Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH6465

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-02-2009
Datum publicatie
18-03-2009
Zaaknummer
16-601199-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het meermalen plegen van ontuchtuchtge handelingen met een meisje beneden de 16 jaar, welke handelingen mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/601199-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 februari 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein

raadsman mr. R. van Veen, advocaat te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 januari 2009, waarbij de officier van justitie, mr. J. Beumer-Gonggrijp, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- Feit 1 primair: meerdere malen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een meisje van onder de 16 jaren, welke handelingen mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

- Feit 1 subsidiair: meerdere malen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een aan zijn zorg toevertrouwd meisje van ouder de 16 jaren;

- Feit 2: kinderporno heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de verschillende bekennende verklaringen van verdachte zelf, waaronder zijn verklaring zoals ter terechtzitting afgelegd, de aangifte van de moeder van het slachtoffer, [getuige 1], de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer]), alsmede op de door verdachte vervaardigde videobeelden, waarop seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer] te zien zijn.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de ten laste gelegde feiten niet weersproken, behalve voor zover het de ten laste gelegde periode betreft. Volgens hem kan slechts worden bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd, en daarvan beeldmateriaal heeft gemaakt, in de periode van 22 september 2008 tot en met 1 oktober 2008. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het beeldmateriaal zich tot deze periode beperkt, terwijl uit de verklaringen niet valt af te leiden dat verdachte zich vóór 22 september 2008 dan wel na 1 oktober 2008 ook schuldig zou hebben gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer].

4.3. Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 primair.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd tijdens de terechtzitting van

23 januari 2009;

- de aangifte van [getuige 1], moeder van het slachtoffer ;

- de uitgebreide verklaring van [slachtoffer] ;

- het afschrift van de geboorteakte van [slachtoffer] ;

- de beschrijving van de aangetroffen videobeelden ;

- de video opnames zelf waarop is te zien, gelijk de rechtbank ook heeft gezien, dat verdachte ontuchtige handelingen met [slachtoffer] verricht.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat de onder 1 primair ten laste gelegde feiten zich zouden hebben beperkt tot de periode van 22 september 2008 tot en met 1 oktober 2008 respectievelijk tot de feiten die op de camerabeelden te zien zijn.

Voor dit oordeel zijn de volgende feiten en omstandigheden, in onderling verband bezien, van belang:

- [slachtoffer] heeft verklaard dat zij bijna drie weken lang, bijna iedere avond bij de verdachte moest slapen ;

- de eerste door de verdachte vervaardigde filmopname van de slaapkamer van verdachte dateert van 5 september 2008; die filmopname biedt een ‘shot’ van de slaapkamer dat nagenoeg identiek is aan dat van de opnames waarop later de ontucht te zien is ; deze vaststelling doet af aan de geloofwaardigheid van de verdachte dat hij pas na het vertrek van mevrouw [getuige 1] op het idee kwam om met [slachtoffer] ontucht te plegen en daarmee ook aan de geloofwaardigheid dat die ontucht zich tot de door de camera vastgelegde handelingen en data heeft beperkt;

- evenzeer doet aan de geloofwaardigheid van de verdachte af dat hij uiteenlopende verklaringen heeft afgelegd over de herkomst van de door hem gebruikte vibrator;

- uit de op de camerabeelden vastgelegde gedragingen van zowel de verdachte als van [slachtoffer] kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de ontucht voor beiden kennelijk een gangbaar patroon vormde; dit geldt voor al de opnames, ook de eerste van 22 september 2008; op geen enkel moment reageert [slachtoffer] zichtbaar verrast of geschrokken op de uiteenlopende seksuele handelingen die de verdachte met haar verricht hetgeen, in geval van een eerste confrontatie met verdachtes vergaande seksuele intenties en verrichtingen, zeer voor de hand zou hebben gelegen;

- aan het feit dat [slachtoffer] zelf het aantal voorvallen van ontucht beperkt tot drie gaat de rechtbank voorbij; aan de hand van de beelden kan immers met zekerheid worden vastgesteld zij, om redenen waarover slechts kan worden gespeculeerd, uitdrukkelijk ‘onderrapporteert’.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de aan de verdachte verweten gedragingen zich niet hebben beperkt tot de op de beelden vastgelegde gedragingen en data.

Feit 2.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd tijdens de terechtzitting van

23 januari 2009;

- de beschrijving van de aangetroffen videobeelden ;

- de video opnames zelf, waarop is te zien dat verdachte ontuchtige handelingen met [slachtoffer] verricht.

