Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH6128

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-03-2009
Datum publicatie
18-03-2009
Zaaknummer
262574 / KG ZA 09-125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot inzage en/of afschrift o.g.v. artikel 843a Rv.. Vordering uit onrechtmatige daad. Rechtmatig belang bij gedeeltelijke inzage van in beslag genomen documenten. Bescherming concurrentiepositie gedaagde door aanwijzing accountant door gerechtelijk bewaarder. Afwijzing reconventionele vordering tot opheffing beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 262574 / KG ZA 09-125

Vonnis in kort geding van 18 maart 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EVENEMENTENBUREAU MIDDEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rhenen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.A. Bart,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te Rhenen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.P.A. Bos.

Partijen zullen hierna EMN en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8;

- het faxbericht van [gedaagde] d.d. 27 februari 2009, waarbij pleitnotities en de producties 1 en 2 worden overgelegd en waarbij tevens een reconventionele vordering wordt ingesteld;

- de brief van EMN d.d. 27 februari 2009, waarbij de producties 9 tot en met 13 worden overgelegd;

- het faxbericht van EMN d.d. 2 maart 2009, waarbij productie 14 wordt overgelegd;

- het faxbericht van [gedaagde] d.d. 2 maart 2009, waarbij de producties 3 tot en met 5 worden overgelegd;

- de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van EMN.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. EMN is een bedrijf dat zich blijkens de bedrijfsomschrijving in het handelsregister bezig houdt met de organisatie, begeleiding en advisering op het gebied van festiviteiten en promotionele activiteiten, waaronder uitdrukkelijk begrepen het beschikbaar stellen van muzikanten, acteurs en andere contractanten, alsmede de in- en verkoop van reclame materialen.

2.2. [gedaagde] is een theaterorganisatiebureau dat word geleid door haar directeur [directeur]. [gedaagde] houdt zich blijkens de bedrijfsomschrijving in het handelsregister eveneens bezig met de organisatie, begeleiding en advisering op het gebied van festiviteiten en promotionele activiteiten, waaronder uitdrukkelijk begrepen het beschikbaar stellen van muzikanten, acteurs en andere contractanten, alsmede de in- en verkoop van reclame materialen.

2.3. [Y] (hierna: [Y]), dochter van [directeur], is medio 2007 in dienst getreden bij EMN. [Y] is bestuurder van (destijds) [bedrijf 1], thans het failliete [bedrijf 2] en (destijds) [bedrijf 3], thans [bedrijf 4] Deze laatste B.V. hield zich eveneens bezig met het organiseren van festiviteiten. EMN huurde haar bedrijfspand aan het [adres] te [vestigingsplaats] van de holding van [Y], genaamd [bedrijf 5] (per 31 december 2008 [bedrijf 6]).

2.4. Tussen EMN en [Y] is onenigheid ontstaan. [Y] is rond 20 december 2008 wegens ziekte uitgevallen. Op

21 december 2008 heeft [Y], in verband met een huurvordering die zij op EMN stelde te hebben, de sloten van het bedrijfspand vervangen. EMN had hierdoor niet meer de beschikking over de telefoon, de fax, de server waarop de software draaide voor het boeken van evenementen, haar email, briefpapier, enveloppen, brochures en overig drukwerk. Op

26 januari 2009 is [Y] door EMN op staande voet ontslagen.

2.5. Bij beschikking van 28 januari 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan EMN verlof verleend om ter verzekering van haar rechten op inzage en afschrift door middel van afgifte ex artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), beslag te doen leggen op de bij [gedaagde] aanwezige administratie (beperkt tot de lopende boekingen en daarnaast de opdrachten en afgesloten boekingen en opdrachten over de maanden december 2008 en januari 2009) en alle gegevensdragers die communicatie met de opdrachtgevers bevatten, met de bepaling dat deze gegevens in gerechtelijke bewaring zullen worden gegeven.

2.6. Op 29 januari 2009 heeft EMN ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag tot afgifte gelegd op de in de beschikking van 28 januari 2009 genoemde roerende zaken en heeft zij de volgende zaken aan C.J. de Man, gerechtsdeurwaarder te Veenendaal, in gerechtelijke bewaring gegeven:

- 1 witte 2-rings ordner met de navolgende tekst op de rug: “Bevestigingen, Inkoopkontrakten, Facturen [gedaagde]”;

- alle aanwezige gegevensdragers die communicatie met de opdrachtgevers bevatten, bestaande uit de volledige schijfinhoud van de 2 aldaar aanwezige computers en de aanwezige laptop, althans de daarvan gemaakte kopie(en);

- een stapel bescheiden.

