Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2009:5750

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-07-2009
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
588584 AC EXPL 08-5184 He
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft betalen van de maandelijkse bijdrage aan appartementsrechten.

Het bezwaar dat door gedaagde wordt aangevoerd, de gang van zaken bij de vereniging van appartement eigenaren alsmede achterstallig onderhoud geeft geen recht tot het opschorten van de maandelijkse betalingen. De vordering in reconventie wordt afgewezen nu een nadere toelichting hiervoor ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 588584 AC EXPL 08-5184 He

vonnis d.d. 22 juli 2009

inzake

de vereniging

Vereniging van Eigenaars [VVE],

gevestigd te [woonplaats] ,

verder ook te noemen de VVE,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. N.L.J.M. Rijssenbeek,

tegen:

[eiseres],

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

procederende in persoon.

1 Het verloop van de procedure

In conventie

VVE heeft een vordering ingesteld.

[eiseres] heeft geantwoord op de vordering.

VVE heeft voor repliek en [eiseres] heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

In reconventie

[eiseres] heeft een tegeneis ingediend.

VVE heeft geantwoord op de tegeneis.

[eiseres] heeft voor repliek en VVE heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

In conventie en in reconventie:

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet betwiste inhoud van de door partijen in het geding gebrachte producties neemt de kantonrechter het volgende als vaststaand aan.

2.1.

Bij een op 1 december 1997 verleden splitsingsakte is het op het terrein, kadastraal bekend als gemeente Amersfoort, sectie [sectie] , nummers [nummer] , [nummer] en [nummer] , te bouwen appartementencomplex gesplitst in de volgende vijf appartementsrechten (de hoofdsplitsing):
a. 83 koopwoningen, bergingen en parkeerplaatsen (de stripappartementen);
b. 16 woningen en bergingen (de trommelappartementen);

c. 122 huurwoningen en bergingen (de huurappartementen);

d. parkeerplaatsen en overige ruimten (de parkeerruimten) en

e. de commerciële ruimten.
Bij notariële akten van ondersplitsing van eveneens 1 december 1997 zijn de appartementsrechten onder a, b en e ondergesplitst in respectievelijk 83, 16 en 3 appartementsrechten.

2.2.

De Vereniging van Eigenaars [hoofd VVE] (hierna ook: de hoofd VVE) heeft als taak de belangen van de eigenaars van de vijf appartementsrechten van de hoofdsplitsing te behartigen.

2.3.

De VVE heeft tot taak de belangen van de eigenaars van de 83 appartementsrechten van de ondersplitsing onder a. te behartigen. Het deel van het complex waar laatstbedoelde appartementen zijn gelegen wordt “ [VVE] ” genoemd.

2.4.

[eiseres] is eigenaresse van het appartementsrecht aan het [adres] te

[woonplaats] , kadastraal bekend gemeente Amersfoort, sectie [sectie] [nummer] . Het appartement is gelegen in [VVE] .

2.5.

[eiseres] is als appartementseigenaresse van rechtswege lid van de VVE.

3 De vordering en het verweer

In conventie:

3.1.

De VVE vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te voldoen een bedrag van € 1.155,35, te vermeerderen met de wettelijke rente verhoogd met 2 % over een bedrag van € 943,92 vanaf 21 juli 2008, althans vanaf
7 augustus 2008 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

Het gevorderde is volgens de VVE als volgt opgebouwd:

- hoofdsom € 943,92
- wettelijke rente+2% € 11,43
- buitengerechtelijke kosten € 200,00

totaal € 1.155,35

3.2.

De VVE legt – kort weergegeven – aan haar vordering ten grondslag dat [eiseres] ondanks aanmaning in gebreke is gebleven met tijdige en volledige betaling van de maandelijkse aan de VVE verschuldigde voorschotbijdragen in de kosten van beheer en onderhoud van [VVE] tot en met de maand juli 2008. Aangezien de besluiten waarbij onderhavige voorschotbijdragen zijn vastgesteld tot stand zijn gekomen conform de bepalingen in het splitsingsreglement en onherroepelijk zijn geworden, is [eiseres] , als lid van de VVE, gehouden tot betaling van de voorschotbijdragen, aldus de VVE.

De VVE maakt verder op grond van het Splitsingsreglement en op grond van
artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak op een bedrag aan wettelijke rente verhoogd met 2%, alsmede op een bedrag aan door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

[eiseres] voert gemotiveerd verweer. Zij voert – zeer kort en zakelijk weergegeven – aan dat zij op diverse gronden gerechtigd is de betaling van de voorschotnota’s op te schorten.

3.4.

Op de (overige) stellingen en verweren wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In reconventie

3.5.

