Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI2821

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
06-05-2009
Zaaknummer
248664 / HA ZA 08-949
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser in deze vrijwaringszaak heeft een tweede partij in vrijwaring opgeroepen zonder dat daarvoor in de hoofdzaak toestemming was verleend door de rechtbank. In de vordering tegen die gedaagde wordt hij niet-ontvankelijk verklaard.

De vordering tegen de andere in vrijwaring opgeroepen gedaagde (waarvoor wel toestemming was verleend in de hoofdzaak) is op zitting ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

248664 / HA ZA 08-94929 april 2009

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 248664 / HA ZA 08-949

Vonnis van 29 april 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. E.J. Nieuwenhuys,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.J.C. van Haren,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. P.H. van der Vleuten.

Partijen zullen[eiser]] [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• het vonnis van 17 september 2008

• het herstelvonnis van 29 oktober 2008

• de akte houdende wijziging van eis

• de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde sub 2]

• de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde sub 1]

• het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 26 januari 2009

- het proces-verbaal van voortzetting van comparitie van partijen na antwoord, gehouden op

dinsdag 21 april 2009

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In de bij deze rechtbank bekend zijnde procedure met zaaknummer / rolnummer 244796/ HA ZA 08-444 (hierna te noemen: de hoofdzaak) is [eiser] door Eneco Energie Services gedagvaard. Tijdens de comparitie van partijen in die zaak, gehouden op

5 juni 2008, is overeenstemming bereikt waarna de hoofdzaak op de rol is doorgehaald.

2.2. In de hoofdzaak was het [eiser] in het vonnis in incident van 23 april 2008 toegestaan om [gedaagde sub 1] in vrijwaring op te roepen.

2.3. [eiser] heeft [gedaagde sub 1] vervolgens in de onderhavige procedure in vrijwaring opgeroepen. Tevens heeft hij, bij separate dagvaarding, in deze procedure [gedaagde sub 2] in vrijwaring opgeroepen.

3. De vordering

3.1. [eiser] heeft, na wijziging van eis, gevorderd – kort gezegd – dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 25.000,-, zijnde het bedrag dat hij uit hoofde van de overeenstemming aan Eneco dient te betalen.

3.2. [gedaagde sub 2] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] danwel afwijzing van diens vordering. [gedaagde sub 1] heeft separaat verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

4. De beoordeling

4.1. Tijdens de voortzetting van de comparitie van partijen gehouden op 21 april 2009 heeft [eiser] zijn vordering tegen [gedaagde sub 1] ingetrokken zodat thans nog slechts ter beoordeling voorligt de vordering van [eiser] tegen [gedaagde sub 2].

4.2. [gedaagde sub 2] heeft als primair verweer gevoerd dat hij in vrijwaring is gedagvaard zonder dat [eiser] daartoe door de rechtbank toestemming was verleend hetgeen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] dient te leiden. De rechtbank is van oordeel dat dit verweer slaagt.

4.3. Bij incidenteel vonnis van 23 april 2008 in de hoofdzaak is het [eiser] toegestaan om [gedaagde sub 1] in vrijwaring op te roepen. Toestemming om [gedaagde sub 2] in vrijwaring op te roepen is in de daartoe strekkende incidentele vordering evenwel niet verzocht en -derhalve- in het incidenteel vonnis evenmin verleend. Aangezien een partij een andere partij slechts in vrijwaring kan oproepen nadat daartoe door de rechtbank toestemming is verleend (zie artikel 210 e.v. Rv) kan [eiser] in zijn vordering tegen [gedaagde sub 2] niet worden ontvangen.

4.4. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 2] worden begroot op:

- vast recht EUR 690,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.848,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 2] tot op heden begroot op EUR 1.848,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2009.

wg griffier wg rechterAvM