Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI8398

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
17-06-2009
Zaaknummer
268744 / KG ZA 09-583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. De voorzieningenrechter schorst de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie van de KNVB strekkende tot intrekking van de licentie van Fortuna Sittard per 30 juni 2009 tot 1 juli 2010 en beveelt de KNVB om Fortuna Sittard toe te laten tot de door de KNVB georganiseerde Jupiler League zulks met betrekking tot het seizoen 2009/2010 en op straffe van verbeurte van een dwangsom. Zowel aan het besluit van de Licentiecommissie als aan het besluit van de Beroepscommissie kleven ernstige (formele) gebreken, die voldoende zijn om aan te nemen dat de bodemrechter deze besluiten zal vernietigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 268744 / KG ZA 09-583

Vonnis in kort geding van 17 juni 2009

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING FORTUNA SITTARD,

statutair gevestigd te Sittard,

hierna te noemen: “Fortuna Sittard”,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FORTUNA SITTARD HOLDING B.V.,

statutair gevestigd te Sittard,

hierna te noemen: “Fortuna Sittard Holding”,

3. de stichting

STICHTING TROTS OP FORTUNA,

gevestigd te Sittard,

hierna te noemen: “TOF”,

eiseressen,

hierna gezamenlijk aan te duiden als: “Fortuna Sittard c.s.”,

advocaat mr. M.C. Schepel,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBAL BOND,

gevestigd te Zeist,

hierna te noemen: “de KNVB”,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.A. Knijff.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de conceptdagvaarding van Fortuna Sittard c.s. naar aanleiding waarvan de KNVB

vrijwillig is verschenen,

- de producties 1 tot en met 27 van Fortuna Sittard c.s.,

- de producties 1 tot en met 6 van de KNVB,

- de mondelinge behandeling van 10 juni 2009,

- de pleitnota van Fortuna Sittard c.s.,

- de pleitnota van KNVB.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Fortuna Sittard is een voetbalclub en is lid van de KNVB. Zij neemt op basis van een daartoe door de KNVB verstrekte licentie deel aan de door de KNVB georganiseerde betaald voetbal competitie en meer in het bijzonder de Jupiler League.

2.2. Fortuna Sittard Holding treedt op als houdstermaatschappij voor vennootschappen waarin de commerciële belangen van en de activiteiten van Fortuna Sittard zijn

ondergebracht. Fortuna Sittard houdt alle aandelen in Fortuna Sittard Holding.

2.3. TOF ondersteunt Fortuna Sittard. Zij stelt zich ten doel financiële middelen te generen ten einde Fortuna Sittard als betaaldvoetbalorganisatie (hierna ook wel aan te duiden als “BVO”) in stand te houden en te revitaliseren. Daarnaast ondersteunt zij de jeugdopleiding bij Fortuna Sittard en zet zij zich in voor het behouden van het voetbalerfgoed van Fortuna Sittard en haar voorgangers, Sittardia en Fortuna ’54.

2.4. De Licentiecommissie beoordeelt als orgaan van de KNVB of nieuwe toetreders aan de licentie-eisen voldoen en ziet toe op de naleving van de licentie-eisen en verplichtingen door de licentiehouders. Zij kan onder omstandigheden bij niet naleving van deze eisen de licentie intrekken. De kamer jaarrekeningen en begrotingen van de KNVB (hierna te noemen: “de Kamer”) ondersteunt de Licentiecommissie bij de uitvoering van haar taken.

2.5. In het Licentiereglement en de daarbij behorende richtlijnen van het bestuur betaald voetbal zijn de regels met betrekking tot het verstrekken en het intrekken van licenties aan BVO’s neergelegd. Partijen zijn het erover eens dat in deze zaak kan worden uitgegaan van het Licentiereglement zoals laatstelijk gewijzigd in de algemene vergadering betaald voetbal van 1 december 2008.

2.6. De toetsing of wordt voldaan aan de eis omtrent de financiële positie geschiedt aan de hand van een door het bestuur betaald voetbal vastgesteld financieel ratingsysteem op basis waarvan de licentiehouders worden ingedeeld in Categorie I, II of III (artikel 8 lid 3 Licentiereglement). De categorieën II en III worden als veilige categorieën beschouwd. Categorie I is de “gevarenzone”.

Indien een BVO wordt ingedeeld in categorie I kan de Licentiecommissie die BVO de verplichting opleggen om een plan van aanpak te maken (artikel 11 lid 4 jo artikel 8 Licentiereglement). Het plan van aanpak dient te voorzien in concrete prestaties van de licentiehouder waaraan op vastgestelde tijdstippen dient te zijn voldaan en dient erin te voorzien dat de BVO uiterlijk binnen drie jaar na de indeling in categorie I kan worden ingedeeld in categorie II of III (artikel 11 lid 5 en 6 Licentiereglement).

De wijze waarop dit plan van aanpak dient te worden opgesteld is neergelegd in de “Richtlijn ten behoeve van het opstellen van een plan van aanpak conform artikel 11 lid 2 van het Licentiereglement”.

Het plan van aanpak moet door de Licentiecommissie worden goedgekeurd.

2.7. Bij brief van 25 april 2008 heeft de Licentiecommissie aan Fortuna Sittard te kennen gegeven dat zij per

1 maart 2008 is ingedeeld in Categorie I en dat zij de verplichting krijgt opgelegd om uiterlijk 1 juni 2008 een plan van aanpak ter goedkeuring aan de Licentiecommissie aan te bieden.

2.8. Bij brief van 31 mei 2008 heeft Fortuna Sittard een voorlopig plan van aanpak bij de Licentiecommissie ingediend en om uitstel verzocht voor het indienen van een definitieve versie daarvan.

2.9. Bij brief van 15 juli 2008 heeft de Licentiecommissie aan Fortuna Sittard bericht dat zij bereid is om Fortuna Sittard tot 1 september 2008 uitstel te verlenen voor het indienen van het plan van aanpak en dat een volgend verzoek tot uitstel niet zal worden gehonoreerd.

2.10. Op 29 augustus 2008 heeft Fortuna Sittard haar plan van aanpak bij de Licentiecommissie ingediend.

2.11. De Licentiecommissie heeft naar aanleiding daarvan de Kamer opdracht gegeven een probleemanalyse van de situatie bij Fortuna Sittard te maken en de door Fortuna Sittard ingediende stukken te beoordelen. De Kamer heeft haar bevindingen vastgelegd in een memo van 8 september 2008.

