Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9311

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
240534/ HA ZA 07-2224.
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op een eerder tussensvonnis. Niet voldaan aan verzwaarde stelplicht door de man. Man diende stukken in het geding te brengen waarmee de vrouw haar stellingen omtrent een krediet kon onderbouwen. Man brengt geen stukken in het geding. Vordering van de vrouw wordt op dit onderdeel toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 240534 / HA ZA 07-2224

Vonnis van 1 april 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. M.R. Ruygvoorn,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 december 2008, met de in dat vonnis genoemde gedingstukken

- de akte van 21 januari 2009 aan de zijde van [gedaagde]

- de antwoordakte van 18 februari 2009 aan de zijde van [eiseres].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Partijen zijn ex-echtgenoten. Partijen verschillen van mening over (gemaakte afspraken over) de verdeling van een aantal gemeenschappelijke goederen. Thans is nog in geschil de post “Flexibel krediet ABN Amro bank”. Bij voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank [gedaagde] opgedragen bij akte afschriften in het geding te brengen waarop zichtbaar is welke mutaties op de rekening hebben plaatsgevonden (kort) voor en na de data van 20 april 2005 en 29 april 2005, teneinde [eiseres] in de gelegenheid te stellen haar stellingen omtrent het flexibel krediet te onderbouwen. De zaak is met voormeld doel naar de rol verwezen voor aktewisseling.

2.2. Bij akte maakt [gedaagde] kenbaar dat het hem niet is gelukt om binnen de termijn de door de rechtbank verzochte producties aan te leveren. Vanwege de omstandigheid dat [gedaagde] de facto is verhuisd naar Portugal bevindt zijn huisraad, waaronder de door de rechtbank verzochte bescheiden, zich in de opslag. Het is voor [gedaagde] niet mogelijk de bescheiden op te zoeken en daaruit weg te halen.

2.3. Bij antwoordakte stelt [eiseres] zich op het standpunt dat nu [gedaagde] geen afschriften heeft overgelegd, (voor haar) genoegzaam vast staat dat [gedaagde] de gelden heeft ontvangen. Zij handhaaft voorts de stelling dat het volledige krediet aan [gedaagde] is overgemaakt en dat zij nimmer gelden heeft onttrokken aan het krediet.

2.4. De rechtbank heeft bij voormeld tussenvonnis [gedaagde] opgedragen afschriften in het geding te brengen vanwege de omstandigheid dat op de kredietovereenkomst d.d. 17 april 2005 het rekeningnummer van [gedaagde] vermeld staat en [gedaagde] de daarvoor door [eiseres] gegeven verklaring - inhoudende dat het rekeningnummer van [gedaagde] staat vermeld, omdat het krediet ten gunste van hem is afgesloten - niet heeft bestreden, alsmede vanwege het gegeven dat [gedaagde] ter comparitie heeft verklaard dat hij “misschien wel een paar duizend euro heeft ontvangen.” In dit licht en gezien het feit dat [gedaagde] de betreffende afschriften niet in het geding heeft gebracht, waarmee aan [eiseres] niet de gelegenheid is geboden haar stellingen omtrent het flexibel krediet te onderbouwen, zal de rechtbank de stellingen van [eiseres] op dit punt als onvoldoende betwist door [gedaagde] op de voet van artikel 149 lid 1 Rv als vaststaand aannemen. Dit betekent dat [gedaagde] gehouden is het door [eiseres] gestelde bedrag van € 15.964,- dat zij als aflossing op het krediet stelt te hebben voldaan, aan [eiseres] te voldoen.

2.5. In totaal ligt derhalve voor toewijzing gereed € 34.460,86 (€ 15.964,- plus € 18.496,86, zie voor dit laatste bedrag rechtsoverweging 4.8. van meergenoemd tussenvonnis).

2.6. [eiseres] heeft voorts wettelijke rente gevorderd. De rechtbank zal dit deel van de vordering toewijzen vanaf

1 oktober 2007 (datum dagvaarding), nu het instellen van de eis kan worden gezien als een schriftelijke mededeling dat [gedaagde] aansprakelijk wordt gesteld voor de schade die [eiseres] lijdt als gevolg van de vertraging in de betaling van de geldsom door [gedaagde].

2.7. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten, waaronder begrepen de kosten van beslag en eventuele nakosten, tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 34.460,86, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 oktober 2007 tot de dag van volledige betaling,

3.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Hees en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2009.

w.g. griffier w.g. rechter