Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH0723

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
21-01-2009
Datum publicatie
23-01-2009
Zaaknummer
253099 / HAZA 08-1624
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident, beoordeling toepasselijkheid algemene voorwaarden volgens de regeling van het Weens Koopverdrag (CISG).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 253099 / HA ZA 08-1624

Vonnis in incident van 21 januari 2009

in de zaak van

de vennootschap naar Duits recht

[bedrijf A] GMBH,

gevestigd te 66740 Saarlouis, Duitsland,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. C. Beijer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

QUOTE FOODPRODUCTS B.V.,

gevestigd te Bosch en Duin, gemeente Zeist,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna [bedrijf A] en Quote genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten

2.1. [bedrijf A] is een Duits bedrijf en ontwikkelt en produceert grondstoffen voor bakproducten. Quote is een Nederlandse importeur en leverancier van zuidvruchten, noten en zaden.

2.2. Op 2 oktober 2007 heeft Quote een orderbevestiging aan [bedrijf A] verzonden, waarin onder meer is opgenomen:

“(…)Auftragbestätigung

(…)Datum : 02-10-2007

Auftragsnummer : 41941

(…) bestatigen Ihnen heute verkauft zu haben:

Verkäufer : Quote Foodproducts B.V.

Käufer : [bedrijf A] GmbH

Artikel : 3920 Sesamsaat, geschält a 22,68 kg

Menge : 2645 Säcke 59.988,6 kg

Preis : Euro 1,08 pro kg

Lieferbedingung : Frei Haus – Volle LKW

Lieferzeit : Auf Abruf von Ende November 2007 bis April 2008

Zahlung : 30 Tage netto

Konditionen : N.Z.V. Condities – gedeponeerd Arr.rechtbank A’dam

no. 233/1933 Condities liggen bij ons ter inzage en worden op verzoek onverwijld kosteloos toegezonden

(…)

Op al onze overeenkomsten zijn de condities van de N.Z.V. van toepassing.”

2.3. Op 23 oktober 2007 heeft Quote een orderbevestiging aan [bedrijf A] verzonden, waarin onder meer is opgenomen:

“(…)Auftragbestätigung

(…)Datum : 23-10-2007

Auftragsnummer : 42205

(…) bestatigen Ihnen heute verkauft zu haben:

Verkäufer : Quote Foodproducts B.V.

Käufer : [bedrijf A] GmbH

Artikel : 3920 Sesamsaat, geschält a 22,68 kg

Menge : 1764 Säcke 40.007,52 kg

Preis : Euro 1,07 pro kg

Lieferbedingung : Frei Haus pro volle LKW auf H1

Lieferzeit : May 2008 – Oktober 2008

Zahlung : 30 Tage netto

Konditionen : N.Z.V. Condities – gedeponeerd Arr.rechtbank A’dam

no. 233/1933 Condities liggen bij ons ter inzage en worden op verzoek onverwijld kosteloos toegezonden

(…)

Op al onze overeenkomsten zijn de condities van de N.Z.V. van toepassing.”

2.4. De voorwaarden waarnaar in de orderbevestigingen van 2 en 23 oktober 2007 wordt verwezen, de N.Z.V. condities, zijn niet door Quote aan [bedrijf A] overhandigd of toegezonden.

3. Het geschil in het incident

3.1. Quote vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. [bedrijf A] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

Voorvraag

4.1. Quote heeft de bespreking van haar incidentele vordering afhankelijk gemaakt van de beantwoording van de vraag of er overeenkomsten tussen partijen zijn gesloten. Deze vraag kan echter niet worden beantwoord in het kader van de beoordeling in het incident, maar dient in de hoofdzaak beantwoord te worden. De rechtbank begrijpt dat Quote haar verweer (in de hoofdzaak) dat er geen overeenkomsten tussen partijen gesloten zijn, niet heeft willen prijsgeven. De rechtbank is voorlopig van oordeel dat er wel overeenkomsten tussen partijen zijn gesloten. Uit de stellingen van partijen leidt de rechtbank namelijk af dat Quote een deel van het door [bedrijf A] bestelde sesamzaad heeft geleverd en [bedrijf A] hier ook voor heeft betaald. Het ligt dan in beginsel voor de hand dat partijen daarover overeenstemming hebben bereikt. De te beantwoorden vraag is naar het voorlopig oordeel van de rechtbank dan ook veeleer of de door Quote gehanteerde algemene voorwaarden, de N.Z.V. condities, onderdeel hebben uitgemaakt van de tussen partijen bereikt overeenstemming.

