Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BI5040

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-12-2008
Datum publicatie
27-05-2009
Zaaknummer
16-600991-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600991-08 en 21/006040-05 (TUL)

Datum uitspraak: 3 december 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] (Marokko),

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Nieuwegein.

Raadsman: mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

3 december 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 augustus 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en

/ of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk

te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een)

andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij of zijn mededader

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de borst

en/of tegen de rug, althans tegen het lichaam van die [aangever 1] heeft

gedrukt/gehouden en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd dat zij de deur moest openen, althans woorden

van gelijke aard en/of strekking

- (met kracht) aan de tas van die [aangever 1] heeft getrokken en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd dat ze op haar knieën moest gaan zitten en/of

- met haar hoofd tegen een aantal opgestapelde zakken potgrond moest gaan

zitten;

2.

hij op of omstreeks 20 augustus 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan de bouwmarkt [bedrijf], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde

en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

's ochtends een medewerkster van de [bedrijf], te weten [aangever 1], opgewacht

bij de personeelsingang en/of

- tegen die [aangever 1] gezegd dat zij de deur moest openen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de borst

en/of tegen de rug, althans tegen het lichaam van die [aangever 1]

gedrukt/gehouden en/of

- (met kracht) aan de tas van die [aangever 1] getrokken en/of

- tegen die [aangever 1] gezegd dat ze haar knieën moest gaan zitten en/of

- met haar hoofd tegen een aantal opgestapelde zakken potgrond moest gaan

zitten, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

De beoordeling van het bewijs

Op 20 augustus 2008 omstreeks 8.20 uur vindt er een gewapende overval plaats bij een filiaal van de bouwmarkt [bedrijf], gevestigd aan de [adres] te Utrecht. Een medewerkster van genoemd bedrijf, mevrouw [aangever 1], wordt door een persoon, welke handschoenen droeg en een bivakmuts, opgewacht op het moment dat zij naar de personeelsingang loopt. De persoon richt een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op haar en eist van haar dat ze de deur opent. Op het moment dat duidelijk wordt dat mevrouw [aangever 1] de deur niet kan openen, omdat zij geen sleutel heeft, wordt haar tas van haar schouder gerukt en wordt ze gedwongen op haar knieën te gaan zitten, waarna de dader er vandoor gaat. Mevrouw [aangever 1] ziet dat de dader communiceert met behulp van een walky talky en hoort dat de dader spreekt in een vreemde taal.

De politie komt ter plaatse en stelt een onderzoek in. Op de vluchtroute van de dader worden diverse goederen aangetroffen en in beslag genomen, waaronder een bivakmuts en de handtas van mevrouw [aangever 1], met hierin een paar handschoenen. De handschoenen blijken niet toe te behoren aan mevrouw [aangever 1].

Omstreeks het tijdstip van de overval werd in de nabijheid van de plaats van de overval - maar ten opzichte van de plaats waar voornoemde goederen worden aangetroffen geheel aan de andere zijde van die plaats - verdachte aangehouden door de politie. Verdachte blijkt in het bezit te zijn van een in werking zijnde portofoon.

Een week na de overval wordt door de plantsoenendienst het struikgewas in de omgeving van de plaats van de overval gemaaid. Hierbij wordt een tweede portofoon aangetroffen.

De biologische sporen aangetroffen op de handschoenen die zijn aangetroffen in de tas van mevrouw [aangever 1], zijn voor DNA vergelijkend onderzoek ingezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) te Den Haag.

Door het NFI zijn de bemonsteringen aan de binnenzijde van de handschoenen onderworpen aan een DNA-onderzoek . Van het celmateriaal in die bemonsteringen zijn complexe onvolledige DNA-mengprofielen verkregen waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn van minimaal twee personen, waarvan minimaal één man. Uit deze DNA-mengprofielen kunnen geen DNA-profielen van individuele celdonoren worden afgeleid.

In een nader onderzoek door het NFI zijn de complexe onvolledige DNA-mengprofielen van het celmateriaal in voornoemde bemonsteringen vergeleken met het DNA-profiel van verdachte. Hieruit blijkt dat het DNA-profiel van verdachte matcht met de complexe onvolledige DNA-mengprofielen van het celmateriaal in de bemonsteringen. Dit betekent dat verdachte één van de celdonoren kan zijn van het celmateriaal in de bemonsteringen van de binnenzijde van de handschoenen. Er ontbreekt evenwel essentiële informatie om deze match statistisch te onderbouwen, zo stelt het NFI.

De aangetroffen bivakmuts is inbeslaggenomen en verzonden aan de afdeling forensische opsporing voor onderzoek. De bivakmuts is kwijtgeraakt waardoor een onderzoek hieraan niet plaats heeft kunnen vinden.

