Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5817

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
02-12-2008
Zaaknummer
258616 / KG ZA 08-1182
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De gemeente Utrecht heeft aan de eigenaar van een recreatiewoning op camping de Berekuil bestuursdwang aangezegd tot verwijdering van die woning op grond van de illegale bouw daarvan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemeente niet tot bestuursdwang over mag gaan totdat is beslist op de bouwaanvraag die de eigenaar van de recreatiewoning heeft ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 258616 / KG ZA 08-1182

Vonnis in kort geding van 2 december 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te Utrecht,

eiser,

advocaat mr. O.P. van der Linden te Utrecht,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE UTRECHT,

zetelend te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. J.M. van Noort te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- pleitnota en producties van [eiser].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 2 december 2008 vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. De feiten

2.1. In 1997 of 1998 heeft [eiser] een recreatiewoning gekocht op camping De Berekuil te Utrecht. Deze woning wordt aangeduid als huisje nr. 61, hierna te noemen: de recreatiewoning. Hij is daar met zijn toenmalige partner en hun twee dochters gaan wonen. De standplaats van de recreatiewoning heeft hij in huur van de eigenaar van de camping. In de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) staat [eiser] sinds 1997 ingeschreven op het adres van die standplaats.

2.2. In 2002 heeft [eiser] een aanbouw aan de recreatiewoning gebouwd.

2.3. Voor de bouw van de recreatiewoning was destijds geen vergunning verleend en ook de aanbouw is zonder vergunning gebouwd. Volgens mededeling van de Gemeente in de hierna onder 2.4 te vermelden brief was het bouwen van recreatiewoningen en bijgebouwen in strijd met het geldende bestemmingsplan, omdat volgens dat plan alleen gebouwen ten dienste van de bestemming “kampeerterrein” waren toegestaan en gebouwen als chalets of (sta)caravans niet als zodanig werden aangemerkt. Op de camping staan naast de recreatiewoning van [eiser] veel andere recreatiewoningen en bijgebouwen.

2.4. Bij brief van 28 februari 2007, verzonden op 2 maart 2007, heeft de Gemeente aan [eiser] een aanschrijving gezonden wegens de illegale bouw van zijn recreatiewoning. In deze brief is onder meer - kort weergegeven - het volgende vermeld:

-- In september 2006 is aan [eiser] een zogeheten vooraanschrijving gezonden, waarin hem is verzocht zijn illegaal gebouwde recreatiewoning vóór 20 november 2006 te verwijderen.

-- Volgens de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan is het bouwen van een recreatiewoning of een bijgebouw niet toegestaan.

-- In voorbereiding is echter een nieuw bestemmingsplan, waarin het bouwen van een recreatiewoning met een maximale oppervlakte van 66 m2 en van één bijgebouw met een maximale oppervlakte van 6 m2 zal zijn toegestaan.

-- Bestaande recreatiewoningen en bijgebouwen die in strijd met de geldende voorschriften zijn gebouwd, kunnen worden gelegaliseerd ofwel vrijgesteld van die geldende voorschriften, indien zij aan de bouwvoorschriften van het toekomstige bestemmingsplan voldoen of daaraan worden aangepast en alsnog een bouwvergunning wordt aangevraagd. Deze aanvraag wordt op grond van artikel 40 Woningwet getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de bouwverordening en redelijke eisen van welstand.

-- De recreatiewoning van [eiser] is kleiner dan 66 m2, doch het bijgebouw is groter dan 6 m2.

-- De recreatiewoning komt in aanmerking voor vrijstelling; het bijgebouw niet.

-- In geval van overtreding van wettelijke voorschriften is het bevoegde bestuursorgaan verplicht handhavend optreden hetzij door het uitoefenen van bestuursdwang hetzij door het opleggen van een last onder dwangsom. In dit geval is sprake van illegale bouw, doch bestaat de mogelijkheid om die te legaliseren.

-- [eiser] wordt aangeschreven om vóór 1 maart 2008 de recreatiewoning te verwijderen. Het wordt hem echter toegestaan om vóór die datum een ontvankelijke aanvraag voor een reguliere bouwvergunning in te dienen, zowel voor de recreatiewoning als voor het bijgebouw. Daarbij worden aanwijzingen gegeven voor de wijze van indienen van die bouwaanvraag.

