Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH5556

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-02-2009
Datum publicatie
11-03-2009
Zaaknummer
261309 / KG ZA 09-46
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Criteria spoedeisendheid, zaak is reeds in twee instanties onder de bodemrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 261309 / KG ZA 09-46

Vonnis in kort geding van 12 februari 2009

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. H. Hooijer,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. T.C. ten Rouwelaar.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten beoordeling in conventie

2.1. Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

2.2. Het minderjarige kind van partijen is:

[minderjarige 1], geboren op [datum] 1999 te [geboorteplaats].

2.3. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 1].

2.4. De vrouw heeft een minderjarige zoon uit een eerdere relatie, [minderjarige 2].

2.5. [minderjarige 1] is bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank d.d. 21 november 2007 voorlopig onder toezicht gesteld. Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank d.d. 22 december 19 februari 2008 is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is laatstelijk met ingang van 19 februari 2009 verlengd voor de duur van een jaar.

2.6. Bij beschikking van deze rechtbank van 22 december 2008 is tussen de man en [minderjarige 1] een omgangsregeling vastgesteld.

3. De vordering en de beoordeling in conventie

3.1. De vrouw heeft gevorderd de bij beschikking van deze rechtbank van 22 december 2008 vastgestelde omgangsregeling op te schorten.

3.2. De man heeft de spoedeisendheid van de vordering betwist.

3.3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Een spoedeisend belang bij het geven van een voorlopige voorziening heeft de eisende partij van wie niet kan worden gevergd dat hij (de uitkomsten van) een bodemprocedure afwacht.

3.4. In casu staat vast dat de vrouw eenzelfde verzoek tot opschorting heeft gedaan bij incidenteel appel bij het gerechtshof waarvan de uitspraak is bepaald op 17 februari 2009. Tevens ligt eenzelfde verzoek voor bij de meervoudige kamer van deze rechtbank, waarvan de uitspraak eveneens is bepaald op 17 februari 2009. Gelet op de zeer korte termijn tussen de behandeling in Kort Geding en de uitspraken van zowel het gerechtshof als de rechtbank, is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet kan worden geconcludeerd dat de beslissingen in de bodemprocedures niet kunnen worden afgewacht. Bovendien ziet een beslissing op zo korte termijn door de voorzieningenrechter slechts op de omgangsregeling van zaterdag 14 februari 2009, terwijl bovendien een beslissing over de daaropvolgende zaterdagen (vanaf 21 februari 2009) in tegenspraak zou kunnen zijn met de beslissingen in de bodemprocedures.

3.5. Het vorenstaande betekent dat de vrouw niet ontvankelijk is in haar vordering.

4. De vordering en de beoordeling in reconventie.

4.1. De man heeft gevraagd de vrouw in de proceskosten te veroordelen. De man heeft hieraan ten grondslag gelegd dat er sprake is van misbruik van procesrecht omdat de zaak reeds in twee instanties onder de bodemrechter is.

4.2. De voorzieningenrechter overweegt dat weliswaar evident is dat de bodemprocedures kunnen worden afgewacht, daar staat echter tegenover dat de advocaat van de vrouw vóór de datum van behandeling in Kort Geding om aanhouding heeft gevraagd maar dat de man zich hiertegen heeft verzet. Dientengevolge heeft de voorzieningenrechter beslist dat de behandeling toch doorgang diende te vinden. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om de vordering van de man met betrekking tot de proceskostenveroordeling toe te wijzen en af te wijken van de gebruikelijke proceskostenveroordeling.

4.3. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

5.1. verklaart de vrouw niet ontvankelijk in haar vordering;

in reconventie

5.2. wijst de vordering van de man af.

in conventie en in reconventie

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.A.L. Klok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2009.?