Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BF7184

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-09-2008
Datum publicatie
08-10-2008
Zaaknummer
255246 / KG ZA 08-935
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Staking openbaar busvervoer, beperkt tot Zaandam. Geen misbruik van stakingsrecht. Geen grond voor beperkingen ex art. G ESH (herzien).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0641
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 255246 / KG ZA 08-935

Vonnis in kort geding van 20 september 2008

in de zaak van

de naamloze vennootschap

CONNEXXION OPENBAAR VERVOER N.V.,

statutair gevestigd te Haarlem,

mede kantoorhoudende te Hilversum,

eiseres,

advocaat mr. M.A. Huisman te Rotterdam,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

FNV BONDGENOTEN,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde, die vrijwillig is verschenen,

advocaat mr. R. van der Stege te Utrecht.

Partijen zullen hierna Connexxion en FNV Bondgenoten genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het concept van de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- producties van Connexxion

- pleitnota en producties van FNV Bondgenoten.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 20 september 2008 vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking, die op 7 oktober 2008 aan partijen is toegezonden.

2. De feiten

2.1. Connexxion is een vervoermaatschappij die openbaar vervoer per bus verzorgt. De werkzaamheden worden verricht vanuit een groot aantal vestigingen die verdeeld zijn over Nederland.

2.2. Vanuit de vestiging Zaandam wordt openbaar busvervoer verzorgd in de Zaanstreek, waarbij onder meer ook tot in Amsterdam wordt gereden. In 2004 heeft zich tijdens een rit vanuit de vestiging Zaandam een incident voorgedaan, waarbij een buschauffeur is neergestoken.

2.3. In 2005 heeft Connexxion met instemming van haar Ondernemingsraad besloten om voor de gehele organisatie een uniform “Voertuig Management Systeem”, genaamd Infoxx, in te voeren. Een voertuigmanagementsysteem biedt diverse voorzieningen, waaronder de mogelijkheid van communicatie tussen de buschauffeur en de Centrale Verkeersleiding. Het Infoxx-systeem geeft, anders dan het eerder gebruikte systeem, de buschauffeurs niet meer de mogelijkheid om onderling rechtstreeks met elkaar te communiceren, het zogeheten “kort verkeer”.

2.4. In de vestiging Zaandam bestond bij de buschauffeurs bezwaar tegen het verliezen van de mogelijkheid tot kort verkeer. FNV Bondgenoten en Connexxion hebben daarover overleg gevoerd.

2.5. Geleidelijk aan is in de diverse vestigingen het Infoxx-systeem ingevoerd. Medio april 2008 is het systeem ook bij de vestiging Zaandam ingevoerd.

2.6. Eind mei 2008 heeft FNV Bondgenoten aan Connexxion een ultimatum gesteld, dat inhield dat Connexxion uiterlijk 31 mei 2008 diende te bevestigen dat vóór 29 juni 2008 alle bussen van de vestiging Zaandam uitgerust zouden zijn met een mogelijkheid tot kort verkeer. Connexxion heeft niet aan dat ultimatum voldaan.

2.7. Op 4 september 2008 heeft een landelijk overleg tussen Connexxion en FNV Bondgenoten plaatsgevonden.

2.8. Bij brief van 11 september 2008 heeft FNV Bondgenoten aan Connexxion onder meer een nieuw ultimatum gesteld, dat inhield dat Connexxion uiterlijk 18 september 2008 de toezegging moest doen dat vóór 15 oktober 2008 alle bussen van de vestiging Zaandam uitgerust zouden zijn met een mogelijkheid tot kort verkeer. Daarbij heeft FNV Bondgenoten tevens als stakingactie aangekondigd dat de bussen elke dag ‘s morgens alleen tot 9.00 uur zouden rijden en ’s middags alleen tussen 16.00 uur en 19.00 uur.

2.9. Bij brief van 17 september 2008 heeft Connexxion onder meer meegedeeld dat zij niet inging op de eis om de bussen met een systeem voor kort verkeer uit te rusten.

2.10. FNV Bondgenoten heeft ter zitting de aangekondigde stakingsactie aldus beperkt dat alleen op maandag 22 augustus 2008 op de aangekondigde wijze zal worden gestaakt.