Kern van het geschil en juridisch kader

4.2. Beoordeeld dient te worden of de N.Z.V. condities van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomsten. Die vraag moet worden beoordeeld aan de hand van de regeling van het Weens Koopverdrag (verder: CISG), zo volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 28 januari 2005, NJ 2006/517. De koopovereenkomst tussen partijen betreft immers roerende zaken en partijen zijn gevestigd in Nederland en Duitsland, welke staten beide partij zijn bij het Weens Koopverdrag.

4.3. Bij de beantwoording van de vraag of de N.Z.V. condities van toepassing zijn, dienen de maatstaven te worden aangelegd die in het algemeen gelden bij de totstandkoming van overeenkomsten. De toepasselijkheid van de N.Z.V. condities kan slechts worden aangenomen voorzover de toepasselijkheid door Quote bij haar aanbod is bedongen en door [bedrijf A] is aanvaard (artikel 14 e.v. CISG). Voor het opnemen van algemene voorwaarden in een aanbod is vereist dat voor de wederpartij kenbaar is dat de gebruiker deze in de overeenkomst wil opnemen. Hierbij is bepalend de zin die een redelijk persoon van gelijke hoedanigheid als de wederpartij van de gebruiker in dezelfde omstandigheden aan het aanbod zou hebben toegekend (artikel 8 lid 2 CISG). Bij het bepalen van die zin dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de onderhandelingen, de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn, gewoonten en latere gedragingen van partijen (artikel 8 lid 3 CISG).

Stellingen van partijen

4.4. Quote legt de volgende stellingen aan haar incidentele vordering ten grondslag. Partijen hebben in oktober 2007 twee maal een mondelinge overeenkomst gesloten voor de koop van sesamzaad en de voorwaarden waaronder de koop zou geschieden. De mondelinge overeenstemming is door Quote bevestigd in de orderbevestigingen. Een verwijzing naar algemene voorwaarden in een orderbevestiging is in de internationale handel gebruikelijk. [bedrijf A] had als internationaal handelende ondernemer derhalve moeten begrijpen dat Quote uitsluitend onder toepasselijkheid van de N.Z.V. condities wilde contracteren. Quote kon derhalve volstaan met een verwijzing naar algemene voorwaarden, aldus Quote.

4.5. [bedrijf A] voert daartegenover aan dat partijen mondeling nimmer over algemene voorwaarden hebben gesproken. De mondelinge overeenstemming had betrekking op de overige in de orderbevestiging weergegeven condities. [bedrijf A] voert voorts aan dat zij de op de orderbevestigingen vermelde (Nederlandstalige) verwijzing niet heeft begrepen en dat zij ook niet op het gebruik van algemene voorwaarden bedacht had hoeven zijn. In dat kader wijst [bedrijf A] op een uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof van 31 oktober 2001, waaruit volgt dat algemene voorwaarden slechts onderdeel van een aanbod vormen wanneer zij bij dat aanbod worden gevoegd of op een andere manier ter beschikking zijn gesteld aan de partij tot wie het aanbod is gericht. De algemene voorwaarden waren volgens [bedrijf A] niet bij het aanbod van Quote gevoegd en maakten daar geen onderdeel van uit. Het contracteren onder toepasselijkheid van algemene voorwaarden is voorts geen gewoonte in de internationale handel, zo voert [bedrijf A] aan.

Overwegingen

4.6. Voor het aannemen van gebondenheid van [bedrijf A] aan de N.Z.V. condities is minimaal vereist dat [bedrijf A] de verwijzing naar deze condities heeft kunnen begrijpen. Of [bedrijf A] de verwijzing heeft kunnen begrijpen, hangt af van de relatie tussen partijen.

4.7. Uit de stellingen van partijen volgt dat partijen in oktober 2007 voor het eerst zaken met elkaar hebben gedaan. Dit betekent dat de toepasselijkheid van de N.Z.V. condities niet kan worden afgeleid uit de tussen partijen gebruikelijke handelwijze, nu deze in oktober 2007 (nog) niet bestond.

