is, maar dat er door de tolk op basis van de context een interpretatie is gegeven van wat er wordt gezegd.

- De tolken die de eerste uitwerking hebben opgesteld waren op de hoogte van het dossier in deze zaak, zij kenden de namen van de verdachten en de feiten waarvan zij verdacht werden, de tolk die de tweede uitwerking heeft gemaakt had geen kennis van het dossier of de verdachten.

- Bij de tweede uitwerking van de OVC is een proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris d.d. 25 mei 2009 gevoegd, waaruit volgt dat het de tolk is opgevallen dat de stemmen op de gegevensdragers snel praten en woorden inslikken wat in combinatie met de nadrukkelijk hoorbare achtergrondgeluiden maken dat de gesprekken veelal slecht te verstaan zijn.

- In de tweede uitwerking zijn meer gedeelten van de gesprekken als “onverstaanbaar” betiteld.

Gelet op al deze elementen is de rechtbank van oordeel dat de eerste uitwerking van de OVC moet worden uitgesloten van het bewijs op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat als in het dossier een transcript van gesprekken wordt opgenomen, zij erop moet kunnen vertrouwen dat dit transcript een letterlijke weergave is van hetgeen gezegd wordt. Het kan niet zo zijn dat de tolken interpretaties geven van hetgeen gezegd is en die interpretatie als een letterlijke weergave presenteren. Voorts acht de rechtbank het bepaald ongewenst dat de tolken voordat zij met hun werk een aanvang maken van de inhoud van het dossier op de hoogte zijn. Als het Openbaar Ministerie een dergelijke werkwijze nodig acht behoort zij de rechtbank en de verdediging hiervan in ieder geval op de hoogte te stellen.

Het verweer van de raadsman wordt derhalve in zoverre gevolgd. De rechtbank zal dan ook aan de eerste uitwerking voorbij gaan.

Ad (i) en (ii); De tweede uitwerking van de OVC

De rechtbank overweegt voorts dat de tolk, verantwoordelijk voor de tweede uitwerking van de OVC, zijn werkzaamheden heeft verricht onder de door de rechtbank gestelde voorwaarden. De rechtbank is op grond van het voornoemde van oordeel dat ten aanzien van de tweede uitwerking van de OVC de benodigde zorgvuldigheid is betracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat ten aanzien van de tweede uitwerking van de OVC geen sprake is van een schending op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering wat tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman op dit punt.

Ten slotte overweegt de rechtbank -anders dan de raadsman- dat het feit dat de banden met de OVC pas na de feitenbehandeling aan het dossier zijn toegevoegd geen gevolgen heeft voor de bruikbaarheid hiervan. Het onderzoek ter terechtzitting is pas geruime tijd na toevoeging van de banden aan het dossier gesloten. Voordat het onderzoek werd gesloten is de zaak nog een aantal keren op zitting behandeld en heeft de verdediging voldoende gelegenheid gekregen om te reageren op de inhoud van genoemde banden. Van die gelegenheid heeft de verdediging ook gebruik gemaakt.

Vrijspraak

Feit 2 (zaak 6)

De rechtbank is -met de officier van justitie en de raadsman- van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Feit 5 (zaak 1)

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 5 ten laste gelegde overval heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de OVC d.d. 9 januari 2008 tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] niet blijkt van enige daderwetenschap noch van een bekentenis door verdachte. De rechtbank is van oordeel dat er ook overigens onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen. De verdachte moet daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 8 (zaak 35)

Naar het oordeel van de rechtbank kan voorts niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de onder feit 8 ten laste gelegde woninginbraak heeft begaan. De rechtbank overweegt hiertoe dat blijkens de in het dossier opgenomen verklaringen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat deze woninginbraak door twee of meer daders is gepleegd. De officier van justitie heeft verdachte echter ten laste gelegd dat hij de woninginbraak alleen heeft gepleegd. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte alle handelingen zelf heeft begaan.

De in de tenlastelegging opgenomen bestanddelen zijn daarmee niet allemaal aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank is gebonden aan de tenlastelegging en kan dus niet anders dan verdachte vrijspreken. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dat weliswaar vaststaat dat verdachte in het bezit was van een bij die woninginbraak gestolen horloge, maar dat dit gegeven op zich niet aan verdachte is ten laste gelegd.

De bewezenverklaring

De raadsman heeft aangevoerd dat de stemherkenningen in het dossier niet betrouwbaar zijn. De afgeluisterde gesprekken waarin de stemherkenning een rol speelt kunnen daarom niet tot het bewijs worden gebezigd, aldus de raadsman.

De rechtbank is van oordeel dat zij slechts met grote behoedzaamheid van de stemherkenningen gebruik kan maken. Zij zal daartoe per zaak kritisch beoordelen of de afgeluisterde gesprekken, waarin stemherkenning een rol speelt, als bewijs gebruikt kunnen worden. De rechtbank zal in de zaken waarin zij de stemherkenning betrouwbaar acht haar oordeel wat dat betreft nader toelichten.

