Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH2758

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-02-2009
Datum publicatie
12-02-2009
Zaaknummer
261710 / KG ZA 09-69
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming gekraakte bedrijfsruimte Positronweg 12 te Utrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 261710 / KG ZA 09-69

Vonnis in kort geding van 2 februari 2009

in de zaak van

1. [eiser sub 1]

wonende te [woonplaats],

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [eiseres sub 3],

wonende te [woonplaats],

4. [eiseres sub 4],

wonende te [woonplaats],

5. [eiseres sub 5],

wonende te [woonplaats],

6. [eiser sub 6],

wonende te Olterterp,

7. [eiseres sub 7],

wonende te [woonplaats],

8. [eiseres sub 8],

wonende te [woonplaats],

9. [eiser sub 9],

wonende te [woonplaats],

10. [eiseres sub 10],

gevestigd te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. F. Hendriksen,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

verblijvende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. B.G.M.C. Peters,

2. [gedaagden sub 2],

verblijvende te Utrecht,

gedaagden,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- het verzoek tot eisvermeerdering

- de pleitnota van eisers

- de pleitnota van gedaagde sub 1.

1.2. Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 2 februari 2009 vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. De feiten

2.1. Eisers sub 1 tot en met 8 zijn economisch eigenaar van de onroerende zaak aan de Positronweg 12 te Utrecht, hierna te noemen: de onroerende zaak. Eiser sub 9 is juridisch eigenaar van de onroerende zaak. Eiseres sub 10 behartigt de belangen van en vertegenwoordigt eisers sub 1 tot en met 9.

2.2. Op of omstreeks 28 januari 2009 hebben gedaagden de onroerende zaak gekraakt.

2.3. Op of omstreeks 29 januari 2009 hebben eisers met de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Boels Verhuur B.V. (hierna te noemen: Boels) een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de onroerende zaak. In deze overeenkomst is - voor zover relevant - het volgende opgenomen:

“(…)

1.2 Het gehuurde zal door of vanwege huurder uitsluitend worden bestemd om te worden gebruikt als: kantoorruimte ten behoeve van bureauwerkzaamheden en bedrijfsruimte ten behoeve van het op- en overslaan van party- en aanverwante artikelen.

(…)

3.1 Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 5 jaar, ingaande op 1 februari 2009 en lopende tot met 31 januari 2014.

(…)

4.9 Met het oog op de datum van ingang van de huur, heeft de eerste betaling van huurder betrekking op de periode van 1 juni 2009 tot met 30 juni 2009 (…). Huurder zal dit bedrag voldoen vóór of op 1 februari 2009.

(…)

8.14 Huurvrije periode

Verhuurder verschaft huurder een huurvrije periode van 4 maanden, te weten van 1 februari 2009 tot 31 mei 2009. (…)”

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen samengevat - het volgende:

- veroordeling van gedaagden tot ontruiming van de onroerende zaak,

- afgifte van een machtiging aan eisers om de ontruiming zelf, zo nodig met behulp van de

sterke arm van justitie en politie ten uitvoer te leggen,

- te bepalen dat het vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tot een jaar na de dag waartegen de ontruiming is bevolen,

- veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

3.2. Gedaagde sub 1, hierna te noemen: [gedaagde sub 1], voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter constateert dat gedaagden sub 2 zich ter zitting niet bekend hebben gemaakt, zodat geoordeeld moet worden dat zij niet verschenen zijn. Nu voorts ten aanzien van het exploot van dagvaarding de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten en een redelijke termijn in acht genomen zijn, zal ten aanzien van gedaagden sub 2 verstek worden verleend.

4.2. Ter zitting hebben eisers aangegeven de eis ten aanzien van [gedaagde sub 1] te willen wijzigen in die zin dat [gedaagde sub 1] tevens veroordeeld wordt tot betaling van een bedrag van

EUR 10.000,-- bij wijze van voorschot op de verschuldigde schadevergoeding. Gedaagde heeft tegen deze eiswijziging bezwaar gemaakt.

4.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient de eisvermeerdering te worden toegestaan, nu deze niet in strijd is met de eisen van een goede procesorde. De reden dat deze eisvermeerdering pas ter zitting is gedaan, is gelegen in het feit dat het instellen van een vordering tot schadevergoeding tegen anonieme krakers weinig zinvol is, en [gedaagde sub 1] ervoor heeft gekozen om pas ter zitting zijn identiteit bekend te maken, hoewel hem daarom reeds eerder was verzocht.

4.4. De voorzieningenrechter zal in het navolgende eerst de vordering tot ontruiming beoordelen.

4.5. Vaststaat dat [gedaagde sub 1] en de overige, anonieme, gedaagden zonder recht of titel in de onroerende zaak verblijven. De vordering tot ontruiming kan derhalve in beginsel worden toegewezen. Dit is slechts anders, indien eisers onvoldoende (spoedeisend) belang hebben bij hun vordering of onder de omstandigheden van het geval misbruik zouden maken van een hen toekomende bevoegdheid tot ontruiming.

