Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH1418

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-01-2009
Datum publicatie
30-01-2009
Zaaknummer
259404 KG ZA 08-1241
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding. Een aantal zorgverzekeraars hebben gezamenlijk een inkoopprocedure uitgeschreven met betrekking tot het zittend ziekenvervoer.De opdracht is verdeeld in 113 percelen. Er kan op één of meer van deze percelen worden ingeschreven. Als gunningscriterium geldt de laagste prijs.

Eisers hebben op diverse percelen ingeschreven. De zorgverzekeraars hebben de inschrijvingen van eiseres terzijde gelegd omdat deze inschrijvingen volgens hen abnormaal laag zijn. Eisers stellen zich met een beroep op artikel 56 BAO op het standpunt dat geen sprake is van een abnormaal lage prijs maar van een scherpe marktconforme inschrijving.

Vooropgesteld wordt dat het niets is gebleken dat de zorgverzekerzaars een aanbestedende dienst zijn in de zin van de richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 en het BAO. Vervolgens wordt aan de hand van de normen van redelijkheid en billijkheid beoordeeld of de zorgverzekeraars de inschrijvingen van eisers terzijde hebben mogen leggen. Geconcludeerd wordt dat dit het geval is.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 56
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009/234
JAAN 2009/4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 259404 / KG ZA 08-1241

Vonnis in kort geding van 30 januari 2009

in de zaak van

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IJSSELSTEDEN BEHEERS GROEP BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Capelle aan de IJssel,

hierna te noemen: “IJBG”,

2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABC TAXI BV,

gevestigd te Baarle Nassau en kantoorhoudende te Breda,

hierna te noemen: “ABC Taxi”,

eiseressen,

advocaat mr. C.P. van den Berg,

tegen

1. de naamloze vennootschap

GROENE LAND PWZ ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

VERZEKERINGSHOLDING N.V.,

2. de naamloze vennootschap

ZILVEREN KRUIS ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

3. de naamloze vennootschap

INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

4. de naamloze vennootschap

AVERO ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

5. de naamloze vennootschap

OZF ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

6. de naamloze vennootschap

FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

allen statutair gevestigd te Utrecht,

gedaagden,

hierna gezamenlijk in enkelvoud aan te duiden als: “Achmea”,

advocaat mr. A.J.H.W.M. Versteeg.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 december 2008,

- de producties 1 tot en met 15 van IJBG en ABC Taxi,

- de producties 1 tot en met 5 van Achmea,

- de mondelinge behandeling van 15 januari 2009,

- de pleitnota van IJBG en ABC Taxi,

- de pleitnota van Achmea.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. IJBG en ABC Taxi zijn vervoers- c.q taxibedrijven die zich onder meer richten op ouderen-, leerlingen- en gehandicaptenvervoer.

2.2. Achmea is een zorgverzekeraar in de zin van artikel 1, aanhef en onderdeel b van de Zorgverzekeringswet.

2.3. Op 29 juli 2008 heeft Achmea een inkoopprocedure voor zittend ziekenvervoer uitgeschreven met als doel het selecteren van de vervoerders waarmee overeenkomsten worden gesloten voor het zittend ziekenvervoer ten behoeve van verzekerden van Achmea in Nederland.

Deze inkoopprocedure is omschreven in de door IJBG en ABC Taxi als productie 1 in het geding gebrachte Leidraad voor het indienen van een inschrijving “Zittend ziekenvervoer Achmea” (hierna te noemen: “de leidraad”).

Uit deze leidraad volgt – voor zover van belang en samengevat – dat:

- de opdracht is verdeeld in 113 percelen en dat ieder perceel uit een aantal

postcodegebieden bestaat,

- Achmea voornemens is om per perceel met maximaal drie inschrijvers overeenkomsten te

sluiten voor de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2012, met een optie voor

Achmea tot verlenging van de overeenkomst tot en met maximaal 30 juni 2013,

- inschrijvers worden uitgenodigd om in te schrijven op één of meer percelen of combinaties

van percelen,

- de inschrijver/de vervoersdienst aan bepaalde kwaliteitsvereisten dient te voldoen,

- het criterium dat Achmea hanteert om te komen tot de beslissing met welke inschrijver een

overeenkomst zal worden gesloten “de laagste prijs, ervan uitgaande dat is voldaan aan

de gestelde eisen” is.

