Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5730

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-12-2008
Datum publicatie
01-12-2008
Zaaknummer
16/600225-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontucht met minderjarige dochter en twee minderjarige vriendinnetjes van zijn dochter, destijds ongeveer 9 jaar oud. Tevens bezit van kinderporno. Gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600225-07 en 16/500049-08 (ttz gev)

Datum uitspraak: 1 december 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak

gewezen in de gevoegde zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Raadsman: mr. F.A. Geevers, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

19 oktober 2007, 12 februari 2008, 25 augustus 2008 en 17 november 2008.

De tenlastelegging

Aan bovengenoemde gedagvaarde persoon wordt - na wijziging ter terechtzitting d.d.

12 februari 2008 en d.d. 19 oktober 2008, hierna cursief aangegeven - tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 30

september 2006 tot en met 16 januari 2007 te Maarssen, althans in het

arrondissement Utrecht,

(telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten zijn

dochter [hierna te noemen slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], bestaande (telkens) die

ontucht hierin dat hij

- van/over dier buik(streek) heeft geaaid en/of gestreeld en/of gewreven en/of

betast en/of

- over dier (blote) vagina, althans dier (blote) schaamstreek, heeft

gewreven, althans dier vagina/schaamstreek heeft aangeraakt/betast en/of

gestreeld en/of

- een of meer foto('s) van die [slachtoffer 1] terwijl die [slachtoffer 1]

bloot was ((met een derde) in een of meer bepaalde seksue(e)l(e)/ontuchtig(e)

getinte pose(s)) genomen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft opgedragen, althans ertoe heeft gebracht voor hem,

verdachte, dier onderbroekje omlaag te doen/uit te trekken en/of

- dier blote vagina, althans dier blote (onder)lichaam aan hem, verdachte te

tonen;

2.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober

2006 tot 16 januari 2007 te Maarssen, althans in Nederland, (telkens) ontucht

heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], door (telkens)

ontuchtig

- over dier (blote) vagina, althans dier (blote) schaamstreek, te wrijven,

althans dier vagina/schaamstreek aan te raken en/of betasten en/of te strelen

en/of

- over dier (blote) bil(len) te wrijven, althans dier (blote) bil(len), aan te

raken en/of te betasten en/of te strelen en/of

- over dier (blote) borst(en), althans dier (blote) (boven)lichaam, te wrijven

en/of aan te raken en/of te betasten en/of te strelen en/of

- een of meer foto('s) van die [slachtoffer 2] terwijl die [slachtoffer 2] bloot was ((met een derde) in een of meer bepaalde

seksue(e)l(e)/ontuchtig(e) getinte pose(s)) te nemen;

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 01 oktober 2006 tot en met

16 januari 2007 te Maarssen, althans in Nederland, met [slachtoffer 2],

geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, door (telkens) ontuchtig

- over dier (blote) vagina, althans dier (blote) schaamstreek, te wrijven,

althans dier vagina/schaamstreek aan te raken en/of betasten en/of te strelen

en/of

- over dier (blote) bil(len) te wrijven, althans dier (blote) bil(len), aan te

raken en/of te betasten en/of te strelen en/of

- over dier (blote) borst(en), althans dier (blote) (boven)lichaam, te wrijven

en/of aan te raken en/of te betasten en/of te strelen en/of

- een of meer foto('s) van die [slachtoffer 2] terwijl die [slachtoffer 2] bloot was ((met een derde) in een of meer bepaalde

seksue(e)l(e)/ontuchtig(e) getinte pose(s)) te nemen;

3.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober

2006 tot 16 januari 2007 te Maarssen, althans in Nederland, (telkens) ontucht

heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum], door

(telkens) ontuchtig

- die [slachtoffer 3] op te dragen, althans ertoe te brengen voor hem,

verdachte, dier onderbroekje omlaag te doen/uit te trekken en/of

- dier blote vagina en/of dier blote bil(len), althans dier blote

(onder)lichaam aan hem, verdachte te tonen;

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober

2006 tot 16 januari 2007 te Maarssen, althans in Nederland, met [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige

handelingen heeft gepleegd, door (telkens) ontuchtig

- die [slachtoffer 3] op te dragen, althans ertoe te brengen voor hem,

verdachte, dier onderbroekje omlaag te doen/uit te trekken en/of

- dier blote vagina en/of dier blote bil(len), althans dier blote

(onder)lichaam aan hem, verdachte te tonen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2006 tot 16 januari 2007 te

Maarssen, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een

film/filmfragment en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer

afbeelding(en) en/of een of meer film(s)/filmfragment(en) van seksuele

gedragingen, waaronder

- zestien, althans een of meer, afbeelding(en) waarin een meisje in de

leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud, die geheel naakt een poserende houding

aanneemt en waarbij de nadruk ligt op de blote vagina en/of

- een afbeelding van een meisje in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud die

de stijve penis van een kennelijke volwassen man in haar mond heeft en/of

- eenentwintig, althans een of meer, afbeelding(en) waarin een jongen in de

leeftijd tussen 6 en 13 jaar oud, die geheel naakt een poserende houding

aanneemt en waarbij de nadruk ligt op de blote penis en/of

- een afbeelding waarin twee jongens in de leeftijd tussen de 8 en 13 jaar oud

die geheel naakt met hun handen elkaars penis vasthouden en/of

- vier, althans een of meer, filmfragment(en) waarin ieder geval een opname

is opgenomen van een meisje in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud, die de