Aangezien de opnames, waarop is te zien dat verdachte ontuchtige handelingen pleegt met [slachtoffer], zijn gedateerd op 22 september 2008, 23 september 2008, 24 september 2008, 25 september 2008, 28 september 2008 en 1 oktober 2008 en zich geen aanwijzingen in het dossier bevinden dat verdachte ook buiten deze periode opnames van het verrichten van ontuchtige handelingen met [slachtoffer] heeft gemaakt, zal de rechtbank de bewezenverklaarde periode voor wat betreft dit feit beperken tot de periode van

22 september tot en met 1 oktober 2008. Daarmee volgt de rechtbank het betoog van de raadsman.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

Primair

in de periode van 16 september 2008 tot en met 08 oktober 2008 te Vianen,

met [slachtoffer] (geboren 29 oktober 1993), die de leeftijd van twaalf,

maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen

heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, immers heeft hij, verdachte,

- meermalen zijn penis in en/of tegen haar vagina gebracht/geduwd en

daarbij heen en weergaande bewegingen gemaakt en

- meermalen een vibrator in/tegen haar vagina geduwd/gebracht en daarmee

heen en weergaande bewegingen gemaakt en

- meermalen met zijn vinger(s) (in) haar vagina gestreeld/gevoeld/betast en

- meermalen haar (ontblote) borsten gekust en/of betast;

2.

in de periode van 22 september 2008 tot en met 1 oktober 2008 te Vianen,

een aantal afbeeldingen en een aantal gegevensdragers, bevattende een aantal

afbeeldingen van seksuele gedragingen bij welke seksuele gedragingen telkens een persoon

die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken, heeft

vervaardigd en/of in bezit gehad, te weten

-een aantal afbeeldingen van het seksueel binnendringen van die voornoemde persoon

(onder meer afbeeldingen genummerd M2U00498 en M2U00504 en M2U00506

en M2U00509) en

-een aantal afbeeldingen van het plegen van een ontuchtige handeling door die voornoemde

persoon, bestaande die ontuchtige handeling uit het vasthouden van de penis van verdachte,

(onder meer afbeeldingen genummerd M2U00496 en M2U00509) en

-een aantal afbeeldingen van het dulden van ontuchtige handelingen door die voornoemde

persoon, bestaande die ontuchtige handelingen uit het duwen van een vibrator tegen de vagina

van voornoemd persoon en het vervolgens maken van heen en weer gaande bewegingen met

die vibrator en het kussen en strelen van de borsten van voornoemd persoon en het strelen van

de vagina van voornoemd persoon en het klaarkomen op het lichaam van voornoemd persoon

en het duwen van zijn, verdachtes, stijve penis tegen de vagina van voornoemd persoon en/of

het vervolgens maken van heen en weer gaande bewegingen, (onder meer afbeeldingen

genummerd M2U00496 en/of M2U00498 en/of M2U00502 en/of M2U00504 en/of M2U00506

en/of M2U00509).

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van vier jaar. Daarbij heeft zij gevorderd als bijzondere voorwaarden op te leggen dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt:

- een meldingsgebod na zijn invrijheidstelling;

- een ambulante behandeling bij forensisch psychiatrisch centrum De Waag;

- een verblijf in een instelling voor begeleid wonen na zijn invrijheidstelling;

- begeleiding door een instelling als MEE.

.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals vermeld in de opgemaakte rapportages. De deskundigen hebben uiteengezet dat verdachte lijdende is aan ADHD, dat hij een leesstoornis heeft, dat hij functioneert op zwakbegaafd niveau en dat mogelijk sprake is van trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Op basis hiervan hebben zij geadviseerd de ten laste gelegde feiten in enigszins verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Nu verdachte een ‘first offender’ is, het recidive risico laag wordt geschat, hij veel spijt heeft van zijn daden en het belangrijk is dat verdachte wordt behandeld voor voornoemde problematiek, verzoekt de raadsman een grotendeels voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering voorgesteld. Daarbij heeft de raadsman nog opgemerkt dat de detentie een enorme impact op verdachte heeft.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] geschonden. Hij heeft zeer vergaande seksuele handelingen met haar verricht. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers.

Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld. Treffend is hierbij de video-opname waarop te zien is dat verdachte [slachtoffer] eerst helpt met haar huiswerk, maar tracht dat zo snel mogelijk af te ronden, om vervolgens snel te kunnen beginnen met het verrichten van seksuele handelingen bij [slachtoffer]. Hij hield nauwelijks rekening met de beleving van [slachtoffer]. Het (moeten) aanschouwen van de beelden waarop steeds te zien is hoe [slachtoffer] haar aandacht probeert te richten en gericht te houden op de in de slaapkamer aanwezige televisie, terwijl de verdachte intussen doende is zich te vergrijpen aan haar jonge meisjeslichaam, is een ronduit stuitende en onthutsende ervaring. Duidelijk is dat de verdachte, in ieder geval ten tijde van het plegen van de ontucht, van dergelijke gevoelens geen hinder ondervindt. Hij geeft er dan blijk van zich in het geheel niet te bekommeren om de beleving van [slachtoffer]. Hij hanteert haar lichaam als ware het een levenloos object. Hij legt ledematen in de door hem gewenste positie. [slachtoffer] laat dit ook toe, zij ondergaat alles volstrekt passief als lijdend voorwerp. Dit behoudens enkele momenten waarop [slachtoffer], met haar blik gericht op de televisie, door het zeggen van “au” kenbaar maakt dat de penetratie van haar vagina door de penis van de verdachte haar pijn doet. Dan mompelt de verdachte iets van “sorry”, trekt zijn onderlichaam iets terug, om vervolgens de op- en neergaande bewegingen onverminderd voort te zetten.

