Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH0245

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
20-01-2009
Zaaknummer
252393/ HA ZA 08-1492
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident, is er in vrijwaringprocedure plaats voor andere vordering dan een vordering tot vrijwaring? In dit geval wel.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 210
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/140
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

252303 / HA ZA 08-149214 januari 2009

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 252303 / HA ZA 08-1492

Vonnis in incident in vrijwaring van 14 januari 2009

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. P.J.M. Gerritsen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROJECTONTWIKKELING SPOOLDERBERG XIII B.V., tevens h.o.d.n. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.M. Steenaert.

Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en Projectontwikkeling Spoolderberg XIII genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

• de dagvaarding in vrijwaring

• de conclusie van antwoord in vrijwaring tevens houdende incidentele conclusie tot onbevoegdheid

• de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. Inleiding

2.1. Bij dagvaarding in vrijwaring in de hoofdzaak hebben [eiser] c.s. gevorderd:

I. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII te veroordelen om aan [eiser] c.s. te betalen al datgene waartoe [eiser] c.s. jegens eiser in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld,

II. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers een bedrag te betalen van EUR 12.379,34 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van EUR 516,88 vanaf

13 september 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de wettelijke rente over een bedrag van EUR 11.862,46 vanaf 30 december 2005 tot aan de dag der algehele voldoening,

III. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening.

2.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de onder II. vermelde vordering, een vordering tot vergoeding van kosten voor archeologisch onderzoek, niet is te beschouwen als een vordering tot vrijwaring.

3. De vordering in het incident

3.1. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart ten aanzien van de door [eiser] c.s. bij dagvaarding onder II. en III. (zie 2.1.) ingestelde vorderingen. [eiser] c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1. De vraag die ter beantwoording voorligt is of er in een vrijwaringszaak plaats is voor andere vorderingen dan tot vrijwaring.

4.2. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII stelt dat voor een andere vordering geen plaats is. Om die reden stelt zij dat [eiser] c.s. voor de vordering tot vergoeding van kosten voor archeologisch onderzoek een separate dagvaarding op hadden moeten stellen en voor de bevoegdheid van de rechtbank dan niet kan worden aangesloten bij de hoofdzaak. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII is gevestigd te Zwolle en had voor de separate vordering voor de rechtbank Zwolle gedagvaard moeten worden. De rechtbank Utrecht is derhalve onbevoegd om van deze vordering kennis te nemen, aldus Projectontwikkeling Spoolderberg XIII.

4.3. Met [eiser] c.s. is de rechtbank van oordeel dat het op grond van doelmatigheid in dit geval mogelijk is in de vrijwaringszaak naast de vordering tot vrijwaring een andere vordering in te stellen. De vordering tot vergoeding van kosten voor archeologisch onderzoek wordt ingesteld op grond van dezelfde overeenkomst(en) als de vordering tot vrijwaring. In een dergelijk geval is het niet doelmatig indien partijen twee verschillende procedures voor twee verschillende rechtbanken zouden moeten voeren. Steun voor dit oordeel vindt de rechtbank in het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 mei 2005, NJF 2006/38.

4.4. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de rechtbank Utrecht zich niet onbevoegd zal verklaren ten aanzien van de in r.o. 2.1. onder II en III weergegeven vorderingen. De incidentele vordering tot onbevoegdheid zal worden afgewezen. Projectontwikkeling Spoolderberg XIII zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5. De beoordeling in de vrijwaringszaak

5.1. In de hoofdzaak was een comparitie bepaald op 8 januari 2009. Deze comparitie is komen te vervallen, omdat een gelijktijdige comparitie in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak gewenst is. Alvorens een datum te bepalen voor de gelijktijdige comparitie van partijen in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen hun verhinderdata voor de comparitie van partijen door te geven.

5.2. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen om beide partijen – gelijktijdig – in de gelegenheid te stellen bij akte hun verhinderdata voor de te bepalen comparitie voor de komende zes maanden door te geven. De rechtbank wijst partijen erop dat zij zich in hun akte tot het verstrekken van verhinderdata dienen te beperken.

6. De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1. wijst het gevorderde af,

6.2. veroordeelt Projectontwikkeling Spoolderberg XIII in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

6.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 januari 2009 voor het nemen van een akte door beide partijen over hetgeen is vermeld onder 5.1. en 5.2.,

6.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009.