Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI4713

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
25-05-2009
Zaaknummer
255012 / HA ZA 08-1910
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil omtrent hoogte verschuldigde bonus bij afname bier, bewijsopdracht. Subsidiair gesteld dat verplichting bestaat om bonus te betalen als het overeengekomen aantal net niet wordt gehaald, die verplichting is onvoldoende gebleken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 255012 / HA ZA 08-1910

Vonnis van 20 mei 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GROLSCHE BIERBROUWERIJ NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

advocaat mr. H. van Dijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOREX UTRECHT B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. L.R.G.M. Spronken.

Partijen zullen hierna Grolsch en Horex genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 november 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 7 april 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 26 maart 2004 hebben Grolsch en Horex een overeenkomst van geldlening gesloten. In deze overeenkomst staat onder meer vermeld:

“(…)

Artikel 1 – De Geldlening

1. Onder de bepalingen als in deze overeenkomst nader omschreven verstrekt Grolsch aan de exploitante (Horex, toev. rb.) (…) een geldlening groot € 105.000,--.

(…)

3. Over de leenschuld is exploitante (…) een rente verschuldigd van 7 procent per jaar. (…)

4. De exploitante verbindt zich het bedrag van de lening en de daarover te verschijnen rente aan Grolsch terug te betalen in zes termijnen op basis van vijf jaarannuïteiten elk groot € 25.608,52. (…)

6. Grolsch heeft het recht om het openstaande bedrag van de lening en de verschenen rente in zin geheel en onmiddellijk op te eisen indien:

(…)

b) de exploitante haar verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet of niet tijdig nakomt;

(…)

Artikel 4 – Overige bepalingen

(…)

3. Indien tussen exploitante en Grolsch een bonus is dan wel wordt afgesproken, verklaart de exploitante dat deze bonus mag worden aangewend om eventuele achterstanden uit welke hoofde dan ook te voldoen. (…)”

2.2. In een brief van 16 maart 2004 van Grolsch aan Horex staat onder meer vermeld:

“(…)

Hierbij bevestigen wij dat wij bereid zijn u, in het kader van de op of omstreeks heden met u gesloten transactie de volgende bonus te verstrekken (…).

Grolsch Premium Pilsner (Fustbier):

Bij een afname:

van 300 t/m 500 hl. € 15,81 per hl. vanaf de 1e hl.

501 t/m 700 hl. € 25,81 per hl. vanaf de 1e hl.

701 hl. en meer € 35,81 per hl. vanaf de 1e hl.

Grolsch Premium Pilsner (Kelderbier):

Bij een afname:

van 300 t/m 500 hl. € 21,50 per hl. vanaf de 1e hl.

501 t/m 700 hl. € 31,50 per hl. vanaf de 1e hl.

701 hl. en meer € 41,50 per hl. vanaf de 1e hl.

(…)

De eventuele bonusuitkering(en) (…) zullen telkens op 1 januari, voor het eerst op 1 januari 2004, aan u ten goede komen en betrekking hebben op het dan verstreken kalenderjaar.

Wij zullen de eventueel aan u toekomende bonusuitkeringen verrekenen met uw betalingsverplichtingen uit hoofde van de op of omstreeks heden door ons aan u verstrekte geldlening groot in hoofdsom € 105.000,--.

(…)”

2.3. Op 21 januari 2005 heeft Grolsch aan Horex een brief geschreven waarin onder meer is opgenomen:

“(…)

Op grond van de door ons aan u verstrekte lening d.d. 21-04-2004, oorspronkelijk groot € 105.000,00 geven wij u hieronder een overzicht van de stand van de lening per 31.12.2004 en de verrekening van de termijn met de u toekomende bonus over 2004.

Leningoverzicht (…)

Saldo per 21.04.2004 € 105.000,00

Bij: 7% rente over 2004 - 5.104,71

Af: termijn 2004 - 17.783,69

Saldo per 31.12.2004 € 92.320,48

Afrekening

Bonus conform bijgaande creditnota € 43.509,38

Af: termijn 2004 - 17.783,69

Door ons aan u te betalen € 25.752,69

(…)”

2.4. Op een factuur van Grolsch met factuurnummer 3374343 van 10 januari 2005 staat een bonusbedrag vermeld van EUR 43.509,38 (inclusief BTW). Dit bedrag is berekend over 731,25 hl. Per afgenomen hl bedraagt het bonusbedrag EUR 50,00.

2.5. Bij brief van 10 april 2006 heeft Grolsch aan Horex onder meer medegedeeld:

(…)

Leningoverzicht (…)

Saldo per 01.01.05 € 92.320,48

Bij: 7% rente over 2005 - 6.462,43

Af: termijn 2005 - 25.608,52

Saldo per 31.12.2005 € 73.174,39

Afrekening

Bonus conform bijgaande creditnota € 18.555,63

Af: termijn 2005 - 25.608,52

Door u aan ons te betalen € 7.052,89

(…)”

2.6. Op een factuur van Grolsch met factuurnummer 3439638 van 11 april 2006 staat een bonusbedrag vermeld van EUR 18.555,63 (incl. BTW). Dit bedrag is berekend over 475,35 hl kelderbier à EUR 31,50 per hl en 24 hl fustbier à EUR 25,81 per hl.