Bij de bepaling van de strafmaat kent de rechtbank ook veel gewicht toe aan het volgende aspect. De verdachte pleegt de delicten niet in een opwelling. Zij zijn het resultaat van planning en beraad. Daarvan getuigt niet alleen het uittesten van de camera al op

5 september en het heimelijk installeren en telkens aanzetten van de camera voordat de ontucht plaatsvindt, maar ook het verleiden of kopen van de bereidheid van [slachtoffer] om de ontucht te ondergaan door het in het vooruitzicht stellen en ook feitelijk verschaffen van cadeaus en geld. Gedurende dit proces heeft de verdachte talloze momenten gehad waarop hij tot inkeer had kunnen en moeten komen. Niettemin is hij steeds doorgegaan. Dit rekent de rechtbank hem ernstig aan. De beperkte verstandelijke vermogens van de verdachte doen hieraan niet af aangezien tijdens het onderzoek ter terechtzitting zonder meer is komen vast te staan dat ook de verdachte heel goed begreep dat wat hij deed sociaal en maatschappelijk volstrekt onaanvaardbaar was.

De rechtbank neemt het verdachte voorts kwalijk dat hij, zonder dat [slachtoffer] daarvan op de hoogte was, video-opnames heeft gemaakt van de door hem met [slachtoffer] verrichte seksuele handelingen. Niet ondenkbaar is dat op enig moment deze beelden openbaar gemaakt hadden kunnen worden. In de onderhavige zaak heeft dat niet plaatsgevonden, maar zijn de moeder en de broer van [slachtoffer] onverwachts geconfronteerd met deze beelden, hetgeen bij hen tot grote paniek en geschoktheid heeft geleid.

Ook rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij het vertrouwen van de moeder van [slachtoffer] ernstig heeft geschaad. Tijdens haar vakantie heeft de moeder van [slachtoffer] haar echtgenoot, verdachte, zonder enige twijfel samen met haar dochter en oudere broer thuis achter gelaten. Zij achtte haar echtgenoot bereid en in staat haar kinderen de nodige bescherming en veiligheid te bieden. Voor wat betreft [slachtoffer] is het tegendeel het geval gebleken.

Ten slotte neemt de rechtbank het verdachte bijzonder kwalijk dat hij op grove wijze misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van [slachtoffer]. Haar biologische vader is ten gevolge van een verkeersongeluk overleden toen zij nog jong was. Verdachte was hiervan op de hoogte. Aannemelijk is dat het seksueel misbruik, in combinatie met deze voorgeschiedenis, ertoe heeft bijgedragen dat [slachtoffer] sedert november 2008 door Bureau Jeugdzorg in de crisisopvang is geplaatst en thans onder intensieve behandeling staat, zoals in de schriftelijke slachtofferverklaring wordt vermeld.

Het voorgaande in onderlinge samenhang bezien brengt de rechtbank tot het oordeel dat met een lichtere of andere straf dan door de officier van justitie is geëist niet kan worden volstaan. Daarbij is tevens in aanmerking genomen het feit dat, naar de rechtbank wil aannemen, de verdachte de detentie zwaarder dan gemiddeld zal vallen. Alles afwegend moet worden geoordeeld dat de eis van de officier van justitie tegemoet komt aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede aan de persoon van de verdachte, zoals door de raadsman uiteengezet en daarvan overigens is gebleken. In de beslissing ligt tevens besloten dat verdachte in de gelegenheid wordt gesteld na zijn invrijheidstelling aan zijn persoonlijkheidsproblematiek te werken. Een proeftijd van twee jaren acht de rechtbank hiertoe toereikend, zodat zij op dit punt wel anders zal beslissen.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van

€ 8.070,21 voor de feiten 1 en 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 3.696,94 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 696,94 ter zake van materiële schade (dat wil zeggen de kilometervergoeding en parkeerkosten ad € 69,26 respectievelijk € 25,--, alsmede een vergoeding voor de videorecorder welke bij deze uitspraak zal worden onttrokken aan het verkeer ad € 602,68) en € 3.000,-- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8. Het beslag

8.1. De onttrekking aan het verkeer

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp, te weten de Digitale Video Camera Recorder van het merk Sony, type handycam, is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat feit 2 is begaan met behulp van dit voorwerp.

Verder is dit voorwerp, gezien de daarop opgenomen beelden, van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36b, 36c, 36f, 57, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1 primair:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

Feit 2:

Een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt:

- een meldingsgebod na zijn invrijheidstelling;

- een ambulante behandeling bij forensisch psychiatrisch centrum De Waag;

- een verblijf in een instelling voor begeleid wonen na zijn invrijheidstelling;

- begeleiding door een instelling als MEE;

- draagt Reclassering Nederland op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de Digitale Video Camera Recorder van het merk Sony, type handycam;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 3.696,94, waarvan € 696,94 ter zake van materiële schade en € 3.000,-- ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 3.696,94 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 48 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. J.W. Veenendaal en mr. A.J.P. Schotman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 februari 2009.