Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BG6721

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-12-2008
Datum publicatie
12-12-2008
Zaaknummer
16-995285-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In voorraad hebben (ter verkoop) van beschermde inheemse vogels zonder pootring of voorzien van een gemanipuleerde pootring

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/995285-07 en 16/997004-08 (ter terechtzitting gevoegd)

vonnis van de meervoudige economische kamer d.d. 11 december 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres], [woonplaats]

raadsvrouw mr. W.J. de Vries-Mulder, advocaat te Amersfoort.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 27 november 2008, waarbij de officieren van justitie mevr. mr. C. Zijlstra en mevr. mr. R.S. Mackor, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het wetboek van strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- vogels in strijd met de wet- en regelgeving respectievelijk voorhanden heeft gehad en binnen Nederland heeft gebracht (feit 1 van 16/995285-07 en feiten 1 en 2 van 16/997004-08);

- een net, bestemd voor het vangen van vogels, voorhanden heeft gehad (feit 2 van 16/995285-07).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie mr. Zijlstra acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich aan alle ten laste gelegde feiten heeft schuldig gemaakt.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen voor feit 2 van de zaak met parketnummer 16/995285-07. Het aangetroffen mistnet was niet bedoeld voor het vangen van vogels, hetgeen ook kan worden afgeleid uit de omstandigheid dat bij de doorzoeking van de woning geen apparatuur voor het illegaal ringen van vogels is aangetroffen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Bewijsoverwegingen

Dagvaarding 16/995285-07, feit 1:

Uit het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] volgt dat op 13 maart 2007 te Vleuten 51 vogels zijn aangetroffen, die deels ongeringd waren en deels voorzien van een gemanipuleerde pootring .

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte 1] handelde in vogels. De aangetroffen vogels waren hun beider eigendom.

Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dit feit.

Dagvaarding 16/995285-07, feit 2:

Op het erf van medeverdachte werd, naast de in feit 1 genoemde vogels, eveneens een mistnet aangetroffen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte in strafrechtelijke zin betrokken is bij het voorhanden hebben van dit mistnet en zal hem van dit feit vrijspreken.

Dagvaarding 16/997004-08, feiten 1 en 2:

Uit het proces-verbaal van observatie volgt dat verdachte op 23 april 2008 te Maria Ter Heide (België) vogels heeft gekocht en deze vogels in zijn auto heeft vervoerd naar een woning in Utrecht. Uit onderzoek bleek dat deze vogels allemaal waren voorzien van een gemanipuleerde pootring.

Verdachte had tevens een volière in gebruik op een terrein in Vleuten. In deze volière bevonden zich elf vogels, welke eveneens waren voorzien van een gemanipuleerde pootring.

Verdachte heeft bij de politie toegegeven dat hij ook toentertijd wel wist dat hij zich bezig hield met foute handel. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij de verklaring zoals hij die bij de politie had afgelegd, bleef.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide feiten.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 16/995284-07

1.

hij op 13 maart 2007, te Vleuten tezamen en in vereniging met een ander

opzettelijk dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort,

te weten 51 vogels, namelijk

- 11 veldleeuweriken (Alauda arvensis); en

- 10 vinken (Fringilla coelebs); en

- 6 geelgorzen (Emberiza citrinella); en

- 6 koolmezen (Parus major); en

- 4 roodborsten (Erithacus rubecula); en

- 1 frater (Carduelis flavirostris); en

- 1 ortolaan (Emberiza hortulana); en

- 1 rietgors (Emberiza schoeniclus); en

- 4 zanglijsters (Turdus philpmelos); en

- 4 kruisingen (v.e. putter) (Carduelis carduelis); en

- 1 putter (Carduelis carduelis); en

- 2 barmsijzen (Carduelis flammea);

ten verkoop voorhanden heeft gehad en/of in voorraad heeft gehad

Parketnummer 16/997004-08

1.

hij op 23 april 2008 te Maria Ter Heide (België) en/of te Utrecht, opzettelijk,

dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten 43 vogels,

namelijk:

- 23 putters (carduelis carduelis); en

- 11 kneuen (carduelis cannabina); en

- 9 zwartkoppen (sylvia atricapilla);

heeft gekocht en heeft verworven en ten verkoop voorhanden en/of in voorraad heeft

gehad en/of heeft vervoerd en binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

2.

hij op 23 april 2008 te Vleuten, opzettelijk dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten 11 vogels, namelijk:

- 4 groenlingen (carduelis chloris); en

- 4 kepen (fringilla montefringilla); en

- 2 vinken (fringilla coelebs); en

- 1 rietgors (emberiza schoenichus);

ten verkoop voorhanden en/of in voorraad heeft gehad .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Namens verdachte is aangevoerd dat de hectische omstandigheden op de vogelmarkt te Barneveld zodanig zijn dat het als aspirant koper van vogels niet mogelijk is om aan de onderzoeksplicht te voldoen. Het ontbreekt daarvoor op die momenten aan tijd en middelen.