[eiseres] vordert – naar de kantonrechter begrijpt – de VVE te veroordelen aan haar te voldoen een bedrag van € 5.000,= “pro forma”, alsmede de VVE te veroordelen tot – kort en zakelijk weergegeven – overlegging van verschillende stukken.

3.6.

De VVE heeft verweer gevoerd.

3.7.

Op de stellingen en verweren wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie:

4.1.

Terecht heeft de VVE zich op het standpunt gesteld dat de nadere akte van [eiseres] gedateerd 14 april 2009 buiten beschouwing dient te worden gelaten. Bedoelde nadere akte is ook op 16 april 2009 door de griffier van de rechtbank aan [eiseres] geretourneerd en maakt zodoende geen deel meer uit van het dossier.

4.2.

[eiseres] voert tot haar verweer aan dat zij de gevorderde voorschotbijdragen niet aan de VVE hoeft te voldoen, aangezien sprake is van ernstige bouwkundige gebreken en toerekenbare tekortkomingen aan het gebouw onder andere aan de fundering, de vloeren, gevels, de muren, de daken en de installaties. Daarnaast weigeren de besturen van de VVE’s volgens [eiseres] het herstel van de installatie van het koude tapwater en het herstel van de afzuiginstallatie van de winkelparkeergarage te laten uitvoeren.

4.3.

Het onder 4.2 weergegeven verweer faalt. Daargelaten of sprake is van de door [eiseres] gestelde (bouwkundige) gebreken, hetgeen door de VVE gemotiveerd wordt betwist, kent het appartementsrecht in artikel 5:121 BW de appartementseigenaar in dergelijke gevallen een bijzondere rechtsgang toe. Met deze bijzondere regelingen verdraagt zich niet dat [eiseres] haar betalingsverplichtingen uit hoofde van haar lidmaatschap van de VVE om de door haar aangevoerde redenen opschort.

4.4.

Het verweer van [eiseres] , inhoudende – naar de kantonrechter begrijpt – dat zij de voorschotnota’s niet hoeft te voldoen, aangezien de voorschotbijdragen en de definitieve bijdragen in strijd met de wet, het splitsingsreglement of de statuten zijn vastgesteld, faalt eveneens. De wetgever heeft de appartementseigenaar die zich niet kan verenigen met de totstandkoming of inhoud van een besluit van een orgaan van de vereniging van eigenaars in de artikelen 5:129 en 5:130 BW mogelijkheden gegeven om dat besluit ter toetsing aan de rechter voor te leggen. In dit verband is van belang dat [eiseres] niet heeft weersproken dat de besluiten waarbij de onderhavige voorschotbijdragen zijn vastgesteld inmiddels onherroepelijk zijn geworden.

4.5.

Op dezelfde grond faalt het door [eiseres] gevoerde verweer dat zij zich op opschorting kan beroepen omdat de boeken en bescheiden niet voldoen aan hetgeen is bepaald in de wet, statuten of reglementen en omdat er nog geen rekening en verantwoording zou zijn afgelegd.

4.6.

Het onder 4.4 overwogene geldt eveneens voor het verweer van [eiseres] , inhoudende – naar de kantonrechter begrijpt – dat de VVE in strijd met de wet, het splitsingsreglement en statuten onder meer zelf een bestuurder aanstelt, zelf begrotingen en jaarstukken vaststelt en goedkeurt, alsmede overeenkomsten aangaat en opdrachten geeft zonder rechtsgeldige besluiten.

4.7.

[eiseres] heeft verder nog aangevoerd dat de tekst van het splitsingsreglement moet worden gerepareerd. Dit verweer wordt gepasseerd. De kantonrechter is van oordeel dat een en ander niet aan de VVE kan worden tegengeworpen, nog daargelaten dat het belang van [eiseres] bij dit verweer is gesteld noch gebleken.

4.8.

Nu [eiseres] de hoogte van de gevorderde hoofdsom, alsmede de gevorderde wettelijke rente van € 11,43 op zichzelf niet heeft weersproken, is de vordering tot een bedrag van € 955,35 toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente (verhoogd met 2%) over de hoofdsom is niet betwist dus eveneens toewijsbaar.

4.9.

De VVE heeft een bedrag van € 200,= aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu [eiseres] de verschuldigdheid van deze kosten niet heeft betwist zijn deze kosten, die niet buitensporig hoog zijn, eveneens toewijsbaar.

In reconventie

4.10.

[eiseres] vordert – naar de rechtbank begrijpt – een voorschot ten bedrage van € 5.000,=. Zonder een nadere toelichting, die ontbreekt valt niet in te zien waarop [eiseres] deze vordering baseert. Nu een grondslag voor de vordering ontbreekt, dient deze reeds om die reden te worden afgewezen.