2.7. Bij brief van 12 april 2007 heeft Grolsch aan Horex onder meer medegedeeld:

(…)

Leningoverzicht (…)

Saldo per 01.01.06 € 73.174,39

Bij: 7% rente over 2006 - 5.122,21

Af: termijn 2006 - 25.608,52

Saldo per 31.12.2006 € 52.688,08

Afrekening

Bonus conform bijgaande creditnota € 15.472,38

Bij: bonusaanvulling conform nota 3487990 - 10.115,00

Bij: bonusaanvulling conform nota 3487991 - 5.950,00

Af: bonus -/- termijn 2005 - 7.052,89

Af: termijn 2006 - 25.608,52

Door u aan ons te betalen € 1.124,03

(…)”

2.8. De factuur van Grolsch van 1 maart 2007 met factuurnummer 3485883 vermeldt een bedrag van EUR 15.472,38 incl. BTW aan uitbetaalde bonussen 2006. Dit bedrag is berekend over 433,4 hl met een bonusbedrag van EUR 30,00 per hl.

2.9. Op de in de brief van 12 april 2007 (zie 2.7) vermelde facturen met nummers 3487990 en 3487991, beiden van 15 maart 2007, staat onder meer vermeld:

“(…)

Bonusaanvulling 2006 425 hl.

Uitbetaalde bonussen 06 buiten afspraak 8.500 (excl. BTW, toev rb)

Bonusbedrag per hl.: EUR 20,00 (…)”

en

“(…)

Bonusaanvulling 2005 500 HL.

Uitbetaalde bonussen 06 buiten afspraak 5.000 (excl. BTW, toev rb)

Bonusbedrag per hl.: EUR 10 (…)”

2.10. In een brief van Grolsch aan Horex van 11 april 2008 staat onder meer vermeld:

“(…)

Leningoverzicht (…)

Saldo per 01.01.07 € 52.688,08

Bij: 7% rente over 2007 - 3.766,85

Af: termijn 2007 - 25.608,52

Saldo per 31.12.2007 € 30.846,41

Afrekening

Bonus € 0,00

Af: termijn 2007 - 25.608,52

Door u aan ons te betalen € 25.608,52

(…)”

3. Het geschil

3.1. Grolsch vordert veroordeling van Horex tot betaling van EUR 60.589,56, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over EUR 50.089,56, vanaf 8 september 2008 tot de dag van algehele voldoening, kosten rechtens.

3.2. Grolsch legt aan haar vordering ten grondslag dat zij de overeenkomst van geldlening met Horex heeft opgezegd op grond van artikel 1 lid 6 b van deze overeenkomst. Haar vordering op Horex bedroeg op dat moment EUR 59.089,56 en is terstond opeisbaar geworden.

3.3. Horex voert tot haar verweer aan dat zij met Grolsch is overeengekomen dat zij een bonus van EUR 50,00 per hl zonder minimum zou ontvangen. Tot en met 2008 komt Horex nog een bonusbedrag van EUR 26.209,75 (incl. BTW) toe en zij wenst deze vordering te verrekenen met de vordering van Grolsch. Subsidiair stelt Horex dat het onredelijk (en in de branche niet gebruikelijk) is haar geen bonus toe te kennen als het minimumaantal hl zoals vermeld in de brief van 16 maart 2004 niet wordt gehaald.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ter comparitie heeft Horex erkend dat het bedrag van de door Grolsch gevorderde hoofdsom op zich correct is. Zij heeft voor het verschil tussen de hoofdsom (EUR 59.089,56) en de door haar gestelde bonusverplichting van Grolsch (EUR 26.209,75) een betalingsregeling aangeboden. De rechtbank stelt derhalve vast dat de vordering van Grolsch tot het bedrag van EUR 32.879,81 niet door Horex wordt betwist en voor toewijzing gereed ligt.

4.2. Dit ligt anders voor het meerdere. Partijen verschillen van mening over de vraag wat tussen hen is overeengekomen met betrekking tot de bonus over het door Horex afgenomen aantal hl bier. Op die kwestie zal in het navolgende worden ingegaan. Uit de jaarlijkse leningoverzichten (zie 2.3., 2.5. en 2.7.) blijkt in ieder geval dat Grolsch haar vorderingen uit hoofde van de geldlening verrekende met de aan Horex toekomende bonus. Indien Horex aanspraak heeft op een bonus van EUR 26.209,75, dient dit bedrag met het restant van de vordering verrekend te worden.

