Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI3805

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
14-05-2009
Zaaknummer
16/601290-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 16/601290-08; 16/504769-08 (gev.ttz); 16/440948-08 (gev. ttz); 16/440245-08 (gev.ttz); 16/444434-08 (gev.ttz)

Verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 januari 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] (Somalië)

wonende te [woonadres], [woonplaats]

raadsman mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 december 2008, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het wetboek van strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit behorend bij 16/601290-08:

een medewerkerster van de [bedrijf 1] heeft mishandeld;

Feit 1 behorend bij 16/504769-08:

een damesfiets heeft geheeld;

Feit 2 behorend bij 16/504769-08, feiten 1 tot en met 4 behorend bij 16/440245-08 en feit 1 behorend bij 444434-08:

steeds huisvredebreuk heeft gepleegd bij filialen van [bedrijf 2];

Feit 5 behorend bij 16/440245-08 en feit 2 behorend bij 16/440948-08:

steeds diefstal heeft gepleegd van blikjes bier bij [bedrijf 2];

Feit 1 behorend bij 16/440948-08:

diefstal van een cd bij de [bedrijf 3];

Feit 3 behorend bij 16/440948-08:

een ruit heeft vernield;

Feit 4 behorend bij 16/440948-08:

niet weg wilde gaan bij de Sociale Dienst, ook niet nadat hem dit gevorderd was;

Feit 2 behorend bij 16/444434-08:

diefstal heeft gepleegd van koperen pijpen.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, nader uit te werken bij appèl.

4.2. De bewijsoverwegingen

De rechtbank acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder het volgende in overweging.

Ten aanzien van de mishandeling bij de [bedrijf 1]:

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij aangeefster van achteren heeft willen vastgrijpen en mogelijk daarbij haar haren heeft vastgepakt. Hierover bestaat dan ook geen twijfel. Wel twijfelt de rechtbank over de klap die de verdachte aangeefster [aangever 1] zou hebben gegeven, gezien de verschillende verklaringen hierover in het proces-verbaal.

De rechtbank spreekt de verdachte van dat onderdeel dan ook vrij.

Ten aanzien van de heling van de fiets:

De fiets die de verdachte trachtte te verkopen had verse beschadigingen. De raadsman van verdachte heeft daarop het verweer gevoerd dat het niet zeker is of de fiets van diefstal afkomstig is, omdat het ook zo zou kunnen zijn dat het slot is verbroken door de rechtmatige eigenaar, omdat deze wellicht zijn sleutel was kwijtgeraakt en dat de verdachte de fiets daarna in die hoedanigheid, dus met de beschadigingen, heeft verkregen. Het is immers niet duidelijk hoe lang de beschadigingen er zaten. De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat bij het aanschaffen van een fiets met beschadigingen voor een dergelijke prijs als waarvoor de verdachte deze op straat heeft gekocht men op zijn minst kan vermoeden dat dit geen eerlijke handel is. Onder die omstandigheden had verdachte de herkomst van de fiets dienen te onderzoeken. Door dat na te laten heeft hij bewust de kans aanvaard dat de door hem gekochte fiets van een misdrijf afkomstig was. Het verweer wordt hiermee verworpen en de rechtbank acht dan ook opzetheling van de fiets bewezen.

Ten aanzien van de diefstal van de koperen buizen:

Dit verweer wordt door de rechtbank verworpen nu van de diefstal ook aangifte is gedaan en de verdachte zowel ter terechtzitting als ook bij de politie heeft verklaard die dag in de [adres] te zijn geweest. De rechtbank acht om die reden dit feit wettig, en overtuigend bewezen.

