Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH7788

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
26-03-2009
Zaaknummer
250301/ HA ZA 08-1159
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Is er een minimum afnamegarantie tussen partijen overeengekomen? Waren de overeengekomen prijzen gebaseerd op een minimale hoeveelheid te verwerken formulieren? Wat is een redelijke vergoeding (7:405 BW)?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 250301 / HA ZA 08-1159

Vonnis van 25 maart 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BANCTEC B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres,

advocaat mr. J.B.C.W. van Dijk,

tegen

de naamloze vennootschap

NS GROEP N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna Banctec en NS genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 september 2008;

- het proces-verbaal van comparitie van 12 januari 2009 met producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. NS geeft kortingskaarten uit aan haar klanten, zoals de OV kaart voor studenten en de Voordeelurenkaart (VDU kaart). De aanvrager vult op papier een aanvraagformulier in, voorzien van een pasfoto, en deze formulieren worden vervolgens verwerkt tot digitale bestanden.

2.2. NS heeft de digitalisering van deze zogenoemde Studentenformulieren en VDU formulieren aan Banctec uitbesteed. NS leverde steeds pakketten met ingevulde fysieke formulieren aan bij Banctec en Banctec leverde vervolgens de gedigitaliseerde gegevens terug aan NS.

2.3. Op 30 oktober 2007 heeft Banctec NS een factuur van EUR 150.928,56 gestuurd voor het verwerken van studentenformulieren. Dit geld heeft NS niet overgemaakt aan Banctec. Tussen partijen bestaat geen discussie over de hoogte van deze factuur.

2.4. In het najaar van 2006 zijn partijen voor de verwerking van VDU formulieren de ‘leveringsovereenkomst NS-Banctec IN 206.64.2.099’ overeengekomen. In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen.

“1 Definities

Tenzij uit de context anders blijkt hebben de volgende begrippen de volgende betekenis:

• Bestelopdracht: schriftelijke opdrachtverstrekking die per dienst separaat naar opdrachtnemer wordt verzonden. Hierin is vermeld de aard van de dienst, periode, plaats van uitvoering, opdrachtnummer, factuuradres, opdrachtomschrijving en naam van de NS projectleider c.q. opdrachtgever;

• (…)

• Opdrachtomschrijving: beschrijving c.q. specificatie van de opdracht. De opdrachtomschrijving zal als bijlage van de bestelopdracht naar opdrachtnemer verzonden worden.

• Overeenkomst: deze raam –of leveringsovereenkomst inclusief bijlagen.

2 Onderwerp

2.1 Te verrichten werkzaamheden

Opdrachtnemer verbindt zich jegens opdrachtgever om buiten dienstbetrekking, telkenmale na ontvangst van een daartoe strekkende bestelopdracht, de navolgende opdrachten te verrichten:

1. Verwerken VDU pasfotoformulieren – systeem (offertenummer 3120063031)

• Bijlage 2.1 en 2.4 bevatten de offerte en specificaties

2. Verwerken VDU pasfotoformulieren – verwerking (offertenummer 3120063032)

• Bijlage 2.2 en 2.4 bevatten de offerte en specificaties

3. Fallback-diensten (offertenummer 3120063042)

• Bijlage 2.3 bevat de offerte en specificaties

De genoemde aantallen in de offertes en specificaties in bijlage 2.1 t/m 2.4 zijn definitief op het moment van opdrachtverstrekking door NS.”

(…)

3 Algemene Voorwaarden

3.1 Algemene Inkoopvoorwaarden NS

Op deze overeenkomst zijn van toepassing de algemene inkoopvoorwaarden van NS, versie 2003.”

2.5. Op 30 oktober 2006 heeft Banctec op verzoek van NS een offerte met offertenummer 3120063056 uitgebracht voor het verwerken van 1.000.000 VDU formulieren en 600.000 VDU verlengformulieren. NS is met deze offerte akkoord gegaan. De nettoprijs voor de VDU formulieren bedroeg EUR 0,238 en de netto totaalprijs EUR 238.000,-. De nettoprijs voor de VDU verlengformulieren bedroeg EUR 0,253 en de netto totaalprijs EUR 151.800,-. Verder was in deze offerte onder meer het volgende opgenomen.

