Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9328

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
254330 / HA ZA 08-1813
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomst. Redelijkheid en billijkheid. art. 6:248 lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 254330 / HA ZA 08-1813

Vonnis van 1 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TNT INNIGHT B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres,

advocaat mr. H.E. ter Horst,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde].,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.R.L. van Gasteren.

Partijen zullen hierna TNT en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 oktober 2008;

- het proces-verbaal van comparitie van 4 maart 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Sinds 1 januari 1999 is tussen partijen een overeenkomst van kracht op grond waarvan TNT ten behoeve van [gedaagde] tegen vergoeding pakketten aflevert bij klanten van [gedaagde] (hierna: “de overeenkomst”). Deze overeenkomst is door partijen schriftelijk vastgelegd in een contract d.d. 16 december 1998 (hierna: “het contract”). Onderdeel van de overeenkomst is de verhuur door TNT aan [gedaagde] van een aantal muurkasten.

2.2. Met betrekking tot de mogelijkheden van opzegging van de overeenkomst bevat het contract - voor zover thans relevant - de volgende bepalingen:

2.1 Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 1999 en eindigt op 31 december 1999. Tenzij één van de partijen de overeenkomst schriftelijk heeft opgezegd, wordt de overeenkomst per 31 december 1999 met 12 maanden verlengd, en vervolgens steeds opnieuw met 12 maanden, behalve in geval van opzegging tegen de eerstvolgende 31 december. Er geldt een opzegtermijn van tenminste 3 maanden.(…)

3.2 Uiterlijk 3 maanden voor afloop van elk kalenderjaar zal TNT een indicatie van de eventuele tariefsaanpassingen schriftelijk bekend maken. Feitelijke aanpassing van de tarieven zal plaatsvinden op basis van het NEA advies aan Transport Logistiek Nederland en eigen berekeningen.

3.3 Indien [gedaagde] niet akkoord is met de in art. 3.2 bedoelde tariefaanpassingen en partijen uiterlijk 14 dagen voor

31 december geen overeenstemming bereiken, hebben beide partijen het recht de overeenkomst door schriftelijke verklaring tegen de eerstvolgende 31 december op te zeggen. (…)

2.3. In een brief van 28 november 2007 heeft TNT onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:

In september hebben wij u geïnformeerd dat de verwachte aanpassing van de tarieven tussen de 4 à 5% zou uitkomen. (…) De consequentie hiervan is dat TNT genoodzaakt is haar tarieven voor 2008 met 6,7% te verhogen.

2.4. Naar aanleiding van voornoemde brief vond tussen partijen op 7 december 2007 een bijeenkomst plaats. [gedaagde] zond vervolgens een brief gedateerd 13 december 2007 aan TNT, waarin onder meer het volgende is vermeld:

Naar aanleiding van de door u aangekondigde tariefverhogingen per 1 januari 2008 op

28 november 2007, is er op vrijdag 7 december jl. een gesprek geweest tussen [medewerker 1] ([gedaagde]) en [medewerker 2] (TNT). De heer [medewerker 1] heeft hierin aangegeven dat wij met ingang van 1 januari 2008 geen gebruik meer wensen te maken van uw koeriersdienst. (…)

Met dit schrijven willen wij deze opzegging schriftelijk bevestigen, wij wensen geen verlenging van het contract omdat wij het oneens zijn met de door u aangekondigde prijsverhogingen per 1 januari 2008.

2.5. In een brief van 15 december 2007 schreef TNT aan [gedaagde] (de heer [medewerker 1]) onder meer het volgende:

Tijdens ons onderhoud van 7 december jl. hebt u mij te kennen gegeven in verband met de tariefsverhogingen per 1 januari a.s. geen gebruik meer te willen maken van de dienstverlening van TNT, hetgeen voor ons aanleiding is geweest om ons nader te beraden over het al dan niet verhogen van de tarieven voor u. Teneinde ook in de toekomst te kunnen samenwerken, heeft TNT besloten de tarieven voor 2008 gelijk te houden met de tarieven voor 2007.

2.6. Bij brief van 21 december 2007 heeft [gedaagde] onder meer het navolgende aan TNT geschreven:

Met verbazing hebben wij uw brief die wij vandaag hebben ontvangen gelezen. Uw tariefverhogingen zijn dus niet altijd nodig aangezien u er nu plotseling vanaf ziet. Hoe zit dat dan met de afgelopen jaren vragen wij ons af. Wij kunnen u dan ook meedelen dat wij niet akkoord gaan met dit aanbod. Wij zeggen het contract per 31 december 2007 op.