stijve penis van een kennelijk volwassen man in haar mond heeft en met haar

hoofd op en neer gaande bewegingen maakt en/of

- vijf, althans een of meer, filmfragment(en) waarin ieder geval een opname is

opgenomen van een meisje in de leeftijd tussen de 14 tot 18 jaar oud die door

een stijve penis van een kennelijk volwassen man in haar vagina wordt

gepenetreerd; de man maakt hierbij met zijn onderlichaam heen en weer gaande

bewegingen en/of

- een filmfragment waarin in ieder geval een opname is opgenomen van een

jongen in de leeftijd tussen de 17 en 13 jaar oud wiens stijve penis in de

mond van een kennelijk volwassen vrouw zit; deze vrouw maakt vervolgens met

haar hoofd op en neer gaande bewegingen,

(welke vorenbedoelde afbeelding(en) en/of film(s)/filmfragment(en)

staat/stonden en/of staan/stonden (opgeslagen/aangetroffen) op de harde

schijf van het merk Seagate met de vindplaatscode B.A.04 en/of op de computer van het merk Compaq met de vindplaatscode A.A.03 en omschreven/

beschreven op de bladzijden 137 tot en met 139 van het C proces-verbaal)

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) en/of film(s)/filmfragment(en)

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken,

(telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd

en/of in bezit heeft gehad;

16/500049-08

hij op of omstreeks 21 februari 2007 en/of op 22 oktober 2007 en/of op een of

meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2007 20 april 2007

tot en met 22 oktober 2007 te Maarssen, in elk geval in Nederland, één of meermalen

een afbeelding (61 stuks) en/of een film/filmfragment(en) (18 stuks) en/of een

gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen en/of

film/filmfragment(en) van seksuele gedragingen, waaronder

- zestien afbeeldingen waarin een meisje in de leeftijd tussen de 7 en de 13

jaar oud, die geheel naakt een poserende houding aanneemt en waarbij de nadruk

ligt op de blote vagina;

- twee afbeeldingen van een meisje in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud,

die de stijve penis van een kennelijk volwassen man in haar mond heeft;

- een afbeelding van een meisje in de leeftijd tussen de 7 en de 13 jaar oud

die vaginaal gepenetreerd wordt door een stijve penis van een kennelijk

volwassen man;

- vijftien afbeeldingen waarin een meisje in de leeftijd tussen de 14 tot 18

jaar oud, die geheel naakt een poserende houding aanneemt en waarbij de nadruk

ligt op de blote vagina;

- drie afbeeldingen van een meisje in de leeftijd tussen de 14 en 18 jaar

oud, die in haar vagina gepenetreerd wordt door de stijve penis van een

volwassen man;

- acht afbeeldingen waarin een jongen in de leeftijd tussen de 6 en 13 jaar

oud, die geheel naakt een poserende houding aanneemt en waarbij de nadruk

ligt op de blote penis;

- een afbeelding van een jongen in de leeftijd tussen de 7 tot 13 jaar oud die

de stijve penis van een leeftijdsgenoot in zijn mond heeft;

- vier filmfragmenten waarin in ieder geval een opname is opgenomen van een

meisje in de leeftijd tussen 7 en 13 jaar oud die door een stijve penis van

een kennelijke volwassen man in haar vagina gepenetreerd wordt. De man maakt

hierbij met zijn onderlichaam heen en weer gaande bewegingen;

- negen afbeeldingen van een meisje tussen de 7 en de 13 jaar oud. Op zes

afbeeldingen is dit meisje alleen gekleed in een oranje kleurig T-shirt. Op 3

afbeeldingen is zij geheel naakt. Zij ligt op haar rug en heeft haar beentjes

gespreid en op sommige afbeeldingen trekt zij met haar vingers haar

schaamlippen van de vagina uit elkaar. Bij al deze afbeeldingen ligt de nadruk

op haar blote vagina;

- Op een afbeelding zijn 2 meisjes in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud

te zien. 1 meisje ligt naakt met gespreide benen op een bed en het 2e meisje

staat daar naakt wijdbeens achter;

- Op een afbeelding staat een meisje in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud

geheel naakt te poseren. Op de achtergrond is een foto te zien met daarop twee

dolfijnen;

(welk vorenbedoelde afbeelding(en) en/of film/filmfragment(en) staat/stonden

(opgeslagen/aangetroffen) op de computer van het merk Compaq met de

vindplaatscode A.A.03 en/of op de harde schijf van het merk Seagate met de

vindplaatscode B.A.04 en/of op de harde schijf van het merk Maxtor 200 Gb

(afkomstig uit de computer van het merk Microstar van maart 2007 en oktober

2007) en/of op de CD-rom gemerkt met het opschrift Aarkruid, BPSnr:

07-019133, opschrift Track No01.nrg, FODTPU-1371-3850 en

beschreven/omschreven op de bladzijden 51 tot en met 57 van het

E-proces-verbaal)

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) en/of film(s)/filmfragment(en)

(telkens) een persoon/personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken,

(telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd

en/of in bezit heeft gehad.

De geldigheid van de dagvaarding

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding deels nietig is, omdat onduidelijk is op welke feitelijke gedragingen het tweede gedeelte van het onder 1 ten laste gelegde feit (gedachtestreepjes 3, 4 en 5) gericht is.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer van de verdediging dient te worden verworpen, omdat uit het strafdossier duidelijk blijkt tegen welke verwijten de verdediging zich dient te verweren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging op gedeeltelijke nietigheid van de dagvaarding, zoals voornoemd. Gelet op het strafdossier is volstrekt duidelijk dat het bestreden gedeelte van de dagvaarding ziet op het maken van naaktfoto’s van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] respectievelijk het tonen van een seksboekje aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hun onderbroekjes naar beneden hebben getrokken.