“Voorwaarden

- (…)

- Prijzen zijn gebaseerd op een minimale verwerking van respectievelijk 1.000.000 pasfotoformulieren en 600.000 VDU verlengformulieren;

- (…)

- Facturatie vindt plaats op basis van 12 maandelijkse termijnen, per maand vooraf. Op basis van daadwerkelijk verwerkte aantallen vindt een verrekening plaats;”

2.6. De ‘leveringsovereenkomst NS-Banctec IN 206.64.2.099’ is later in 2006 aangevuld met ‘Addendum I’ waarin onder meer het volgende is opgenomen.

“Inzake leveringsovereenkomst nr. IN206.64.2.099 tussen NS Reizigers B.V. en Banctec B.V. met betrekking tot het verwerken van pasfotoformulieren.

Artikel 2.1 Te verrichten werkzaamheden

Als bijlage bij dit addendum is de definitieve offerte (3120063056) opgenomen waaronder de VDU - pasfoto formulieren zullen worden verwerkt. Deze offerte vervangt de offerte 3120063032 welke onder bijlage 2 is opgenomen in overeenkomst IN 206.64.2.099. Wijzigingen t.o.v. vorige offerte:

- Aanvulling: VDU- verlengformulieren

- Spreiding van het te verwerken volume over 12 i.p.v. 14 maanden

- Uitvalpercentage Banctec: < 0,2%

- Vermindering werkzaamheden per formulier: voorwerk vervalt

Artikel 4.2 Facturering

De prijzen zoals opgenomen in de offerte zijn niet terug te zien op de facturen. Facturatie vindt plaats op basis van 12 maandelijkse termijnen, per maand vooraf. Na afloop van de verwerking, zal nacalculatie plaatsvinden op basis van de werkelijk verwerkte formulieren.

(…)

Bijlage 2 Service Level Agreement

Als aanvulling op bijlage 2 is door partijen een Service Level Agreement opgesteld. (bij dit addendum gevoegd).”

2.7. In de bijlage bij Addendum I is onder meer het volgende opgenomen.

“Offerte 3120063056 (status: definitief)

De offerte 3120063056 (30-10-2006) vervangt de voorgaande offerte 3120063032 (05-07-2006).

- (…)

- De werkwijze, zoals omschreven in voorstel 3120063003, blijft ongewijzigd;

- De condities zoals vastgelegd in overeenkomst IN 206.64.2.099 zijn van toepassing;

- Prijzen zijn gebaseerd op een minimale verwerking van respectievelijk 1.000.000 pasfotoformulieren en 600.000 VDU verlengformulieren;

- (…) Van toepassing zijn de algemene inkoopvoorwaarden NS Groep NV, versie 2003.”

2.8. In de Service Level Agreement die partijen zijn overeenkomen is onder meer het volgende opgenomen.

“b. Uitgangspunten

- 1.4 miljoen VDU pasfotoformulieren

- 850.000 jaarcontracten: VDU verlengformulieren”

2.9. In de Algemene Inkoopvoorwaarden NS Groep NV, versie 2003 is onder andere het volgende opgenomen.

“3. Prijzen; Betaling;Wijziging Overeenkomst

(…)

3.4 Betaling geschiedt, na levering en na ontvangst van een correcte (…) factuur, uiterlijk 30 dagen na definitieve goedkeuring van de zaken, diensten en/of werken, en niet later dan 30 dagen na ontvangst van de factuur, welke van deze data het laatst verstrijkt. (…) NS is aan opdrachtnemer een rente van 3% verschuldigd over de periode dat NS met voldoening van de verschuldigde geldsom in verzuim is geweest.

