Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1680

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-04-2009
Datum publicatie
22-04-2009
Zaaknummer
SBR 09-944
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen de weigering van verweerder handhavend op te treden tegen het gebruik van een hotel als Tijdelijke Noodvoorziening Vreemdeling. Verzoek is afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 09/944

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 april 2009

inzake

Stichting Birkstraat/Zandlaan,

[verzoeker sub 2],

[verzoeker sub 3],

[verzoeker sub 4],

[verzoeker sub 5],

[verzoeker sub 6], en

[verzoeker sub 7],

gevestigd respectievelijk wonende te [woonplaats]

verzoekers,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest,

verweerder.

Inleiding

1.1 Het verzoek heeft betrekking op het besluit van verweerder van 6 april 2009, waarbij verweerder het verzoek om handhavend op te treden inzake het gebruik van hotel Het Witte Huis door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) ten behoeve van een Tijdelijke Noodvoorziening Vreemdelingen (TNV) heeft afgewezen.

1.2 Het verzoek is op 7 april 2009 gevoegd met de zaak SBR 09/867 ter zitting behandeld, waar verzoekers zich hebben laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Bijkerk en W. van Galen, advocaten te Utrecht. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.C.P. Haagen en mr. S.F. Supusepa, beide werkzaam bij de gemeente Soest.

Namens het COA zijn verschenen mr. A. Tardjopawiro en A. Habiboellah. Hotel Het Witte Huis heeft zich laten vertegenwoordig[X][bedrijf A], in de persoon van de heer [X], bijgestaan door mr. S.J. Nauta, advcoaat te Barendrecht.

Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.

2.3 Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het COA met de exploitant van hotel Het Witte Huis, [bedrijf A], een overeenkomst heeft gesloten. Dit contract heeft een looptijd van twee jaar met een optie tot verlenging. Volgens de overeenkomst huurt het COA de kamers van het hotel en verwerft zij hierbij het recht om aan te wijzen wie er als gasten in het hotel verblijven. Het COA zal het hotel gebruiken als een TNV. In een TNV worden potentiële asielzoekers opgevangen. De vreemdelingen verblijven drie tot zes weken in de TNV in afwachting van hun interview bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. In het hotel worden tweehonderd vreemdelingen opgevangen. Er zijn 69 kamers in het hotel aanwezig en er zullen drie tot vier bewoners per kamer worden ondergebracht. Het COA zorgt voor bed, bad en brood.

2.4 Naar de mening van verzoekers is het gebruik van het hotel als een TNV in strijd met het bestemmingsplan. Verzoekers hebben verweerder verzocht om handhavend op te treden, inhoudende de onmiddellijke oplegging van een last onder dwangsom indien het strijdige gebruik voortduurt. Bij besluit van 6 april 2009 heeft verweerder afwijzend beslist op dit verzoek.

2.5 Vervolgens hebben verzoekers de voorzieningenrechter gevraagd het besluit te schorsen en een voorlopige maatregel te nemen inhoudende een verbod om hotel Het Witte Huis als TNV te gebruiken totdat op het bezwaar is beslist. Ter zitting hebben verzoekers desgevraagd gesteld dat hun spoedeisend belang is gelegen in de omstandigheid dat de woning van één van de verzoekers te koop staat en niet dan wel moeilijk verkoopbaar zal zijn nu het hotel als TNV wordt gebruikt. Voorts vrezen verzoekers voor overlast.

2.6 De voorzieningenrechter stelt voorop dat pas aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening indien er sprake is van een dringend spoedeisend belang in verband waarmee de besluitvorming van verweerder niet kan worden afgewacht en dus een voorziening nodig is.

2.7 De voorzieningenrechter oordeelt dat in de door verzoekers aangegeven omstandigheden onvoldoende grond aanwezig is voor het treffen van de gevraagde voorziening. Verzoekers hebben een verband tussen het gebruik van het hotel als TNV en de gestelde onverkoopbaarheid van de woning niet aannemelijk gemaakt. In dit verband merkt de voorzieningenrechter op dat verweerder ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de woning van de campinghouder, gelegen in de directe omgeving van het hotel, zeer onlangs wel is verkocht. Daarnaast is de voorzieningenrechter niet gebleken dat de gestelde hinder, namelijk dat er mensen door de tuin lopen, objectief gezien iets met het gebruik van het hotel van doen heeft. Voorts is niet onderbouwd dat deze hinder zo ernstig is dat een voorziening zou moeten worden getroffen. Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter dat met de weigering van verweerder handhavend op te treden tegen het vermeende strijdig gebruik van het hotel geen onomkeerbare situatie is ontstaan. Indien en voor zover het primaire besluit in bezwaar mocht worden herroepen, moet aangenomen worden dat de vreemdelingen het hotel op relatief eenvoudige wijze ook weer kunnen verlaten. Van een spoedeisend belang als bedoeld in voormeld artikel 8:81 van de Awb is dan ook geen sprake.

2.8 De voorzieningenrechter overweegt dat met het gegeven oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang in de zin van voormelde wetsbepaling aan de toetsing van de rechtmatigheid van het bestreden besluit niet kan worden toegekomen.

2.9 Gelet op het vorenstaande moet het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.J. Overdijk en in het openbaar uitgesproken op

20 april 2009.

De griffier: De voorzieningenrechter:

mr. V.N. Sluiter mr. D.A.J. Overdijk

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Ingevolge artikel 37, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet op de Raad van State staat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open.