2.7. Bij brief van 27 december 2007 heeft TNT onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:

Uw brief d.d. 21 december hebben we in goede orde ontvangen. Langs deze weg bericht ik u dat wij uw opzegging niet accepteren. Conform artikel 2.1 van de onderhavige overeenkomst geldt immers een opzegtermijn van ten minste 3 maanden. Opzegging tegen 31 december 2007 was derhalve enkel en alleen mogelijk geweest indien u uiterlijk 30 september jl. voor de opzegging had zorggedragen, hetgeen echter niet is geschied. Op basis van bovenstaande accepteren wij uw opzegging niet en zullen wij onze dienstverlening continueren.

3. Het geschil

3.1. TNT vordert na wijziging van eis samengevat - dat [gedaagde], bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, wordt veroordeeld:

- tot betaling van EUR 32.660,29 voor de periode van 1 januari 2008 tot en met

31 mei 2008, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente tot 11 juli 2008 ter hoogte van EUR 704,37, en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over EUR 32.660,89 vanaf 11 juli 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- tot betaling van EUR 13.064,12 bij wijze van voorschot voor de periode van 1 juni 2008 tot en met 31 juli 2008;

- tot betaling van EUR 6.532,06 per maand vanaf 1 augustus 2008 tot en met

31 december 2008, zulks telkens door [gedaagde] te voldoen uiterlijk 30 dagen na faktuurdatum, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de te faktureren bedragen vanaf de vervaldatum tot aan de dag der algehele voldoening

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ter beoordeling ligt voor of [gedaagde] de overeenkomst rechtsgeldig per 31 december 2007 heeft opgezegd.

4.2. TNT stelt dat [gedaagde] de overeenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd omdat aan [gedaagde] geen beroep op artikel 3.3 van het contract toekomt. In verband daarmee voert TNT aan dat [gedaagde] tijdens de bespreking op

7 december 2007 te kennen heeft gegeven dat zij geen gebruik meer wenste te maken van de diensten van TNT indien TNT haar tarieven met ingang van 1 januari 2008 zou verhogen. De brief van [gedaagde] van

13 december 2007 heeft TNT niet ontvangen, aldus TNT. En aangezien TNT in haar brief van 15 december 2007 aan [gedaagde] heeft meegedeeld dat zij haar tarieven niet zou verhogen, was er 14 dagen voor 31 december 2007 geen sprake van dat partijen geen overeenstemming over de tarieven hadden bereikt, zoals artikel 3.3 van het contract eist. Opzegging was daarom alleen mogelijk met inachtneming van de termijn van 3 maanden op grond van artikel 2.1. Nu [gedaagde] niet uiterlijk eind september 2007 heeft opgezegd, is van een rechtsgeldige opzegging per 31 december 2007 geen sprake, aldus TNT. Gelet op de brief van [gedaagde] van 21 december 2007 (zie 2.6) stelt TNT dat [gedaagde] rechtsgeldig heeft opgezegd per 31 december 2008.

4.3. [gedaagde] betwist dat zij nog enig bedrag aan TNT verschuldigd is, met uitzondering van een bedrag ter zake van de muurkasten. In verband daarmee stelt [gedaagde] dat zij de overeenkomst tijdig heeft opgezegd op grond van artikel 3.3 van het contract. Reeds tijdens de bijeenkomst op 7 december 2007 heeft [gedaagde] aan TNT meegedeeld dat zij geen gebruik meer wenste te maken van de diensten van TNT. Voorts stelt [gedaagde] dat zij haar brief van 13 december 2007 aangetekend aan TNT heeft verzonden, hetgeen zou blijken uit het overgelegde verzendbewijs. Op 27 december 2007 heeft TNT telefonisch aan [gedaagde] bevestigd dat zij de brief van [gedaagde] van 13 december 2007 heeft ontvangen op 14 december 2007. Daarnaast stelt [gedaagde] dat de brief van 15 december 2007 niet met zich meebrengt dat partijen 14 dagen voor 31 december 2007 alsnog overeenstemming over de tarieven hadden bereikt. Het eenzijdig intrekken van een aangekondigde tariefaanpassing brengt nog geen overeenstemming over de tarieven met zich mee, aldus [gedaagde]. Zij stelt overigens de brief van TNT gedateerd 15 december 2007 pas op 21 december 2007 te hebben ontvangen. Ook stelt [gedaagde] dat de opzegging van de overeenkomst dient te worden beoordeeld aan de hand van de redelijkheid en billijkheid.