Uit deze memo volgt dat de Kamer tot de conclusie komt dat voor zover de ingediende stukken al als een plan van aanpak zijn te kwalificeren dit plan niet kan worden goedgekeurd omdat de probleemanalyse en het plan zoals ingediend (doelstellingen, meetpunten en tijdpad) onvoldoende concreet zijn en geen realistisch zicht bieden op het kwalificeren voor categorie II dan wel III binnen de vereiste periode van drie jaar.

De Kamer geeft vervolgens twee opties:

1. het opleggen van normstellingen aan Fortuna Sittard die op korte termijn zal leiden tot

het opheffen van de liquiditeitstekorten en het op uiterlijk 1 januari 2009 indienen van een

plan van aanpak dat serieus erin voorziet dat Fortuna Sittard binnen drie jaar de categorie

II dan wel III status bereikt;

2. het starten van een procedure tot intrekking van de licentie omdat Fortuna Sittard niet

tijdig een goedgekeurd plan van aanpak heeft ingediend,

De Kamer spreekt in haar memo haar voorkeur uit voor optie 2. Deze voorkeur is volgens haar memo ingegeven door de slechte ervaringen met Fortuna Sittard in het verleden.

De Kamer wijst de Licentiecommissie er voorts op dat indien zij haar advies opvolgt en tot intrekking van de licentie wil overgaan het zorgvuldig is om Fortuna Sittard eerst te horen.

2.12. Naar aanleiding van het advies van de Kamer heeft de Licentiecommissie op

1 oktober 2008 een bijeenkomst met Fortuna Sittard georganiseerd. Van deze bijeenkomst is het door Fortuna Sittard als productie 9 in het geding gebrachte verslag opgesteld. In dit verslag is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(…)

HvS (lees: de voorzitter van de Licentiecommissie, de voorzieningenrechter), geeft aan dat het plan van aanpak, zoals ingediend door Fortuna Sittard, door de kamer jaarrekeningen en begrotingen is getoetst aan de eisen zoals gesteld in de Richtlijn opmaak plan van aanpak. De kamer jaarrekeningen en begrotingen heeft de beoordeling vervat in een memo en het memo voorgelegd aan de overige leden van de licentiecommissie. De conclusie van de kamer jaarrekeningen en begrotingen is dat het door Fortuna Sittard ingediende plan van aanpak niet kwalificeert als een plan van aanpak. De overige leden van de licentiecommissie zijn dezelfde mening toegedaan. Op basis van deze constatering, het feit dat Fortuna Sittard reeds uitstel is verleend voor het indienen van het plan van aanpak, alsmede de zorgwekkende positie van Fortuna Sittard overweegt de licentiecommissie de licentie van Fortuna Sittard in te trekken.

2.13. Fortuna Sittard heeft, omdat zij pas daags voor de bespreking van 1 oktober 2008 een afschrift van de memo van de Kamer van 8 september 2008 had ontvangen, na de bespreking van 1 oktober 2008 nog schriftelijk mogen reageren op de memo van de Kamer. Fortuna Sittard heeft dit bij brief van 6 oktober 2008 gedaan.

2.14. In de loop van oktober 2008 zijn de eerste gesprekken geweest over een mogelijke fusie tussen Fortuna Sittard en Roda JC. Dit gebeurde mede op initiatief van de KNVB en met steun van de provincie Limburg.

2.15. Op 5 november 2008 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de Licentiecommissie en het bestuur betaald voetbal van de KNVB waarin de Licentiecommissie te kennen heeft gegeven dat zij voornemens is om in haar vergadering van 17 november 2008 een besluit te nemen tot intrekking van de licentie van Fortuna Sittard.

2.16. Het bestuur betaald voetbal van de KNVB heeft zich vervolgens over de financiële situatie van Fortuna Sittard en haar toekomstperspectief laten adviseren door UNO bedrijfsadviseurs B.V. (hierna te noemen: “UNO”) .

2.17. Op 6 november 2008 heeft UNO het door Fortuna Sittard als productie 11 in het geding gebrachte rapport aan het bestuur van de KNVB uitgebracht. UNO komt in dit rapport tot de conclusie dat zelfstandig voortbestaan voor Fortuna Sittard niet haalbaar lijkt en doet als aanbeveling dat Fortuna Sittard fuseert met Roda JC.

2.18. Bij brief van 11 november 2008 heeft de directeur-bestuurder betaald voetbal, de heer mr. [X], aan de Licentiecommissie bericht dat het bestuur betaald voetbal zich aansluit bij de conclusies en aanbevelingen van het rapport van UNO en dat zij de Licentiecommissie dringend adviseert een besluit tot intrekking van de licentie te nemen, maar gelet op de fusieonderhandelingen het moment van intrekking van de licentie te bepalen op 15 mei 2009 of zoveel eerder als daartoe aanleiding zou kunnen bestaan.

2.19. In haar vergadering van 17 november 2008 heeft de Licentiecommissie besloten de procedure tot het intrekken van de licentie van Fortuna Sittard voort te zetten.

2.20. De Licentiecommissie heeft vervolgens het advies van de Centrale Spelersraad (hierna te noemen: “CSR”) ingewonnen.

Bij brief van 16 december 2008 heeft de CSR negatief geadviseerd over het voornemen van de Licentiecommissie om de licentie van Fortuna Sittard in te trekken omdat het intrekken van deze licentie de fusiebesprekingen met Roda JC negatief zouden kunnen beïnvloeden.

Bij brief van 13 januari 2009 heeft de Licentiecommissie aan de CSR bericht haar advies naast zich neer te zullen leggen.

2.21. Bij brief van 20 februari 2009 heeft de Licentiecommissie aan Fortuna Sittard bericht dat zij in haar vergadering van 19 februari 2009 heeft besloten om de licentie van Fortuna Sittard in te trekken.

Voorts heeft zij aan Fortuna Sittard bericht dat de datum van intrekking is vastgesteld op

30 juni 2009, mits Fortuna Sittard erin slaagt om uiterlijk 2 maart 2009 om 17.00 uur financiële gegevens over te leggen die voldoende garanties bieden voor het uitspelen van het seizoen en dat, indien Fortuna Sittard daarin niet slaagt de datum van intrekking is bepaald op 3 maart 2009.

Als toelichting vermeldt de Licentiecommissie dat zij het traject voor het besluit tot het intrekken van de licentie van Fortuna Sittard is ingegaan op basis van haar constatering dat de continuïteit van de Fortuna Sittard economisch niet meer gegarandeerd kan worden.