4.6. Eisers hebben terzake van het bestaan van een spoedeisend belang bij hun ontruimingsvordering aangevoerd dat zij de onroerende zaak met ingang van 1 februari 2009 hebben verhuurd aan Boels, en dat zij door het verblijf van gedaagden in het pand niet in staat zijn deze huurder het ongestoord huurgenot van de onroerende zaak te verschaffen, met mogelijk financiële claims als gevolg. Bovendien bestaat het risico dat Boels vanwege de kraak van de onroerende zaak de huurovereenkomst zal beëindigen, aangezien op het betreffende bedrijventerrein sprake is van diverse andere huurbare panden.

4.7. [gedaagde sub 1] heeft de rechtsgeldigheid van de huurovereenkomst betwist. Volgens hem is sprake van een schijnovereenkomst die tot doel heeft een spoedeisend belang bij de vordering tot ontruiming te creëren.

4.8. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Uit het ter zitting verhandelde, en in het bijzonder de ter gelegenheid daarvan getoonde e-mails, is voldoende aannemelijk geworden dat reeds geruime tijd sprake was van onderhandelingen over de huur van de onroerende zaak tussen eisers en Boels voordat gedaagden het pand kraakten. De omstandigheid dat de huurovereenkomst is getekend na de kraak van de onroerende zaak, betekent dan ook niet dat de huurovereenkomst als een schijnovereenkomst moet worden aangemerkt.

4.9. Zoals eisers hebben gesteld en [gedaagde sub 1] niet heeft weersproken is er op het betreffende bedrijventerrein sprake van aanzienlijke leegstand van bedrijfspanden. De voorzieningenrechter acht in dit licht aannemelijk dat eisers dientengevolge veel moeite hebben moeten doen (onder andere door het aanbieden van een huurvrije periode van 4 maanden) om Boels huurder van het pand te doen worden. Door de aanwezigheid van meerdere huurbare panden op het betreffende bedrijventerrein is het risico niet denkbeeldig dat, indien gedaagden in het pand zouden mogen blijven, Boels de huurovereenkomst zal ontbinden en een ander leegstaand pand zal betrekken. Dit risico wordt nog versterkt door het feit dat, zoals ter zitting is verklaard, spoedige ingebruikname van het pand voor Boels van groot belang is teneinde op tijd klaar te zijn voor het seizoen van party-artikelen, dat per april 2009 begint.

4.10. Indien Boels niet zou overgaan tot beëindiging van de huurovereenkomst, bestaat de mogelijkheid dat zij jegens eisers aanspraak maakt op een schadevergoeding wegens het te laat verschaffen van ongestoord huurgenot. De omstandigheid dat Boels dat nu nog niet heeft gedaan, sluit niet uit dat zij dat in de toekomst alsnog doet.

4.11. Anders dan [gedaagde sub 1] heeft gesteld, is het stilzwijgen van Boels in deze niet van belang. Eisers hebben als eigenaar het recht om te bepalen wie van hun onroerende zaak gebruik mag maken. Juist ter voorkoming van de mogelijkheid dat Boels de huurovereenkomst zal beëindigen is het begrijpelijk dat eisers het instellen van de ontruimingsvordering niet aan Boels willen overlaten, en haar ook niet willen betrekken in deze procedure.

4.12. Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat eisers voldoende spoedeisend belang hebben bij hun vordering tot ontruiming. Het gestelde belang van [gedaagde sub 1] bij het hebben van betaalbare woonruimte weegt niet op tegen dit spoedeisende belang.

4.13. Nu gedaagden het pand pas recentelijk hebben gekraakt (op of omstreeks 28 januari 2009), en elke dag dat zij in het pand verblijven het risico groter maakt dat Boels de huurovereenkomst met eisers ontbindt, zal geen ruimere termijn worden gegund voor ontruiming dan in de dagvaarding is gevorderd. De door eisers gevorderde machtiging om de ontruiming met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen zal op de in de beslissing te vermelden manier worden toegewezen.

4.14. Het gevorderde voorschot op de schadevergoeding zal worden afgewezen, nu de omvang van deze geldvordering niet met de voor toewijzing in kort geding vereiste hoge mate van aannemelijkheid is komen vast te staan.

4.15. Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,98

- vast recht 262,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.163,98

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,

5.2. veroordeelt gedaagden om binnen 24 uur na de betekening van dit vonnis de onroerende zaak aan de Positronweg 12 te Utrecht met alle daarin vanwege hen aanwezige personen en/of goederen te ontruimen en ontruimd te houden,

5.3. bepaalt dat de door eiseres in te schakelen deurwaarder gemachtigd is om de ontruiming, zo nodig met behulp van justitie en politie ten uitvoer te leggen indien gedaagden in gebreke blijven aan het onder 5.2. bepaalde van dit vonnis te voldoen en veroordeelt gedaagden om de daarmee gepaard gaande kosten aan eiseres te voldoen,

5.4. bepaalt dat deze veroordeling binnen de in art. 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,

5.5. veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien de één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op EUR 1.163,98,

5.6. verklaart de onderdelen 5.2. tot en met 5.5. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2009.?