2.4. De heer [A] (hierna te noemen: “[A]”) is namens Achmea met de begeleiding en de afwikkeling van de inkoopprocedure belast.

2.5. IJBG en ABC Taxi hebben op diverse percelen ingeschreven en hebben daarbij eenzelfde prijs geoffreerd.

2.6. [A] heeft IJBG en ABC Taxi bij afzonderlijke brief van 28 oktober 2008 verzocht om hem op uiterlijk 6 november 2008 gemotiveerd en uitgebreid te informeren over de wijze waarop zij tot de berekening van hun offerte zijn gekomen en de onderliggende documenten die bij het vervaardigen van de offerte zijn gebruikt te verstrekken.

2.7. Bij brief van 5 november 2008 heeft ABC Taxi – voor zover van belang – het volgende aan [A] geschreven:

“(…)

De door ons geoffreerde prijs van EUR 0,88, EUR 0,91 en EUR 1,00 exclusief 6% BTW is de prijs waarvan wij, bij een eventuele gunning, het taxivervoer op adequate en doelmatige wijze voor Achmea zouden kunnen uitvoeren. De geoffreerde prijzen zijn niet zozeer tot stand gekomen aan de hand van onderliggende kostenberekeningen. Onderliggende stukken kunnen we u op dat punt derhalve niet verschaffen. Echter, de prijs is tot stand gekomen door vergelijking met andere projecten waarvoor wij in de regio Brabant het taxivervoer verzorgen. Zo verzorgen wij bijvoorbeeld het taxivervoer Connexxion Valys Brabant voor EUR 0,85 cent exclusief BTW per beladen kilometer per pashouder. Bijgaand treft u het document aan waaruit deze afspraak blijkt. Deze spreekt ons inziens voor zich.

Het zijn wat ons betreft derhalve marktconforme prijzen waarop wij onze offerte in de aanbestedingsprocedure Achmea 2009 hebben gebaseerd. Dat er derhalve sprake zou zijn van afwijkend door ons geoffreerde prijzen ten opzichte van de overige ingediende offertes, is wat ons betreft volstrekt onjuist.

Tot slot doen wij u bijgaand nog onze kostprijsberekening toekomen waaruit blijkt dat wij met

EUR 0,91 per kilometer heel goed kunnen leven.

(…).”.

De als bijlage gevoegde kostprijsberekening luidt als volgt:

“ Onderstaande kostenberekening omvat de prijs per kilometer.

Loonkosten: 0,41 euro

Verzekering: 0,09 euro

Onderhoud: 0,06 euro

Brandstof: 0,10 euro

Planning / overhead: 0,10 euro

Afschrijving: 0,04 euro

Marge: 0,08 euro

Totaal: 0,88 euro per kilometer.

ABC-Taxi b.v. gaat uit van een combinatiegraad van 1,3. In grote steden verwachten wij een combinatiegraad van 2,3 te behalen. Deze combinatiegraad verwachten wij te behalen door het vele ziekenhuisvervoer wat wij reeds aan doen voor onze overige opdrachtgevers

De brandstofprijs is gebaseerd op een prijs van 1,13 euro per liter brandstof. Wijzend op de economie gaat ABC-Taxi er vanuit dat de brandstofprijs zal stijgen naar 1,26 euro per liter brandstof. Indien de brandstofprijs stijgt naar 1,26 euro per liter brandstof kan ABC-Taxi b.v. dit zonder problemen uit haar marge voldoen.”