2.22. Bij brief van 5 maart 2009 heeft Fortuna Sittard beroep tegen het intrekkingsbesluit van de Licentiecommissie van 20 februari 2009 aangetekend bij de beroepscommissie licentiezaken van de KNVB (hierna te noemen: “de Beroepscommissie”).

2.23. Bij brief van 30 maart 2009 heeft de Licentiecommissie aan Fortuna Sittard bericht dat aan de voorwaarde zoals genoemd in haar brief (besluit) van 20 februari 2009 is voldaan en dat de licentie per 30 juni 2009 zal worden ingetrokken.

2.24. Op 9 april 2009 zijn de fusieonderhandelingen met Roda JC afgeketst.

2.25. Op 22 april 2009 heeft naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van Fortuna Sittard een mondelinge behandeling voor de Beroepscommissie plaatsgevonden. Fortuna Sittard heeft tijdens deze behandeling onder meer willen aantonen dat ondanks het afketsen van de fusie wel degelijk een reëel perspectief bestaat voor haar zelfstandig voorbestaan. Zij heeft gewezen op de mogelijkheid om haar schuldenpositie vergaand te saneren en een geheel of vrijwel geheel sluitende begroting op te stellen. Fortuna Sittard heeft vervolgens verzocht haar uitstel te verlenen opdat zij die mogelijkheden kan uitwerken en kan aantonen.

De Beroepscommissie heeft naar aanleiding daarvan ingestemd met een uitstel tot

6 mei 2009.

2.26. Op 6 mei 2009 heeft vervolgens een nieuwe mondelinge behandeling voor de Beroepscommissie plaatsgevonden. In de pleitnotitie van Fortuna Sittard met betrekking tot deze mondelinge behandeling is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“Nog eens de motivering van de licentiecommissie voor de intrekking van de licentie:

De continuïteit van Fortuna Sittard kan financieel economisch niet meer gegarandeerd worden.

De licentiecommissie kwam tot die conclusie op grond van het feitelijk ontbrekende plan van aanpak en materieel: het aanzienlijk begrotingstekort en de daaruit voortvloeiende forse kapitaalslasten (zie onder meer het gespreksmemo van de bespreking van 1 oktober 2008 en het toen besproken memo van de voorzitter van de kamer jaarrekeningen en begrotingen van de KNVB aan de licentiecommissie).

(…).”

2.27. Bij besluit van 19 mei 2009 heeft de Beroepscommissie het beroep van Fortuna Sittard ongegrond verklaard en de beslissing van de Licentiecommissie van 20 februari 2009 bevestigd. Zij heeft daartoe het volgende overwogen:

“ 10. Beoordeling in appel

De beroepscommissie overweegt als eerste, dat zij krachtens het Licentiereglement, meer in bijzonder het bepaalde in artikel 5 lid 7a bij de beoordeling uitsluitend rekening dient te houden met de stand van zaken ten tijde van het nemen van het desbetreffende besluit door de licentiecommissie.

11.

De beroepscommissie is gehouden aan de bepalingen van het Licentiereglement en zou daarvan alleen mogen afwijken, wanneer zich zodanige bijzondere omstandigheden voordoen, dat de beslissing zou leiden tot een volstrekt onredelijke uitkomst.

Die omstandigheden doen zich echter in casu niet voor. Weliswaar heeft appelante in relatief korte tijd en met veel inzet een aantal positieve stappen kunnen zetten, evenwel heeft navraag bij het bureau licentiezaken uitgewezen, dat appellante op basis van de laatst geproduceerde gegevens niet verder komt dan 45 punten volgens het Financieel Rating Systeem hetgeen ruim onder het minimum aantal punten van 65 is dat benodigd is om een indeling in categorie II te bewerkstelligen.

Aldus heeft appellante de onderzoeksresultaten van het eerdere onafhankelijke onderzoek van UNO inhoudende, dat appellante geen zelfstandig bestaansrecht heeft, onvoldoende weerlegd.

Het behoort daarnaast tot de risicosfeer van appellante, dat zij het zogenaamde plan B eerst is gaan ontwikkelen, nadat de fusie met Roda JC was afgesprongen.

De beroepscommissie ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding om af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 7 a van het Licentiereglement, zodat zij bij haar beslissing uitsluitend rekening zal houden met de stand van zaken op 20 februari 2009.

De beroepscommissie overweegt op dat punt, dat het besluit van de licentiecommissie tot intrekking is genomen met inachtneming van de daartoe geldende bepalingen en daarbij zorgvuldig te werk is gegaan.

(…).”

2.28. De Beroepscommissie bestond uit de volgende drie leden:

- mr. [Y], voorzitter,

-drs. [Z], en

- dr. [A].

Deze leden zijn bijgestaan door secretaris mr. [B] die geen deel uitmaakt van de Beroepscommissie.

2.29. Drs. [Z] (hierna te noemen: “[Z]”) is enig aandeelhouder van [bedrijf 1]. die op haar beurt de aandelen in [bedrijf 2] [bedrijf 2] vormt samen met de werkmaatschappijen van de heren [C] en [D] de maatschap [naam maatschap].

De maatschap Van Boekel Smits en Willems Belastingsadviseurs heeft bij de BVO Willem II één business seat en staat als sponsor op de website van Willem II vermeld.

2.30. In het Licentiereglement zijn, voor zover van belang, nog de volgende bepalingen opgenomen:

Artikel 2 - Besluiten

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 5 van dit reglement, is bindend voor de

desbetreffende licentiehouder alsmede voor een ieder die onder de sectie betaald voetbal

ressorteert elk bevoegd genomen besluit tot:

(…);

f. het al dan niet goedkeuren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 11 lid 4

van dit reglement;

g. het intrekken van een licentie.

2. De licentiecommissie dient een licentiehouder er per aangetekende brief op te attenderen

dat wanneer niet binnen een in die brief gestelde redelijke termijn is voldaan aan de in de

brief te vermelden licentie-eisen of verplichtingen, een sanctie of maatregel zoals

bedoeld in artikel 11 van dit reglement wordt opgelegd of de licentie wordt ingetrokken.

De vorige zin is niet van toepassing ten aanzien van het opleggen van een sanctie

wegens het niet nakomen van verplichtingen van de licentiehouder voortvloeiend uit een

plan van aanpak.

3. Van een besluit als genoemd in lid 1 van dit artikel, wordt de betrokken licentiehouder

zo spoedig mogelijk en met redenen omkleed in kennis gesteld.