4.4. Ten aanzien van de muurkasten stelt [gedaagde] dat zij daarvoor een redelijke vergoeding aan TNT dient te betalen. Het in verband daarmee gevorderde bedrag is naar het oordeel van [gedaagde] echter niet redelijk. [gedaagde] heeft aangeboden de muurkasten tegen een vergoeding over te nemen, welk aanbod door TNT is afgewezen, en nu wordt [gedaagde] geconfronteerd met een vordering voor huur van de muurkasten.

4.5. Voor het geval de rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging door [gedaagde] per 31 december 2007, betwist [gedaagde] de hoogte van de vordering en doet zij een beroep op matiging.

4.6. De rechtbank is van oordeel dat de overeenkomst per 31 december 2007 rechtsgeldig door [gedaagde] is opgezegd. Aan dit oordeel ligt het volgende ten grondslag.

4.7. Bij brief van 28 november 2007 heeft TNT aan [gedaagde] een aanbod gedaan om op grond van een gewijzigde overeenkomst de dienstverlening voort te zetten, door aan te kondigen dat zij haar tarief met ingang van 1 januari 2008 met 6,7% ging verhogen (zie 2.3.). Naar aanleiding van deze brief vond op 7 december 2007 een bijeenkomst tussen partijen plaats. De rechtbank acht de stelling van TNT, die er op neerkomt dat [gedaagde] op 7 december 2007 zou hebben gezegd alleen dan geen gebruik meer te willen maken van de diensten van TNT indien TNT haar tarieven niet zou verhogen, niet aannemelijk. Dat [gedaagde] als voorwaarde voor voortzetting van de contractuele relatie zou hebben gesteld dat TNT de tarieven niet zou verhogen wordt betwist door [gedaagde] en blijkt ook niet uit de brief van TNT van 15 december 2007 (zie 2.5.). Bovendien heeft TNT geen aanvaardbare verklaring gegeven voor de omstandigheid dat in de brief van 15 december 2007, waarin zij naar het gesprek van 7 december 2007 verwijst, met geen woord rept over de gestelde voorwaarde voor voortzetting, terwijl zij bij dagvaarding het bestaan van deze voorwaarde wel aan haar stellingen ten grondslag heeft gelegd.

4.8. Naar het oordeel van de rechtbank bestond op 7 december 2007 geen overeenstemming tussen partijen over de door TNT bekendgemaakte tariefaanpassing. [gedaagde] heeft op die dag het aanbod van TNT om op grond van een gewijzigde overeenkomst van de diensten van TNT gebruik te blijven maken verworpen en de overeenkomst mondeling opgezegd.

4.9. De omstandigheid dat TNT bij brief van 15 december 2007 het reeds door [gedaagde] verworpen aanbod eenzijdig heeft ingetrokken, maakt de afwijzing van dit aanbod en de mondelinge opzegging van de overeenkomst niet ongedaan.

4.10. TNT betwist de brief van [gedaagde] van 13 december 2007 (zie 2.4.) te hebben ontvangen, zodat de overeenkomst niet ex artikel 3.3 van het contract schriftelijk is opgezegd. De rechtbank is echter van oordeel dat het in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat TNT een beroep doet op het ontbreken van een schriftelijke opzegging. De strekking van artikel 3.3 van het contract is dat TNT uiterlijk 14 dagen voor afloop van het kalenderjaar ervan op de hoogte raakt dat de mede-contractant – in dit geval [gedaagde] – de overeenkomst wenst op te zeggen ingeval geen overeenstemming is bereikt over de door TNT bekend gemaakte tariefaanpassing. Vast staat dat [gedaagde] tijdens de bijeenkomst op 7 december 2007 aan TNT heeft meegedeeld dat zij met ingang van 1 januari 2008 geen gebruik meer wenste te maken van de diensten van TNT in verband met de door TNT aangekondigde tariefverhoging. Hiermee was het voor TNT duidelijk dat [gedaagde] de contractuele relatie wilde beëindigen. Dat zij dit ook zo heeft begrepen blijkt uit haar brief van 15 december 2007.

4.11. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat uiterlijk 14 dagen voor 31 december 2007 tussen partijen geen overeenstemming bestond over de tarieven in de zin van artikel 3.3 van het contract. De rechtbank concludeert dan ook dat [gedaagde] door haar op 7 december 2007 gedane mededeling de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd per 31 december 2007. Van een op [gedaagde] rustende verplichting tot afname van de diensten van TNT en de daarbij behorende tot betalingen van een contractuele vergoeding aan TNT was dus met ingang van 1 januari 2008 geen sprake.