2.7. Bij vonnis in kort geding van 6 februari 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [bedrijf 6] onder meer veroordeeld tot onmiddellijke afgifte aan EMN van de aan EMN toebehorende zaken en (digitale) gegevens als genoemd onder punt 3.2.1. van het vonnis en EMN in de gelegenheid te stellen het pand aan het [adres] desgewenst nog één maal te betreden.

2.8. Op 10 februari 2009 heeft EMN het pand kunnen betreden om de aan haar toebehorende zaken en (digitale) gegevens op te halen.

2.9. Bij brief van 16 februari 2009 heeft EMN [bedrijf 6] c.q. [Y] meegedeeld dat nog verschillende stukken, gesloten overeenkomsten en facturen ontbreken. EMN heeft deze op pagina 2 en 3 van haar brief gespecificeerd.

3. Het geschil in conventie

3.1. EMN vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

[gedaagde] te veroordelen tot onmiddellijke inzage en/of afgifte van afschriften van de in beslag genomen en in bewaring gegeven documenten, voor zover betrekking hebbend op of verband houdend met (relaties van) EMN, beperkt tot de lopende en afgeronde boekingen en opdrachten over de maanden december 2008 en januari 2009, alsmede alle gegevensdragers (dan wel de kopieën die daarvan gemaakt zijn) die communicatie verband houdend met (relaties van) EMN, alsmede betaalverkeer van en naar relaties van EMN bevatten vanaf de periode juni 2008, door het op kosten van EMN door de gerechtelijk bewaarder laten maken van kopieën van de documenten en digitale informatie en deze te waarmerken, waarna de originelen aan [gedaagde] kunnen worden afgegeven;

met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding, waaronder de kosten van het conservatoir bewijsbeslag.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [gedaagde] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. het gelegde conservatoire beslag ex artikel 843a Rv. op documenten en gegevensdragers van [gedaagde] op te heffen;

2. EMN te bevelen om het ertoe te leiden dat alle in beslag genomen documenten en bescheiden uiterlijk binnen 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan [gedaagde] zijn geretourneerd, zonder kopieën daarvan achter te houden;

3. EMN te bevelen om het ertoe te leiden dat alle gemaakte kopieën van de elektronische gegevens, die zich bevinden op de aan [directeur] en/of zijn familie en/of de aan hem verbonden vennootschappen toebehorende computers, worden vernietigd binnen 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis;

4. EMN te veroordelen tot betaling van een dwangsom van EUR 2.500,-- per dag, dat EMN in gebreke blijft in de nakoming van de bevelen als weergegeven onder 2. en 3. hierboven;

met veroordeling van EMN in de kosten van deze procedure.

4.2. EMN voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. EMN baseert haar vordering op artikel 843a Rv.. [gedaagde] stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat EMN in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de advocaat van EMN bij de beslaglegging ongeoorloofde eigenrichting heeft gepleegd door zich zonder rechterlijke toestemming inzage te verschaffen in vertrouwelijke documenten en bescheiden van [gedaagde]. EMN heeft dit betwist en heeft een verklaring d.d. 27 februari 2009 van de gerechtsdeurwaarder C.J. de Man overgelegd, waarin wordt verklaard dat de heren [naam] en mr. S.E. van en Berg, die namens EMN bij de beslaglegging aanwezig waren, op geen enkele wijze inzage hebben gehad in de bescheiden die in de kantoorruimte aanwezig waren. De voorzieningenrechter is, gelet op de betwisting door EMN en de verklaring van de gerechtsdeurwaarder, van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat (de advocaat van) EMN bij de beslaglegging de daarbij in acht te nemen gedragsregels zodanig heeft geschonden, dat EMN daardoor niet in haar vordering kan worden ontvangen.

5.2. [gedaagde] stelt voorts dat de vordering van EMN op grond van artikel 843a Rv. moet worden afgewezen, omdat het geen voorlopige voorziening betreft, maar een definitieve voorziening. Volgens [gedaagde] had EMN deze vordering in de bodemprocedure, die op 4 maart 2009 begint, moeten instellen en heeft zij geen spoedeisend belang bij de vordering in kort geding.