3. Het geschil

3.1. Connexxion vordert samengevat - het volgende:

a) Primair moet aan FNV Bondgenoten op straffe van een dwangsom worden bevolen het personeel van Connexxion dat werkzaam is vanuit de vestiging Zaandam, op te roepen geen stakingsacties en/of andere vormen van collectieve acties te beginnen of te voeren;

b) Subsidiair moet een andere voorziening worden gegeven ter bescherming van de belangen van Connexxion.

3.2. FNV Bondgenoten voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vooropgesteld wordt dat het recht van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden op het voeren van collectieve acties, waaronder begrepen het stakingsrecht, wordt beheerst door de bepalingen van het Europees Sociaal Handvest (ESH), dat in Nederland in zijn oorspronkelijke vorm (thans aangeduid als ESH 1961) van kracht is sedert 22 mei 1980 en in de herziene vorm sinds 1 juli 2006.

In artikel 6 aanhef en onder lid 4 van het ESH (herzien) wordt, in het kader van het recht op collectief onderhandelen, het recht van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden op collectief optreden erkend in gevallen van belangengeschillen met werkgevers, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Wordt een collectieve actie gedekt door artikel 6 lid 4 ESH (herzien), dan brengt dat mee dat deze in beginsel moet worden geduld als een rechtmatige uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht, ondanks de met die actie beoogde en op de koop toe genomen schadelijke gevolgen voor de bestaakte werkgever en derden.

Voor het oordeel dat de staking niettemin onrechtmatig is, is slechts dan plaats, indien zwaarwegende procedureregels (“spelregels”) zijn veronachtzaamd, dan wel indien de actie een zodanige inbreuk maakt op de in artikel G ESH (herzien) aangewezen rechten van derden of algemene belangen, dat beperkingen, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk zijn.

4.2. In dit geval kan worden aangenomen dat de aangezegde stakingsactie een belangengeschil betreft als bedoeld in artikel 6, lid 4, ESH (herzien). Volgens FNV Bondgenoten stellen de buschauffeurs de eis inzake een systeem voor “kort verkeer” ten behoeve van hun sociale veiligheid tijdens het verrichten van hun werkzaamheden, hetgeen als zodanig niet door Connexxion is betwist.

4.3. Nu het gaat om een belangengeschil als bedoeld in artikel 6, lid 4, ESH (herzien), is de stakingsactie in beginsel rechtmatig.

4.4. Dat wordt niet anders door het feit dat FNV Bondgenoten ook reeds in mei 2008 een ultimatum had gesteld. Volgens Connexxion heeft FNV Bondgenoten toen aan dat ultimatum geen vervolg gegeven en kan FNV Bondgenoten dan zonder goede grond - die volgens Connexxion ontbreekt - niet maanden later een nieuw ultimatum stellen en alsnog tot acties overgaan. FNV Bondgenoten heeft daartegenover echter onweersproken gesteld dat het besluit om in mei 2008 van verdere maatregelen af te zien, niet was ingegeven door de stand van het geschil tussen partijen, maar door het belang van de reizigers, die toen reeds waren geconfronteerd met landelijke stakingsacties in het kader van CAO-onderhandelingen. Vervolgens stond - ook volgens Connexxion - het geschilpunt inzake het “kort verkeer” op de agenda van het landelijk overleg tussen partijen op 4 september 2008, doch toen is volgens de onweersproken stelling van FNV Bondgenoten gebleken dat Connexxion over dat punt geen overleg meer wilde voeren. Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat op grond van het tijdsverloop sinds het ultimatum van mei 2008 de aangekondigde staking onrechtmatig is of dat FNV Bondgenoten op die grond misbruik maakt van haar stakingsrecht.

4.5. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven om ondanks het voorgaande te oordelen dat FNV Bondgenoten misbruik maakt van haar stakingsrecht. Voor zover Connexxion heeft uiteengezet waarom naar haar mening de eis van de buschauffeurs inzake de mogelijkheid van kort verkeer onredelijk of ongegrond is, betreft dat de inhoud van het geschil van partijen, welke inhoud hier niet aan de orde kan komen, aangezien het niet aan de rechter is om daarover een oordeel te geven.

Voorts rijst in dit verband de vraag waarom die eis (thans) enkel de vestiging Zaandam betreft, nu niet is gesteld of gebleken dat in het vervoersgebied van deze vestiging de onveiligheid van de buschauffeurs objectief gezien groter zou zijn dan elders in Nederland. Op dit punt heeft FNV Bondgenoten echter gewezen op een incident dat zich enkele jaren geleden heeft voorgedaan en waarbij een buschauffeur van de vestiging Zaandam is neergestoken. Volgens FNV Bondgenoten heeft dit incident bij de collega’s van de vestiging Zaandam meer dan in andere vestigingen een diepe indruk achtergelaten, hetgeen door Connexxion niet is weersproken.

