Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BE9365

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-08-2008
Datum publicatie
28-08-2008
Zaaknummer
210159 / HA ZA 06-840
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

aandelenlease 60-40, standaard + tussenpersoon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 210159 / HA ZA 06-840

Vonnis van 27 augustus 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

procureur mr. P.J. Soede,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEFAM CREDIT B.V.,

gevestigd te Bunnik,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. J.M. van Noort,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEFAM FINANCIERINGEN B.V.,

gevestigd te Bunnik,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. J.M. van Noort,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AEFECT ADVIESCOMBINATIE B.V.,

gevestigd te Putten,

gedaagde in conventie,

procureur mr. A.H.J. Emmen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Defam Credit B.V. c.s.. Gedaagde partijen zullen ieder voor zich worden aangeduid met Defam Credit, Defam Financieringen en Aefect. Defam Credit en Defam Financieringen zullen samen worden aangeduid als Defam c.s.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 december 2007

- de akte wijziging eis van [eiser]

- de akte van Defam c.s.

- de akte van Aefect.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en reconventie

Inleiding

2.1. Bij tussenvonnis van 19 december 2007 heeft de rechtbank geoordeeld dat Defam c.s. en Aefect niet hebben voldaan aan de op hen ten opzichte van [eiser] rustende zorgplicht en derhalve aansprakelijk zijn voor de schade die daarvan het gevolg is. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat Aefect geen beroep heeft gedaan op eigen schuld aan de zijde van [eiser]. Wat betreft het beroep van Defam c.s. op eigen schuld heeft de rechtbank geoordeeld dat 40% van de schade voor rekening van [eiser] dient te blijven. Ten aanzien van de schade heeft de rechtbank overwogen dat de omvang van de schade nog onvoldoende duidelijk is en vervolgens [eiser] in de gelegenheid gesteld om zijn vorderingen nader te onderbouwen en uit te werken. Defam c.s. en Aefect mochten zich daarover uitlaten.

2.2. [eiser] heeft zijn eis gewijzigd in die zin dat hij verzoekt om verrekening van alle vorderingen over en weer tussen hem en Defam c.s.. Voorts verzoekt hij Aefect te veroordelen tot betaling aan [eiser] van EUR 11.002,12 te vermeerderen met een vertragingsvergoeding van 9,9 % over EUR 9.628,49 vanaf 31 mei 2001 en een vergoeding van 9,6 % over EUR 4.957,79 vanaf 26 juni 2005 te vermeerderen met de wettelijke rente over alle gevorderde bedragen vanaf de dag van de dagvaarding.

2.3. Defam c.s. en Aefect hebben zich in hun antwoordakte niet beperkt tot een reactie op de omvang van de schade zoals die door [eiser] is gepresenteerd. In het bijzonder heeft Aefect bij akte gesteld dat door haar wel een – impliciet – beroep is gedaan op eigen schuld. Voorts heeft Aefect bij akte alsnog een beroep gedaan op eigen schuld aan de zijde van [eiser].

2.4. Door de rechtbank is een tussenvonnis gewezen teneinde [eiser] in de gelegenheid te stellen om de omvang van de schade nader te onderbouwen. Op die onderbouwing mocht Aefect bij antwoordakte reageren. De rechtbank gaat voorbij aan de stellingname van Aefect dat zij in de processtukken voorafgaand aan het tussenvonnis wel een beroep heeft gedaan op eigen schuld. Er is onvoldoende aangevoerd om terug te komen op wat dienaangaande is overwogen in het tussenvonnis. Het thans door Aefect alsnog gedane beroep op eigen schuld van [eiser] zal de rechtbank passeren. Bij antwoordakte mocht Aefect immers – slechts – reageren op de door [eiser] gegeven opstelling van betaalde bedragen.

Ook wat door Defam c.s. is aangevoerd dat geen betrekking heeft op de omvang van de schade, zal door de rechtbank niet worden meegenomen in de verdere beoordeling.