De bij verdachte aangetroffen portofoon en de portofoon die is aangetroffen in het struikgewas worden onderzocht door de afdeling Forensische Opsporing van de politie Utrecht.

Bij inschakelen van de portofoon die op 27 augustus 2008 is aangetroffen, verschijnt de cijfercombinatie 2,36 in het display. De tweede portofoon, welke is aangetroffen bij verdachte, vertoont bij inschakelen in het display de cijfercombinatie 2,36.

Het getal 2 refereert aan het ingestelde kanaal en de cijfers 36 aan een ingestelde CTCSS toon. De onderzochte portofoon is uitgerust met 8 kanalen en 38 CTCSS tonen. De CTCSS tonen worden toegekend om ongewenste signalen uit te schakelen. Hierdoor wordt interventie door andere gebruikers tot een minimum beperkt, waardoor een soort privélijn ontstaat. De portofoons tussen twee gebruikers moeten zo ingesteld zijn dat ze dezelfde CTCSS code hebben om samen een gesprek te kunnen voeren.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, de tenlastegelegde feiten bewezen achtend, een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren gevorderd. De officier van justitie heeft zich hierbij gebaseerd op de beschrijving van de dader, zoals mevrouw [aangever 1] deze heeft gegeven, op de verklaring van getuige [getuige 1], en op het gegeven dat verdachte zich ten tijde van de overval op een afstand van ongeveer 200 meter bevond van de plaats waar de overval had plaatsgevonden. Voorts heeft de officier van justitie opgemerkt dat hetgeen in de fouillering van verdachte is aangetroffen veel vragen oproept. Verdachte droeg handschoenen bij zich. Gezien de tijd van het jaar is dit, volgens de officier van justitie, opmerkelijk. Met betrekking tot het aanwezig hebben van een portofoon, acht de officier van justitie de verklaring van verdachte niet aannemelijk. Hierbij acht de officier van justitie het van belang dat de aangetroffen portofoons ingesteld stonden op hetzelfde kanaal en de portofoon die bij verdachte is aangetroffen in werking was. Naar de mening van de officier van justitie is verdachte niet degene geweest die de overval heeft gepleegd, maar is verdachte de handlanger geweest. Volgens de officier van justitie kan het niet anders zijn dan dat het verdachte is geweest die betrokken is geweest bij het medeplegen van de overval, aangezien het hele complex van feiten en omstandigheden niet aan louter toeval kan worden toegeschreven.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit.

De raadsman voert hiertoe aan dat uit DNA-onderzoek niet vast is komen te staan dat het aangetroffen DNA-profiel in de binnenkant van de handschoenen van verdachte is. Voorts geeft de raadsman aan dat verdachte een verklaring heeft gegeven voor het bezit van de portofoon. Het feit dat de portofoon die bij verdachte in werking was, is naar het oordeel van de raadsman niet relevant, aangezien een dergelijke portofoon bij een kleine beweging al aan- of uitgaat. Ditzelfde geldt volgens de raadsman voor de frequentie, aangezien deze frequentie automatisch verspringt. In het dossier ontbreekt voorts het bewijs dat de twee aangetroffen portofoons een setje zijn en dat dit de portofoons zijn die bij de overval zijn gebruikt.

Het oordeel van de rechtbank

Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat er niet voldoende “hard”, de verdachte rechtstreeks als dader aanwijzend, bewijsmateriaal voorhanden is dat de conclusie rechtvaardigt dat verdachte betrokken is geweest bij dit ernstige misdrijf.

De rechtbank tekent hierbij aan dat zij zich realiseert, dat het in het bijzonder voor het slachtoffer zeer onbevredigend is dat het gepleegde misdrijf dus nog niet is opgelost. Op grond van de inhoud van het thans voorhanden zijnde dossier, kan de rechtbank niet anders dan verdachte vrijspreken, nu er geen enkele zekere relatie bestaat tussen het bewijsmateriaal en verdachte.

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Beslag

De rechtbank zal teruggave aan de rechthebbende gelasten van de inbeslaggenomen voorwerpen.

De vordering van de benadeelde partij.

Nu verdachte van het hem tenlastegelegde zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij zal worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak

gemaakt als na te melden.

De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 18 oktober 2006 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 1 maand, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie vordert thans dat de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf wordt gelast.

Nu de veroordeelde zal worden vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde feiten, zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf afwijzen.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan de rechthebbende.

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 1], niet ontvankelijk in de vordering.

Verwijst de benadeelde partij in de tot op heden door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakte kosten, vastgesteld op nihil.

Ten aanzien van parketnummer 21/006040-05:

Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij voormeld arrest d.d. 18 oktober 2006.

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.F. Bueno, D.A.C. Koster en R.P.G.L.M. Verbunt, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 december 2008.

Mr. R.P.G.L.M. Verbunt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.