4.11.

Ten aanzien van de door [eiseres] gevorderde afgifte van diverse stukken wordt het volgende overwogen.

4.12.

Uit hetgeen door [eiseres] bij conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie is gesteld kan worden afgeleid dat haar vordering hoofdzakelijk is gericht op de afgifte van rechtsgeldig goedgekeurde jaarstukken van de hoofd VVE vanaf 1999 tot heden. Daarnaast vordert [eiseres] de afgifte van onder meer de volgende stukken:
- uitnodigingen voor vergaderingen van de hoofd VVE over de periode van 1999 t/m

heden, met onderliggende stukken als offertes, berekeningen en

voorstelbeleidsnota’s;
- exploitatierekeningen van 1999 tot heden, inclusief balans en verklaringen van

getrouwheid;
- jaarrekeningen en jaarverslagen van de hoofd VVE en alle onderverenigingen;
- de meerjaren onderhoudsbegroting en ontwerpbegrotingen van 1999 tot heden, met

onderliggende offertes, berekeningen en beleidsnota’s;

- overzicht van maandelijkse betalingen aan de hoofd VVE door de VVE en alle
onderverenigingen;
- rechtsgeldige besluiten inzake de verzekeringen, inclusief alle onderliggende
stukken zoals offertes, stemverantwoording en presentielijsten;
- overzicht reservefonds van de hoofd VVE en van de VVE met onderliggende

stukken zoals bankafschriften, offertes, overeenkomsten en ondertekende notulen
over de periode van 1999 tot heden;

- rechtsgeldige besluiten met stemverantwoording van de hoofd VVE en diverse

onderverenigingen.

4.13.

Naar de kantonrechter begrijpt beroept [eiseres] zich ter zake kennelijk op het bepaalde in artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Artikel 843a Rv voorziet erin dat degene die daarbij een rechtmatig belang heeft inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is kan vorderen. Deze exhibitieplicht is niet onbeperkt. Uit het eerste lid van artikel 843a Rv volgt dat degene die exhibitie verlangt daarbij een 'rechtmatig belang' moet hebben en dat het moet gaan om 'bepaalde bescheiden'. Deze laatste beperking is opgenomen om zogenaamde fishing expeditions te voorkomen. Voorts is de partij die de gegevens ter beschikking heeft ingevolge lid 4 van genoemd artikel niet tot exhibitie verplicht 'indien daarvoor gewichtige redenen zijn' of 'indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtspleging ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd'.

4.14.

De kantonrechter is van oordeel dat zonder een nadere toelichting, die ontbreekt niet valt in te zien welk belang [eiseres] bij het in het geding brengen van de gevraagde stukken heeft. Reeds om die reden moet de vordering tot afgifte van stukken worden afgewezen.

Bovendien geldt dat, nog daargelaten dat [eiseres] afgifte van stukken vordert van partijen (de hoofd VVE en onderverenigingen) die in het onderhavige geding geen procespartij zijn, niet wordt voldaan aan de eis van 'bepaalde bescheiden'. De vordering omvat immers niet alleen de afgifte van de stukken van de VVE, maar ook die van de hoofd VVE en de onderverenigingen. Daarnaast vordert [eiseres] alle onderliggende stukken zoals offertes, berekeningen, beleidsnota’s en bankafschriften. De vordering is daarmee zeer ruim en onvoldoende gespecificeerd om van 'bepaalde bescheiden' te kunnen spreken. De vordering kan ook om die reden niet worden toegewezen. Daarbij komt nog dat een groot aantal stukken volgens de VVE ter inzage liggen, hetgeen door [eiseres] niet, althans onvoldoende gemotiveerd is betwist.

4.15.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen. De overige verweren van de VVE behoeven om die reden geen bespreking meer.

In conventie en in reconventie:

4.16.

[eiseres] zal, zowel in conventie als in reconventie, als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van de VVE worden veroordeeld.
De gevorderde informatiekosten zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde BTW hierover dient te worden afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

  • -

    veroordeelt [eiseres] om aan de VVE tegen bewijs van kwijting te betalen € 1.155,35, te vermeerderen met de wettelijke rente verhoogd met 2 % over een bedrag van € 943,92 vanaf 21 juli 2008 tot de voldoening;

  • -

    veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de VVE, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 445,44, waarin begrepen € 200,= aan salaris gemachtigde;

  • -

    verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


In reconventie:

  • -

    wijst het gevorderde af;

  • -

    veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de VVE, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 100,= aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2009.