2.8. Bij brief van 6 november 2008 heeft IJBG – voor zover van belang – het volgende aan [A] geschreven:

“(…)

De door ons geoffreerde prijs van EUR 0,88 en EUR 1,00 aan Achmea exclusief 6% BTW is de prijs waarvoor wij van mening zijn dat wij, bij een eventuele gunning, het taxivervoer op adequate en doelmatige wijze voor Achmea zouden kunnen uitvoeren. De geoffreerde prijzen zijn niet zozeer tot stand gekomen aan de hand van onderliggende kostenberekeningen (opslag, dieselkosten etc.). Onderliggende stukken kunnen we u op dat punt derhalve niet verschaffen. Echter, de prijs is tot stand gekomen door vergelijking met andere projecten waarvoor wij het taxivervoer verzorgen. Enkele voorbeelden daarvan zijn Valys-vervoer Connexxion, waarvoor wij een bedrag van EUR 0,78 per kilometer inclusief BTW in rekening brengen, Capelle Hopper Gemeente Capelle EUR 0,83 per kilometer inclusief 6% BTW en leerlingenvervoer Capelle waarvoor wij EUR 0,85 per kilometer inclusief 6% BTW rekenen.

Documenten waaruit dit blijkt (vervoersovereenkomsten) treft u bijgaand aan.

Het is op basis van deze gegevens geweest, alsook het feit dat wij al ruim vijf jaar voor Achmea in de regio Capelle aan den IJssel het vervoer naar alle tevredenheid verzorgen, dat wij zijn gekomen tot de door ons geoffreerde prijzen. Dit zijn de bedragen waarvoor wij het vervoer overeenkomstig de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009 kunnen verzorgen en waarvoor wij instaan. Het zijn absoluut wat ons betreft marktconforme prijzen. Uit het bovenstaande hebt u kunnen opmaken dat wij in soortgelijke projecten veelal tegen een nog lagere kilometerprijs het vervoer kunnen uitvoeren. Dat er derhalve sprake zou zijn van afwijkend door ons geoffreerde prijzen ten opzichte van de overige ingediende offertes, verbaast ons derhalve ten zeerste. (…).”.

De bij deze brief gevoegde kostenberekening luidt als volgt:

Loonkosten EUR 0,42

Brandstof EUR 0,12

Afschrijving EUR 0,04

Onderhoud EUR 0,06

Verzekering EUR 0,11

P & O EUR 0,10

Marge EUR 0,08

Totaal EUR 0,93 (geen rekening gehouden met combinatiemogelijkheden)

2.9. Bij brief van 14 november 2008 heeft [A], voor zover relevant, het volgende aan IJBG geschreven:

“(...)

De prijzen zoals door u zijn geoffreerd voor de percelen waarop u heeft ingeschreven zijn voor alle percelen extreem laag en ook significant lager dan de prijzen van de andere inschrijvers.

Als argumentatie voor deze door u geoffreerde lage prijzen verwijst u naar prijzen van volgens u vergelijkbare projecten waarvoor u het vervoer verzorgt.

De door u in deze aangegeven projecten betreffen ander soortige vervoersopdrachten met andere kwaliteitseisen dan het vervoer waarop de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009 betrekking heeft.

Ten aanzien van uw verwijzing naar het zittend ziekenvervoer welk u nu in de regio Capelle aan den IJssel voor Achmea verzorgt kan worden opgemerkt dat ook hier de kwaliteitseisen afwijken van de eisen zoals nu verwoord in de leidraad van de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009.

(…)

Aangezien Achmea er alle belang bij heeft om de continuïteit van de zorg te waarborgen zijn wij van mening dat u met de door u geoffreerde prijzen niet blijvend zult kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de leidraad van de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009.

Derhalve hebben wij besloten u definitief uit te sluiten van de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009.

(…)”.

2.10. Bij brief van 14 november 2008 heeft [A], voor zover relevant, het volgende aan ABC Taxi geschreven:

“(...)

De prijzen zoals door u zijn geoffreerd voor de percelen waarop u heeft ingeschreven zijn voor

alle percelen extreem laag en ook significant lager dan de prijzen van de andere inschrijvers.