(…)

14 Boete; Kosten

(…)

14.2 Alle kosten, zowel de buitengerechtelijke als gerechtelijke, waaronder begrepen maar niet beperkt tot de kosten van juridische bijstand, die voor NS verbonden zijn aan handhaving van zijn rechten jegens de Wederpartij, komen voor rekening van de Wederpartij.”

2.10. In een intern memo van NS van 3 november 2006 is het volgende opgenomen.

“Hierbij stuur ik je ter ondertekening, in drievoud, de leveringsovereenkomst met Banctec B.V. inzake het verwerken van pasfotoformulieren en het Addendum nr. 1 behorend bij deze overeenkomst. Totale waarde van de overeenkomst is 500k.

De waarde van de overeenkomst overschrijdt de Europese aanbestedingsdrempel. (…)

Na ondertekening door Banctec van de overeenkomst IN 206.64.2.099 (…), zijn er een aantal zaken veranderd (doorlooptijd en volume). Aangezien overeenkomst door Banctec reeds was getekend is gekozen om de wijzingen in een addendum op te nemen.”

2.11. NS heeft in totaal EUR 265.333,- exclusief BTW van de voorschotfacturen die Banctec haar gestuurd heeft, betaald. Zij heeft in totaal EUR 124.467,- exclusief BTW (EUR 148.115,30 inclusief BTW) van de voorschotfacturen niet betaald aan Banctec.

2.12. Partijen zijn overeengekomen dat Banctec tussen 1 januari 2008 en 1 juli 2008 een prijs van EUR 0,43 voor ieder verwerkt VDU formulier zou ontvangen en dat de overeenkomst tussen partijen per 1 juli 2008 met wederzijds goedvinden beëindigd werd.

3. Het geschil

3.1. Banctec vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

primair

a. NS te veroordelen tot betaling aan Banctec van EUR 299.043,86, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW, althans de door NS in de NS-voorwaarden opgenomen rente van 3% vanaf de data van verzuim als genoemd in de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

b. NS te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure en de buitengerechtelijke kosten.

subsidiair

c. NS te veroordelen tot betaling aan Banctec van EUR 150.928,56 voor de door Banctec verwerkte studentenformulieren, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW, althans de door NS in de NS-voorwaarden opgenomen rente van 3% vanaf de data van verzuim als genoemd in de dagvaarding, althans vanaf door de rechtbank in goede justitie te bepalen data, tot de dag der algehele voldoening;

d. voor recht te verklaren dat Banctec ter zake van de door haar verwerkte VDU formulieren en VDU verlengformulieren gerechtigd is nader vast te stellen prijzen per verwerkt formulier in rekening te brengen bij NS en dat NS gehouden is tot betaling daarvan, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW, althans de door NS in de NS-voorwaarden opgenomen rente van 3% vanaf de data van verzuim als genoemd in de dagvaarding, althans vanaf door de rechtbank in goede justitie te bepalen data, tot de dag der algehele voldoening;

e. NS te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure en de buitengerechtelijke kosten.

3.2. Banctec legt aan haar vordering ten grondslag dat NS haar verplichtingen uit

de overeenkomst van opdracht ter zake van de studentenformulieren niet is nagekomen doordat NS de factuur van 30 oktober 2007 ter hoogte van EUR 150.925,55 voor het verwerken van 378.083 studentenformulieren niet betaald heeft.

3.3. Voorts stelt Banctec dat NS haar verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht ter zake van de VDU (herstel)formulieren niet is nagekomen. Banctec betoogt dat partijen een minimum afnamegarantie zijn overeengekomen van 1.000.000 VDU formulieren en 600.000 VDU herstelformulieren. NS moet daarom volgens Banctec de openstaande facturen die daarop betrekking hebben betalen, ondanks het lager uitpakken van het daadwerkelijke aantal door Banctec verwerkte formulieren.