De rechtbank overweegt voorts dat de verklaring van getuige [slachtoffer 5], zoals verwoord in zijn brief van 20 november 2008 en zijn verhoor bij de rechter-commissaris van 9 maart 2009, door de rechtbank niet als bewijs zal worden gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank leert de ervaring dat een verklaring, afgelegd ruim een jaar nadat het betreffende feit plaatsvond, en nadat de getuige de terechtzitting heeft bijgewoond en ter zitting met de verdachte is geconfronteerd, onvoldoende betrouwbaar is om tot bewijs in een strafzaak te kunnen dienen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 3, 4, 6, 7 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

Feit 1 (zaak 5):

hij op 11 september 2007 te [woonplaats] op de openbare weg, het Oppenheimplein, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders

- op die [slachtoffer 1] zijn afgelopen en een vuurwapen aan die [slachtoffer 1] hebben

getoond en voorgehouden en gericht en daarbij tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Meekomen we moeten het nummer hebben" en "werk mee vriend, dan gebeurt je niks" en "Nummer, ik moet nu het nummer hebben";

Feit 3 (zaak 10):

hij op 30 oktober 2007 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meer

portemonnees en een of meer bankpassen en een of meer mobiele

telefoons en een geldbedrag van ongeveer 740 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3] of

[slachtoffer 4] of [slachtoffer 5], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

en

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]

en [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer bankpassen en een of meer mobiele telefoons, en het ter beschikking stellen van pincodes, toebehorende aan

[slachtoffer 3] of [slachtoffer 4] of [slachtoffer 5],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 3] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of hem dreigend

heeft/hebben toegevoegd: "dingen gaan fout als je nu niet meewerkt, we

willen je geld en je pincode” en

- die [slachtoffer 4] een mes heeft/hebben getoond en voorgehouden en gericht en

- die [slachtoffer 4] met kracht naar de grond heeft/hebben gedrukt en hem dreigend heeft/hebben toegevoegd: "beweeg je niet anders steek ik je neer"

- de hoofden van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft/hebben bedekt met een handdoek en

- die [slachtoffer 5] uit zijn bed heeft/hebben getrokken en de bril van het

gezicht van die [slachtoffer 5] heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer 5] met een schroevendraaier in zijn lichaam heeft/hebben gestoken of geprikt en

- die [slachtoffer 5] in zijn maag heeft/hebben geschopt en

- die [slachtoffer 5] dreigend heeft/hebben toegevoegd: "je kunt maar beter je

pincode geven en niet liegen, anders maken we je dood";

Feit 4 (zaak 10):

hij op 30 oktober 2007 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk, in een woning gelegen aan de [adres],

- die [slachtoffer 3] tegen de grond gewerkt en hem dreigend toegevoegd: "dingen

gaan fout als je nu niet meewerkt, we willen je geld en je pincode” en

- die [slachtoffer 4] een mes getoond en voorgehouden en gericht en

- die [slachtoffer 4] met kracht naar de grond gedrukt en hem dreigend toegevoegd: "beweeg je niet anders steek ik je neer"

- de hoofden van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] bedekt met een handdoek en

- die [slachtoffer 5] uit zijn bed getrokken en de bril van het gezicht van die

[slachtoffer 5] geslagen en

- die [slachtoffer 5] met een schroevendraaier in zijn lichaam gestoken of geprikt en

- die [slachtoffer 5] in zijn maag geschopt en

- die [slachtoffer 5] dreigend toegevoegd: "je kunt maar beter je pincode geven

en niet liegen, anders maken we je dood" en

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] terwijl zij geblinddoekt

waren naar een andere kamer in die woning gebracht en op de grond gegooid en

- in aanwezigheid van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] terwijl zij geblinddoekt waren gezegd: "Hou ze onder schot";

Feit 6 (zaak 17):

hij op 18 oktober 2007 te [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen

aan de [adres 3] heeft weggenomen een tv en een spelcomputer en

een zonnebril en een paspoort en een laptop en een beeldscherm en

drie tassen en een groot aantal dvd's en een bankpas en een

creditcard, toebehorende aan [benadeelde 1] of [benadeelde 2], waarbij verdachte en/of

zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak van een deur van voornoemde woning;

Feit 7 (zaak 27):

hij op 3 november 2007 te [woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen

aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een laptop merk

Packard Bell en een computer merk Dell en een monitor merk Dell

en een betonschaar en 175 euro en een mobiele telefoon (merk Nokia, type 3410 NHMZHX) en sleutels en een radio-CD-speler merk Pioneer en een boor en een stekker en een bril

en 15 CD's en een lamp en een digitale camera merk Minolta en vervolgens een personenauto merk Volvo, met kenteken [kenteken], toebehorende aan

[benadeelde 3], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op een raam van voornoemde woning en vervolgens door middel van inklimming en door middel van een valse sleutel;

Feit 9 (zaak 41):

hij op 13 november 2007 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met anderen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning gelegen

aan de [adres] heeft weggenomen een aantal dvd's en twee

beeldschermen en een mobiele telefoon en een tas en een horloge en

een bedrag aan geld en een fiets en autosleutels, toebehorende aan [benadeelde 5],

in elk geval aan anderen dan aan verdachte en zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak van een raam van voornoemde woning en inklimming in voornoemde woning.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder feit 1, feit 3, feit 4, feit 6, feit 7 en feit 9 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De rechtbank overweegt daartoe het volgende:

Ten aanzien van feit 1 (zaak 5):

Aangever [slachtoffer 1] verklaarde bij de politie dat hij op 11 september 2007 ging pinnen op het Oppenheimplein te [woonplaats] bij de Rabobank. Toen aangever zijn pinpas in de automaat had gestoken, zijn pincode en het gewenste bedrag had ingetoetst, hoorde aangever dat iemand iets riep. Hij zag dat een persoon zich in zijn richting bewoog. Deze persoon had een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand en hij richtte het vuurwapen op aangever. Er stonden nog twee personen bij. Eén van deze daders richtte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar de grond. Aangever liep achteruit. Dader 1 kwam achter hem aan en hield het vuurwapen nog steeds gericht op aangever. Dader 1 zei “meekomen, we moeten het nummer hebben”. Vervolgens trok dader 1 de portemonnee van aangever uit zijn hand. Aangever werd gedwongen weer richting de pinautomaat te lopen. Dader 2 zei “werk mee vriend, dan gebeurt je niks. Nummer, ik moet nu het nummer hebben”. De daders hebben de portemonnee met diverse pasjes, de pinpas en het net gepinde geld van aangever weggenomen.

In het televisieprogramma Opsporing Verzocht zijn beelden van deze overval getoond .

Na dit programma heeft verdachte een aantal telefoongesprekken gevoerd (terwijl op zijn nummer een telefoontap was geplaatst), waaruit naar het oordeel van de rechtbank volgt dat verdachte op deze beelden werd herkend door familie. De rechtbank noemt met name de gespreksnummers 1300, pagina 2020 tussen verdachte en zijn zus [naam], 1304, pagina 2020 en 2021 tussen verdachte en zijn zus [naam], 1305, pagina 2021 tussen verdachte en zijn zus [naam], 1306, pagina 2022 tussen verdachte en zijn zwager, en 1307, pagina 2023 tussen verdachte en zijn zwager.

Zowel de zus als de zwager van verdachte zeggen dat één van de daders van de overval voor 100% op verdachte lijkt. Verdachte verklaart zelf bij de rechter-commissaris dat hij door familie op de beelden is herkend.

De rechtbank maakt voorts uit de in het dossier opgenomen telefoongesprekken op dat ook vrienden van verdachte hem op de televisiebeelden hadden herkend .

In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2007 verklaarde verbalisant

[verbalisant 1] dat hij op 7 november 2007 een aantal opsporingsberichten bekeek. Het betreft hier geen beelden gemaakt tijdens de overval op aangever [slachtoffer 1]. [verbalisant 2] herkende een van de jongens voor 100% als [verdachte]. Hij kende [verdachte] ambtshalve in verband met zijn werk als wijkagent. Het is verbalisant [verbalisant 1] eerder opgevallen dat [verdachte] vaak dezelfde kledingcombinatie droeg. Deze kledingcombinatie komt overeen met de kledingcombinatie die hij draagt op de foto.

Op 7 december 2007 verklaart verbalisant [verbalisant 3] dat de donkerkleurige jas die door de persoon wordt gedragen op de camerabeelden van deze overval, zeer sterke gelijkenis vertoont met de jas die wordt gedragen door de man uit de voornoemde opsporingsberichten, die door verbalisant [verbalisant 1] herkent is als [verdachte]. Dit betreft de dader die het vuurwapen in zijn hand had en de aangever hiermee bedreigde.

Tevens viel het verbalisant [verbalisant 3] op dat de broek die gedragen wordt door de herkende [verdachte] ook zeer sterke gelijkenis vertoont met de broek die door de dader van de overval wordt gedragen . Ook de rechtbank constateert dat sprake is van een treffende gelijkenis van de kleding op beide foto’s.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] betrokken is geweest bij de overval op aangever [slachtoffer 1].

Ten aanzien van feit 3 en feit 4 (zaak 10):

Aangever [slachtoffer 3] verklaarde bij de politie dat hij woonde op de [adres] in [woonplaats] met de medeaangevers [slachtoffer 5]k en [slachtoffer 4]. Op 30 oktober 2007 om 18.00 uur hoorde hij gerommel aan de achterdeur. [slachtoffer 3] deed de achterdeur open en op dat moment werd hij door één man vastgepakt. Twee andere mannen liepen de gang in. Eén van de mannen liep op enig moment zijn slaapkamer in en pakte zijn portemonnee. Vervolgens werd [slachtoffer 3] tegen de grond gewerkt en onder controle gehouden. Hij hoorde de mannen zeggen “dingen gaan fout als je nu niet meewerkt, we willen je geld en je pincode.” Twee mannen trokken vervolgens [slachtoffer 4] ook de kamer binnen en zetten hem naast [slachtoffer 3] op de grond. Zij werden daarop geblinddoekt. [slachtoffer 3] hoorde [slachtoffer 5] kermen van de pijn en één van de mannen zei “je kunt maar beter je pincode geven en niet liegen anders maken we je dood”. Nadat de pincodes waren gecontroleerd via de laptop van [slachtoffer 3] ging één persoon via de achterdeur weg om te pinnen. Toen deze man terug kwam was hij boos, omdat hij niet veel geld had kunnen pinnen. Ze werden toen één voor één begeleid naar een andere kamer, terwijl ze nog geblinddoekt waren. [slachtoffer 3] verklaarde dat tijdens de overval één van de mannen tweemaal werd gebeld. De overvallers hebben de mobiele telefoon, de bankpas en ongeveer dertig à veertig euro contact geld van [slachtoffer 3] meegenomen.

[slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ondersteunen het verhaal van [slachtoffer 3]. Daarnaast blijkt nog uit de verklaring van [slachtoffer 4] dat twee jongens direct op hem af stapten toen hij de kamer van [slachtoffer 3] in liep en dat de rechterjongen een mes vasthield ter hoogte van het gezicht van [slachtoffer 4] op ongeveer 20 centimeter afstand. De linkerjongen pakte hem beet en duwde hem de kamer in en drukte hem met kracht op de grond. Toen hij op de grond zat werd door één van de jongens gezegd “beweeg je niet anders steek ik je neer”. Er werd een handdoek over zijn hoofd gelegd. Hij heeft vervolgens zijn telefoon afgegeven of deze werd afgepakt. Eén van de jongens vroeg om zijn pinpas, waarop [slachtoffer 4] de pinpas uit zijn portemonnee heeft gepakt en aan één van de jongens heeft gegeven. De jongen die wegging zei “hou ze onder schot”. Van [slachtoffer 4] werd een bankpas, een mobiele telefoon en geld weggenomen.

Uit de aangifte van [slachtoffer 5] bij de politie volgt nog dat hij zag dat een persoon op hem af kwam lopen die hem ruw uit zijn bed trok. Hij zette zijn bril op, maar deze werd van zijn hoofd geslagen. Hij werd naar de andere kant van zijn kamer geduwd en een persoon zei “pak je pinpas”. Hij had gezien dat één van de personen een vrij grote schroevendraaier in zijn hand had. Deze persoon stak hem met de schroevendraaier. De persoon heeft hem twee maal geprikt cq gestoken. De persoon trok de portemonnee uit de handen van [slachtoffer 5]. Hij werd door dezelfde persoon naar de kamer van [slachtoffer 3] geduwd. Hij zag dat in deze kamer nog twee personen op de grond zaten met een handdoek over hun hoofd. Hij werd op de grond gegooid en er werd een vochtige handdoek over zijn hoofd gegooid. Eén van de personen vroeg naar de pincode. [slachtoffer 5] gaf drie keer een fictieve code.

Hij hoorde dat het pasje nu geblokkeerd was. Ze werden hierop erg kwaad en [slachtoffer 5] voelde dat hij twee keer in zijn maag werd geschopt. Hierna vroegen ze de pincode van de pas van de postbank. Later klaagden de daders dat er zo weinig geld op de rekeningen stond, van een rekening hadden zij 700 euro afgehaald en van zijn rekening 40 euro. Vervolgens werd hij naar de kamer van [slachtoffer 4] geleid en daar ruw op de grond gegooid.

In het dossier is een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 30 oktober 2007 opgenomen . Om 18.05 uur spreekt een medeverdachte met een vrouw, naar later gebleken genaamd [naam]. In dit gesprek zegt de medeverdachte dat hij “bij die Christina is, bij die buurthuis”. De rechtbank stelt vast dat dit gesprek plaatsvindt kort voor de overval op de [adres]. Vervolgens belt de medeverdachte om 18.19 uur wederom met [naam] . Voordat het gesprek begint is op de achtergrond te horen dat een man zegt “Wat is je code, wat is je code. Als ze het natrekken. Als het fout is ben je de lul”. Hierna begint het telefoongesprek en zegt de medeverdachte tegen [naam] dat zij nog niet moet komen, omdat hij nog bezig is.

[naam] (roepnaam [naam] verklaarde bij de politie dat zij genoemd telefoongesprek heeft gevoerd met [medeverdachte 2] (medeverdachte).

De aangevers hebben het geluidsfragment “wat is je code, wat is je code. Als ze het natrekken. Als het fout is ben je de lul” beluisterd. Aangever [slachtoffer 3] verklaarde bij de politie de stemmen te herkennen. [slachtoffer 3] verklaarde voor 100% zeker te weten dat dit gesprek is gevoerd tijdens de overval.

De rechtbank overweegt dat de stem van de man op de achtergrond die voor het gesprek zegt “Wat is je code? Als ze het natrekken. Als het fout is ben je de lul” door de tolk, die het gesprek heeft afgeluisterd, wordt herkend als de stem van [verdachte] en dat ook verbalisant [verbalisant 4] de stem van [verdachte] herkent als zijnde de persoon die aan het slachtoffer vraagt “Wat is je code. Als ze het natrekken” . De rechtbank overweegt dat een stemherkenning op zich niet zonder meer als bewijs kan worden gebruikt. In de onderhavige zaak echter wordt verdachte herkend door een verbalisant, die verdachte eerder persoonlijk heeft gesproken, en door een tolk, die stemmen die hij hoort kan vergelijken met de in een stemotheek opgenomen stemmen van verdachten. De rechtbank stelt derhalve vast dat deze dubbele stemherkenning, onder deze omstandigheden, kan bijdragen aan het bewijs.