Als argumentatie voor deze door u geoffreerde lage prijzen verwijst u naar prijzen van volgens u vergelijkbare projecten waarvoor u het vervoer verzorgt.

Het door u in deze aangegeven project betreft ander soortige vervoersopdrachten met andere kwaliteitseisen dan het vervoer waarop de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009 betrekking heeft.

(…)

Aangezien Achmea er alle belang bij heeft om de continuïteit van de zorg te waarborgen zijn wij

van mening dat u met de door u geoffreerde prijzen niet blijvend zult kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de leidraad van de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009.

Derhalve hebben wij besloten u definitief uit te sluiten van de inkoopprocedure zittend ziekenvervoer Achmea 2009.

(…)”.

2.11. [A] heeft IJBG en ABC Taxi bij afzonderlijke brief van 29 november 2008, zakelijk weergegeven, bericht dat Achmea voornemens is de opdracht aan een ander te gunnen.

2.12. In punt 11 van de pleitnota van Achmea is een tabel afgebeeld waarin de prijzen waarvoor IJBG en ABC Taxi hebben ingeschreven, worden vergeleken met de prijzen van de na hen laagst biedende inschrijver. Het betreft de volgende tabel:

perceelnummer perceelnaam vergunde tarieven tarieven IJsselsteden en ABC procentuele afwijking t.o.v. IJsselsteden en ABC aantal heenritten per perceel

17 Breda e.o. 1,20 0,88 36,3 2132

18 Capelle a/d IJssel Alblasserdam 1,50 1,00 50 7563

33 Eindhoven e.o. 1,49 0,88 69,3 1460

47 Helmond e.o. 1,35 0,88 53,4 860

52 Hoogvliet-Spijkenisse 1,32 0,88 50 6757

70 Oosterhout- Raamsdonkveer 1,32 0,91 45 951

77 Roosendaal-Zevenbergen 1,17 0,91 28,5 1500

78 R’dam-Centrum-Overschie 1,57 0,88 78,4 17196

79 R’dam-IJsselmonde/Heiplaat 1,60 0,88 81,8 17823

80 R’dam-Kralingen-Crooswijk 1,74 0,88 97,7 13489

81 ’s-Hertogenbosch-Waalwijk 1,19 0,88 35,2 2918

89 Tilburg 1,37 0,88 55,6 1033

90 Uden Cuijk 1,20 0,88 36,3 1078

94 Veldhoven-Valkenswaard 1,40 0,88 59 1313

97 Vlaardingen/Schiedam 1,48 0,88 68,1 1781

3. Het geschil

3.1. IJBG en ABC Taxi vorderen dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Achema:

a) wordt verboden uitvoering te geven aan het door haar geuite gunningsvoornemen van

29 november 2008 inhoudende dat het werk aan de opvolgend inschrijver zal worden

gegund en wordt geboden om hun inschrijving alsnog in beschouwing te nemen,

deze in haar beoordeling mee te nemen en in dat kader het werk opnieuw voorlopig te

gunnen, dit alles op straffe van een dwangsom,

b) hoofdelijk wordt veroordeeld in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de

wettelijke rente indien deze niet binnen 14 dagen na betekening van het in deze zaak te

wijzen vonnis zijn voldaan.

3.2. Achmea voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Achmea heeft de inschrijvingen van IJBG en ABC Taxi terzijde gelegd omdat deze inschrijvingen volgens haar abnormaal laag zijn. Zij heeft dit niet – zoals IJBG en ABC Taxi vermoedden – gedaan omdat IJBG en ABC Taxi niet aan de in de leidraad gestelde (kwaliteits)eisen zouden voldoen.

4.2. IJBG en ABC Taxi stellen zich op het standpunt dat Achmea ten onrechte hun inschrijvingen terzijde heeft gelegd. Volgens hen is geen sprake van een abnormale lage inschrijving als bedoeld in artikel 56 van het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten van 16 juli 2005 (hierna te noemen: “het BAO”) maar van een scherpe marktconforme inschrijving.