3.4. Subsidiair stelt Banctec dat als de rechtbank van mening is dat er geen minimum afnamegarantie tussen partijen is overeengekomen, Banctec recht heeft op een hogere prijs per verwerkt VDU (herstel)formulier omdat de prijzen in haar offerte van 30 oktober 2006 gebaseerd waren op verwerking van ten minste 1.000.000 VDU formulieren en 600.000 VDU herstelformulieren.

3.5. NS voert verweer. Zij stelt dat partijen ten aanzien van de VDU (herstel)formulieren geen minimum afnamegarantie zijn overeengekomen en dat een hogere prijs per verwerkt VDU (herstel) formulier niet terecht is, omdat de overeengekomen prijs ook gold bij afname van minder formulieren. NS betoogt dat zij Banctec in het kader van de voorschotfacturatie van de VDU(herstel)formulieren te veel betaald had en dat zij daarom de factuur van 30 oktober 2007 voor het verwerken de studentenformulieren verrekend heeft met dit te veel betaalde bedrag. De overeenkomst van opdracht ter zake van de studentenformulieren alsmede de hoogte van de factuur van 30 oktober 2007 wordt door haar niet betwist. Voorts betoogt NS dat als de rechtbank van oordeel is dat NS nog enig bedrag verschuldigd is aan Banctec dit als vergoeding heeft te gelden voor de kosten die NS heeft moeten maken in dit geschil en dat die kosten op grond van artikel 14.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden voor rekening komen van Banctec.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank stelt voorop dat de ‘leveringsovereenkomst NS-Banctec’ inclusief Addendum I een raamovereenkomst betreft. Dit volgt ondubbelzinnig uit de eerste paragraaf van die overeenkomst waarin overeenkomst is gedefinieerd als “deze raam –of leveringsovereenkomst inclusief bijlagen”. De raamovereenkomst kan als zodanig niet als een overeenkomst van opdracht beschouwd worden, omdat Banctec zich enkel op grond van de raamovereenkomst niet verbindt werkzaamheden voor NS te verrichten, terwijl artikel 7:400 lid 1 BW dit wel eist voor een overeenkomst van opdracht. Banctec is pas gehouden om opdrachten voor NS te verrichten na een daartoe strekkende bestelopdracht (artikel 2 raamovereenkomst). De rechtbank gaat er daarom vanuit dat iedere keer na ontvangst van een bestelopdracht door Banctec losse overeenkomsten van opdracht tot stand kwamen waarop de afspraken die partijen hadden vastgelegd in de raamovereenkomst en het daarbij behorende Addendum I van toepassing waren.

Minimum afnamegarantie

4.2. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of partijen een minimum afnamegarantie van 1.000.000 VDU formulieren en 600.000 VDU herstelformulieren zijn overeengekomen. Bij de uitleg van de raamovereenkomst (inclusief Addendum I) en de door NS geaccordeerde offerte van 30 oktober 2006 komt het aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen daarvan mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.3. Partijen zijn in artikel 4.2 van Addendum I overeengekomen dat facturatie plaatsvindt op basis van 12 maandelijkse termijnen, per maand vooraf en dat na afloop van de verwerking nacalculatie zal plaatsvinden op basis van de daadwerkelijk verwerkte formulieren. In de voorwaarden van de offerte van 30 oktober 2006 is ditzelfde nogmaals overeengekomen. Noch in Addendum I, noch in de offerte staat vermeld dat die nacalculatie slechts zal plaatsvinden indien het aantal daadwerkelijk verwerkte formulieren hoger uitvalt dan de 1.000.000 VDU formulieren en 600.000 VDU herstelformulieren waarop de voorschotten waren gebaseerd. Die aantallen zijn weliswaar genoemd in Addendum I en in de offerte, maar daarover is slechts bepaald dat de prijzen gebaseerd waren op een minimale verwerking van die aantallen formulieren. Uit Addendum I en de offerte blijkt dan ook niet dat partijen de bedoeling hadden een minimum afnamegarantie overeen te komen.