De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht hetgeen verdachte onder 1, 2, 3, 4 en onder 16/500049-08 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem verweten gedragingen.

Voor wat betreft de feiten 1, 2 en 3 heeft de raadsman gesteld dat de verklaringen van de meisjes veel vragen blijven oproepen, dat de belastende verklaringen ten dele ook worden teruggenomen en dat de door de verdachte afgelegde verklaringen als ‘plausibel’ kunnen worden aangemerkt.

Met betrekking tot feit 4 en het onder 16/500049-08 ten laste gelegde stelt de raadsman zich op het standpunt dat geen sprake is geweest van strafrechtelijk relevant bezit.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 (16/600225-07)

De rechtbank acht de feiten 1, 2 primair, 3 primair en 4 wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van enkele onderdelen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft een dochter [slachtoffer 1] en een zoon […]. Eind 2006, begin 2007 was [slachtoffer 1] bevriend met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Op 14 januari 2007 vertelde [slachtoffer 3] aan haar ouders dat zij en [slachtoffer 1] aan verdachte hadden gevraagd of ze seksboekjes mochten zien en dat verdachte vervolgens een seksboekje heeft laten zien, op voorwaarde dat de kinderen hun onderbroek naar beneden deden.

Op 15 januari 2007 heeft de moeder van [slachtoffer 3] gesproken met [slachtoffer 1]. Over die seksboekjes zei [slachtoffer 1] toen dat zij die hadden gezien, dat [slachtoffer 3] en [haar broertje] hadden gezeurd over die boekjes, dat verdachte die boekjes toen ging laten zien en dat verdachte toen vroeg of zij hun onderbroekje naar beneden wilden doen.

Op 16 januari 2007 werd de moeder van [slachtoffer 2] telefonisch door de moeder van [slachtoffer 3] op de hoogte gesteld van hetgeen zij van [slachtoffer 3] had gehoord. De ouders van [slachtoffer 2] hebben vervolgens aan [slachtoffer 2] gevraagd of er iets raars gebeurd was als zij bij [slachtoffer 1] logeerde. Kort daarna heeft [slachtoffer 2] aan haar ouders een briefje geschreven met de tekst “Lieve papa en mama. [Verdachte] heeft foto’s gemaakt van [slachtoffer 1] en mij in ons blootje, groetjes je dochter”. De moeder van [slachtoffer 2] heeft diezelfde dag gesproken met haar dochter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] vertelde dat [verdachte] foto’s had gemaakt nadat zij onder de douche vandaan waren gekomen. De vader van [slachtoffer 2] en de moeder van [slachtoffer 3] zijn diezelfde avond nog in gesprek gegaan met de ouders van [slachtoffer 1] (verdachte en zijn echtgenote). De moeder van [slachtoffer 1] heeft daarna afzonderlijk met [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gesproken. [Slachtoffer 1] gaf in dit gesprek aan dat het klopte dat papa blootfoto’s had gemaakt. [Slachtoffer 3] vertelde haar dat ze bij verdachte hadden gezeurd om die seksboekjes en dat verdachte toen had gezegd: “OK, als jullie je broekjes naar beneden doen”. [Slachtoffer 2] bevestigde tegen de moeder van [slachtoffer 1] dat er blootfoto’s van haar en [slachtoffer 1] waren gemaakt. Na dit gesprek bracht de moeder van [slachtoffer 1] [slachtoffer 3] terug naar haar ouders. [Slachtoffer 1] was daar bij. De moeder van [slachtoffer 3] hoorde [slachtoffer 1] toen zeggen dat verdachte had gevraagd of zij hun broekje naar beneden wilden doen en dat haar vader foto’s van haar en [slachtoffer 2] had gemaakt.

Ten aanzien van feit 1 (1e en 2e gedachtestreepje) voorts

Aan verdachte is onder feit 1 (1e en 2e gedachtestreepje) - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zijn dochter [slachtoffer 1] ontuchtig heeft betast. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde handelingen heeft verricht, gelet op de verklaring van [slachtoffer 1] bij psycholoog en kindertherapeut H.W.M. Scheeren, slechts enkele dagen nadat de zaak aan het rollen is gegaan, de omstandigheid dat verdachte naaktfoto’s heeft gemaakt van zowel zijn dochter [slachtoffer 1] als haar vriendinnetje [slachtoffer 2] en de bewezenverklaring

- hierna - dat verdachte [slachtoffer 2] heeft betast. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat het ontuchtig betasten van [slachtoffer 1] in de ten laste gelegde periode is gebeurd. Om die reden zal de rechtbank verdachte hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van feit 1 (3e gedachtestreepje) en feit 2 (4e gedachtestreepje) voorts

Aan verdachte is onder feit 1 (3e gedachtestreepje) en feit 2 (4e gedachtestreepje)

ten laste gelegd dat hij van zijn minderjarige dochter [slachtoffer 1] en haar minderjarige vriendinnetje [slachtoffer 2] foto’s heeft gemaakt terwijl [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bloot waren en bepaalde seksueel/ontuchtig getinte poses aannamen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze ten laste gelegde handelingen heeft verricht in de ten laste gelegde periode.

[Slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben beiden een verklaring afgelegd in een studioverhoor dat op respectievelijk 8 februari 2007 en 28 februari 2007 plaatsvond. Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte van hen (samen) na het douchen foto’s heeft gemaakt, terwijl zij naakt waren. Beiden omschrijven in hun verklaring bepaalde seksueel getinte poses die zij van verdachte dienden aan te nemen bij het maken van de foto’s.

Op een computer van verdachte is een aantal foto’s aangetroffen waarop naakte meisjes te zien zijn die de door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] omschreven poses aannemen, waaronder foto 4 en foto 12. Ter terechtzitting d.d. 12 februari 2008 heeft verdachte verklaard dat het meisje op foto 4 [slachtoffer 2] is. Verder geeft hij aan dat hij denkt dat het bovenste meisje op foto 12 zijn dochter [slachtoffer 1] is. De moeder van [slachtoffer 2] is als getuige gehoord door de rechter-commissaris op 15 april 2008 en aan haar zijn foto nummer 4 en 12 ook getoond. Ook zij geeft aan dat het meisje op foto 4 [slachtoffer 2] is. Verder heeft zij verklaard dat het onderste meisje op foto 12 [slachtoffer 2] is. Het bovenste meisje op deze foto zou [slachtoffer 1] kunnen zijn omdat het postuur van het meisje op de foto hetzelfde is als dat van [slachtoffer 1], aldus de moeder van [slachtoffer 2].

Gezien het voorgaande, is de rechtbank ervan overtuigd dat de meisjes die op foto 4 en 12 staan, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn.

Met betrekking tot het verweer dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de foto’s zelf hebben gemaakt en ook zelf op de computer hebben gezet heeft de verdediging het volgende aangevoerd. De “fotocollage” die op de computer van verdachte is aangetroffen, bestaat uit 14 foto’s. Op één van deze foto’s, foto 7, is een naakt meisje op een badkamervloer te zien. Volgens de verdediging is dit meisje [slachtoffer 2]. En aangezien die foto aantoonbaar niet in de woning van verdachte is gemaakt, terwijl [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun studioverhoren in 2007 hebben verklaard dat verdachte naaktfoto’s van hen had gemaakt in de slaapkamer van verdachte, ondersteunt dit dat de meisjes hebben gelogen, aldus de verdediging.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Over de mogelijkheid dat zij en [slachtoffer 2] de foto’s zelf hebben gemaakt, geeft [slachtoffer 1] tijdens voornoemd studioverhoor aan dat dit niet kan, omdat zij en [slachtoffer 2] ook samen op de foto zijn geweest. Ook verklaart [slachtoffer 1] tijdens voornoemd studioverhoor stellig dat - hoewel haar vader de hele tijd zegt dat hij het niet heeft gedaan - zij zeker weet dat papa de foto’s heeft gemaakt. [Slachtoffer 2] heeft tijdens haar tweede studioverhoor, dat plaatsvond op 10 november 2008, herhaald dat verdachte de foto’s heeft gemaakt. Zij verklaart dat zij geen blootfoto’s van [slachtoffer 1] heeft gemaakt en [slachtoffer 1] ook niet van haar. Ook verklaart zij dat [slachtoffer 3] geen foto’s heeft gemaakt van haar of van [slachtoffer 1]. Ze weet niets van een foto die van haar gemaakt zou zijn op een badkamervloer.

Van voornoemde 14 foto’s hebben 10 afbeeldingen nummers als bestandsnaam: s.063, s.064 etc. De overige 4 foto’s hebben echter een afwijkende bestandsnaam. Het gaat om 2 foto’s waarop Tiffany Amber Thiessen is te zien, 1 foto waarop een onbekende volwassen vrouw is te zien en foto 7, waarop het meisje op de badkamervloer is te zien. Foto 7 heeft als bestandsnaam “[bestandsnaam].jpg”. De rechtbank acht het volstrekt onaannemelijk dat meisjes van 9 jaar oud een foto een dergelijke naam kunnen geven en de foto onder die naam op een computer kunnen opslaan. Foto 7 is in uitvergrote vorm bovendien getoond aan de ouders van [slachtoffer 2], die daartoe als getuigen zijn gehoord. Beiden herkennen het meisje op die foto niet als hun dochter [slachtoffer 2].

De foto’s waren voorts slechts met specifieke software te vinden. De rechtbank acht het volstrekt onaannemelijk dat meisjes van 9 jaar in staat zijn om foto’s op een computer zodanig te verwijderen dat ze slechts met specifieke software weer te traceren zijn.

Tot slot verklaart [slachtoffer 2] tijdens haar tweede studioverhoor op 10 november 2008 - ten aanzien van de verklaring van [slachtoffer 1] dat haar vader de foto’s van de camera heeft verwijderd nadat ze genomen waren - dat verdachte, nadat hij de foto’s had gemaakt, op de computer ging kijken. Zij mochten daar niet bij zijn. Verdachte zei dat hij de foto’s had verwijderd. Hieruit volgt dat verdachte de foto’s van de camera op zijn computer heeft gezet.

Gezien het voorgaande, is de rechtbank ervan overtuigd dat verdachte 10 naaktfoto’s van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gemaakt. Door het maken van naaktfoto’s van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in bepaalde seksuele/ontuchtig getinte poses heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen, zoals bedoeld in artikel 249 Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 1 (4e en 5e gedachtestreepje) en feit 3 primair voorts

Aan verdachte is onder feit 1 (4e en 5e gedachtestreepje) en feit 3 primair - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij een ontuchtige handeling heeft verricht bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] door hen seksboekjes te tonen en hen daarbij hun onderbroekjes naar beneden te laten trekken en hun blote vagina te tonen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit ten laste gelegde feit heeft begaan.