4.3. Het wordt ervoor gehouden dat Achmea – zoals zij aanvoert – geen aanbestedende dienst is in de zin van de richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (hierna te noemen: “de richtlijn”) en het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten van 16 juli 2005 (hierna te noemen: “het BAO”). Daartoe is het volgende redengevend.

Achema kan slechts als aanbestedende dienst in de zin van de richtlijn en het BAO worden aangemerkt indien zij kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling in de zin van de richtlijn en het BAO. Een ‘publiekrechtelijke instelling’ in de zin van de richtlijn en het BAO is iedere instelling:

a) die is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen

belang die niet van industriële of commerciële aard zijn,

b) die rechtspersoonlijkheid bezit, en

c) waarvan ofwel de activiteiten in hoofdzaak door de staat, de territoriale lichamen

of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd, ofwel het beheer

onderworpen is aan toezicht door deze laatste, ofwel de leden van het bestuursorgaan,

het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat,

de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen

(artikel 1 lid 9 van de richtlijn en artikel 1 sub q BAO).

Deze onder a tot en met c genoemde voorwaarden gelden cumulatief, zodat een instelling bij het ontbreken van een van die voorwaarden niet als een publiekrechtelijke instelling en dus ook niet als een aanbestedende dienst kan worden beschouwd. Dat aan deze voorwaarden is voldaan is niet gebleken.

4.4. Het voorgaande betekent dat aan de hand van de normen van redelijkheid en billijkheid, die ook in de precontractuele fase, een rol spelen moet worden beoordeeld of Achmea de inschrijvingen van IJBG en ABC Taxi terzijde heeft mogen leggen. De regels van het aanbestedingsrecht kunnen – zoals ook door Achmea wordt onderkend – een rol spelen bij de invulling van deze normen.

4.5. In het onderhavige geval wordt aansluiting gezocht bij artikel 56 BAO. De aanbesteder kan op grond van dit artikel een inschrijving afwijzen indien een inschrijving is gedaan die in verhouding tot de te verrichten werken abnormaal laag lijkt. De aanbesteder kan hiertoe echter pas overgaan nadat hij de inschrijver schriftelijk heeft verzocht om de door hem nodig geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de inschrijving te verstrekken en hij in overleg met de inschrijver de samenstelling aan de hand van de ontvangen toelichtingen heeft onderzocht.

4.6. Partijen zijn het erover eens dat aan het vereiste inhoudende dat eerst aan de inschrijver om verduidelijking dient te worden gevraagd is voldaan. Dat dit het geval is, volgt overigens ook uit de brieven die [A] op 28 oktober 2008 aan IJBG en ABC Taxi heeft verzonden.

4.7. Partijen verschillen slechts van mening over de beantwoording van de vraag of de door IJBG en ABC Taxi geoffreerde prijs als abnormaal laag kan worden aangemerkt.

In dit verband wordt het volgende overwogen.

4.8. Van een abnormale lage inschrijving als bedoeld in artikel 56 BAO kan sprake zijn indien het gaat om zodanig lage tarieven dat de aanbesteder gegronde redenen heeft om te vrezen dat de inschrijver een fout heeft gemaakt of een dumpprijs heeft aangeboden, teneinde letterlijk tegen elke prijs de opdracht te verkrijgen. Het gaat derhalve om tarieven die lager zijn dan gewoon laag.

In dergelijke gevallen ligt het in de rede dat de inschrijver in de uitvoeringsfase pogingen zal ondernemen om zijn al dan niet ingecalculeerde verlies goed te maken door te korten op de uitvoering. De aanbesteder wordt dan geconfronteerd met een inschrijver die zijn inschrijving niet kan waar maken.

4.9. Achmea is op grond van een vergelijking van de prijzen van IJBG en ABC Taxi met:

(i) de prijzen van de na IJBG en ABC Taxi laagst biedende inschrijver, en

(ii) de door haar – op basis van de tien jaar ervaring die zij met het reguleren van de inkoop

van zittend ziekenvervoer heeft opgedaan – vastgestelde referentieprijzen,

tot de conclusie gekomen dat de inschrijvingen van IJBG en ABC Taxi abnormaal laag zijn.