4. De besluiten genoemd in lid 1 van dit artikel, worden genomen door de

licentiecommissie, gehoord het bestuur betaald voetbal.

Artikel 3 - Licentiecommissie en beroepscommissie licentiezaken

1. De licentiecommissie alsmede de beroepscommissie licentiezaken worden in dit artikel

elk aangeduid als ‘de commissie’.

2. De commissie bestaat uit ten minste vijf leden. De commissie heeft haar zetel in het

bondsbureau.

3. De commissie neemt slechts besluiten indien ten minste drie van haar leden ter

vergadering aanwezig is. De leden van de commissie kunnen zich ter vergadering niet

doen vertegenwoordigen. Ingeval de stemmen staken, is de stem van de voorzitter van de

commissie doorslaggevend.

(…)

5. Minimaal drie leden van de beroepscommissie dienen de hoedanigheid van meester in de

rechten te bezitten, waaronder de voorzitter. De namen van deze leden worden geplaatst

op een op te stellen lijst A.

(…)

7. Van de commissie maken voorts deel uit personen die beschikken over financiële

deskundigheid, waaronder een registeraccountant, en personen die beschikken over

deskundigheid ten aanzien van veiligheid en openbare orde. De namen van deze leden

worden met vermelding van hun specifieke deskundigheid geplaatst op een op te stellen

lijst B.

(…).

Artikel 4 - Onverenigbaarheden en tegenstrijdig belangsituaties

1. Personen die:

(…)

i. sponsor zijn van, dan wel deel uitmaken van het bestuur of een ander orgaan van een

sponsor, dan wel werknemer zijn van een sponsor van een betaaldvoetbalorganisatie of de

KNVB, kunnen geen deel uitmaken van de licentiecommissie of de beroepscommissie

licentiezaken.

(…).

Artikel 5 - Beroep licentiezaken

1. Voor zover in dit reglement niet anders is bepaald, is van een besluit als genoemd in

artikel 2 lid 1 van dit reglement, door diegene tegen wie het besluit zich richt beroep

mogelijk bij de beroepscommissie licentiezaken, in dit artikel ook aangeduid als

‘beroepscommissie’. Beroep tegen de termijn waarbinnen een door de licentiecommissie

goedgekeurd plan van aanpak als bedoeld in artikel 11 lid 4 van dit reglement dient te

zijn opgesteld, is niet mogelijk.

(…).

4. De beroepscommissie wordt voorgezeten door haar voorzitter of een door hem

aangewezen lid van de beroepscommissie uit lijst A genoemd in artikel 3 lid 5 van dit

reglement. De behandeling van een zaak kan worden opgedragen aan een door de

voorzitter van de beroepscommissie aan te wijzen aantal van vijf leden van de

beroepscommissie die in haar naam de zaak behandelen en uitspraak doen. Indien de

behandeling van een zaak wordt opgedragen conform de vorige zin, worden

drie leden aangewezen uit lijst A genoemd in artikel 3 lid 5 van dit reglement en worden

twee leden aangewezen uit lijst B genoemd in artikel 3 lid 7 van dit reglement.

(…)

7. a. De beroepscommissie beoordeelt het besluit waartegen beroep is aangetekend, met

inachtneming van het onder b bepaalde, uitsluitend naar de stand van zaken ten tijde

van het nemen van het desbetreffende besluit.

b. Heeft het besluit betrekking op de vaststelling of een licentiehouder al dan niet heeft

voldaan aan de in artikel 11 lid 9 van dit reglement bedoelde verplichtingen, die zijn

opgenomen in het plan van aanpak, beoordeelt de beroepscommissie het besluit, in

afwijking van het onder a bepaalde, naar de stand van zaken op het moment waarop

aan die verplichtingen dient te zijn voldaan.

8. De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd uitspraak.

(…).

3. Het geschil

3.1. Fortuna Sittard c.s. vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,:

a) wordt geschorst (i) het besluit van de Licentiecommissie van 20 februari 2009 (zoals

nader aangepast op 30 maart 2009) tot intrekking van de licentie van Fortuna Sittard met

ingang van 30 juni 2009 en (ii) het besluit van de Beroepscommissie licentiezaken van

19 mei 2009 waarbij de beslissing van de Licentiecommissie van 20 februari 2009 tot

intrekking van de licentie van Fortuna Sittard met ingang van 30 juni 2009 wordt

bekrachtigd,

b) de KNVB wordt bevolen Fortuna Sittard toe te laten en toegelaten te houden tot de door

de KNVB georganiseerde competitie betaald voetbal, in ieder geval voor het seizoen

2009/2010, en te handelen alsof door de Licentiecommissie geen besluit tot intrekking

van de licentie is genomen, dit op straffe van dwangsom van EUR 1.000.000,-- voor

iedere wedstrijd in de competitie betaald voetbal waartoe de KNVB Fortuna Sittard niet

toelaat,

c) wordt bepaald dat de schorsing zoals vermeld onder a en het bevel als vermeld onder b

zal gelden voor de periode totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is beslist over de

vernietiging van de onder a genoemde besluiten van de Licentiecommissie en de

Beroepscommissie, met de bepaling dat de dagvaarding in die bodemprocedure binnen

een termijn van zes weken na het in deze zaak te wijzen vonnis dient te worden

uitgebracht,

d) de KNVB wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure met de bepaling dat deze

kosten binnen zeven dagen na de datum van het vonnis moeten worden voldaan en dat

indien deze kosten niet binnen die termijn zijn betaald hierover vanaf de achtste dag

wettelijke rente op de voet van artikel 6:119 BW is verschuldigd.

3.2. Fortuna Sittard c.s. legt samengevat het volgende aan deze vorderingen ten grondslag.

De besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie moeten gezien worden als besluiten van een orgaan van de rechtspersoon de KNVB en zijn op grond van artikel 2:15 BW vernietigbaar omdat ze zijn genomen in strijd met het Licentiereglement en/of in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist.

Het besluit van de Licentiecommissie is genomen in strijd met:

- artikel 2 lid 1 sub f in verbinding met artikel 2 lid 4 van het Licentiereglement;

- artikel 2 lid 2 van het Licentieregelement,

- artikel 2 lid 3 van het Licentiereglement.

Het besluit van de Beroepscommissie is genomen in strijd met:

- artikel 4 lid 1 sub i van het Licentiereglement;

- artikel 3 lid 2 en 5 van het Licentiereglement en eventueel met artikel 5 lid 4 van het

Licentiereglement;

- artikel 5 lid 8 van het Licentiereglement.

