Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BG9318

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
09-01-2009
Zaaknummer
545263 UC EXPL 07-14619
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huur (studenten) kamer in voor sloop bestemd pand. Geen recht op verhuisvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 545263 UC EXPL 07-14619 MVV

vonnis d.d. 9 januari 2008

inzake

Stichting Sociale Huisvesting Utrecht (SSH),

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen SSH,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: W.P.J. van den Berg, gerechtsdeurwaarder,

tegen:

[V.],

wonende te Utrecht,

verder ook te noemen [V],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

procederende in persoon.

Verloop van de procedure

In conventie en reconventie:

SSH heeft een vordering ingesteld.

[V] heeft geantwoord op de vordering en heeft een tegenvordering ingediend.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 7 november 2007 een comparitie na antwoord gelast.

SSH heeft voorafgaand aan de comparitie nog stukken in het geding gebracht.

De comparitie is gehouden op 5 december 2007. Daarvan is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

In conventie en reconventie:

1.

De volgende feiten staan vast doordat zij zijn gesteld en niet of niet voldoende zijn betwist:

1.1

Met ingang van 20 februari 2003 heeft [V] van SSH een kamer aan de [adres] te Utrecht gehuurd voor een nettohuurprijs van € 89,- per maand, te vermeerderen met een bedrag van € 111,- per maand aan verrekenbare voorschotten en vaste vergoedingen, derhalve in totaal € 200,- per maand.

Terzake deze huur hebben partijen een "Tijdelijke huurovereenkomst voor onzelfstandige woonruimte in verband met voorgenomen renovatie"ondertekend.

1.2

Artikel 3.2 van gemelde overeenkomst luidt als volgt:

"Huurder verklaart zich ermee akkoord dat de onderhavige huurovereenkomst wordt beëindigd zodra verhuurder het gehuurde voor de voorgenomen sloop nodig heeft.

De huurovereenkomst eindigt niet eerder dan dat huurder eenmaal een andere kamer is aangeboden op het complex waarvoor huurder thans reeds als kandidaat staat ingeschreven."

Artikel 3.5 van gemelde overeenkomst luidt als volgt:

"Huurder verklaart zich ermee akkoord dat hij bij einde van de overeenkomst jegens de verhuurder c.q. de eigenaar geen aanspraak kan doen gelden op enigerlei schadevergoeding c.q. tegemoetkoming in verhuis- of inrichtingskosten."

1.3

Met ingang van 18 augustus 2005 heeft [V] op dezelfde voorwaarden van SSH een kamer aan[adres2]-2] te Utrecht gehuurd voor een nettohuurprijs van € 224,43,- per maand, te vermeerderen met een bedrag van € 127,57,- per maand aan verrekenbare voorschotten en vaste vergoedingen, derhalve in totaal € 350,- per maand.

[V] heeft, nadat hem de huur van deze kamer was opgezegd, op 3 maart 2007 de sleutels ingeleverd.

1.4

Uit een door SSH ter zitting overgelegd betalingsoverzicht blijkt dat [V] de huur voor de maanden augustus en september 2006 heeft voldaan op 29 augustus 2006, de huur voor de maand oktober 2006 op 4 september 2006 en de huur voor de periode november 2006 tot en met januari 2007 op 6 oktober 2006.

1.5

[V] erkent dat hij de huur voor de maand februari 2007 niet heeft voldaan.

In conventie:

2.

SSH vordert veroordeling, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, van [V] tot betaling van een bedrag van € 497,53 te vermeerden met rente en kosten , met veroordeling van [V] in de proceskosten.

2.1

Ter onderbouwing van haar vordering stelt SSH - samengevat - dat [V] haar ook voor de periode van 1 februari tot en met 2 maart 2007 een bedrag van € 372,58 aan huur is verschuldigd omdat de kamer aan het [adres2] ook in die periode aan hem ter beschikking stond. Dat [V] wellicht feitelijk geen gebruik meer van die kamer maakte doet daar niet aan af.

Voorts is [V] een bedrag van € 124,95 aan incassokosten verschuldigd omdat hij eerst na tussenkomst van de deurwaarder de huur tot en met 30 september 2006 heeft voldaan, aldus SSH.

3.

Het verweer van [V] komt voor zover nodig hierna bij de beoordeling van de vordering aan de orde.

4.

De kantonrechter is van oordeel dat de door SSH als huur gevorderde bedrag ad € 372,85 voor toewijzing in aanmerking komt. De kantonrechter overweegt daartoe dat [V] niet heeft betwist dat hij de kamer aan het [adres2] tot en met 2 maart 2007 ter beschikking heeft gehad. Dat hij, zoals hij ter zitting heeft verklaard, inmiddels feitelijk elders woonruimte had gevonden en in de kamer slechts nog zijn vloerbedekking lag en een stoel van hem stond bevestigt naar het oordeel van de kantonrechter ook dat de kamer tot zijn beschikking stond. De kantonrechter leidt uit de verklaringen van partijen af dat partijen (stilzwijgend) zijn overeengekomen dat [V], ondanks de opzegging daarvan door SSH tegen een eerdere datum, de kamer tot en met 2 maart 2007 mocht gebruiken.

5.

De gevorderde incassokosten ad € 124,95 zullen worden afgewezen. Uit de door [V] overgelegde, niet betwiste, producties blijkt dat de deurwaarder eerst bij brief van 7 september 2006 [V] heeft aangeschreven terzake een huurachterstand voor de periode tot en met 20 september 2006. Uit het door SSH overgelegde betalingsoverzicht blijkt dat de huur voor die periode echter op 28 augustus 2006 reeds was voldaan.

Het verweer van [V] dat deze incassokosten ten onrechte zijn gemaakt, treft dan ook doel.

6.

De door SSH gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, nu [V] de verschuldigdheid daarvan niet heeft betwist

7.

Gelet op het vorenwogene wordt de vordering in conventie toegewezen voor zover het de gevorderde huur betreft.

[V] wordt in conventie als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van SSH veroordeeld.

In reconventie

8.

[V] vordert in reconventie - samengevat - veroordeling van SSH tot betaling van een bedrag van € 7.900,- aan verhuiskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, dan wel een redelijke verhuiskostenvergoeding vast te stellen.

9.

De kantonrechter heeft SSH nog niet in de gelegenheid gesteld te concluderen voor antwoord in reconventie. De kantonrechter zal de zaak in reconventie in dat verband verwijzen naar de rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie door SSH.

10.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

veroordeelt [V]:

- om aan SSH tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 372,58 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 oktober 2007 tot aan de dag der algehele voldoening,

- tot betaling van de proceskosten aan de zijde van SSH, tot de uitspraak in dit vonnis begroot op € 355,31, waarin begrepen € 120,- aan salaris gemachtigde en € 84,31 aan explootkosten;

- verklaart dit vonnis in deze zaak uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af,

In reconventie:

- verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 6 februari 2008 te 9.30 uur, voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie door SSH;

- [V] zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om daarop bij conclusie van repliek in reconventie te reageren;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2008.