-- Indien de recreatiewoning niet vóór 1 maart 2008 is verwijderd, zal de Gemeente bestuursdwang toepassen, dat wil zeggen dat die woning in opdracht van de Gemeente zal worden verwijderd.

-- De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is zes weken.

2.5. In 2007 zijn in de relatie van [eiser] en zijn partner ernstige problemen ontstaan. In de zomer van 2007 is hun relatie verbroken. De partner van [eiser] is op enig moment met de kinderen verhuisd naar een huurwoning in Bilthoven. [eiser] is in de recreatiewoning blijven wonen.

2.6. In augustus 2007 is [eiser] wegens ernstige depressieve klachten opgenomen in de crisisopvang van Altrecht te Utrecht. Aansluitend aan deze opname is hij tot medio juni 2008 bij Medisch Centrum Mesos in psychiatrische dagbehandeling geweest.

2.7. Bij brief van 11 november 2008, verzonden 12 november 2008 heeft de Gemeente onder meer aangekondigd tot toepassing van bestuursdwang over te gaan, omdat (i) [eiser] binnen de gestelde termijn geen bezwaar had gemaakt tegen de onder 2.4 vermelde aanschrijving om vóór 1 maart 2008 zijn illegaal gebouwde recreatiewoning te verwijderen; (ii) hij evenmin een bouwvergunning ter legalisering had ingediend en (iii) hij ook niet tot verwijdering van de recreatiewoning was overgegaan. De bestuursdwang houdt in dat op 26 en 27 november 2008 in opdracht van de Gemeente de recreatiewoning van [eiser] zal worden verwijderd en worden opgeslagen. Vermeld wordt dat tegen deze bestuursdwang geen rechtsmaatregelen aangewend kunnen worden.

2.8. [eiser] heeft bij brief van 21 november 2008 van zijn raadsman bij de Gemeente een aanvraag voor een bouwvergunning ingediend, waarbij is uitgegaan van de originele bouwtekening en van de sloop van de aanbouw, waardoor de oppervlakte van de recreatiewoning binnen de voorgeschreven maat zal komen.

2.9. [eiser] heeft bij brief van 25 november 2008 van zijn raadsman nog tekeningen nagezonden die abusievelijk niet bij de aanvraag bouwvergunning waren gevoegd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - dat aan de Gemeente op straffe van een nog te bepalen dwangsom wordt verboden de aangezegde bestuursdwang, te weten het verwijderen van de recreatiewoning van [eiser], uit te voeren totdat is beslist op de bouwaanvraag die [eiser] op 21 november 2008 heeft ingediend.

3.2. De Gemeente voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Als uitgangspunt geldt dat het aanschrijvingsbesluit formele rechtskracht heeft en de Gemeente op basis daarvan bevoegd is tot handhaving, hetgeen voor de Gemeente tevens de verplichting meebrengt om tot die handhaving over te gaan. Daaraan kunnen slechts zeer bijzondere omstandigheden in de weg staan. Tot die omstandigheden behoort een concreet uitzicht op legalisering. Het besluit van 2 maart 2007 houdt onder meer in dat de mogelijkheid van legalisering bestaat, indien daarvoor een bouwvergunning wordt aangevraagd.

4.2. [eiser] heeft recentelijk een aanvraag voor een bouwvergunning ingediend. Vast staat dat de termijn daarvoor reeds is verstreken. [eiser] beroept zich echter op andere gevallen op de camping, waarin een te laat ingediende bouwvergunningsaanvraag alsnog in behandeling is genomen. Ter zitting heeft de gemeente desgevraagd verklaard dat zij in een paar gevallen een aanvraag voor een bouwvergunning ter legalisering van illegale (aan)bouw van soortgelijke chalets op de camping, in behandeling heeft genomen hoewel de in de aanschrijving bepaalde termijn reeds was verstreken. Het gelijkheidbeginsel brengt dan met zich dat als die vergunningsaanvragen vergelijkbaar waren met de aanvraag van [eiser], het de Gemeente niet toegestaan is de vergunningaanvraag van [eiser] niet in behandeling te nemen enkel vanwege de overschrijding van de termijn voor indiening.