Verder geldt dat het besluit van de Beroepscommissie is genomen in strijd met het fundamentele procesbeginsel van hoor- en wederhoor. De Beroepscommissie heeft zonder Fortuna Sittard daarin te kennen nadere informatie bij derden, namelijk het bureau licentiezaken van de KNVB, ingewonnen en de aldus verkregen informatie aan haar besluit ten grondslag gelegd.

Tot slot geldt dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om, zoals de Beroepscommissie heeft gedaan, strikt vast te houden aan de ex tunc toesting zoals neergelegd in artikel 5 lid 7 sub a van het Licentiereglement.

Fortuna Sittard heeft inmiddels een sluitende en voldoende dekkende begroting voor het seizoen 2009/2010. Er hoeft dan ook niet gevreesd te worden dat Fortuna Sittard gedurende dit seizoen vanwege financiële problemen de competitie zal moeten afbreken. Intrekken van de licentie heeft voor Fortuna Sittard ernstige gevolgen. Het zet haar voortbestaan op het spel met alle gevolgen voor onder meer de werkgelegenheid die zij biedt, de schuldeisers en de maatschappelijke betekenis voor haar omgeving.

3.3. De KNVB voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vorderingen van Fortuna Sittard c.s. strekken tot schorsing van het besluit van de Licentiecommissie van 20 februari 2009 en het besluit van de Beroepscommissie van

19 mei 2009 en tot het toelaten van Fortuna Sittard tot de Jupiler League competitie en zoals tijdens de zitting is gebleken met name het seizoen 2009/2010.

4.2. De KNVB voert als verweer dat Fortuna Sittard Holding en TOF niet ontvankelijk in deze vorderingen moet worden verklaard omdat zij – zo begrijpt de voorzieningenrechter haar stelling – onvoldoende belang bij deze vorderingen hebben. Hierover wordt het volgende overwogen.

Vooropgesteld wordt dat Fortuna Sittard ontvankelijk is in haar vorderingen. De besluiten waarvan schorsing wordt gevorderd zijn immers tegen haar gericht.

De besluiten waarvan schorsing wordt gevorderd zijn niet gericht tegen Fortuna Sittard Holding en TOF. Zij hebben gelet op hun doelomschrijvingen (zie 2.2 en 2.3) echter wel belang erbij dat de licentie van Fortuna Sittard niet wordt ingetrokken. Dit is echter onvoldoende om zonder nadere toelichting, welke ontbreekt, ontvankelijk te zijn. Zij zullen dan ook niet ontvankelijk in hun vorderingen worden verklaard.

4.3. Gelet op het voorgaande zijn dan ook alleen nog de beoordeling van de vorderingen van Fortuna Sittard en TOF (hierna gezamenlijk aan te duiden als “Fortuna Sittard”) aan de orde.

4.4. Beoordeeld dient te worden of het voldoende aannemelijk is dat

de bodemrechter de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie zal vernietigen.

4.5. Vooropgesteld wordt dat partijen terecht het er over eens zijn dat deze besluiten moeten worden gezien als besluiten van een orgaan van de rechtspersoon de KNVB.

Op grond van artikel 2:15 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar wegens strijd met, onder meer,:

- een reglement (2:15 lid sub c BW),

- de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist (2:15 sub b BW).

Het betreft hier een discretionaire bevoegdheid van de rechter; hij hoeft niet te vernietigen indien sprake is van strijd met een reglement dan wel met de redelijkheid een billijkheid, maar is daartoe wel bevoegd.

Besluit van de Licentiecommissie

4.6. Ten aanzien van het besluit van de Licentiecommissie geldt het volgende.

Strijd met artikel 2 lid 1 sub f in verbinding met artikel 2 lid 4 van het Licentiereglement?

4.7. Het is voldoende aannemelijk dat het besluit van de Licentiecommissie in strijd met artikel 2 lid 1 sub f in verbinding met artikel 2 lid 4 van het Licentiereglement is genomen. Immers, niet in geschil is dat op grond van deze bepalingen de Licentiecommissie een afzonderlijk besluit met betrekking tot het al dan niet goedkeuren van het door de licentiehouder ingediende plan van aanpak moet nemen en dat zij alvorens dit besluit te nemen het bestuur betaald voetbal daarover dient te horen. Het is niet gebleken dat de Licentiecommissie aan deze uit het Licentiereglement voortvloeiende verplichting heeft voldaan. Gesteld noch gebleken is dat de Licentiecommissie bij besluit het door Fortuna Sittard ingediende plan van aanpak heeft afgekeurd. Zij heeft slechts in haar bespreking van 1 oktober 2008 aan Fortuna Sittard te kennen gegeven dat zij overweegt om dat te doen.

De Licentiecommissie heeft het bestuur betaald voetbal alleen gehoord in verband met haar voornemen om tot intrekking van de licentie van Fortuna Sittard over te gaan en niet over haar voornemen om het door Fortuna Sittard ingediende plan van aanpak niet als zodanig te kwalificeren.

Strijd met artikel 2 lid 2 van het Licentiereglement?

4.8. Het is voldoende aannemelijk is dat het besluit van de Licentiecommissie in strijd met artikel 2 lid 2 van het Licentiereglement is genomen.

Uit dit artikel volgt dat de Licentiecommissie een licentiehouder per aangetekende brief erop dient te attenderen dat wannneer niet binnen een in die brief gestelde redelijke termijn is voldaan aan de in de brief te vermelden licentie-eisen of verplichtingen een sanctie of maatregel zoals bedoeld in artikel 11 van het Licentiereglement (geldboete, winstpunten in mindering, opstellen van een plan van aanpak) zal worden opgelegd of de licentie zal worden ingetrokken. Het is niet gebleken dat de Licentiecommissie Fortuna Sittard bovengenoemde waarschuwingsbrief heeft gezonden. Anders dan de KNVB meent heeft de Licentiecommissie niet aan deze verplichting voldaan door in haar brief van 15 juli 2008 te vermelden dat geen nader uitstel voor het indienen van het plan van aanpak zal worden verleend. In deze brief wordt immers niet gewaarschuwd voor de sancties die zullen worden opgelegd indien het plan van aanpak niet tijdig door Fortuna Sittard wordt ingediend.

