Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BE9486

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-08-2008
Datum publicatie
29-08-2008
Zaaknummer
16/600344-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mishandeling gepleegd met voorbedachte raad begaan tegen zijn echtgenote. De rechtbank legt (onder meer) een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk op. De officier van justitie had -kort gezegd- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van het voorarrest waarvan 4 maanden voorwaardelijk geëist. Een dergelijke straf doet naar het oordeel van de rechtbank beslist geen recht aan de onvoorstelbaar laffe en angstaanjagende daad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600344-08

Datum uitspraak: 29 augustus 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1966] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Raadsman: mr. N. van Schaik.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

15 augustus 2008.

De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt, na wijziging op vordering van de officier van justitie van het subsidiair ten laste gelegde feit, welke wijziging ter terechtzitting is toegestaan, tenlastegelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan (zijn echtgenote) [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet vermomd met een bivakmuts de vakantiewoning waar die [slachtoffer] verbleef is binnengedrongen en/of (vervolgens) een doek doordrenkt met ether, althans een bedwelmende stof, met kracht op/over de mond en/of de neus van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of die [slachtoffer] (met kracht) de keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of de keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt heeft gehouden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk mishandelend [slachtoffer], (vermomd met een bivakmuts) een doek doordrenkt met ether, althans een bedwelmende stof, (met kracht) op/over de mond en/of de neus van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of die [slachtoffer] (met kracht) de keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Meer subsidiair:

hij op of omstreeks 23 maart 2008 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Utrecht, (zijn echtgenote) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of gijzeling, immers is/heeft verdachte opzettelijk dreigend vermomd met een bivakmuts de vakantiewoning waar die [slachtoffer] verbleef binnen gedrongen en/of (vervolgens) een doek doordrenkt met ether, althans een bedwelmende stof, (met kracht) op/over de mond en/of de neus van die [slachtoffer] gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of die [slachtoffer] (met kracht) de keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden.

Het bewijs en de beoordeling daarvan

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging voert drie verweren met betrekking tot het primair ten laste gelegde. In de eerste plaats stelt de verdediging dat de verdachte geen opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. In de tweede plaats stelt de verdediging dat sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging waar het gaat om het met behulp van ether toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Voor het geval bovenstaande verweren niet slagen, stelt de verdediging in de derde plaats dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu er sprake zou zijn van een vrijwillige terugtred.

Wat betreft het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting de volgende gang van zaken bekend. Op zondag 23 maart 2008 is de verdachte in zwarte kleding en schoenen en vermomd met motor- of bivakmuts naar de vakantiewoning in Vinkeveen gegaan, waar zijn echtgenote, [slachtoffer], op dat moment verbleef. Bij de woning aangekomen heeft de verdachte een doek doordrenkt met ether. Vervolgens is hij de woning, waar [slachtoffer] op de bank lag te slapen, binnengegaan. Daar heeft hij de doek met ether op het gezicht van [slachtoffer] gedrukt en gedrukt gehouden. Daarbij ontstond een worsteling. De verdachte is bovenop [slachtoffer] gaan zitten en [slachtoffer] heeft gegild. [slachtoffer] heeft ter zelfverdediging de verdachte in zijn hand gebeten. Kort na dit bijten heeft de verdachte de keel van [slachtoffer] dichtgedrukt en even dicht gehouden en daarna heeft hij de woning verlaten. Onderweg naar Hilversum heeft de verdachte een sporttas met zijn vermomming in het Amsterdam-Rijnkanaal gegooid. Later op die avond heeft verdachte zichzelf gemeld bij het politiebureau in Hilversum waar hij een verklaring over de gebeurtenissen van die avond heeft afgelegd.

De verklaring van de verdachte vindt steun in de aangifte van [slachtoffer]. Uit de verklaringen van haar tandarts en huisarts blijkt dat [slachtoffer] letsel aan haar tanden en gelaat heeft bekomen als gevolg van de handelingen van verdachte.

De verdachte heeft verklaard dat hij de zwarte sportschoenen speciaal heeft gekocht om niet herkend te worden. Verder heeft de verdachte verklaard dat het plan om zijn echtgenote angst aan te jagen zich gedurende een paar dagen of een week had gevormd, voordat hij het op zondag 23 maart 2008 ten uitvoer bracht.

Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er niet voldoende bewijsmiddelen zijn op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat de verdachte het voornemen en de opzet had om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Daarom acht de rechtbank het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht op basis van het voorgaande het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is dus bewezen, dat verdachte

op 23 maart 2008 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, opzettelijk en met voorbedachten rade, mishandelend [slachtoffer], (vermomd met een bivakmuts) een doek doordrenkt met ether met kracht op/over de mond en de neus van die [slachtoffer] heeft gedrukt en gedrukt gehouden en die [slachtoffer] met kracht de keel heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen gehouden, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Mishandeling gepleegd met voorbedachte raad begaan tegen zijn echtgenote

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Volgens de verdachte is zijn handelen ingegeven door de wens om met zijn echtgenote mevrouw [slachtoffer] verenigd te worden. Om dit te bereiken wilde de verdachte haar angstig maken en daardoor zou zij de verdachte weer in de armen moeten vallen.

De rechtbank is er echter niet van overtuigd dat angst aanjagen inderdaad het enige doel van de verdachte was. De uiterlijke verschijningsvorm van de daden van verdachte geven aanleiding te denken aan een veel ernstiger scenario. Het gebruik van ether en het dichtdrukken en dichtgedrukt houden van de keel duiden veeleer op een poging moord of doodslag dan op het aanjagen van schrik en of angst.

Wat het precieze motief van de verdachte was, is de rechtbank niet duidelijk geworden. De verklaring van verdachte ter terechtzitting heeft hierin geen inzicht gegeven.

De verdachte heeft verklaard dat hij, na een bezoek van zijn zoon, die het moeilijk had met de breuk tussen verdachte en slachtoffer, min of meer in een opwelling besloot zijn plan om zijn echtgenote angst aan te jagen ten uitvoer te brengen. Ook van dit handelen in een opwelling is de rechtbank niet overtuigd.

De feiten wijzen juist op een weloverwogen aanpak. Voor 23 maart 2008 heeft de verdachte voorbereidingshandelingen verricht. De verdachte heeft ter uitvoering van zijn plannen een doek en handschoenen meegenomen van zijn werk. Verder heeft de verdachte de zwarte gymschoenen gekocht speciaal met het doel onherkenbaar te zijn. De verdachte droeg nooit gymschoenen.

Op de eerste avond dat het slachtoffer is teruggekeerd van haar wintersportvakantie, voert de verdachte zijn plannen uit.

Ter terechtzitting heeft de verdachte weinig blijk gegeven van inzicht in de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. De verdachte denkt vooral aan de gevolgen die zijn handelen voor zichzelf hebben gehad en nog zullen hebben.

Voor het slachtoffer is hetgeen zich heeft afgespeeld een uitermate traumatische ervaring geweest. Een dergelijke overval in het eigen huis levert een enorm gevoel van onveiligheid op en de gevolgen zijn des te groter als de overvaller nota bene je eigen echtgenoot blijkt te zijn geweest.

Het optreden van de verdachte valt zonder meer aan te merken als ‘laf’. Van dit optreden heeft het slachtoffer ingrijpende gevolgen ondervonden. Naar de ervaring leert zal zij nog lang geplaagd worden door gevoelens van angst en onveiligheid. Voorts mag worden aangenomen dat deze gevoelens niet beperkt zullen blijven tot het slachtoffer maar dat deze gevoelens zich tevens zullen manifesteren in de samenleving rondom het slachtoffer.

Dit alles heeft de verdachte op zijn geweten.

In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat deze een zo goed als blanco strafblad heeft en dat hij zichzelf heeft gemeld bij het politiebureau.

Verder heeft de rechtbank wat betreft de persoon van de verdachte gelet op:

• een adviesrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d. 29 mei 2008, opgemaakt door L. van Os, reclasseringswerker;

• een omtrent verdachte opgemaakt psychologisch rapport d.d. 2 juni 2008 van R. Bout, inhoudende als conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige over en maakt deze tot de hare;

• een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d. 22 juli 2008, opgemaakt door L. van Os, reclasseringswerker.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot -kort gezegd- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van het voorarrest waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Een dergelijke straf doet naar het oordeel van de rechtbank beslist geen recht aan deze onvoorstelbaar laffe en angstaanjagende daad zoals hierboven overwogen.

Daarom zal de rechtbank een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

De persoon van de verdachte geeft aanleiding een deel van die straf nog in voorwaardelijke vorm op te leggen.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 301 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Stelt een proeftijd vast van drie jaren.

Bepaalt daarbij dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde (één of meer van) na te melden bijzondere voorwaarden niet naleeft:

- dat de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen hem te geven namens of door Reclassering Nederland, zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, ook als dat inhoudt meewerken aan een delict scenario procedure bij De Waag, met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- dat de veroordeelde geen contact zal opnemen met het slachtoffer, mevrouw [slachtoffer].

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op, met ingang van het tijdstip waarop dit vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.F. Bueno, S.C. Hagedoorn en R.P.G.L.M. Verbunt, bijgestaan door mr. L.G.A. Linssen als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 augustus 2008.

Mr Verbunt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.