4.3. De Gemeente heeft de toepassing van het gelijkheidsbeginsel betwist omdat er in die andere gevallen vanwege de (legale) tijdelijke bewoning een concreet uitzicht op legalisering bestond, terwijl dat volgens haar voor [eiser] niet bestaat, omdat hij zijn chalet (illegaal) permanent bewoont en op die grond de bouwvergunning zal worden geweigerd, aldus de Gemeente.

4.4. Dit standpunt van de Gemeente kan niet worden aanvaard. Voor zover zij stelt dat in dit geval de mogelijkheid van legalisering vanwege de illegale permanente bewoning niet bestaat, is dat in strijd met het besluit van 2 maart 2007, dat immers mede inhoudt dat de mogelijkheid van legalisering wél bestaat. Daarvan moet worden uitgegaan, nu dat besluit onherroepelijk vaststaat en de Gemeente daarop de in het geding zijnde handhaving baseert. Daarbij is van belang dat de Gemeente desgevraagd heeft verklaard (i) dat het tegengaan van illegale permanente bewoning los staat van de bestrijding van illegale bouwwerken, (ii) dat die beide kwesties in afzonderlijke procedures worden behandeld, en (iii) dat het besluit van 2 maart 2007 en de daarop gebaseerde handhaving uitsluitend de illegale bouw van de recreatiewoning betreft.

4.5. Dit betekent dat de beslissing van de gemeente om bestuursdwang toe te passen, althans voort te zetten, terwijl er een aanvraag tot een bouwvergunning is ingediend, in dit geval in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

4.6. De Gemeente stelt verder nog dat bij een onverwijlde uitvoering van de handhavingsmaatregelen voor [eiser] geen onomkeerbare situatie zal ontstaan, omdat de recreatiewoning na een positief besluit op de vergunningsaanvraag teruggeplaatst kan worden. Volgens de Gemeente heeft [eiser] derhalve geen of onvoldoende belang bij uitstel van die maatregelen.

4.7. Ook dit standpunt van de Gemeente kan niet worden aanvaard. Ook als het fysiek mogelijk zal zijn om de recreatiewoning terug te plaatsen, dan moet toch – volgens de onweersproken stelling van [eiser] – redelijkerwijs verwacht worden dat de eigenaar van de camping dat zal beletten, gezien het gerezen geschil tussen deze eigenaar en de huurders van de standplaatsen. Er bestaat derhalve een grote kans dat directe uitvoering van de handhavingsmaatregelen voor [eiser] het definitieve verlies van zijn recreatiewoning zal meebrengen, ook als later zal blijken dat de bouwvergunning ter legalisering kan worden verleend. Anderzijds geldt voor de Gemeente dat zij bij uitstel van de handhavingsmaatregelen enkel nadeel ondervindt in de vorm van de kosten van dat uitstel.

4.8. De voorgaande overwegingen leiden tot het oordeel dat de Gemeente thans niet tot directe uitvoering van de handhavingsmaatregelen mag overgaan totdat op de bouwvergunningsaanvraag van [eiser] is beslist.

4.9. Hoewel bekend is dat de Gemeente zich houdt aan gerechtelijke uitspraken, zal een dwangsom worden bepaald, omdat de Gemeente daartegen geen bezwaar heeft gemaakt. Redelijkerwijze zal die dwangsom op het hierna te vermelden bedrag worden bepaald.

4.10. De vordering zal derhalve op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

4.11. De Gemeente zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,44

- vast recht EUR 254,00

- salaris advocaat -- 816,00

Totaal EUR 1.155,44

DE BESLISSING

De voorzieningenrechter

a) verbiedt de Gemeente de tegen [eiser] aangekondigde bestuursdwang, te weten het verwijderen van zijn recreatiewoning met kenmerk huisje 61 op camping De Berekuil aan de Ariënslaan 5 te Utrecht, uit te voeren totdat is beslist op de bouwaanvraag die [eiser] op 21 november 2008 heeft ingediend;

b) bepaalt dat de Gemeente een dwangsom verbeurt van EUR 50.000,--, indien zij in gebreke blijft te voldoen aan hetgeen onder a) is bepaald;

c) veroordeelt de Gemeente in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.155,44;

d) verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

e) wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2008.?

w.g. griffier w.g. rechter