De rechtbank begrijpt dit verweer als een beroep op schulduitsluitende omstandigheden en overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte begaf zich als semi-professionele handelaar op de markt in vogels. Aan hem worden dan hogen eisen gesteld en diende hij zich ervan te vergewissen dat de vogels in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving werden aangeboden. Slechts om te voorkomen dat andere kopers hem voor zouden zijn heeft verdachte de pootringen van de vogels niet nauwgezet gecontroleerd. Daarmee heeft hij zijn persoonlijk belang bij het sluiten van een lucratieve deal laten prevaleren boven de op hem rustende onderzoeksplicht. Aan deze onderzoeksplicht heeft verdachte niet voldaan. Bovendien blijkt uit de stukken dat een aantal vogels ook met het blote oog zichtbare kwetsuren ten gevolge van het manipulatief ringen had. Tot slot kan erop worden gewezen dat aan verdachte niet de koop van illegale vogels wordt verweten, maar het voorhanden c.q. in voorraad hebben daarvan. Niets stond eraan in de weg dat de verdachte ná de ‘hectiek’ van de vogelmarkt thuis de door hem gekochte vogels in alle rust zou inspecteren. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het verweer dient te worden verworpen.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. Zijlstra heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis en een geldboete van € 5000,-- subsidiair 55 dagen hechtenis.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangegeven dat verdachte bereid is de werkstraf te verrichten.

Gelet op de hoogte van het inkomen van verdachte heeft de raadsvrouw bepleit de geldboete te verlagen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

De straf die aan verdachte wordt opgelegd is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onder zich hebben van beschermde inheemse vogels. Deze vogels waren deels ongeringd en deels voorzien van een pootring die niet voldeed aan de wettelijke eisen. De naadloos gesloten pootring is nodig om aan te tonen dat een vogel daadwerkelijk in gevangenschap is geboren en dient dus om de stand van de wilde vogels te beschermen. Ongecontroleerd bezit en handel in beschermde inheemse vogels brengt grote schade toe aan de natuurlijke populaties en draagt bij aan een vermindering van de overlevingskansen van soorten in het wild.

Verdachte en zijn medeverdachte begaven zich als handelaren op de (digitale) vogelmarkt. In die hoedanigheid wordt van hen in het bijzonder verlangd dat zij zich bewust zijn van de verantwoordelijkheden met betrekking tot de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en dat zij conform hieraan handelen. Verdachte is hierin tekort geschoten. In 2007 is in verband hiermee proces-verbaal tegen hem opgemaakt en kreeg hij een transactievoorstel aangeboden. Verdachte heeft die transactie niet betaald en is op dezelfde voet doorgegaan met de handel. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting zich wat verhullend en verschuilend achter omstandigheden opgesteld en geen volledige opening van zaken gegeven.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straffen is in het voordeel van verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens een op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 16 oktober 2008 niet eerder is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf voor de duur van 240 uren noodzakelijk is. Een gedeelte hiervan, te weten 120 uren, zal zij voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (dergelijke) strafbare feiten te plegen.

De rechtbank komt voorts tot de conclusie dat een geldboete van € 5000,-- subsidiair 55 dagen vervangende hechtenis een passende sanctie is. De rechtbank ziet geen aanleiding deze geldboete te matigen, gelet op het feit dat verdachte na de ‘waarschuwing’ in 2007 door is gegaan met illegale handel. Evenmin is de draagkracht van verdachte voor de rechtbank aanleiding van de eis van de officier van justitie af te wijken.

De rechtbank zal bepalen dat deze geldboete in termijnen kan worden betaald.

7 Het beslag

7.1 De verbeurdverklaring

Het in beslag genomen geldbedrag van € 430,-- is vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat dit geldbedrag aan verdachte toebehoort en bestemd was voor het onder 1 (van dagvaarding met parketnummer 16/997004-08) bewezenverklaarde misdrijf.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op

- de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24a, 24c, 33, 33a, 47, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht,

- de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van onder 2 (van dagvaarding met parketnummer 16/995285-07) tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

(16/995285-07, feit 1 en 16/997004-08 feiten 1 en 2):

Telkens, overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13, eerste lid,

aanhef en onder a van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, waarvan 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze werkstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 3 dagen, in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 5000,=;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 55 dagen;

- bepaalt dat deze geldboete mag worden betaald in 10 maandelijkse termijnen van elk

€ 500,=;

Beslag

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen geldbedrag van € 430,=;

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. N.V.M. Gehlen en mr. J.W. Veenendaal, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van der Haar-Kleijer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op -.