4.3. De bewezenverklaring

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat

601290-08:

hij op 29 oktober 2008 te Utrecht, opzettelijk mishandelend [aangever 1] aan haar haren heeft getrokken, waardoor voornoemde [aangever 1] pijn heeft ondervonden;

504769-08 feit 1:

hij op 05 oktober 2008 te Utrecht een damesfiets voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die damesfiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

504769-08 feit 2:

hij op 22 september 2008 te Utrecht, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal/winkel, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf 2], welk binnendringen daarin bestond dat hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk voornoemd lokaal/winkel is binnengegaan, terwijl aan hem, verdachte, namens rechthebbende de toegang tot voornoemd lokaal schriftelijk was ontzegd voor een periode van 12 maanden, ingaande op 3 maart 2008;

440245-08 feit 1:

hij op 01 oktober 2007 te Utrecht, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal/winkel, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf 2], welk binnendringen daarin bestond dat hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk voornoemd lokaal is binnengegaan, terwijl aan hem, verdachte, namens rechthebbende de toegang tot voornoemd lokaal schriftelijk was ontzegd voor een periode van 12 maanden, ingaande op 17 september 2007;

440245-08 feit 2:

hij op 19 december 2007 te Utrecht, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal/winkel, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf 2], welk binnendringen daarin bestond dat hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk voornoemd lokaal is binnengegaan, terwijl aan hem, verdachte, namens rechthebbende de toegang tot voornoemd lokaal schriftelijk was ontzegd voor een periode van 12 maanden, ingaande op 16 oktober 2007;

440245-08 feit 3:

hij op 21 februari 2008 te Utrecht, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal/winkel, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf 2], welk binnendringen daarin bestond dat hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk voornoemd lokaal is binnengegaan, terwijl aan hem, verdachte, namens rechthebbende de toegang tot voornoemd lokaal schriftelijk was ontzegd voor een periode van 12 maanden, ingaande op 16 oktober 2007;

440245-08 feit 4:

hij op 03 maart 2008 te Utrecht, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal/winkel, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf 2], welk binnendringen daarin bestond dat hij,verdachte, toen aldaar opzettelijk voornoemd lokaal is binnengegaan, terwijl aan hem, verdachte, namens rechthebbende

de toegang tot voornoemd lokaal schriftelijk was ontzegd voor een periode

van 12 maanden, ingaande op 16 oktober 2007;

440245-08 feit 5:

hij op 16 oktober 2007 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere, blikken alcoholische drank (bier), geheel toebehorende aan [bedrijf 2];

440948-08 feit 1:

hij op 07 maart 2008 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een CD, geheel toebehorende aan [bedrijf 3];

440948-08 feit 2:

hij op 03 juli 2007 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-

eigening heeft weggenomen een blikje bier, geheel toebehorende aan [bedrijf 2];

440948-08 feit 3:

hij op 14 december 2007 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam, geheel toebehorende aan woningbouwcorporatie SSH, heeft vernield, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met zijn, verdachtes, (rechter)voet tegen een deur, te trappen;

440948-08 feit 4:

hij op 06 juni 2008 te Utrecht, wederrechtelijk vertoevende in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten de sociale dienst Utrecht, gevestigd aan de [adres] aldaar, zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar [ambtenaar], toen daar onder toezicht en verantwoording van de overheid, zijnde de gemeente Utrecht aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd, namelijk werkzaam als beveiliger bij voornoemde sociale dienst, aanstonds heeft verwijderd;

444434-08 feit 1:

hij op 10 maart 2008 te Utrecht, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf 2];

444434-08 feit 2:

hij op 10 maart 2008 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf koperen pijpen, geheel toebehorende aan [aangever 2].

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest en een gevangenisstraf van drie maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich tijdens deze proeftijd zal houden aan de aanwijzingen hem gegeven door de Reclassering Nederland, ook als dit inhoudt het (blijven) volgen van de behandeling bij de Stichting De Burcht/Revival of Joy.