De moeder van [slachtoffer 1] is met [slachtoffer 1] naar de huisarts gegaan, die haar heeft doorverwezen naar pedagoog, psycholoog en kindertherapeut H.W.M. Scheeren. Mevrouw Scheeren heeft op 17 januari 2007 gesproken met [slachtoffer 1] en haar aantekeningen en de aantekeningen die [slachtoffer 1] zelf heeft geschreven later aan de politie overhandigd. Uit deze aantekeningen blijkt dat [slachtoffer 1] bij het verhaal blijft dat zij al eerder vertelde. Zij twijfelt er niet aan dat papa aan haar, [slachtoffer 3] en [haar broertje] seksboekjes heeft laten zien en daarbij aan hen heeft gevraagd of zij hun onderbroekje naar beneden wilden doen, waarna zij hun broekjes naar beneden deden .

[Slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] hebben beiden een verklaring afgelegd in een studioverhoor dat op respectievelijk 8 februari 2007 en 28 februari 2007 plaatsvond. Zowel [slachtoffer 3] als [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [haar broertje] om seksboekjes zeurden, waarna zij hun onderbroekje naar beneden deden en verdachte hun seksboekjes toonde. [Slachtoffer 3] verklaarde dat dit in totaal drie keer is gebeurd in oktober 2006 en december 2006. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat dit is gebeurd toen [slachtoffer 3] kwam logeren. Uit de aantekeningen die de moeder van [slachtoffer 1] heeft gemaakt in haar agenda, blijkt dat [slachtoffer 3] in of omstreeks die periode inderdaad is blijven logeren.

Door de verdediging is aangevoerd dat het niet verdachte, maar [slachtoffer 3] was die heeft geïnitieerd dat zij hun onderbroekjes naar beneden zouden doen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt dat, zelfs al zou [slachtoffer 3] dit hebben geïnitieerd, verdachte onder deze omstandigheden de kinderen ertoe gebracht heeft dat zij hun onderbroekjes naar beneden deden, hetzij door het te vragen, hetzij door het te aanvaarden als tegenprestatie.

Ten aanzien van feit 2 primair (gedachtestreepjes 1, 2 en 3) voorts

Onder 2 primair (gedachtestreepje 1, 2 en 3) is aan verdachte - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij de minderjarige [slachtoffer 2] ontuchtig heeft betast.

Nadat [slachtoffer 2] in januari 2007 al aan haar ouders vertelde dat verdachte haar had betast , legt zij een meer uitgebreide verklaring af tijdens het studioverhoor dat op 8 februari 2007 plaatsvond. Tijdens dit studioverhoor verklaart [slachtoffer 2] dat [slachtoffer 1] even naar de WC ging, waarna verdachte onder haar kleding ging en over haar borsten, billen en haar vagina wreef. De tweede keer dat dit gebeurde, was [slachtoffer 1] er wel bij, maar zij heeft het niet gezien.

[Slachtoffer 2] verklaart dat dit is gebeurd in november en december (de rechtbank begrijpt 2006), toen zij bij [slachtoffer 1] aan het logeren was. Uit de aantekeningen die de moeder van [slachtoffer 1] heeft gemaakt in haar agenda, blijkt dat [slachtoffer 2] in of omstreeks die periode inderdaad is blijven logeren.

Gezien het voorgaande en de omstandigheid dat verdachte naaktfoto’s heeft gemaakt van zowel zijn dochter [slachtoffer 1] als haar vriendinnetje [slachtoffer 2], zijn eigen dochter [slachtoffer 1] ook heeft betast, ontuchtige handelingen heeft gepleegd door zijn dochter [slachtoffer 1] en haar vriendinnetje [slachtoffer 3] ertoe te brengen hun onderbroekje naar beneden te doen en hun blote vagina aan hem te tonen en het feit dat er bij verdachte kinderporno is aangetroffen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde handelingen met [slachtoffer 2] heeft verricht.

Ten aanzien van feit 4 voorts

Aan verdachte is onder 4 ten laste gelegd dat hij kinderpornografische afbeeldingen en filmfragmenten in zijn bezit heeft gehad in de periode van 1 oktober 2006 tot en met

16 januari 2007. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft gepleegd, gelet op het volgende.

In de voormalige woning van verdachte, gelegen aan de [adres] te [woonplaats], is op 21 februari 2007 een aantal gegevensdragers in beslag genomen, waaronder een harde schijf van het merk Seagate, met de vindplaatscode B.A.04 en een computer van het merk Compaq, met de vindplaatscode B.A.03. Op voornoemde harde schijf, aangetroffen op het bureau in een werkkamer op de eerste verdieping, zijn door de recherche 39 reeds verwijderde kinderpornografische afbeeldingen en 27 reeds verwijderde kinderpornografische filmfragmenten aangetroffen, zoals omschreven in de tenlastelegging. Deze bestanden zijn op voornoemde harde schijf aangemaakt tussen 26 oktober 2006 en 27 oktober 2006. Op voornoemde computer, aangetroffen onder de open trap in de woonkamer , zijn door de recherche 22 kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen.

Uit het strafdossier blijkt dat van de 134 bestandsnamen die kinderporno suggereren en zijn aangetroffen op voornoemde harde schijf er 21 ook zijn aangetroffen op voornoemde computer. Gezien het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de kinderpornografische afbeeldingen en filmfragmenten stonden opgeslagen op de harde schijf van het merk Seagate met vindplaatscode B.A.04 en/of op de computer van het merk Compaq met de vindplaatscode A.A.03.