4.3. Horex stelt dat haar bestuur[X] (verder: [X]), na ontvangst van de brief van 16 maart 2004 geprotesteerd heeft tegen de inhoud daarvan en de brief niet voor akkoord heeft ondertekend. Tussen partijen is vervolgens een andere afspraak gemaakt, te weten een bonus van EUR 50,00 per hl. Die afspraak is Grolsch grotendeels nagekomen. Dit blijkt uit de afrekening over 2004, waar het bonusbedrag van EUR 50,00 per hl is vermeld (zie 2.4.) en uit de feitelijk betaalde bonussen, aldus Horex.

4.4. Grolsch voert daartegenover aan dat de bonusafspraken tussen partijen zijn weergegeven in de brief van 16 maart 2004. Op enig moment heeft [X] daartegen geageerd. Dit heeft ertoe geleid dat Grolsch met Horex ten aanzien van enkele jaren aanvullende afspraken heeft gemaakt. De afspraken uit de brief van 16 maart 2004 zijn echter nimmer gewijzigd. Grolsch verwijst naar de afrekening over 2005 (zie 2.6.) en de facturen waarin is vermeld dat aanvullende bonussen buiten afspraak zijn verstrekt (zie 2.9.).

4.5. De rechtbank overweegt als volgt. Horex beroept zich op het rechtsgevolg van de door haar gestelde bonusafspraak, te weten verrekening van de daaruit voortvloeiende vordering met haar schuld aan Grolsch. Horex draagt op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast van de door haar gestelde bonusafspraak. Nu Grolsch deze gestelde afspraak gemotiveerd heeft betwist, zal Horex worden toegelaten te bewijzen dat zij met Grolsch is overeengekomen dat Grolsch aan haar een bonus van EUR 50,00 per afgenomen hl zou betalen, ongeacht het afgenomen aantal hl.

4.6. Indien Horex in dit bewijs slaagt, heeft zij een verrekenbare tegenvordering op Grolsch.

4.7. Voor het geval Horex niet in dit bewijs slaagt, moet worden beoordeeld of het subsidiaire verweer van Horex slaagt. De rechtbank begrijpt dat Horex zich met haar stelling dat uit de redelijkheid en billijkheid of de gewoonte voortvloeit dat Grolsch ook een bonus aan Horex moet toekennen als het overeengekomen minimumaantal af te nemen hl net niet wordt gehaald, een beroep doet op het bepaalde in artikel 6:248 lid 1 BW.

4.8. De rechtbank is van oordeel dat het subsidiaire verweer faalt. Indien een minimumaantal af te nemen hl van 300 is overeengekomen, dan is er in beginsel geen recht op bonus als dat aantal niet wordt gehaald. Een bonus is een prikkel tot het leveren van een bepaalde prestatie. Alleen al om die reden dient terughoudend te worden omgegaan met het verlagen van de vereisten voor het behalen van een bonus op grond van de redelijkheid en billijkheid dan wel een branchegewoonte. Horex heeft gesteld dat het in de bierwereld ongebruikelijk is geen bonus uit te keren als een minimumaantal net niet wordt gehaald, maar dat is onvoldoende. Als het niet uitkeren van een bonus ongebruikelijk zou zijn, dan is veeleer sprake van een onverplichte tegemoetkoming (op basis van een bestendige relatie), dan van een uit een bonusovereenkomst voortvloeiend rechtsgevolg.

4.9. Indien Horex niet in het bewijs waartoe zij wordt toegelaten slaagt, zal derhalve ook het restant van de door Grolsch gevorderde hoofdsom worden toegewezen.

4.10. Bij eindvonnis zal de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Grolsch heeft nagelaten een voldoende duidelijke omschrijving te geven van de voor haar rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De kosten waarvan Grolsch vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.11. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke handelsrente over het toegewezen bedrag toewijzen vanaf 8 september 2008, nu daartegen geen verweer is gevoerd.

4.12. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Horex om aan Grolsch te betalen een bedrag van EUR 32.879,81 (tweeëndertigduizend achthonderd en negenenzeventig euro en éénentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 8 september 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoer bij voorraad,

5.3. draagt Horex op te bewijzen dat zij met Grolsch is overeengekomen dat Grolsch aan Horex een bonus van EUR 50,00 per afgenomen hl bier moet betalen, zonder dat sprake is van een minimaal af te nemen aantal hectoliters,

5.4. bepaalt dat, indien Horex het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. A.M. Verhoef in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op vrijdag 25 september 2009 van 13:30 uur tot 17:00 uur,

5.5. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de secretaresse (mevrouw H. Alberts kamer A.2.16) - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

5.6. bepaalt dat Horex, indien zij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, zij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de secretaresse (mevrouw H. Alberts kamer A.2.16) - en aan de wederpartij moet opgeven,

5.7. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2009.

w.g. griffier w.g. rechter