4.12. De opzegging met ingang van 1 januari 2008 brengt met zich mee dat ook de huuroverkomst ter zake van de muurkasten op die datum is geëindigd. Op grond daarvan rust op [gedaagde] een verplichting tot teruggave van de muurkasten, hetgeen tot op heden echter niet is gebeurd. Als gevolg daarvan is [gedaagde] ongerechtvaardigd verrijkt en dientengevolge een schadevergoeding aan TNT verschuldigd totdat de muurkasten worden teruggegeven dan wel totdat de eigendom van de muurkasten door koop overgaat op [gedaagde].

4.13. Onderdeel van de vordering van TNT is een vergoeding voor de huur van de muurkasten ter hoogte van

EUR 65,52 per week. Uit hetgeen namens TNT ter comparitie hierover is gesteld leidt de rechtbank af dat TNT subsidiair - voor het geval de vordering ter zake van de overige diensten aan [gedaagde] wordt afgewezen - een dergelijk bedrag vordert als schadevergoeding in verband met de ongerechtvaardigde verrijking van [gedaagde]. [gedaagde] erkent dat zij een redelijke vergoeding aan TNT terzake van het gebruik van de muurkasten vanaf 1 januari 2008 verschuldigd is. Gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] toen de overeenkomst met TNT nog wel gold ermee instemde dat zij met betrekking tot de muurkasten per week EUR 65,52 aan TNT diende te betalen, is de rechtbank van oordeel dat een dergelijk bedrag ook redelijk is als basis voor de door [gedaagde] aan TNT te betalen schadevergoeding vanaf 1 januari 2008.

4.14. Ten tijde van het uitspreken van dit vonnis zijn sinds 1 januari 2008 15 maanden (65 weken) verstreken. Over de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 maart 2009 is een bedrag van EUR 4.258,80 daarom naar het oordeel van de rechtbank een redelijke schadevergoeding (65 x EUR 65,52). De rechtbank acht het redelijk om met betrekking tot de opeisbaarheid van de schadevergoeding, en dus ook van de wettelijke rente, aan te sluiten bij het contract. Gelet op artikel 4 van het contract (facturatie door TNT per twee weken achteraf) is [gedaagde] ter zake van de tot 1 april 2009 door TNT geleden schade wettelijke rente verschuldigd over iedere twee weken vanaf 1 januari 2008, er vanuit gaande dat [gedaagde] tweewekelijks een gebruiksvergoeding ter hoogte van EUR 131,04 voor de muurkasten zou hebben betaald. Het tijdstip van opeisbaarheid kan worden gesteld op één maand na (hypothetische) factuurdatum, gezien artikel 5 van het contract (betaling binnen 30 dagen na factuurdatum). Met andere woorden, [gedaagde] is wettelijke rente verschuldigd over de gebruikersvergoeding over de eerste twee weken van januari 2008 (EUR 131,04), met ingang van 15 februari 2008 tot de dag der algehele voldoening; over de gebruikersvergoeding over de tweede helft van januari 2008 (eveneens EUR 131,04), vanaf 1 maart 2008 tot de dag der algehele voldoening. Deze berekening loopt op identieke wijze door tot en met de gebruiksvergoeding over de tweede helft van maart 2009. Met betrekking tot die laatste vergoeding zal [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd worden vanaf 1 mei 2009.

4.15. Ook voor de periode vanaf 1 april 2009 acht de rechtbank een tweewekelijkse schadevergoeding van

EUR 131,04 redelijk, totdat de muurkasten door [gedaagde] aan TNT worden teruggegeven dan wel totdat de eigendom van de muurkasten door koop overgaat op [gedaagde]. De wettelijke rente hierover zal op gelijke wijze verschuldigd worden als in 4.14. aangegeven.

4.16. Aangezien het thans gaat om schadevergoeding en niet om een contractuele vergoeding, is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd in de zin van artikel 6:119 BW (en geen wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW).

4.17. TNT zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 1.025,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2 punten × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 2.813,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan TNT te betalen een bedrag van EUR 4.258,80 (vierduizendtweehonderdachtenvijftig euro en tachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, te berekenen op de wijze als is bepaald in 4.14.,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om, totdat de muurkasten door [gedaagde] aan TNT worden teruggegeven dan wel totdat de eigendom van de muurkasten door koop overgaat op [gedaagde], aan TNT te betalen een bedrag van EUR 131,04 (honderdeenendertig euro en vier eurocent) per twee weken, ingaande op 15 april 2009, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag, te berekenen op de wijze als is bepaald in 4.14.,

5.3. veroordeelt TNT in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 2.813,00,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2009.

w.g. griffier w.g. rechter