Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9062

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-03-2009
Datum publicatie
31-03-2009
Zaaknummer
SBR 08-2591
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beginsel van concentratie van rechtsbescherming (artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet). Verweerder heeft vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de nieuwbouw van zestien woningen met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. De vrijstelling, die onder meer ziet op de parkeerplaatsen bij het project, is een vereiste om de bouwvergunning te kunnen verlenen en de bezwaren richten zich tegen het bouwplan als geheel. Gelet op deze omstandigheden wordt de vrijstelling geacht deel uit te maken van de bouwvergunning. Om die reden is de vrijstelling in dit geval geen zelfstandig appellabel besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 08/2591

uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 23 maart 2009

inzake

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

tegen

burgemeester en wethouders van Loenen,

verweerder.

Inleiding

1.1 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 mei 2008 (het bestreden besluit), waarbij aan AM Wonen B.V. (hierna: vergunninghoudster) vrijstelling en bouwvergunning is verleend voor het realiseren van het project Tweehoven, te weten de nieuwbouw van zestien woningen met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen (hierna: het project).

1.2 Het geding is behandeld ter zitting van 13 maart 2009. Eiseres is in persoon, vergezeld door de heer en mevrouw [naam], woonachtig aan de [adres] te [woonplaats], verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. S. Scheijven, werkzaam bij de gemeente Loenen. Namens vergunninghoudster zijn verschenen R. Tijmense, projectmanager, en mr. F.M.G.M. Leyendeckers, advocaat te Utrecht.

Overwegingen

2.1 Eiseres, woonachtig aan de [adres] te [woonplaats], heeft in beroep aangevoerd dat het project in zijn huidige vorm niet past binnen de gemeente Loenen. Zij heeft gesteld dat in de oorspronkelijke plannen aan de kant van de Dorpsstraat sprake was van een parkje waardoor enkel voetgangers het project Tweehoven konden betreden. Dit parkje is in het project waarvoor bouwvergunning en vrijstelling is verleend vervangen door een parkeerplaats, wat volgens eiseres niet passend is aan de Dorpsstraat.

2.2 Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Molendijk-Cronenburgherlaan” rusten op de te bebouwen gronden de bestemmingen “bebouwing ten dienste van bijzondere doeleinden” en “tuinbouw”. Het realiseren van het project is in strijd met die bestemmingen.

Bij bestreden besluit heeft verweerder zowel vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening als bouwvergunning verleend.

Vast staat dat het besluit tot het verlenen van vrijstelling wel en de bouwvergunning niet is voorbereid met toepassing van de zogenoemde uitgebreide voorbereidingsprocedure zoals beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Ingevolge artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet (Ww), zoals dit luidde ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, wordt de verlening van vrijstelling voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht geacht deel uit te maken van de beschikking, waarop zij betrekking heeft.

2.3 Verweerder heeft zich aanvankelijk op het standpunt gesteld dat het besluit van 27 mei 2008, voor zover het betreft het deel van de vrijstelling dat ziet op niet bouwvergunningplichtige activiteiten, zelfstandig appellabel is en het bezwaarschrift, voor zover het betrof dat deel van de vrijstelling, naar de rechtbank doorgezonden ter behandeling als beroepschrift. Bij het besluit op bezwaar van 15 oktober 2008 heeft verweerder zich echter op het standpunt gesteld dat tegen de vrijstelling als geheel, ook voor zover de vrijstelling ziet op het parkeren en de parkeerplaatsen, eerst bezwaar diende te worden gemaakt, alvorens daartegen beroep kon worden ingesteld.

2.4 Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen in de uitspraak van 19 november 2008 (www.rechtspraak.nl, LJN: BG4701), moet uit artikel 49, vijfde lid, van de Ww worden afgeleid dat de wetgever een concentratie van rechtsbescherming voor ogen heeft gehad om onnodige procedures te voorkomen. Voor zover vrijstelling is vereist teneinde bouwvergunning voor een project te kunnen verlenen, kan tegen de beslissing op het vrijstellingsverzoek worden opgekomen in het kader van een beslissing op een voor dat project ingediende bouwaanvraag.

2.5 De rechtbank stelt vast dat in het onderhavige geval de vrijstelling voor onder meer de parkeerplaatsen een vereiste is geweest om bouwvergunning voor het realiseren van de zestien woningen te kunnen verlenen. De bouwaanvraag diende op grond van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Ww, in samenhang met artikel 2.5.30 van de Bouwverordening, immers te worden getoetst aan parkeernormen. Gelet hierop en voorts in aanmerking genomen dat de bezwaren van eiseres zich vooral richten tegen het bouwplan als geheel, is de rechtbank van oordeel dat het bepaalde in artikel 49, vijfde lid, van de Ww met zich brengt dat de (gehele) vrijstelling wordt geacht deel uit te maken van de bouwvergunning. Dit betekent dat verweerder zich in het besluit van 15 oktober 2008 met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat de vrijstelling voor zover deze betrekking heeft op het parkeren, niet zelfstandig appellabel is en de vrijstelling bij dat besluit op bezwaar als geheel diende te worden heroverwogen. Vervolgens is verweerder in dat besluit ingegaan op de bezwaren van eiseres, ook voor zover zij zagen op (de situering van) de parkeerplaatsen en de ontsluitingswegen van het project. Tegen dit besluit op bezwaar stond beroep open bij de rechtbank, doch daarvan heeft eiseres afgezien, zodat dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden.

2.6 Gezien het voorgaande is de vrijstelling geen zelfstandig appellabel besluit. Het beroep van eiseres dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.7 De rechtbank ziet aanleiding te gelasten dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt, omdat verweerder in de rechtsmiddelenclausule in het bestreden besluit ten onrechte heeft vermeld dat tegen het gedeelte van de vrijstelling dat niet wordt gevolgd door een bouwvergunning beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank.

Beslissing

De rechtbank Utrecht,

3.1 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

3.2 bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ad € 145,- vergoedt, te betalen door de gemeente Loenen.

Aldus vastgesteld door mr. S. Wijna en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2009.

De griffier: De rechter:

mr. J.K. van de Poel mr. S. Wijna

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA te ‘s-Gravenhage.

De uitspraak van de rechtbank is bindend tussen partijen. Die binding heeft ook betekenis bij een eventueel vervolg van deze procedure, bijvoorbeeld indien het beroep gegrond wordt verklaard en verweerder een nieuw besluit moet nemen. Als een partij niet met hoger beroep opkomt tegen een oordeel van de rechtbank waarbij uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een standpunt van die partij is verworpen, staat de bestuursrechter die partij in beginsel niet toe dat standpunt in een latere fase van de procedure opnieuw in te nemen.