4.4. In tegenstelling tot hetgeen Banctec betoogt kan een minimum afnamegarantie ook niet worden afgeleid uit de zinsnede “De genoemde aantallen in de offertes en specificaties in bijlage 2.1 t/m 2.4 zijn definitief op het moment van opdrachtverstrekking door NS” in artikel 2.1 van de raamovereenkomst. Banctec gaat er ten onrechte van uit dat er sprake was van opdrachtverstrekking op het moment dat NS akkoord ging met de offerte van 30 oktober 2006. Met NS is de rechtbank van oordeel dat de ‘opdrachtverstrekking’ betrekking had op de bestelopdrachten die NS deed door telkens een pakket formulieren naar Banctec toe te sturen. Immers, het begrip ‘opdrachtverstrekking’ in de hiervoor aangehaalde passage slaat terug op de eerste zin van artikel 2.1 van de raamovereenkomst waarin is bepaald dat de opdrachtnemer (Banctec) zich verbindt om telkenmale na ontvangst van een daartoe strekkende bestelopdracht, de opdrachten uit te voeren. In paragraaf 1 van de raamovereenkomst is bestelopdracht gedefinieerd als schriftelijke opdrachtverstrekking die per dienst naar opdrachtnemer separaat wordt verzonden. Het begrip opdrachtverstrekking wordt in de raamovereenkomst dus in de betekenis van bestelopdracht gebruikt.

De door Banctec aangehaalde ontstaansgeschiedenis van artikel 2.1 van de raamovereenkomst waarbij de oorspronkelijke zinsnede “de genoemde aantallen in de offertes en specificaties in bijlage 2.1 t/m 2.4 zijn indicatief op het moment van opdrachtverstrekking door NS” later vervangen is door “de genoemde aantallen in de offertes en specificaties in bijlage 2.1 t/m 2.4 zijn definitief op het moment van opdrachtverstrekking door NS” nadat Banctec kenbaar had gemaakt dat haar productiecapaciteit wordt ingepland op basis van de in de offerte vermelde aantallen, maakt dit niet anders.

4.5. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een redelijke uitleg van de raamovereenkomst inclusief Addendum I en de offerte van 30 oktober 2006 in beginsel meebrengt dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst niet de bedoeling hebben gehad een minimum afnamegarantie overeen te komen, maar de intentie hadden om de door NS betaalde voorschotten na afloop van de verwerking te verrekenen op basis van de daadwerkelijk door Banctec verwerkte aantallen.

4.6. Het betoog van Banctec dat het niet gebruikelijk is dat er voorschotnota’s worden gestuurd als de mogelijkheid bestaat dat er uiteindelijk te veel wordt voldaan en een bedrag zou moeten worden teruggestort, maakt dit niet anders.

4.7. Ook het door Banctec aangehaalde feit dat partijen in de Service Level Agreement als uitgangspunt 1.400.000 VDU formulieren en 850.000 VDU verlengformulieren hanteerden brengt in het oordeel van de rechtbank geen verandering. Het enkele feit dat partijen ten aanzien van de te verwerken hoeveelheid formulieren een hogere verwachting hadden die zij hebben vastgelegd in de Service Level Agreement, betekent nog niet dat zij een minimum afnamegarantie zijn overeengekomen.

4.8. Ten slotte gaat de rechtbank ook voorbij aan de stelling van Banctec dat uit het interne memo van 3 november 2006 dat binnen de NS is verspreid, blijkt dat NS uitgaat van een vaste hoeveelheid te verwerken documenten. Dit leidt Banctec af uit de zinsnede “totale waarde van de overeenkomst is 500k” alsmede uit de vermelding in het memo dat er sprake is van veranderd volume. De rechtbank is van oordeel dat deze laatste vermelding slechts gemaakt is om de geadresseerde van het memo uit te leggen waarom er naast de raamovereenkomst ook een Addendum was opgesteld, namelijk omdat de raamovereenkomst (waarin werd verwezen naar andere offertes) reeds door Banctec was getekend toen partijen vanwege veranderde doorlooptijden en volumes enkele aanvullingen op die raamovereenkomst wilden vastleggen. Een minimum afnamegarantie kan daaruit niet worden afgeleid. Ook de enkele zinsnede “totale waarde van de overeenkomst is 500k” kan naar het oordeel van de rechtbank een dergelijke conclusie niet rechtvaardigen.