5.3. De voorzieningenrechter overweegt dat toewijzing van een vordering tot inzage, afschrift of uittreksel van bescheiden op grond van artikel 843a Rv. in beginsel inderdaad een onomkeerbare situatie teweeg brengt. Deze vordering kan echter, ondanks dat het geen tijdelijke maatregel betreft, in kort geding toch worden toegewezen. Voorts brengt de omstandigheid dat inmiddels een bodemprocedure aanhangig is gemaakt, op zichzelf niet mee dat EMN geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. EMN heeft ten aanzien van de spoedeisendheid van haar belang gesteld dat zij zonder de inzage niet dan wel onvoldoende in staat zal zijn het gestelde onrechtmatig handelen door [gedaagde] in de bodemprocedure te bewijzen of - indien uit de inzage niet blijkt van onrechtmatig handelen door [gedaagde] - een beslissing te nemen over eventuele beëindiging van de bodemprocedure. De voorzieningenrechter is van oordeel dat EMN hiermee haar spoedeisende belang bij een voorlopige voorziening voldoende aannemelijk heeft gemaakt.

5.4. Aan de toewijsbaarheid van een vordering op grond van artikel 843a Rv. zijn drie cumulatieve voorwaarden verbonden: (1) de eiser dient een rechtmatig belang te hebben, en (2) het moet gaan om bepaalde bescheiden (3) aangaande een rechtsbetrekking waarin eiser of zijn rechtsvoorgangers partij zijn.

5.5. EMN heeft ter onderbouwing van haar vordering gesteld dat zij tot op heden van [Y] geen toegang heeft gehad tot haar bestanden en dossiers en dat zij daardoor geen enkel zicht heeft op de boekingen en opdrachten die zijn binnengekomen. Zij wordt thans geconfronteerd met opdrachten en/of boekingen die door klanten aan EMN waren gegeven en die op een later tijdstip zijn omgezet naar [gedaagde] in opdracht van [directeur]. Waar eerder een boeking bij EMN werd gedaan en een bevestiging door EMN werd verstuurd, worden thans facturen verzonden door [gedaagde]. Tevens blijken offertes die in een vergevorderd stadium waren en waar heel veel voorwerk in is gedaan door [directeur] overgenomen te zijn. EMN stelt dat zij door het handelen van [Y] en [gedaagde] schade lijdt, nu zij inkomsten misloopt uit aan haar gegeven opdrachten die door [gedaagde] gefactureerd worden. [gedaagde] maakt misbruik van de situatie en handelt onrechtmatig tegenover EMN door haar opdrachten te kapen en te factureren. EMN stelt sterke aanwijzingen te hebben dat [gedaagde] nog veel meer boekingen heeft “overgenomen”.

5.6. [gedaagde] betwist dat zij jegens EMN onrechtmatig heeft gehandeld en stelt dat er sprake is geweest van een vorm van zaakwaarneming. [gedaagde] heeft in dit verband toegelicht dat alle door EMN genoemde klanten en relaties afkomstig zijn uit haar eigen netwerk. Als deze relaties [gedaagde] benaderden voor het organiseren van een feest of partij, dan schakelde zij [Y] (en daarmee EMN) in voor de uitvoering daarvan. Toen [Y] rond 20 december 2008 ziek uitgevallen was, stonden er aan het eind van die maand een aantal feesten en evenementen gepland van klanten van [gedaagde]. Omdat verder binnen EMN niemand betrokken was bij de organisatie van deze feesten, vreesde [gedaagde] dat als gevolg van het uitvallen van [Y] en - door [gedaagde] gestelde - financiële problemen van het concern waar EMN onderdeel van uitmaakt, de tijdige betaling van de ingehuurde artiesten een probleem zou kunnen opleveren. Als EMN door interne problemen niet betaalt, dan straalt dat af op [gedaagde]. Zij heeft er daarom voor gekozen om de toeleveranciers (zoals de artiesten en muzikanten), die waren ingehuurd voor de betrokken evenementen bij haar klanten in december, op te bellen om te informeren of zij inmiddels betaald waren. [gedaagde] heeft vervolgens een tweetal artiesten zelf betaald en deze bedragen voor EMN voorgeschoten. In één geval heeft [gedaagde] ook een bedrag bij de opdrachtgever geïncasseerd, dat zij integraal aan de rechthebbenden heeft doorbetaald. Volgens [gedaagde] is zij er niets beter op geworden en heeft EMN geen enkele schade geleden. Voor wat betreft de lopende offertes betwist [gedaagde] dat zij relaties van EMN zelf heeft benaderd en heeft geprobeerd om hen bij EMN weg te trekken. In een aantal gevallen hebben relaties ervoor gekozen om de offerte van EMN niet te accepteren en in plaats daarvan een opdracht aan [gedaagde] te geven. Dit staat hen echter vrij.