4.10. Uit de in 2.12 weergegeven tabel volgt dat – zoals Achmea aanvoert – IJBG en ABC Taxi op elk van de vijftien percelen waarop zij hebben ingeschreven substantieel lager hebben geoffreerd dan de per perceel na hen laagst biedende inschrijver. Immers, de procentuele afwijking per perceel varieert tussen de 28,5% en 97,7% en ten aanzien van tien percelen bedraagt die afwijking 50% of meer. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de percelen 78, 79 en 80 de grootste percelen zijn, in die zin dat in het daarmee corresponderende gebied het meeste gebruik zal worden gemaakt van zittend ziekenvervoer, en dat ten aanzien van die percelen de procentuele afwijking zeer hoog is, namelijk 78,4% ten aanzien van perceel 78, 81,8% ten aanzien van perceel 79 en en 97,7% ten aanzien van perceel 80.

Verder geldt dat de overige inschrijvers voor een nog hoger bedrag hebben ingeschreven dan de na IJBG en ABC Taxi laagst biedende inschrijver.

4.11. Het is voldoende aannemelijk dat de door Achmea gehanteerde referentieprijzen aanmerkelijk hoger waren dan de op één na laagste biedingen die zijn gedaan.

Achmea heeft in dit verband aangevoerd dat de huidige vervoerders van de percelen 78,

79 en 80 (zijnde de grootste percelen waarvoor IJBG en ABC Taxi hebben ingeschreven) een prijs hanteren van EUR 2,209 (perceel 78) respectievelijk EUR 2,188 (perceel 79), respectievelijk EUR 2,209 (perceel 80), terwijl IJBG en ABC Taxi voor deze percelen een prijs rekenen van EUR 0,88. Het betreft hier een procentuele afwijking van respectievelijk 151,02%, 148,64% en 137,50%.

IJBG en ABC Taxi hebben dit alles niet weersproken.

4.12. Hetgeen in 4.10 en 4.11 is overwogen, rechtvaardigt het vermoeden van Achmea dat de inschrijvingen van IJBG en ABC Taxi abnormaal laag zijn. Het is vervolgens aan IJBG en ABC Taxi om dit vermoeden te ontkrachten. Geconcludeerd wordt dat zij dit niet hebben gedaan. Zij hebben geen overtuigende verklaring gegeven voor het feit dat de door hen geoffreerde prijzen substantieel lager zijn dan de prijzen van (i) de na hen laagst biedende inschrijver en (ii) de door Achmea vastgestelde referentieprijzen.

Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.12.1. De in 2.7 en 2.8 weergegeven toelichting die IJBG en ABC Taxi bij brief van

6 november 2008 respectievelijk 5 november 2008 geeft onvoldoende verklaring voor het substantiële verschil tussen de prijzen van IJBG en ABC Taxi en de prijzen van (i) de na hen laagst biedende inschrijver en (ii) de door Achmea vastgestelde referentieprijzen en

geven onvoldoende inzicht in de omstandigheden die een rol hebben gespeeld bij de prijsvorming van IJBG en ABC Taxi.

Deze toelichting komt – kort gezegd – erop neer dat IJBG en ABC Taxi ook voor andere projecten, zoals het vervoer voor Connexxion en het zittend ziekenvervoer dat IJBG

thans voor Achema in de regio Capelle aan den IJssel verzorgt, het vervoer voor de door haar geoffreerde prijs of zelfs nog lagere prijs verzorgt. Dit is echter onvoldoende om het vermoeden dat sprake is van een abnormaal lage prijs weg te nemen. Het is namelijk onvoldoende gebleken dat deze projecten vergelijkbaar zijn met het zittend ziekenvervoer dat Achmea via de in dit geding aan de orde zijnde inkoopprocedure wenst uit te besteden en meer in het bijzonder dat aan het vervoer dat IJBG en ABC Taxi uit hoofde van deze projecten verzorgt dezelfde (kwaliteits)eisen worden gesteld als aan het onderhavige vervoer. Achmea heeft dit betwist en IJBG en ABC Taxi hebben hun stelling dat dit wel het geval is, in het licht van deze betwisting, onvoldoende onderbouwd.