Voorzover de KNVB heeft betoogd dat de Licentiecommissie niet aan bovengenoemde waarschuwingsverplichting hoefde te voldoen omdat Fortuna Sittard in haar brief van

6 oktober 2008 heeft erkend dat zij niet in staat was om al dan niet op korte termijn een plan van aanpak op te stellen, gaat dit betoog niet op. De strekking van de in artikel 2 lid 2 van het Licentiereglement neergelegde waarschuwingsplicht is dat de licentiehouder weet welke sanctie hem boven het hoofd hangt indien hij de licentie-eisen en zijn verplichtingen niet nakomt. Deze bepaling dient dan ook, een zeker indien het voornemen bestaat om de meest verstrekkende sanctie van intrekking van de licentie op te leggen, met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te worden nageleefd.

Strijd met artikel 2 lid 3 van het Licentiereglement?

4.9. Uit artikel 2 lid 3 van het Licentiereglement volgt dat de Licentiecommissie haar besluit met redenen moet omkleden. Aan Fortuna Sittard kan worden toegegeven dat het besluit van de Licentiecommissie gebrekkig is gemotiveerd. Uit het besluit van de Licentiecommissie volgt slechts dat zij het traject voor het besluit tot het intrekken van de licentie van Fortuna Sittard is ingegaan op basis van haar constatering dat de continuïteit van de Fortuna Sittard economisch niet meer gegarandeerd kan worden. Dit wordt op geen enkele wijze door de Licentiecommissie onderbouwd.

Dat het besluit gebrekkig is gemotiveerd kan Fortuna Sittard echter niet baten omdat het voldoende aannemelijk is dat zij – zoals de KNVB ook aanvoert – bekend was met de volledige motivering en onderbouwing van de Licentiecommissie. Dat dit het geval is volgt uit (i) het verslag van de in 2.12 genoemde bespreking van 1 oktober 2008, waarvan de inhoud niet ter discussie is gesteld, en (ii) de pleitnota van Fortuna Sittard van 6 mei 2009.

Zoals blijkt uit het verslag van de bespreking van 1 oktober 2008 heeft de Licentiecommissie aan Fortuna Sittard toegelicht dat zij van mening is dat het door Fortuna Sittard ingediende plan van aanpak niet kwalificeert als een plan van aanpak en dat zij op basis van deze constatering, het feit dat Fortuna Sittard reeds uitstel is verleend voor het indienen van een plan van aanpak en de zorgwerkende positie van Fortuna Sittard overweegt de licentie van Fortuna Sittard in te trekken.

In de pleitnota van 6 mei 2009 vermeldt Fortuna Sittard zelf dat de Licentiecommissie haar licentie heeft ingetrokken omdat er geen (niet tijdig) plan van aanpak door haar was ingediend en omdat sprake was van een aanzienlijk begrotingstekort en kapitaalslasten.

Conclusie

4.10. Het is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter vanwege de in 4.6 en 4.7 genoemde schendingen van Licentiereglement, in onderlinge samenhang bezien, het besluit van de Licentiecommissie zal vernietigen. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.

Het gaat in deze om het opleggen van de meest verstrekkende sanctie, namelijk het intrekken van de licentie. Bij het opleggen van een dergelijke verstrekkende sanctie dient – zoals de KNVB ook onderkent – de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht te worden genomen.

Verder geldt dat het om schending van bepalingen gaat die door de KNVB zelf zijn opgesteld en door de KNVB kennelijk zelf van belang zijn geacht.

Het betreft voorts ernstige schendingen.

Het gaat allereerst om schending van de bepaling dat een door de licentiehouder ingediend plan van aanpak nadat het bestuur betaald voetbal daarover is gehoord bij besluit dient te worden afgekeurd. Door deze bepaling niet na te leven is Fortuna Sittard de mogelijkheid ontnomen om tegen de afkeuring van het plan van aanpak bij de Beroepscommissie in beroep te gaan, welke mogelijkheid zij op grond van artikel 5 lid 1 van het Licentiereglement wel had.

Voorts gaat het om schending van de waarschuwingsplicht, welke plicht zoals in 4.8 is overwogen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient te worden nageleefd.

Besluit van de Beroepscommissie

4.11. Ten aanzien van het besluit van de Beroepscommissie geldt het volgende.

Strijd met artikel 4 lid 1 sub i van het Licentiereglement?

4.12. Fortuna Sittard stelt zich op het standpunt dat het besluit van de Beroepscommissie vanwege de deelname van [Z] in strijd is met artikel 4 lid 1 sub 1 van het Licentiereglement. Het is voldoende aannemelijk dat dit het geval is. Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.12.1. Uit artikel 4 lid 1 sub 1 van het Licentiereglement volgt dat personen die sponsor zijn van, dan wel deel uitmaken van het bestuur of een ander orgaan van een sponsor, dan wel werknemer zijn van een sponsor van een BVO of de KNVB, geen deel kunnen uitmaken van de Beroepscommissie.

4.12.2. Niet in geschil is dat – zoals Fortuna Sittard aanvoert - [naam maatschap] als “sponsor” op de website van betaaldvoetbalorganisatie Willem II staat vermeld.

4.12.3 De omstandigheid dat [naam maatschap] slechts één business seat bij Willem II heeft en verder geen gelden aan Willem II ter beschikking stelt rechtvaardigt – in tegenstelling tot wat de KNVB aanvoert – niet de conclusie dat zij niet als sponsor in de zin van het Licentiereglement kan worden aangemerkt. De strekking van het door de KNVB zelf opgestelde artikel 4 lid 1 sub 1 van het Licentiereglement is het voorkomen van ieder tegenstrijdig belang en het bewerkstelligen van een onafhankelijke en onpartijdige beslissing. Het gaat hier om fundamentele beginselen. Er is mede gelet op deze strekking geen ruimte voor de door de KNVB bepleite uitleg van de term “sponsor”, welke uitleg kort gezegd erop neer komt dat per geval gekeken moet worden of de onafhankelijkheid en onpartijdigheid wel in het geding is. Indien de KNVB deze uitleg wenselijk acht dan had zij dit duidelijk in het Licentiereglement dienen te verwoorden.

De door de KNVB betoogde vergelijking met een seizoenkaarthouder is gelet op het voorgaande niet aan de orde.

4.12.4. Het verweer van de KNVB dat [Z] niet als sponsor in de zin van het Licentiereglement is aan te merken omdat hij niet als privé persoon de overeenkomst ter zake de busines seat heeft gesloten, faalt. Immers, uit artikel 4 lid 1 sub 1 van het Licentiereglement volgt dat ook personen die deel uitmaken van het bestuur of een ander orgaan van een sponsor, dan wel werknemer zijn van een sponsor van een BVO of de KNVB niet in de Beroepscommissie mogen plaatsnemen.