In de OVC d.d. 9 januari 2008 zegt medeverdachte [medeverdachte 2] “als ze jouw bloed vinden?” Verdachte zegt daarop “mijn bloed, waar?” [medeverdachte 2] “in Criss (fon)”. Verdachte antwoordt daarop “vinden ze niet, “denk het niet”, ik heb geen bloed”. De rechtbank heeft dit gesprek in raadkamer beluisterd en zij heeft daarbij vastgesteld dat waar in de vertaling “Chriss (fon)” staat [naam] wordt gezegd. De rechtbank beziet deze passage in het licht van het gehele gesprek wat toen tussen de verdachten werd gevoerd. Verdachte sprak met de medeverdachte over het bewijs wat tegen hen zou kunnen bestaan. Zij waren bekend met de verdenking die tegen hen bestond in de zaak van de overval op de [adres]. In dat kader komen eventuele sporen die zij zouden hebben achtergelaten aan de orde. Medeverdachte [medeverdachte 2] maakt zich er zorgen over dat mogelijk bloedsporen van verdachte zouden kunnen worden aangetroffen.

[naam] duidt naar het oordeel van de rechtbank op de [adres]. Verdachte weet exact wat met Christie wordt bedoeld, hij vraagt immers niet waar [medeverdachte 2] het over heeft, maar reageert met “vinden ze niet”. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank slechts tot de conclusie leiden dat verdachte bij de overval op de [adres] aanwezig was.

De rechtbank is op grond van de OVC, in combinatie met de getuigenverklaring van [slachtoffer 3] en de dubbele stemherkenning van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte deze overval heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 6 (zaak 17):

Aangever [benadeelde 1] verklaarde bij de politie dat er op 18 oktober 2007 tussen 20.15 uur en 22.15 uur was ingebroken in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats]. De keukendeur was opengebroken. Bij de inbraak werden een televisie, een Xbox spelcomputer, een paspoort, een laptop, een zonnenbril, een beeldscherm, drie tassen, 12 dvd’s, waaronder Taking Lives, Scarface, Donnie Brasco, American History X, Schnitzelparadijs, Lock Stock & Smoking Barrels, Planet of the Apes, Trainspotting, Driving Miss Daisy en Swordfish, een bankpas, een creditcard, twee zwaarden en een Playboy tijdschrift weggenomen. De weggenomen goederen behoorden deels aan aangever en deels aan zijn huisgenoot

[benadeelde 2] toe.

Op 19 oktober 2007 om 01.10 uur, kort na de woninginbraak, kreeg de politie de melding dat op de Wallensteinlaan in [woonplaats] een groep van ongeveer vijf jongens stond. Eén van de jongens zou een zwaard in zijn handen hebben. Toen de politie ter plekke kwam rende één van de jongens weg. Verbalisant zag dat die persoon vervolgens uit een gebukte positie omhoog kwam. Verbalisant liep naar de plek waar hij hem had zien bukken en trof twee dvd’s aan met daar omheen gewikkeld een Playboy tijdschrift . Eén van de dvd’s had de titel Scarface en de andere hoes was voorzien van de titel Taking Lives. Verbalisant voelde dat de hoezen warm aanvoelden.

Toen de andere drie personen wegliepen zagen verbalisanten dat er een fiets achterbleef welke waarschijnlijk door de jongens was gebruikt. Achterop de fiets zaten drie dvd’s onder de snelbinders bevestigd met als titels Deliverance, Donnie Brasco en Lock Stock & Smoking Barrels .

De drie personen die wegliepen in de richting van de Prinses Irenelaan werden ook staande gehouden. Dit betrof [naam], [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte].

Bij medeverdachte[naam] werden twee dvd’s aangetroffen met de titels Het Schnitzelparadijs en American History X .

Aangever heeft de dvd’s Het Schnitzelparadijs en American History X als zijn eigendom herkend .

Op 22 december 2007 is er een doorzoeking verricht in de woning van verdachte [verdachte] op de [adres] hoog te [woonplaats]. Tijdens deze doorzoeking werden vier dvd’s aangetroffen met de titels Swordfish, Trainspotting, Planet of the Apes en Driving Miss Daisy . [benadeelde 2] heeft de dvd Planet of the Apes en de dvd Trainspotting aan een sticker op, respectievelijk een scheurtje in de hoes, herkend als zijn eigendom .

In het dossier zijn een aantal afgeluisterde telefoongesprekken opgenomen. De rechtbank overweegt dat blijkens de inhoud van het dossier het telefoonnummer 06-38037545 in gebruik is bij verdachte [verdachte]. De stem van de gebruiker van dit telefoonnummer in de gesprekken die relevant zijn in deze zaak wordt door verbalisant [verbalisant 4] herkend als de stem van [verdachte]. De rechtbank stelt daarom vast dat het verdachte [verdachte] is die op 18 oktober 2007 om 20.45 uur, dus ten tijde van de inbraak, belt naar oelie en zegt dat de deur open is en oelie vraagt mee naar binnen te gaan . Om 21.20 uur die avond biedt verdachte aan een onbekend gebleven persoon een mooie televisie aan . Ten slotte wordt op 29 oktober 2007 tussen verdachte en oelie gesproken over de verkoop van een X-box en over de verdeling van de opbrengst . De stem van verdachte wordt ook in dit gesprek door de verbalisant herkend. De rechtbank acht op grond van deze stemherkenning in combinatie met het gebruikte nummer, de andere afgeluisterde telefoongesprekken en bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de woninginbraak heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 7 (zaak 27):