4.6. Aan de orde komt dan of de aangezegde stakingsactie op grond van artikel G lid 1 ESH (herzien) dient te worden beperkt. Bij de beoordeling op dat punt is het volgende van belang.

4.7. Uitgangspunt moet zijn dat het recht van werknemers en hun vertegenwoordigende vakbonden op het voeren van collectieve (stakings)acties, zoals opgenomen in artikel 6 lid 4 ESH (herzien), een grondrecht is, zodat de belangen die bij de uitoefening van dat grondrecht zijn betrokken, als zwaarwegend moeten gelden.

Het uitoefenen van dat grondrecht kan volgens artikel G lid 1 ESH (herzien) geen beperkingen ondergaan, met uitzondering van die, welke in de wet zijn voorgeschreven en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden.

In Nederland zijn de toegestane beperkingen niet uitdrukkelijk in de wet vastgelegd, doch volgens vaste jurisprudentie vinden zij hun grondslag in het recht, doordat zij zijn af te leiden uit de zorgvuldigheid, die op grond van artikel 6: 162 Burgerlijk Wetboek in het maatschappelijke verkeer ten aanzien van de persoon of de goederen van anderen in acht moet worden genomen. Gelet op die grondslag en op de aard van de beperkingen, te weten inkorting van een grondrecht, zijn beperkingen - eveneens volgens vaste jurisprudentie - slechts toegestaan, indien de stakingsactie in zodanige mate inbreuk maakt op de in artikel G lid 1 ESH (herzien) aangewezen rechten van derden of algemene belangen, dat beperkingen, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk zijn.

4.8. In dit geval is de staking wat de plaats betreft beperkt tot het vervoersgebied van de vestiging Zaandam, terwijl deze in tijd is beperkt tot één dag en bovendien tot de uren buiten de spits op die dag. Op deze wijze maakt de staking niet in zodanige mate inbreuk op de bedoelde rechten van derden, met name reizigers, of de bedoelde algemene belangen, dat een beperking dringend noodzakelijk zou zijn.

4.9. Hieruit volgt dat er geen grond is voor toewijzing van het primair gevorderde bevel, voor zover dat ziet op het afblazen van de reeds aangekondigde stakingsactie.

4.10. Voor toewijzing van dat bevel met betrekking tot eventuele toekomstige stakingsacties of andere collectieve acties is geen plaats, nu die eventuele acties immers niet thans reeds als onrechtmatig of anderszins ontoelaatbaar kunnen worden beoordeeld.

4.11. Het primaire onderdeel van de vordering is derhalve niet toewijsbaar.

4.12. Subsidiair heeft Connexxion een voorziening gevorderd ter bescherming van haar eigen belangen.

4.13. Ook dit onderdeel van de vordering is niet voor toewijzing vatbaar. Daarvoor is niet alleen van belang dat de gevorderde voorziening te onbepaald is, maar ook dat het hier gaat om een werkstaking van het normale type, dat wil zeggen een staking die zich richt en zich keert tegen Connexxion als werkgever. Dit sluit uit - daargelaten bijzondere omstandigheden, die zich hier niet voordoen - dat een voorziening ter bescherming van de belangen van Connexxion wordt gegeven, aangezien het toebrengen van schade wezenlijk is voor het hanteren van het stakingswapen en derhalve wordt gedekt door het recht van artikel 6, lid 4, ESH (herzien). Dit kan anders zijn in geval van misbruik van het stakingsrecht, doch hiervan is niet gebleken.

4.14. De vordering zal derhalve in beide onderdelen worden afgewezen.

4.15. Connexxion zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van FNV Bondgenoten worden begroot op:

- vast recht EUR 254,--

- salaris procureur -- 816,--

Totaal EUR 1.070,--

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

a) wijst de vordering af;

b) veroordeelt Connexxion in de proceskosten, aan de zijde van FNV Bondgenoten tot op heden begroot op EUR 1.070,--;

c) verklaart dit vonnis wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.AE. Uniken Venema en is in het openbaar uitgesproken op 20 september 2008.?

w.g. griffier w.g. rechter