Uit hetgeen in 2.30 is vermeld, volgt voldoende dat [Z] (via zijn werk- en holdingmaatschappij waarvan hij alle aandelen houdt) deeluitmaakt uit van een orgaan van [naam maatschap].

Strijd met artikel 3 lid 2 en 5 en artikel 5 lid 4 van het Licentiereglement?

4.13. Fortuna Sittard stelt zich op het standpunt dat het besluit van de Beroepscommissie vanwege de onjuiste samenstelling daarvan in strijd is met artikel 3 lid 2 en 5 van het Licentiereglement en eventueel met artikel 5 lid 4 van het Licentiereglement. Zij voert in dit verband het volgende aan.

De Beroepscommissie heeft slechts uit drie leden bestaan, (waaronder [Z]) , waarvan er maar één lid de hoedanigheid van meester in de rechten had.

Op grond van bovengenoemde bepalingen in het Licentiereglement had de Beroepscommissie uit ten minste vijf leden dienen te bestaan en hadden ten minste drie leden de hoedanigheid van meester in de rechten moeten hebben.

4.13.1. De voorzieningenrechter constateert dat er op het eerste gezicht een discrepantie lijkt te bestaan tussen hetgeen is bepaald in artikel 3 lid 2 en 3 en artikel 5 lid 4. Artikel 3 lid 3 van het Licentiereglement wijst er volgens de KNVB op dat een besluit door drie leden van de Beroepscommissie genomen kunnen worden. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat dit echter gezien de tekst en de context van de bepalingen onjuist is.

Immers, in artikel 5 is de procedure met betrekking tot het beroep in licentiezaken nauwkeurig omschreven. Dat artikel gaat ervan uit dat zo’n beroep door de voltallige Beroepscommissie, onder leiding van haar voorzitter (of een door hem aangewezen lid) wordt behandeld, maar dat deze de bevoegdheid heeft dit beroep door een deel van de Beroepscommissie te laten behandelen. In het vierde lid van dit artikel is immers bepaald dat de behandeling van een zaak kan worden opgedragen aan een door de voorzitter van de beroepscommissie aan te wijzen aantal van vijf leden van de beroepscommissie die in haar naam de zaak behandelen en uitspraak doen. Voorts is in dit vierde lid bepaald dat indien de behandeling van een zaak door de voorzitter van de beroepscommissie wordt opgedragen aan vijf leden van de beroepscommissie drie leden worden aangewezen uit lijst A genoemd in artikel 3 lid 5 van het Licentiereglement en twee leden worden aangewezen uit lijst B genoemd in artikel 3 lid 7 van het Licentiereglement. Het beroep dient dus steeds door tenminste vijf leden van de Beroepscommissie te worden behandeld. De bepaling dat “besluiten” zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 genomen kunnen worden als tenminste drie leden van de Beroepscommissie ter vergadering aanwezig zijn, kan niet de strekking worden toegekend aan deze in licentieberoepszaken geldende voorschriften verder af te doen. Zou dat wel het geval zijn, dan is het bepaalde in artikel 5 lid 4 vrijwel zinledig.

4.14. De KNVB heeft in dit verband nog aangevoerd dat het beroep van Fortuna Sittard op vernietiging van het besluit van de Beroepscommissie tardief is omdat

zij tijdens de mondelinge behandelingen van 22 april 2009 en 6 mei 2009 geen bezwaar tegen de samenstelling van de Beroepscommissie heeft gemaakt.

De bevoegdheid om vernietiging van het besluit te vorderen, vervalt – zoals Fortuna Sittard ook aanvoert – pas een jaar na het einde van de dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd (zie artikel 2:15 lid 5 BW). Niet in geschil is dat deze vervaltermijn nog niet is verstreken.

Voorzover de KNVB heeft willen betogen dat sprake is van rechtsverwerking geldt dat de omstandigheid dat Fortuna Sittard tijdens bovengenoemde mondelinge behandelingen van de Beroepscommissie geen bezwaar heeft gemaakt tegen de samenstelling van de commissie ontoereikend is om die conclusie te kunnen dragen.

Conclusie

4.15. Het is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter vanwege de in 4.12 en 4.14 genoemde schendingen van Licentiereglement, in onderlinge samenhang bezien, het besluit van de Beroepscommissie zal vernietigen. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.

Het gaat in deze om het opleggen van de meest verstrekkende sanctie, namelijk het intrekken van de licentie. Bij het opleggen van een dergelijke verstrekkende sanctie dient – zoals de KNVB ook onderkent – de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht te worden genomen.

Verder geldt dat het om schending van bepalingen gaat die door de KNVB (en haar leden) zelf zijn opgesteld en door de KNVB kennelijk zelf van belang zijn geacht.

Het betreffen voorts ernstige schendingen.

Het gaat allereerst om schending van de bepaling omtrent de hoedanigheid van de leden van de Beroepscommissie. De strekking van deze bepaling is het voorkomen van ieder tegenstrijdig belang en het bewerkstellingen van een onafhankelijke en onpartijdige beslissing. Dit is een fundamenteel rechtsbeginsel. De bepaling dient gelet op deze strekking dan ook strikt door zowel de Licentiecommissie als de Beroepscommissie van de KNVB te worden nageleefd.

Voorts gaat het om schending van de bepaling omtrent de samenstelling van de Beroepscommissie, zowel wat betreft het aantal leden als wat betreft de vereiste deskundigheid van de leden. De strekking van deze bepaling is om de kwaliteit, waaronder de juridische kwalitieit, van de beslissing te waarborgen.

Het komt erop neer dat de Beroepscommissie in feite heeft bestaan uit twee (onafhankelijke) leden, waarvan er één meester in de rechten was. Dit is ontoereikend, temeer daar het gaat om het opleggen van de meest verstrekkende sanctie, namelijk het intrekken van de licentie van Fortuna Sittard.

4.16. De overige door Fortuna Sittard aangevoerde vernietigingsgronden, waaronder het gestelde motiveringsgebrek in de beslissing van de Beroepscommissie, kunnen gelet op het voorgaande onbesproken blijven.