4.8. Met [bedrijf A] is de rechtbank voorts van oordeel dat er een verschil bestaat tussen nationale en internationale overeenkomsten wat betreft de wijze waarop de toepasselijkheid van algemene voorwaarden wordt aangenomen. In het licht van het door [bedrijf A] gevoerde verweer - dat de omstandigheid dat Duitse leveranciers in hun relatie met [bedrijf A] normaliter naar algemene voorwaarden verwijzen, niet betekent dat het gebruik van algemene voorwaarden ook gebruikelijk is in de internationale handel - heeft Quote haar stelling dat het in de internationale handel een gewoonte is om te contracteren onder toepasselijkheid van algemene voorwaarden, onvoldoende onderbouwd. Quote heeft immers slechts gesteld dat Duitse leveranciers van [bedrijf A] ook gebruik maken van algemene voorwaarden.

4.9. Gelet op het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat Quote met een verwijzing naar algemene voorwaarden kon volstaan. Om toepasselijkheid van de algemene voowaarden te bewerkstelligen, had Quote aan [bedrijf A] een redelijke mogelijkheid moeten bieden om voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst op de hoogte te geraken van de (inhoud van de) N.Z.V. condities, bijvoorbeeld door deze algemene voorwaarden aan [bedrijf A] ter beschikking te stellen of de relevante bepalingen van deze algemene voorwaarden tijdens onderhandelingen ter sprake te brengen. Zonder een dergelijke mogelijkheid, kan een (buitenlandse) wederpartij immers niet goed begrijpen waarmee zij zich akkoord verklaart, zo zij zich er al van bewust is dat met de (Nederlandstalige) verwijzing naar “N.Z.V. condities” een verwijzing naar algemene voorwaarden is bedoeld.

4.10. In het onderhavige geval staat tussen partijen vast dat Quote de tekst van de algemene voorwaarden niet aan [bedrijf A] ter beschikking heeft gesteld. Evenmin is gesteld of gebleken dat Quote voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de inhoud van de N.Z.V. condities, meer specifiek het arbitragebeding, met [bedrijf A] heeft besproken. Dit leidt de rechtbank tot het oordeel dat niet kan worden geconcludeerd dat [bedrijf A] een redelijke mogelijkheid heeft gehad kennis te nemen van de inhoud van de N.Z.V. condities en [bedrijf A] had moeten begrijpen dat deze algemene voorwaarden onderdeel uitmaakten van het aanbod van Quote.

4.11. Daar komt bij dat in Duitse rechtspraak (onder meer de uitspraak van het Bundesgerichtshof van 31 oktober 2001,VIII ZR 60/01) omtrent de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op grond van het CISG wordt benadrukt dat algemene voorwaarden pas toepasselijk zijn als de tekst van de voorwaarden voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst ter beschikking wordt gesteld aan degene tot wie het aanbod zich richt. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat [bedrijf A], een Duitse partij, de hierboven omschreven handelwijze (zie 2.2. tot en met 2.4.) van Quote, een Nederlandse partij, niet hoefde op te vatten als het doen van een aanbod onder toepasselijkheid van algemene voorwaarden.

4.12. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de toepasselijkheid van de N.Z.V. condities op de tussen partijen gesloten overeenkomsten tot levering van sesamzaad. Het in de N.Z.V. condities opgenomen arbitragebeding kan Quote daarom niet aan [bedrijf A] tegenwerpen. Er kan dus niet worden geoordeeld dat tussen partijen een rechtsgeldige arbitrageovereenkomst tot stand is gekomen.

Omdat [bedrijf A] een Duitse partij is en Quote een Nederlandse, dient bij gebreke aan een rechtsgeldig arbitragebeding voor de bevoegdheid van de rechtbank te worden aangesloten bij de “Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I)” (verder: de EEX Verordening). Op grond van de hoofdregel van artikel 2 lid 1 EEX Verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Dit brengt met zich dat de rechtbank Utrecht, nu Quote is gevestigd te Bosch en Duin, gemeente Zeist, bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

4.13. Quote zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5. De beoordeling in de hoofdzaak

5.1. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Daarbij kan de mogelijkheid van doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen.

5.2. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

5.3. De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

5.4. In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

5.5. Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook aan de orde komen of een schikking (al dan niet op onderdelen) mogelijk is. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

6. De beslissing

De rechtbank in het incident

6.1. wijst het gevorderde af,

6.2. veroordeelt Quote in de kosten van het incident, aan de zijde van [bedrijf A] tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

6.3. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. G.V.M. Veldhoen in het gerechtsgebouw te Utrecht aan het Vrouwe Justitiaplein 1 op woensdag 27 mei 2009 van 13.30 uur tot 15.30 uur,

6.4. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

6.5. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de secretaresse (mevrouw H. Alberts kamer A.2.16) - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2009.

JvO