Verdachte heeft verklaard dat hij zich niet bewust is geweest van de aanwezigheid van kinderporno op zijn gegevensdragers. Volgens verdachte kan het “bijvangst” zijn geweest, terwijl hij op het internet aan het surfen was. Een andere mogelijkheid is volgens verdachte dat de kinderporno van buitenaf door een derde op zijn computer is gezet. De kinderporno is bovendien door de politie aangetroffen op plaatsen waarbij de afbeeldingen/films zonder het gebruik van speciale software niet inzichtelijk waren. Dientengevolge is er volgens de verdediging geen sprake van opzet en moet verdachte worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het zou gaan om bijvangst of dat de kinderporno door een derde van buitenaf op de computer van verdachte zou zijn gezet. Ter zitting van 12 februari 2008 is politiefunctionaris de heer Idema, chef digitale technische- en forensische opsporing, als getuige-deskundige gehoord. Hij heeft verklaard dat hij het zeer onwaarschijnlijk en eigenlijk onmogelijk acht dat er bestanden van buitenaf op de computers van verdachte zijn geplaatst. Op de computers van verdachte zijn daarvan geen sporen gevonden en dergelijke sporen zouden er wel moeten zijn als er bestanden van buitenaf waren geplaatst. Volgens Idema is het niet mogelijk om zoiets onzichtbaar te doen. Idema heeft er voorts op gewezen dat op de computer van verdachte software was geplaatst om dat plaatsen van buitenaf juist te voorkomen. Tevens heeft Idema verklaard dat bij onderzoek van de kinderpornobestanden die zijn aangetroffen op de computer van verdachte, niet is gebleken dat deze bestanden afkomstig zijn van “bijvangst”. De heer Idema zou deze bestanden daarentegen aanduiden als “hoofdvangst”.

Met betrekking tot het argument van de verdediging dat de bestanden zonder specifieke software niet inzichtelijk waren, overweegt de rechtbank als volgt. Idema heeft ter terechtzitting van 12 februari 2008 verklaard dat hij tot de conclusie komt dat er bestanden van de computer van verdachte op andere media zijn geplaatst. Bij verdachte zijn kinderpornoafbeeldingen aangetroffen die via Kazaa en Limewire zijn binnengehaald. Het programma Kazaa gebruikt zijn eigen directory om bestanden weg te schrijven. Als die bestanden vervolgens op andere media terecht komen, dan moet dat haast wel door bewust menselijk handelen zijn gebeurd, aldus de heer Idema.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voorts gebleken dat verdachte veel verstand heeft van het omgaan met computers. Verdachte is werkzaam als salarisadministrateur bij een groot bedrijf. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk werk veel vaardigheid vergt in het omgaan met computers. Verdachte zelf heeft bovendien verklaard dat hij veel met de computer doet en dat hij de website van de school van zijn kinderen onderhoudt. Daarnaast is verdachte er in geslaagd om het kinderpornografische bestand met foto’s van zijn dochter en haar vriendinnetje [slachtoffer 2] met speciale software te traceren nadat hij de desbetreffende computer van de politie had teruggekregen.

Verdachte heeft tijdens de zitting van 12 februari 2008 verklaard dat hij niet verwacht dat zijn kinderen kinderpornosites bezoeken, dat zijn vrouw nooit kinderporno heeft gezien en dat zij daar ook nooit naar heeft gezocht.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte eerdergenoemde kinderpornografische foto’s van zijn dochter [slachtoffer 1] en haar vriendinnetje [verdachte 2] heeft gemaakt (feit 1, 3e gedachtestreepje en feit 2, 4e gedachtestreepje).

De rechtbank is er van overtuigd dat verdachte deze afbeeldingen op een van zijn computers heeft gezet. Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ontuchtig heeft betast en dat hij een ontuchtige handeling heeft verricht bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] door hen seksboekjes te tonen en hen daarbij onderbroekjes naar beneden laten trekken.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de op de in feit 4 genoemde gegevensdragers aangetroffen kinderporno zelf bewust heeft gedownload - en ze daarmee opzettelijk in zijn bezit heeft gehad - en dat hij ze vervolgens heeft weggeschreven naar files die zonder speciale software niet inzichtelijk waren.

Ten aanzien van parketnummer 16/500049-08

De rechtbank acht hetgeen aan verdachte onder parketnummer 16/500049-08 ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De onder voornoemd parketnummer genoemde kinderporno bevond zich op hardware die aanvankelijk in beslag genomen was door de politie en door de politie is onderzocht op de aanwezigheid van kinderporno. Op 20 april 2007 heeft verdachte deze hardware teruggekregen. Op een gegeven moment is verdachte zelf naar kinderporno gaan zoeken op die hardware en vond toen weggeschreven op de Maxtor 200 Gb harde schrijf de kinderpornografische foto’s van “de collage”. De rechtbank acht bewezen dat verdachte die foto’s zelf gemaakt heeft in het najaar van 2006 en dat hij deze foto’s toen ook op een computer heeft gezet. Die periode is echter niet ten laste gelegd.