Aangever [benadeelde 3] verklaarde bij de politie dat er op 3 november 2007 tussen 17.00 uur en 20.50 uur was ingebroken in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats]. Bij de inbraak werden een laptop, merk Packard Bell, een monitor, merk Dell, een computer, merk Dell, een betonschaar, € 175,00 aan contant geld, een mobiele telefoon, merk Nokia, type 3410 NHMZHX, sleutels, een radio-cd-speler, merk Pioneer, een boor, een stekker, een bril, 15 cd’s, een lamp, een digitale fotocamera, merk Minolta en een personenauto, merk Volvo met kenteken [kenteken], weggenomen .

Onderzoek door de Technische Recherche heeft uitgewezen dat het draairaam in de keuken was verbroken met behulp van een schroevendraaier en dat de dader door dit raam de keuken is ingeklommen. De dader verliet vermoedelijk via de voordeur de woning na deze deur met vermoedelijk een breekijzer te hebben geforceerd. Op de tafel in de woonkamer werd een gewone schroevendraaier aangetroffen .

Uit in het dossier opgenomen sms-berichten en telefoongesprekken volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte en medeverdachte [Y] op de avond van 3 november 2007 wat van plan zijn . In de hier genoemde telefoongesprekken word steeds het regulier telefoonnummer van verdachte gebruikt.

In het op 3 november 2007 om 21.11 uur gevoerde telefoongesprek wordt door medeverdachte [Y] op de achtergrond gezegd “met die auto kunnen we veel dingen doen, gelijk snelkraak Mitra”. Vervolgens zegt medeverdachte [Y] tegen een onbekend gebleven persoon dat hij leuke dingetjes heeft voor hem . Om 22.46 uur die avond vindt een telefoongesprek plaats tussen verdachte (in dat gesprek aangeduid met zijn bijnaam [naam] en een onbekende, waarin gesproken wordt over een zoekgeraakte schroevendraaier. Om 22.48 is er een telefoongesprek waarin weer wordt gesproken over de zoekgeraakte schroevendraaier, een koevoet en een zaklamp.

In dit gesprek wordt gezegd dat de schroevendraaier in de auto zou liggen, maar dat blijkt niet het geval. Wederom wordt verdachte in dit gesprek aangesproken met [naam]. Ook wordt in dit gesprek gesproken over die Packart en een Celleron-besturingssysteem . Blijkens onder meer de OVC is [naam] de bijnaam van verdachte. In het proces-verbaal d.d. 7 mei 2008 wordt door verbalisant [verbalisant 5] gerelateerd dat aan de hand van afgetapte telefoongesprekken met stemherkenningen, de gebruikte mobiele telefoonnummers, verklaringen van verdachten, onderzoeken in politiesystemen en informatie van wijkagenten een lijst van de gebruikte bijnamen is gemaakt. Uit deze lijst volgt dat de bijnaam van verdachte [verdachte] “[naam] of [naam]” is.

Voorts is er een telefoongesprek van 4 november 2007 waarin medeverdachte [Y] tegen Muis zegt dat ze gisteren mazzel hadden en dat er veel woningen waren en dat ze een auto en alles hebben , en een telefoongesprek van 5 november 2007, waarin door verdachte (stemherkenning) en medeverdachte [medeverdachte 2] wordt gesproken over “die Volvo” .

Op grond van de inhoud van de genoemde sms-berichten en telefoongesprekken in combinatie met de aangifte en de resultaten van het onderzoek door de Technische Recherche is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich mede aan deze woninginbraak schuldig heeft gemaakt.

Ten aanzien van feit 9 (zaak 41):

Aangever [benadeelde 5] verklaarde bij de politie dat er op 13 november 2007 tussen 19.30 uur en 23.15 uur was ingebroken in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats]. Het zijraam was door de daders opengebroken. Bij de woninginbraak werden onder meer 6 dvd’s, twee beeldschermen, een mobiele telefoon, een sporttas, een videocamera, een horloge, geld, een fiets, autosleutels, een personenauto van het merk Seat Leon, kleur zwart, een Nintendo WII spelcomputer, een Nintendo DS Lite en een televisie weggenomen . De fiets was eigendom van de vriendin van aangever .

Getuige [getuige] verklaarde bij de politie dat zij vanuit haar woning de woning op de [adres] goed kon zien. Op 13 november 2007 zag getuige een drietal Marokkaanse jongens lopen in de richting van de Pionstraat. Even later liepen deze jongens weer terug in de richting waar zij vandaan kwamen. Dit gebeurde meerdere malen. Getuige zag dezelfde avond om 21.30 uur politie in de woning op de [adres]. Enkele minuten nadat de politie wegreed om 22.55 uur zag getuige dat twee jongens terugliepen. Deze twee Marokkaanse jongens liepen naar een in de Pionstraat geparkeerde zwarte Seat Leon, stapten in en reden met piepende banden weg .

De weggenomen Seat Leon werd op 13 november 2007 om 23.15 uur teruggevonden op de Huis ter Zuylenstraat .

Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat het telefoonnummer 06-38037545, waarvan in de hierna te noemen gesprekken gebruik wordt gemaakt, in gebruik is bij verdachte [verdachte].

Uit een in het dossier opgenomen afgeluisterd telefoongesprek volgt dat medeverdachte [medeverdachte 3] op 13 november 2007 om 20.32 uur aan verdachte vraagt om die deur open te doen. Verdachte zegt daarop dat ze al bijna klaar zijn. [medeverdachte 3] zegt vervolgens dat verdachte moet vluchten als hij weer belt . Medeverdachte [medeverdachte 3] verklaarde in eerste instantie bij de politie dat hij ten tijde van dit gesprek bij het huis van de vriendin van verdachte [verdachte] stond en dat hij [verdachte] zou bellen als haar vader kwam. Verdachte [medeverdachte 3] verklaarde dat te bedoelen met de opmerking dat [verdachte] moest vluchten als hij belde . Daarna verklaarde verdachte [medeverdachte 3] dat hij ten tijde van het gesprek op de uitkijk stond voor verdachte [verdachte], omdat [verdachte] stiekem de schuursleutel van zijn vader had gepakt . Verdachte [medeverdachte 3] legt dus verschillende verklaringen af over het op de uitkijk staan op 13 november 2007, maar duidelijk is dat hij voor verdachte [verdachte] op de uitkijk stond.

Voorts blijkt uit afgeluisterde telefoongesprekken dat verdachte op 13 november 2007 om 20.48 uur met een andere persoon afspreekt in het derde bos, omdat hij spullen heeft die de andere persoon zeker zullen bevallen . Diezelfde avond om 23.19 uur zegt verdachte (aangeduid als [naam]) tegen een andere persoon dat ze een goede prijs hebben gegeven voor dat ding wat die persoon zojuist heeft weggenomen . Uit dit gesprek volgt ook dat door een medeverdachte tegen deze andere persoon wordt gezegd dat hij dat ding moet parkeren, omdat de politie is gebeld, waarop de andere persoon zegt dat hij dat ding al geparkeerd heeft.

In een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 16 november 2007 om 21.08 uur wordt tussen verdachte (aangeduid als [naam]), medeverdachte [medeverdachte 3] en een derde persoon gesproken over een DS, een camera, een tele , een Nintendo WII en een Nintendo DS . Ook wordt tussen verdachte (aangeduid als [naam]) en de derde persoon gesproken over verkopen en verdelen .

De rechtbank stelt vast dat de goederen waarover in dit telefoongesprek wordt gesproken goederen betreft die bij de woninginbraak op 13 november 2007 zijn weggenomen.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de inhoud van de op de avond van de woninginbraak en de kort daarna gevoerde telefoongesprekken in combinatie met de bij de woninginbraak weggenomen spullen, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [verdachte] bij deze woninginbraak betrokken is geweest.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder

feit 1, feit 3, feit 4, feit 6, feit 7 en feit 9 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder feit 1, feit 3, feit 4, feit 6, feit 7 en feit 9 bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3 en feit 4:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

Afpersing door twee of meer verenigde personen

En

Voortgezette handeling van medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Ten aanzien van feit 6:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 7:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming en valse sleutels.

Ten aanzien van feit 9:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee overvallen en drie woninginbraken. Verdachte pleegde de overvallen samen met anderen. De slachtoffers werden met wapens bedreigd en er werd door de daders daarbij bedreigende taal geuit. Bij de overval op de [adres] gebruikten de daders ook daadwerkelijk geweld om te krijgen wat ze wilden hebben. De bewoners van de Christinaschool zijn van hun vrijheid berooft, geblinddoekt en bedreigd. Dat terwijl zij zich in hun eigen woning bevonden. De manier waarop verdachte en zijn mededaders met de slachtoffers van de overvallen zijn omgegaan getuigt niet van enig mededogen. De gevolgen voor de slachtoffers zijn groot geweest. Hun gevoel van veiligheid en hun vertrouwen in de medemens zijn ernstig aangetast. Verdachte ging het enkel om geldelijk gewin. De gepleegde overvallen rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Ook de woninginbraken pleegde verdachte samen met anderen. Bij de woninginbraken werden veel goederen weggenomen.

Blijkens het uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 2 oktober 2008 is verdachte niet eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank heeft acht geslagen op het voorlichtingsrapport van reclasseringswerker

G.J.H. Beernink van 14 maart 2008, waaruit onder meer volgt dat geen uitspraak kan worden gedaan over de kans op recidive nu verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten ontkent en verdachte de gespreksonderwerpen scherp afbakent. Daarnaast blijkt uit het voorlichtingsrapport dat verdachte van mening is dat hij geen hulp nodig heeft. Ook ter terechtzitting heeft verdachte verklaard geen hulp nodig te hebben.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van feit 2 wordt vrijgesproken en voor de onder 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Gelet op voornoemde en gelet op de omstandigheid dat de rechtbank één overval en één woninginbraak minder bewezen acht is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan door de officier van justitie gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte kennelijk geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Verdachte heeft ter terechtzitting geen enkel berouw richting de slachtoffers getoond. Gelet op de ernst van de feiten, met name de door verdachte gepleegde overvallen, acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te melden duur passend.