5.7. De voorzieningenrechter overweegt dat de vordering uit onrechtmatige daad, waarop EMN zich beroept, volgens de parlementaire geschiedenis als een relevante rechtsbetrekking kan gelden in het kader van een vordering op grond van artikel 843a Rv.. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat zij jegens EMN onrechtmatig heeft gehandeld. Daarmee is echter nog niet summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van de gestelde vordering van EMN uit onrechtmatige daad. Er is derhalve voldaan aan de voorwaarde dat de bescheiden waarvan inzage en/of afschrift wordt gevorderd moeten zien op een rechtsbetrekking waarin EMN partij is.

5.8. [gedaagde] heeft voorts gesteld dat niet aan de eis van bepaalbaarheid is voldaan. EMN wenst feitelijk inzage te krijgen in de gehele administratie van [gedaagde], om daaruit naar believen die documenten te kunnen destilleren die zijzelf als relevant beschouwt. Gelet hierop is er volgens [gedaagde] sprake van een “fishing expedition”.

5.9. EMN heeft de stukken waarvan zij inzage en/of afschrift vordert ter zitting nader gespecificeerd. Zij heeft daarbij verwezen naar pagina 2 van de brief die zij op 16 februari 2009 aan [bedrijf 6] c.q. [Y] heeft gestuurd. Blijkens het overzicht op deze pagina ontbreken nog de volgende stukken uit de administratie van EMN.

Complete dossiers

- Maurikse waterdagen d.d. augustus 2009;

- De Kromme Hoek d.d. 27 maart 2009;

- Oranjevereniging Elst d.d. 30 april 2009;

- DFS Opheusden;

- Aberdeen Shopping Holland;

- Bochane;

- Jansen Technische- en Bouwkundige installaties B.V.;

- WiCC Wageningen;

- Cafe Riche;

- Lampegietersweek 2009;

Getekende offerte/contracten van

- Go-ING;

- Aberdeen Shopping Holland;

- Weijman Vastgoedonderhoud B.V.;

- Winkelcentrum Scheepjeshof;

- Jansen Technische- en Boukundige installaties B.V.;

- IW4;

- DFS;

- Oranjevereniging Elst;

- Van Ekeris;

Facturen

- Factuur uit december 2008, Pieter Valkenburg Party Verhuur (dossier onbekend);

- Factuur uit december 2008, 128 entertainment (dossier Scheepjeshof);

- Factuur uit december 2008, Line Up (dossier Weijman);

- Factuur uit december 2008, Line Up (dossier Van Ekeris);

- Factuur uit december 2008, De Waldhoorn (dossier Berg Toys);

- Factuur uit december 2008, Van der Kolk (dossier Weijman);

- Inkoopfacturen dossier Emerson;

- Factuur Bon Vivant (dossier Bergtoys);

- Overige inkoopfacturen (Bergtoys);

- Factuur uit december 2008, Dixieland Crackerjacks (Scheepjeshof);

- Factuur uit december 2008, Torkest (dossier Jansen Technische- en Bouwkundige installaties B.V.);

- Vecta, facturen uit december 2008;

- KPN, december 2008;

- Sousa’s Pietenband uit november/december 2008 (dossier Scheepjeshof);

Inkoopoffertes

- Jansen Evenementen (dossier Oranjevereniging Renswoude);

- Inkoopoffertes van dossier Emerson;

- Inkoopoffertes van dossier Bergtoys;

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de in beslag genomen bescheiden waarvan EMN inzage en/of afschrift vordert, voldoende bepaalbaar zijn voor zover zij zien op bovengenoemde stukken.