4.17. In het bovenstaande is voorshands vastgesteld dat zowel aan het besluit van de Licentiecommissie als aan het besluit van de Beroepscommissie ernstige (formele) bezwaren kleven. Die zijn, zoals al is overwogen voldoende om aan te nemen dat de bodemrechter deze besluiten zal vernietigen. De KNVB heeft nog aangevoerd dat het besluit van de Licentiecommissie niet kan worden vernietigd, omdat dit voor beroep vatbaar is bij de Beroepscommissie. Dat standpunt kan in rechte niet worden gevolgd. Immers, in het bepaalde in artikel 5 lid 7 onder a van het Licentiereglement is opgenomen dat de Beroepscommissie het beroep beoordeelt naar de stand van zaken ten tijde van het nemen van het desbetreffende besluit. Echter aan dat besluit kleven zodanige bezwaren, betrekking hebbend op de totstandkoming daarvan, dat handhaving van het besluit van de Licentiecommissie nog steeds een ernstige inbreuk op de processuele rechten van Fortuna Sittard zou betekenen.

Slotsom

4.18. De slotsom is dat de vordering van Fortuna Sittard strekkende tot schorsing van de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie in na te melden zin toewijsbaar is.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de periode waarvoor deze besluiten worden geschorst te beperken tot 1 juli 2010. Daarvoor acht hij het volgende van belang.

4.18.1. Wat ook zij van de ernstige gebreken in de besluitvorming bij de Licentiecommissie en de Beroepscommissie, ook moet worden vastgesteld dat Fortuna Sittard er tot voor kort weinig blijk van heeft gegeven dat zij doordrongen was van het feit dat zij aan de formele eisen die zijn opgenomen in het Licentiereglement en de Richtlijn opmaak Plan van Aanpak ten volle dient te voldoen. Eerst ter zitting heeft zij gegevens overgelegd die erop zouden kunnen duiden dat zij in ieder geval voldoende financiële waarborgen heeft om het seizoen 2009/2010 uit te kunnen spelen. Zij heeft immers na het indienen van de begroting nog enkele garantstellingen weten te bewerkstelligen. Het gaat daarbij om een garantstelling van Trendwork Uitzendgroep te Roermond ter grootte van EUR 50.000,-- (productie 24 van Fortuna Sittard) en een garantstelling van 2W Investments BV te Geleen ter grootte van EUR 50.000,-- (productie 25 van Fortuna Sittard). Ook heeft zij een met Afbouw Stadion BV te Weert, [bedrijf 3] te [vestigingsplaats] en enkele privé personen en daaraan gelieerde vennootschappen gesloten vaststellingsovereenkomst op grond waarvan diverse schulden van Fortuna Sittard zullen worden gesaneerd (productie 26 van Fortuna Sittard) gesloten.

De KNVB heeft naar aanleiding van dit alles onvoldoende toegelicht waarom de kans dat Fortuna Sittard het seizoen 2009/2010 niet zal kunnen uitspelen reëel is.

4.19. Uit het voorgaande volgt dat ook de vordering van Fortuna Sittard strekkende tot het toelaten van Fortuna Sittard tot de door de KNVB met betrekking tot het seizoen 2009/2010 georganiseerde competitie betaald voetbal 2009/2010 toewijsbaar is. Ook de in verband met deze vordering gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, met dien verstande dat deze dwangsom op de in de beslissing te vermelden manier zal worden beperkt.

4.20. Voor de goede orde overweegt de voorzieningenrechter dat Fortuna Sittard, gedurende de periode dat de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie zijn geschorst en Fortuna Sittard nog zal mogen deelnemen aan de door de KNVB georganiseerde competitie betaald voetbal, het Licentiereglement en de daarbijbehorende richtlijnen zal dienen na te komen. Immers, Fortuna Sittard is als lid van de KNVB aan het Licentiereglement en de daarbij behorende richtlijnen gebonden. De schorsing van de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie ontheffen Fortuna Sittard niet van deze verplichting. Fortuna Sittard heeft tijdens de zitting verklaard daarvan doordrongen te zijn. Hieronder valt ook het nauwgezet gevolg geven aan een eventueel hernieuwd verzoek tot het aanleveren van een Plan van Aanpak, dat door de Licentiecommissie kan worden goedgekeurd. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om dit in de beslissing op te nemen.

4.21. De KNVB zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van Fortuna Sittard worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op:

- dagvaarding EUR 0,00

- vast recht 262,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

Ook de over deze proceskosten gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen.

Fortuna Sittard Holding en TOF zullen in de proceskosten aan de zijde van de KNVB worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op nihil.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart Fortuna Sittard Holding en TOF niet ontvankelijk in hun vorderingen,

5.2. schorst (i) het besluit van de Licentiecommissie van 20 februari 2009 (zoals

nader aangepast op 30 maart 2009) tot intrekking van de licentie van Fortuna Sittard met

ingang van 30 juni 2009 en (ii) het besluit van de Beroepscommissie van 19 mei 2009 waarbij de beslissing van de Licentiecommissie van 20 februari 2009 tot intrekking van de licentie van Fortuna Sittard met ingang van 30 juni 2009 wordt bekrachtigd tot en met 30 juni 2010,

5.3. beveelt de KNVB om Fortuna Sittard toe te laten en toegelaten te houden tot de door de KNVB georganiseerde competitie betaald voetbal, zulks met betrekking tot seizoen 2009/2010 dat loopt van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010, en te handelen alsof door de Licentiecommissie geen besluit tot intrekking van de licentie is genomen,

5.4. bepaalt dat de KNVB voor iedere wedstrijd in de competitie betaald voetbal waartoe de KNVB Fortuna Sittard in strijd met het onder 5.3 bepaalde niet toelaat een dwangsom verbeurt van EUR 100.000,--, tot een maximum van EUR 2.000.000,--,

5.5. verstaat dat Fortuna Sittard het Licentiereglement en de daarbijbehorende richtlijnen zal dienen na te komen gedurende de periode dat de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie tot intrekking van haar licentie is geschorst en zij zal mogen deelnemen aan het door de KNVB georganiseerde betaald voetbal competitie,

5.6. verstaat voorts dat deze beslissing geen nadeel toebrengt aan de bevoegdheid van de (organen van de) KNVB tot het nemen van besluiten op grond van het Licentiereglement,

5.7. veroordeelt de KNVB in de proceskosten, aan de zijde van Fortuna Sittard tot op heden begroot op EUR 1.078,00 vermeerderd met de wettelijke rente op de voet van artikel 6:119 BW vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis,

5.8. veroordeelt Fortuna Sittard Holding en TOF in de proceskosten, aan de zijde van de KNVB tot op heden begroot op nihil,

5.9. verklaart dit vonnis voor wat betreft 5.2, 5.3, 5.4 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad,

5.10. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2009.?