Voorts hebben IJBG en ABC Taxi nagelaten om inzicht te geven in hoeverre omstandig-heden zoals:

- de tijd die met bepaalde ritten is gemoeid,

- de tijd die met het in- en uitstappen gepaard gaat,

- de wachttijden, en

- het vervoer met of zonder rolstoel,

een rol hebben gespeeld bij de prijsvorming. Dit had wel op hun weg gelegen.

4.12.2. Verder geldt dat het onvoldoende aannemelijk is dat de prijzen van de één na laatste lage biedingen – zoals IJBG en ABC Taxi stellen en Achmea betwist – abnormaal “hoog” zijn. Daartoe is het volgende redengevend.

IJBG en ABC Taxi hebben de door Achmea gestelde tienjarige ervaring met het reguleren van de inkoop van zittend ziekenvervoer niet betwist. Voorts is niet gebleken dat de op basis van deze ervaring door Achmea vastgestelde referentieprijzen onjuist zouden zijn.

Achmea behoefde gelet op haar hiervoor weergegeven ervaring en de aan de hand daarvan vastgestelde referentieprijzen de inschrijfprijzen van de één na laagste biedingen niet als abnormaal hoog aan te merken. Ter illustratie dient het volgende voorbeeld.

De referentieprijzen voor de percelen 78, 79 en 80 zijn zoals in 4.11 is vermeld, vastgesteld op EUR 2,209 voor perceel 78, EUR 2,188 voor perceel 79 en EUR 2,209 voor perceel 80, terwijl de inschrijfprijzen van de één na laagste biedingen voor deze percelen respectievelijk EUR 1,57 (perceel 78), EUR 1,60 (perceel 79) en EUR 1,74 (perceel 80) bedragen. Dat deze inschrijfprijzen abnormaal “hoog” zouden zijn, is dan ook niet aannemelijk.

4.12.3. IJBG en ABC Taxi hebben verder geen feiten en omstandigheden aangevoerd die een verklaring geven voor het feit dat de door hen geoffreerde prijzen substantieel lager zijn dan de prijzen van (i) de na hen laagst biedende inschrijver en (ii) de door Achmea vastgestelde referentieprijzen.

De door IJBG en ABC Taxi aangevoerde omstandigheid dat ze meerdere passagiers uit dezelfde buurt kunnen meenemen en dat haar wachttijden beperkt zijn, verklaren onvoldoende het substantiële prijsverschil met de andere inschrijvers. Het is namelijk voldoende aannemelijk dat – zoals Achmea ook aanvoert – deze omstandigheden ook voor de andere inschrijvers zullen gelden.

4.13. Op grond van hetgeen in 4.10 tot en met 4.12 is overwogen, wordt geconcludeerd dat het voldoende aannemelijk is dat de inschrijvingen van IJBG en ABC Taxi abnormaal laag zijn en dat Achmea gelet daarop terecht vreest dat IJBG en ABC Taxi de verplichtingen die uit de met hen te sluiten overeenkomst voortvloeien niet naar behoren, dat wil zeggen met inachtneming van de in de inkoopprocedure gestelde kwaliteitseisen, zullen kunnen nakomen. Dit levert voldoende grond op om hun inschrijvingen terzijde te leggen. De vorderingen van IJBG en ABC Taxi zullen dan ook worden afgewezen.

4.14. IJBG en ABC Taxi zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Achmea worden begroot op:

- vast recht EUR 254,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.070,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen van IJBG en ABC Taxi af,

5.2. veroordeelt IJBG en ABC Taxi in de proceskosten, aan de zijde van Achmea tot op heden begroot op EUR 1.070,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2009.?