5.10. EMN stelt dat zij een rechtmatig belang heeft bij inzage en/of afschrift van de documenten die in beslag zijn genomen, omdat zij door inzage van deze stukken te weten wil komen wat er is gebeurd met de boekingen die op haar naam staan. Zij wenst voorts inzage te krijgen in de financiële administratie van [gedaagde], de geldstromen en de correspondentie daaromtrent, om haar stellingen ter zake het onrechtmatig handelen van [gedaagde] te kunnen bewijzen.

5.11. [gedaagde] betwist dat EMN een rechtmatig belang heeft, nu er volgens [gedaagde] geen sprake is van onrechtmatig handelen van haar kant. Voorts stelt zij dat gewichtige redenen zich tegen de gevraagde inzage verzetten, omdat beide bedrijven concurrenten van elkaar zijn en EMN feitelijk inzage vordert in alle vertrouwelijke bedrijfsinformatie van [gedaagde]. Hierdoor zou de concurrentiepositie van [gedaagde] in gevaar komen. De vordering tot inzage en/of afschrift is volgens [gedaagde] niet nodig voor een behoorlijke rechtsbedeling. EMN kan de ontbrekende documenten opvragen bij haar klanten en kan deze klanten bovendien doen horen. Volgens [gedaagde] misbruikt EMN de procedure om zichzelf de onderneming van [directeur] toe te eigenen en dient de vordering ook op grond van een afweging van wederzijdse belangen te worden afgewezen.

5.12. De voorzieningenrechter overweegt dat de vordering van EMN tot inzage terughoudend moet worden beoordeeld, omdat EMN en [gedaagde] concurrenten van elkaar zijn die deels dezelfde opdrachtgevers bedienen. Door [gedaagde] is niet (gemotiveerd) weersproken dat de onder punt 5.9. genoemde stukken aan EMN toebehoren en dat EMN deze uit haar administratie mist. Het is op voorhand niet te zeggen of de ontbrekende stukken zich onder de documenten bevinden die door EMN in beslag zijn genomen, maar er zijn, gelet op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, wel aanwijzingen dat althans een deel van deze stukken zich onder de in beslag genomen en in bewaring gegeven documenten bevindt. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat EMN een rechtmatig belang heeft om inzage en afschrift te krijgen in de in beslag genomen en in bewaring gegeven documenten, voor zover deze de onder punt 5.9. genoemde stukken betreffen en kennelijk zijn opgesteld door, verzonden door of gericht zijn aan EMN en/of kennelijk betrekking hebben op door EMN ten aanzien van die opdrachtgevers verstrekte offertes of verkregen opdrachten. De vordering van EMN zal in die zin worden toegewezen. Het belang van EMN bij inzage in deze stukken, die haar toebehoren en die haar eigen bedrijfsvoering betreffen, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij bescherming van zijn concurrentiepositie. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om de vordering tot inzage en/of afschrift af te wijzen op grond van gewichtige redenen of belangenafweging. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan van EMN ten aanzien van deze gegevens niet worden gevergd dat zij deze bij haar klanten opvraagt of haar klanten hierover in een bodemprocedure doet horen.

5.13. De voorzieningenrechter ziet ter bescherming van de bedrijfsgegevens en de concurrentiepositie van [gedaagde] echter wel aanleiding te bepalen dat de selectie van de onder 5.12. genoemde documenten zal geschieden door een accountant, die door de gerechtelijk bewaarder zal worden aangewezen. De accountant zal voor de digitale informatie zo nodig worden bijgestaan door een ICT-deskundige, die eveneens door de gerechtelijk bewaarder zal worden aangewezen.

5.14. Ten aanzien van de gevorderde inzage en/of afgifte van alle gegevensdragers (dan wel de kopieën die daarvan gemaakt zijn) die communicatie verband houdend met (relaties van) EMN, alsmede betaalverkeer van en naar relaties van EMN bevatten vanaf de periode juni 2008, is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze bescheiden onvoldoende bepaalbaar zijn en dat voorshands niet is gebleken dat EMN rechtmatig belang heeft bij inzage in deze stukken, nu het hoofdzakelijk de administratie van [gedaagde] zelf betreft. EMN heeft gesteld dat zij aanwijzingen heeft dat [gedaagde] relaties heeft benaderd waaraan zij offerte had uitgebracht, maar heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zich stukken hiervan in de administratie van [gedaagde] bevinden.