Teruggave in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- spelcomputer, Sony playstation;

- 4 dvd’s, Swordfish, Driving Miss Daisy, Trainspotting en Planet of the Apes,

- horloge, kleur zilver, Guess,

zal de rechtbank gelasten dat deze voorwerpen aan de rechthebbenden worden teruggegeven.

Met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- computer, Compaq Presario,

- geld, € 500,00,

- jas, kleur beige, driekwart jas met houwtje touwtje knopen,

- tas, kleur blauw, inhoud: psp met lader, spellen, kleding, enz.,

- schoenen, kleur zwart, Tommy Hilfiger, maat 42,

- trainingsbroek, kleur grijs, Champion, maat S,

zal de rechtbank de teruggave gelasten aan verdachte, bij wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten, te weten een bedrag van € 806,99 wegens materiële schade en een bedrag van € 1.600,00 wegens immateriële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door de ten aanzien van verdachte onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten.

De immateriële schade wordt naar billijkheid vastgesteld op € 1.600,00 en de materiële schade wordt begroot op € 806,99, derhalve in totaal € 2.406,99.

De vordering zal daarom worden toegewezen, met verwijzing van verdachte in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

De verdachte is op de voet van artikelen 6:6 e.v. BW niet tot vergoeding gehouden indien en voor zover het toegewezen bedrag reeds door (een) mededader(s) is voldaan.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten, te weten een bedrag van € 804,65 wegens materiële schade en een bedrag van € 1.700,00 wegens immateriële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door de ten aanzien van verdachte onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten.

De immateriële schade wordt naar billijkheid vastgesteld op € 1.700,00 en de materiële schade wordt begroot op € 804,65, derhalve in totaal € 2.504,65.

De vordering zal daarom worden toegewezen, met verwijzing van verdachte in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

De verdachte is op de voet van artikelen 6:6 e.v. BW niet tot vergoeding gehouden indien en voor zover het toegewezen bedrag reeds door (een) mededader(s) is voldaan.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feit, te weten een bedrag van € 779,00 wegens materiële schade en een bedrag van € 1.600,00 wegens immateriële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door de ten aanzien van verdachte onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten.

De immateriële schade wordt naar billijkheid vastgesteld op € 1.600,00 en de materiële schade wordt begroot op € 779,00, derhalve in totaal € 2.379,00.

De vordering zal daarom worden toegewezen, met verwijzing van verdachte in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

De verdachte is op de voet van artikelen 6:6 e.v. BW niet tot vergoeding gehouden indien en voor zover het toegewezen bedrag reeds door (een) mededader(s) is voldaan.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]/[benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 8 ten laste gelegde feit.

Nu aan de verdachte voor wat betreft het onder 8 ten laste gelegde feit geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing zal vinden, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij en de verdachte moeten ieder de eigen kosten dragen.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 24c, 36f, 47, 56, 57, 282, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 2, 5 en 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 3, 4, 6, 7 en 9 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, feit 3, feit 4, feit 6, feit 7 en feit 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder feit 1, feit 3, feit 4, feit 6, feit 7 en feit 9 bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 7 (ZEVEN) JAAR.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave van:

- de spelcomputer, Sony playstation;

- de 4 dvd’s, Swordfish, Driving Miss Daisy, Trainspotting en Planet of the Apes, en

- het horloge, kleur zilver, Guess,

aan de rechthebbende.

Gelast de teruggave van:

- de computer, Compaq Presario,

- het geld, € 500,00,

- de jas, kleur beige, driekwart jas met houwtje touwtje knopen,

- de tas, kleur blauw, inhoud: psp met lader, spellen, kleding, enz.,

- de schoenen, kleur zwart, Tommy Hilfiger, maat 42, en

- de trainingsbroek, kleur grijs, Champion, maat S,

aan de verdachte.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats], toe tot een bedrag van € 2.406,99 (zegge tweeduizendvierhonderdzes euro en negenennegentig eurocent).

Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door (een) mededader(s) is betaald.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen

€ 2.406,99 (zegge tweeduizendvierhonderdzes euro en negenennegentig eurocent) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 42 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde en/of (een) mededader(s) dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde en/of (een) mededader(s) voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5], wonende te [woonplaats], toe tot een bedrag van € 2.504,65 (zegge tweeduizendvijfhonderdvier euro en vijfenzestig eurocent).

Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door (een) mededader(s) is betaald.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen

€ 2.504,65 (zegge tweeduizendvijfhonderdvier euro en vijfenzestig eurocent) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 42 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde en/of (een) mededader(s) dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde en/of (een) mededader(s) voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats], toe tot een bedrag van € 2.379,00 (zegge tweeduizenddriehonderdnegenenzeventig euro).

Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door (een) mededader(s) is betaald.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen

€ 2.379,00 (zegge tweeduizenddriehonderdnegenenzeventig euro) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 41 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde en/of (een) mededader(s) dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde en/of (een) mededader(s) voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4]/[benadeelde 2] niet ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A. Wassing, P.K. van Riemsdijk en S.C. Hagedoorn, bijgestaan door mr. K.F. van Dam als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juni 2009.

Mr. Wassing is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.