4.9. De conclusie van de rechtbank is dan ook dat partijen de bedoeling hadden om overeen te komen dat de door NS betaalde voorschotten na afloop van de verwerking verrekend werden op basis van de daadwerkelijk door Banctec verwerkte aantallen.

Prijs per verwerkt pasfotoformulier

4.10. Vervolgens dient de vraag beoordeeld te worden of de overeengekomen prijzen in de offerte van 30 oktober 2006 -netto EUR 0,238 per verwerkt VDU formulier en netto EUR 0,253 per verwerkt VDU verlengformulier- gebaseerd waren op een minimale verwerking van 1.000.000 VDU formulieren en 600.000 VDU herstelformulieren of dat deze prijzen ook golden bij verwerking van minder formulieren.

4.11. Bij de beantwoording van deze vraag komt het (wederom) aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan de raamovereenkomst (inclusief Addendum I) en de offerte van 30 oktober 2006 mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In Addendum I en de offerte is opgenomen dat “prijzen zijn gebaseerd op een minimale verwerking van respectievelijk 1.000.000 pasfotoformulieren en 600.000 VDU verlengformulieren“. In addendum I zijn in deze passage de aantallen vet gedrukt. In de offerte is ‘minimale’ onderstreept. De rechtbank is daarom van oordeel dat een redelijke uitleg van deze zinsnede in Addendum I en de offerte meebrengt dat de prijzen in de offerte waren gekoppeld aan een minimale verwerking van 1.000.000 VDU formulieren en 600.000 VDU herstelformulieren. De overeengekomen prijzen gelden daarom niet bij de verwerking van minder formulieren.

4.12. NS heeft aangegeven -en Banctec heeft dit niet betwist- dat Banctec in opdracht van NS in totaal slechts 515.000 VDU formulieren heeft verwerkt. Partijen hebben, zoals gezegd, voor dit lager aantal formulieren de hoogte van het loon van Banctec niet bepaald. NS is daarom grond van artikel 7:405 lid 2 BW in ieder geval het op de gebruikelijke wijze berekende loon, of bij gebreke daarvan, een redelijk loon, aan Banctec verschuldigd. Bij de berekening van dit gebruikelijke of redelijke loon is een belangrijk aanknopingspunt wat door beroepsgenoten in het algemeen voor de verrichte werkzaamheden als beloning in rekening wordt gebracht. Tussen partijen is echter in geschil wat een redelijk loon zou zijn. Banctec stelt dat de prijs per verwerkt VDU formulier zo moet worden berekend, dat het totaalbedrag dat NS aan Banctec verschuldigd is voor de verwerking van de VDU formulieren op hetzelfde bedrag uitkomt als het bedrag dat zij reeds bij NS in rekening heeft gebracht. NS stelt dat de gebruikelijke prijs in de markt EUR 0,43 is en dat de kosten ook zo hoog zouden zijn als zij de formulieren intern zou verwerken.

4.13. De rechtbank kan in dit stadium geen eindbeslissing geven. De rechtbank heeft, alvorens nader te beslissen, behoefte aan deskundige voorlichting omtrent de vraag wat een gebruikelijk of redelijk loon is voor het digitaliseren van 515.000 VDU formulieren.

4.14. Alvorens één of meerdere deskundigen te benoemen, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte, Banctec als eerste, ex artikel 194 lid 2 Rv uit te laten over het aantal te benoemen deskundigen en over zijn of hun deskundige hoedanigheid. Ook kunnen partijen personen voorstellen, doch alleen indien over die personen overeenstemming bestaat. Voorts kunnen partijen zich uitlaten over de aan de deskundige(n) te stellen vragen.