Toen verdachte de hardware op 20 april 2007 van de politie terugkreeg, kon en mocht hij

er van uitgaan dat deze hardware geschoond was van kinderporno. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte in de hier ten laste gelegde periode wist dat zich op zijn hardware kinderporno bevond. Opzet op het voorhanden hebben acht de rechtbank in die periode dus niet bewezen, ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet. Dit geldt zowel voor de kinderpornografische “collage” op de Maxtor 200 Gb harde schijf als voor de kinderporno die in tweede instantie door de politie is aangetroffen op de computer van het merk Compaq met vindplaatscode A.A.03 en de harde schijf van het merk Seagate met de vindplaatscode B.A.04.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

in of omstreeks de periode van 30 september 2006 tot en met 16 januari 2007 te Maarssen, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten zijn dochter [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], bestaande die ontucht hierin dat hij

- foto's van die [slachtoffer 1] terwijl die [slachtoffer 1]

bloot was (met een derde) in bepaalde seksuele/ontuchtig getinte poses heeft genomen en

- die [slachtoffer 1] heeft opgedragen, voor hem, verdachte, haar onderbroekje omlaag te doen en

- haar blote vagina, aan hem, verdachte te tonen;

2.

Primair

op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2006 tot 16 januari 2007 te Maarssen,

(telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], door (telkens) ontuchtig

- over haar blote vagina te wrijven en

- over haar blote billen te wrijven en

- over haar blote borsten te wrijven en

- foto's van die [slachtoffer 2] terwijl die [slachtoffer 2] bloot was

met een derde in een bepaalde seksuele/ontuchtig getinte poses te nemen;

3.

Primair

op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2006 tot 16 januari 2007 te Maarssen,

althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 3], geboren op

[geboortedatum], door ontuchtig

- die [slachtoffer 3] op te dragen, voor hem, verdachte, haar onderbroekje

omlaag te doen en

- haar blote vagina aan hem, verdachte te tonen;

4.

hij in de periode van 01 oktober 2006 tot 16 januari 2007 te Maarssen, meermalen een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen en/of filmfragmenten van seksuele gedragingen, waaronder

- zestien afbeeldingen waarin een meisje in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud, die geheel naakt een poserende houding aanneemt en waarbij de nadruk ligt op de blote vagina en

- een afbeelding van een meisje in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud die

de stijve penis van een kennelijke volwassen man in haar mond heeft en

- eenentwintig afbeeldingen waarin een jongen in de leeftijd tussen 6 en 13 jaar oud, die geheel naakt een poserende houding aanneemt en waarbij de nadruk ligt op de blote penis en

- een afbeelding waarin twee jongens in de leeftijd tussen de 8 en 13 jaar oud

die geheel naakt met hun handen elkaars penis vasthouden en

- vier filmfragmenten waarin in ieder geval een opname is opgenomen van een meisje in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud, die de stijve penis van een kennelijk volwassen man in haar mond heeft en met haar hoofd op en neer gaande bewegingen maakt en

- vijf filmfragmenten waarin ieder geval een opname is opgenomen van een meisje in de leeftijd tussen de 14 tot 18 jaar oud die door een stijve penis van een kennelijk volwassen man in haar vagina wordt gepenetreerd; de man maakt hierbij met zijn onderlichaam heen en weer gaande bewegingen en

- een filmfragment waarin in ieder geval een opname is opgenomen van een jongen in de leeftijd tussen de 7 en 13 jaar oud wiens stijve penis in de mond van een kennelijk volwassen vrouw zit; deze vrouw maakt vervolgens met haar hoofd op en neer gaande bewegingen,

welke vorenbedoelde afbeeldingen en filmfragmenten stonden opgeslagen en zijn aangetroffen op de harde schijf van het merk Seagate met de vindplaatscode B.A.04 en/of op de computer van het merk Compaq met de vindplaatscode A.A.03 en omschreven/ beschreven op de bladzijden 137 tot en met 139 van het C proces-verbaal, bij welke vorenbedoelde afbeelding en filmfragmenten (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken,

telkens in bezit heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting een aantal persoonlijke omstandigheden van verdachte aangevoerd en de rechtbank verzocht hiermee rekening te houden bij de bepaling van de strafmaat.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de gevolgen die het begaan van dergelijke feiten voor de samenleving in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder hebben, de persoon van de verdachte en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Wat betreft de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de gevolgen die het begaan van deze feiten voor de samenleving en de slachtoffers hebben, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met zijn minderjarige dochter en twee minderjarige vriendinnetjes van zijn dochter, destijds ongeveer 9 jaar oud. Hij heeft daarmee de lichamelijke integriteit van deze meisjes, die vanwege hun jonge leeftijd in een kwetsbare positie verkeerden en niet in afdoende mate in staat waren om aan het handelen van verdachte weerstand te bieden, geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat ontucht vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld. De rechtbank acht het bovendien stuitend dat verdachte van zijn dochter en haar vriendinnetje ontuchtige foto’s heeft gemaakt én heeft bewaard op zijn computer, kennelijk met de bedoeling zich daar later (nogmaals) aan te verlustigen.

Voorts neemt de rechtbank het verdachte bijzonder kwalijk dat hij het vertrouwen dat een kind in zijn vader heeft op die manier heeft geschaad. Verdachte had als vader vertrouwen, warmte en bescherming moeten geven aan zijn jonge dochter, maar hij heeft daarentegen zijn eigen belangen en bevrediging van zijn seksuele behoeften laten prevaleren. Verdachte heeft voorts het vertrouwen dat [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en hun ouders stelden in verdachte als buurman aan wie zij de zorg en waakzaamheid voor hun kinderen toevertrouwden, ernstig geschonden.