6.2. Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan in totaal zeven maal lokaalvredebreuk, veelal bij [bedrijf 2], die hem voor zijn hinderlijke gedrag in de winkels en voor diefstal bij de filialen van deze firma in de binnenstad van Utrecht meer dan éénmaal een winkelontzegging had opgelegd. Het spreekt voor zich dat hierdoor onrust is ontstaan voor de betreffende winkels nu de verdachte zich steeds weer liet zien in de filialen en daarbij soms ook wederom bier trachtte te stelen.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal en opzetheling waardoor anderen benadeeld werden. Tevens heeft verdachte dwars door een ruit heen geschopt, waardoor deze is vernield. Deze feiten zijn een ergernis voor de maatschappij.

De rechtbank rekent de verdachte de mishandeling van de hulpverlener evenwel het meest aan. Hulpverleners proberen in de regel mensen zoals verdachte, die dakloos zijn, waar mogelijk te helpen. Deze mensen doen zelden of nooit aangifte, omdat het laten vervolgen van hun cliënten niet in hun bedoeling ligt. Ook in deze aangifte benadrukt aangeefster dat ze de aangifte doet om verdachte te helpen, niet zozeer om hem te straffen.

Verdachte was steeds onder invloed van alcohol ten tijde van het plegen van al deze vervelende feiten. Dit is niet los te zien van de wil van verdachte. Als keer op keer blijkt dat men zich lastig/vreemd gedraagt zodra men alcohol nuttigt, is het zaak om van de drank af te blijven.

In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het relatief kleine strafblad, dat gezien de leefstijl van verdachte opmerkelijk is.

Ook is bij de rechtbank binnengekomen een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d. 11 december 2008, opgemaakt door M. Lans, reclasseringswerker, waarin wordt gesteld dat de verdachte gebaat zou zijn bij een training bij De Waag.

Hiermee rekening houdend ziet de rechtbank aanleiding om het voorstel van de officier van justitie te volgen inhoudende dat voor het bewezenverklaarde kan worden volstaan met een werkstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis.

Hiervan zullen voor de dagen die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten twee dagen, per dag twee uren worden afgetrokken.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van twee maanden teneinde de ernst van de feiten te benadrukken en

verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal de officier van justitie echter niet volgen in zijn eis om een verplichte behandeling te volgen bij Stichting De Burcht/Revival of Joy. Het reeds opgestarte programma is geheel op vrijwillige basis en deels intern. De rechtbank kan slechts dan een dergelijke intramurale behandeling als bijzondere voorwaarde opleggen, wanneer daarvan tevens de duur wordt bepaald en dit plaatsvindt in een daartoe aangewezen en erkende instelling.

In dit geval is dat niet mogelijk. Daarom volstaat de rechtbank met de oplegging van genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf, zonder oplegging van een bijzondere voorwaarde.

De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

Bij de bepaling van de hierna te noemen straf heeft de rechtbank overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, rekening gehouden met de omstandigheid, dat verdachte op 12 maart 2008 is veroordeeld tot een geldboete in verband met tweemaal overtreding van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, en nu opnieuw wordt schuldig verklaard aan dergelijke misdrijven voor de hierboven genoemde datum gepleegd.

7. Het beslag

7.1. De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de damesfiets, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 138, 139, 310, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit behorend bij 16/601290-08: : Mishandeling;

Feit 1 behorend bij 16/504769-08: : Opzetheling;

Feit 2 behorend bij 16/504769-08, feiten 1 tot en met 4 behorend bij 16/440245-08 en feit 1 behorend bij 444434-08: : Telkens, in het besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

Feit 5 behorend bij 16/440245-08, feiten 1+ 2 behorend bij 16/440948-08 en feit 2 behorend bij 16/444434-08: Telkens, diefstal;

Feit 3 behorend bij 16/440948-08: : Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen;

Feit 4 behorend bij 16/440948-08: : Wederrechtelijk vertoevende in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar aanstonds verwijderen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van een werkstraf van 120 uren;

- beveelt dat, indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag, inhoudende dat er vier uren in mindering zullen worden gebracht;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een damesfiets, merk Batavus, type Topper.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Muller, voorzitter, mr. P.K. van Riemsdijk en

mr. M.P. Gerrits-Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van C. Lith-van den Brink, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 januari 2009.