4.15. De rechtbank houdt partijen voor, dat de benoeming van één of meer deskundigen extra kosten met zich meebrengt die één van de partijen zal moeten dragen. Ter vermijding van die kosten geeft de rechtbank partijen in overweging om te onderzoeken of zij de zaak samen kunnen oplossen, nu de rechtbank een oordeel heeft gegeven over de belangrijkste vragen die partijen verdeeld houden. Partijen worden daarom verzocht om in hun akte tevens aan te geven of zij willen dat de rechtbank overgaat tot de benoeming van één of meer deskundigen of dat zij de zaak verder samen willen oplossen.

Verrekening met factuur studentenformulieren

4.16. Pas als duidelijk is wat dit gebruikelijk of redelijk loon behelst, kan de vraag beantwoord worden of -zoals NS primair betoogt ten aanzien van de vordering van Banctec voor de studentenformulieren- NS terecht de vordering van Banctec voor de studentenformulieren ter hoogte van EUR 150.928,56 verrekend heeft met wat Banctec haar nog verschuldigd was vanwege de VDU formulieren.

4.17. NS stelt ten aanzien van de studentenformulieren subsidiair dat -voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat NS na verrekening nog enig bedrag verschuldigd is ten aanzien van de verwerking van de studentenformulieren- dit bedrag heeft te gelden als kosten die NS heeft moeten maken in dit geschil en dat deze kosten op grond van artikel 14.2 van de algemene inkoopvoorwaarden NS Groep N.V. voor rekening van Banctec komen. Voor zover de rechtbank aan dit verweer zal toekomen, verwerpt zij voor nu en alsdan dit verweer, omdat NS de door haar gemaakte kosten in dit geschil in het geheel niet gespecificeerd heeft en haar vordering op dit punt dus onvoldoende heeft onderbouwd.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.18. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voorwerk II - worden afgewezen. Banctec heeft immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Banctec vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

Rente

4.19. In artikel 3.4 van de Algemene Inkoopvoorwaarden NS Groep N.V. is bepaald dat Banctec recht heeft op een vertragingsrente van 3% vanaf 30 dagen na ontvangst van de factuur als niet tijdig door NS wordt betaald. Banctec betoogt dat dit artikel vernietigbaar is, omdat over de totstandkoming van deze bepaling niet is onderhandeld en de raamovereenkomst bovendien geen voordeel voor Banctec bevat dat het nadeel van de door NS verschuldigde vertragingsrente compenseert. Zij betoogt verder dat een rentepercentage van 3% NS op geen enkele wijze aanspoort om tot betaling over te gaan. Volgens Banctec is zij daarom gerechtigd om de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over de verschuldigde hoofdsommen te vorderen.

4.20. De rechtbank stelt voorop dat in de raamovereenkomst (inclusief Addendum I) is vermeld dat de Algemene Inkoopvoorwaarden NS Groep N.V, versie 2003 van toepassing zijn. Banctec betwist dan ook niet dat de inkoopvoorden van toepassing zijn.

4.21. Ter beoordeling ligt voor of het beroep van Banctec op vernietigbaarheid van artikel 3.4 in die algemene voorwaarden slaagt. Op grond van artikel 6:233 sub a BW is een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Naar het oordeel van de rechtbank leiden de door Banctec aangevoerde redenen geen van alle tot de conclusie dat artikel 3.4 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is voor Banctec. Artikel 3.4 van de algemene voorwaarden is dan ook onverkort van toepassing. Voor zover uiteindelijk geoordeeld wordt dat NS nog enig bedrag aan Banctec verschuldigd is, zal dit bedrag derhalve vermeerderd worden met de contractuele rente van 3%.

Tot slot

4.22. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 8 april 2009 voor het nemen van een akte door partijen, Banctec het eerst, met het doel als omschreven in de onderdelen 4.14 en 4.15 van dit vonnis;

5.2. houdt iedere verder beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2009.?