De rechtbank acht de houding van verdachte ter terechtzitting, en overigens in de gehele procedure, verwerpelijk, nu hij op geen enkel moment berouw heeft getoond naar zijn dochter, [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en hun ouders. Het tegenovergestelde is het geval, verdachte beschuldigt de slachtoffers en derden van het maken van de ontuchtige foto’s, beschuldigt de ouders van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van het manipuleren van de verklaringen van deze kinderen en beschuldigt tot slot zijn buren van het plaatsen van de kinderporno die op zijn computer en harde schijf is aangetroffen. Het feit dat verdachte op geen enkele manier berouw heeft getoond zal de rechtbank ten nadele van verdachte meewegen bij de bepaling van de straf.

Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Verdachte heeft bovendien zelf een deel van de kinderpornografische afbeeldingen vervaardigd door ontuchtige foto’s te maken van zijn dochter en haar vriendinnetje. Het feit dat verdachte niet alleen kinderporno verzamelde, maar ook actief vervaardigde, acht de rechtbank strafverzwarend.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 23 februari 2007, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld in verband met soortgelijke feiten.

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d. 27 juli 2007, opgemaakt door K. Kater, reclasseringswerker;

- een omtrent verdachte opgemaakt psychologisch rapport d.d. 7 augustus 2007 van dr. A. van der Donk, opgemaakt naar aanleiding van de feiten 1, 2, 3 en 4 en inhoudende als conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van deze feiten

- indien bewezen - niet lijdende was aan een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, zodat verdachte volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige over en maakt deze tot de hare.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit oogpunt van vergelding en normhandhaving geïndiceerd is. In de omstandigheden ziet de rechtbank evenwel aanleiding de door de officier van justitie geëiste straf te matigen, in die zin dat een kortere vrijheidsstraf dan geëist zal worden opgelegd. Hiervoor vindt de rechtbank aanleiding in de omstandigheid dat verdachte deels van het onder 1 ten laste gelegde en van het onder parketnummer 16/500049-08 ten laste gelegde wordt vrijgesproken en in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Ook houdt de rechtbank rekening met het volgende. Al ter zitting van 12 februari 2008 heeft de officier van justitie haar strafeis gevorderd. Deze eis heeft zij ter zitting van 17 november 2008 herhaald. Op 1 juli 2008 is echter in werking getreden de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling, op grond waarvan vanaf die datum de voorwaardelijke invrijheidstelling niet meer van toepassing is bij deels voorwaardelijke vrijheidsstraffen. Daarnaast heeft de Rechtbank in zijn overwegingen betrokken dat, nadat verdachte en zijn gezin in 2008 zijn verhuisd, ruiten van hun woning en auto zijn vernield, dat er zeer veel media-aandacht voor deze zaak is geweest en dat verdachte uit veiligheidsoverwegingen zelfs genoodzaakt was om onder te duiken. Deze aspecten moeten op verdachte, maar zeker ook op zijn gezin, zeer veel indruk hebben gemaakt.

De door de rechtbank op te leggen gevangenisstraf wordt gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De in beslag genomen goederen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de volgende in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen onttrekking aan het verkeer gevorderd:

- 1 computer van het merk Compaq;

- 1 digitaal fototoestel van het merk Sony;

- 1 harddisk van het merk Seagate, 80 Gb;

- 1 CD-rom van het merk Freedom, cd-r 80 min. 700 MB met pornografische afbeelding;

- 1 computer van het merk Microstar met de daarbij behorende harde schijven van het merk Seagate 220 Gb en Maxtor 250 Gb.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de in beslag genomen goederen.

Het oordeel van de rechtbank

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, zoals voornoemd, zullen onttrokken worden verklaard aan het verkeer, aangezien met behulp van deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De benadeelde partijen

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Het slachtoffer […] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd en heeft in overeenstemming met het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van haar vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 2 ten laste gelegde, te weten een bedrag van

€ 1.500,00 wegens immateriële schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Het slachtoffer […] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd en heeft in overeenstemming met het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van haar vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 3 ten laste gelegde, te weten een bedrag van

€ 1.300,00 wegens immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geheel moeten worden toegewezen, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten die betrekking hebben op de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. De vorderingen van de benadeelde partijen dienen daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard, aldus de raadsman.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade is toegebracht door het ten aanzien van verdachte onder 2 bewezenverklaarde.

De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van € 1.000,00. De vordering zal daarom deels worden toegewezen, met verwijzing van verdachte in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten die worden vastgesteld op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade is toegebracht door het ten aanzien van verdachte onder 3 bewezenverklaarde.

De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van € 250,00. De vordering zal daarom deels worden toegewezen, met verwijzing van verdachte in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten die worden vastgesteld op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 36f, 57, 240b en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 16/500049-08 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 16/600225-07 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 1 computer van het merk Compaq;

- 1 digitaal fototoestel van het merk Sony;

- 1 harddisk van het merk Seagate, 80 Gb;

- 1 CD-rom van het merk Freedom, cd-r 80 min. 700 mb met pornografische afbeelding;

- 1 computer van het merk Microstar met de daarbij behorende harde schijven van het merk Seagate 220 Gb en Maxtor 250Gb.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], toe tot een bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro en nul eurocent).

Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij, voornoemd, te betalen € 1.000,00 (zegge: duizend euro en nul eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van twintig dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats], toe tot een bedrag van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro en nul eurocent).

Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij, voornoemd, te betalen € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro en nul eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van vijf dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.K.J. van den Boom, W. Foppen en D.J.A. Kuipers, bijgestaan door mr. D.A. Groenevelt-Timmer als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 december 2008.

Mr. D.J.A. Kuipers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.