5.15. EMN heeft veroordeling van [gedaagde] gevorderd in de kosten van het conservatoir bewijsbeslag. Deze vordering is toewijsbaar, gelet op hetgeen hierna onder punt 6.4. wordt overwogen en gelet het bepaalde in artikel 706 Rv.. De beslagkosten worden begroot op EUR 744,98 voor verschotten en EUR 272,-- voor salaris advocaat.

5.16. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van EMN worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,98

- vast recht 262,--

- salaris advocaat 816,--

Totaal EUR 1.163,98

6. De beoordeling in reconventie

6.1. [gedaagde] stelt dat het beslag dient te worden opgeheven, omdat EMN haar vorderingsrecht niet summierlijk heeft aangetoond en omdat EMN door de gepleegde eigenrichting van haar advocaat de geldende procedurevoorschriften met voeten heeft getreden. Het beslagrekest voldoet - net als de dagvaarding - niet aan de eisen van artikel 843a Rv.. De computers, waarvan de harddisks gekopieerd zijn, behoren voorts niet toe aan [gedaagde], maar aan andere BV’s van [directeur]. Volgens [gedaagde] misbruikt EMN deze procedure in haar streven om zichzelf onrechtmatig de onderneming van [directeur] toe te eigenen en wil zij daarvoor de administratie van [directeur] gebruiken.

Voor het verweer van EMN wordt verwezen naar hetgeen zij hierover in het kader van haar vordering in conventie heeft gesteld.

6.2. In het algemeen kan in kort geding slechts opheffing van een conservatoir beslag worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

6.3. De voorzieningenrechter heeft in conventie geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de advocaat van EMN bij de beslaglegging de daarbij in acht te nemen gedragsregels zodanig heeft geschonden, dat EMN daardoor niet in haar vordering kan worden ontvangen. Van verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen is derhalve evenmin gebleken.

6.4. Zoals de voorzieningenrechter bij de beoordeling in conventie onder punt 5.7. heeft geoordeeld, is in deze procedure niet summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van de vordering van EMN jegens [gedaagde] uit onrechtmatige daad. Of inderdaad sprake is van een onrechtmatige daad, zal in een bodemprocedure moeten worden vastgesteld. Voorts is niet summierlijk gebleken dat het gelegde beslag onnodig is. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband dat in een bodemprocedure alsnog kan blijken dat EMN een rechtmatig belang heeft bij inzage en/of afschrift van bepaalde bescheiden waarvan in dit vonnis vooralsnog geen inzage is toegestaan. EMN heeft gelet hierop belang bij handhaving van het beslag. Door het beslag kan worden voorkomen dat deze bescheiden vernietigd worden dan wel zoekraken, zoals EMN vreest. De vorderingen van [gedaagde] zullen daarom worden afgewezen.

6.5. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van EMN worden begroot op EUR 408,-- voor salaris advocaat (factor 0,5 × tarief EUR 816,--).

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. veroordeelt [gedaagde] tot onmiddellijke inzage en/of afgifte van afschriften van de in beslag genomen en in bewaring gegeven documenten, voor zover deze de onder punt 5.9. genoemde stukken betreffen en kennelijk zijn opgesteld door, verzonden door of gericht zijn aan EMN en/of kennelijk betrekking hebben op door EMN ten aanzien van die opdrachtgevers verstrekte offertes of verkregen opdrachten, door het op kosten van EMN door de gerechtelijk bewaarder laten maken van kopieën van de documenten en digitale informatie en deze te waarmerken,

7.2. bepaalt dat de selectie van de onder 7.1. genoemde documenten zal geschieden door een accountant, die door de gerechtelijk bewaarder zal worden aangewezen; de accountant zal voor de digitale informatie zo nodig worden bijgestaan door een ICT-deskundige, die eveneens door de gerechtelijk bewaarder zal worden aangewezen,

7.3. veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden begroot op EUR 1.016,98,

7.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van EMN tot op heden begroot op EUR 1.163,98,

7.5. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.6. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.7. wijst de vorderingen af,

7.8. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van EMN tot op heden begroot op EUR 408,--,

7.9. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2009.

w.g. griffier w.g. rechter