Schade en rente

Algemeen

2.5. De stelling van Defam c.s. dat het verlies van de rente over de leningen niet als schade kan worden aangemerkt, is eerdere door deze rechtbank gewezen vonnissen steeds verworpen. De rechtbank gaat ook nu aan die stelling voorbij.

In de arresten van het Hof Amsterdam van 1 maart 2007 (LJN AZ9722), 16 augustus 2007 (LJN BB1855) en 15 november 2007 (LJN BB7971) alsmede in het recente arrest van het Hof Arnhem van 1 april 2008 (LJN BC9484), ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding anders te oordelen dan zij tot nu toe heeft gedaan. Zoals in het tussenvonnis is overwogen, is voldoende aannemelijk dat de overeenkomsten niet tot stand zouden zijn gekomen, indien de verplichtingen uit hoofde van de zorgplicht zouden zijn nagekomen. [eiser] heeft kunststof kozijnen gekocht voor NGL 8.000,00 en sluit – zonder zelf om een dergelijke constructie te hebben verzocht – uiteindelijk een lening af bij Defam Credit en een lening bij Defam Financieringen voor de aanschaf van aandelen, waarvan de rente wordt betaald uit de lening bij Defam Credit. Dat geldt ook voor de aanschafprijs van de kozijnen. De leningen van Defam c.s. staan dus niet op zichzelf, maar maken een onderdeel uit van de aangeboden constructie. Indien [eiser] de aangeboden constructie niet zou hebben geaccepteerd, zou de [eiser] dus ook het onderdeel daarvan dat uit de rentedragende lening bestaat niet zijn aangegaan. [eiser] had de kunststof kozijnen gewoon betaald of hij was alleen voor die aanschafprijs van NGL 8.000,00 een lening aangegaan en niet voor het bij Defam Credit geleende bedrag van NGL 29.750,00. Hij had dan geen rente voldaan over het bij Defam Credit geleende bedrag van NGL 29.750,00.

De zorgplicht ziet mede op het waarschuwen voor de mogelijkheid dat de over de lening te betalen rente met de opbrengst van de belegging niet zal worden terugverdiend en dus verloren zal gaan, althans op het verifiëren of de deelnemer het product zodanig heeft doorgrond dat hij zich bewust was van die mogelijkheid. Dat uit de over het product verstrekte informatie wel kan worden afgeleid dat (ook) sprake is van geleend geld, maakt nog niet dat de deelnemer het risico van het verloren gaan van de rente zonder meer had kunnen of behoren te begrijpen. Hieruit volgt dat de rechtbank blijft bij haar oordeel dat zowel de restschuld als de rente in beginsel als schade tengevolge van het aan Defam c.s. verweten onrechtmatig handelen voor vergoeding in aanmerking dient te komen. Bevestiging van dit oordeel vindt de rechtbank in de uitspraak van de Commissie van Beroep DSI van 27 januari 2005 (gewezen door prof. mr. A.S. Hartkamp, mr. J.B. Fleers, mr. S.P.G. van Hooijdonk, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. G.St. Panjer, mr. A. Rutten-Roos en A. Vastenhouw) en in het arrest van het Hof Amsterdam van 24 mei 2007 (LJN BA5684).

De overeenkomst met Defam Financieringen

2.6. Met betrekking tot de overeenkomst met Defam Financieringen heeft [eiser] niet uit eigen middelen betalingen verricht. De rente van EUR 9.445,00 is immers betaald uit het krediet bij Defam Credit (zie hierna, ook voor wat betreft het fiscale voordeel in verband daarmee) en kan hier buiten beschouwing worden gelaten. De schade bestaat uit de restschuld per 26 juni 2005 ad EUR 8.262,98 en de rente waarop Defam Financieringen aanspraak maakt; 9,6 % per jaar. Tussen partijen is verder niet in geschil dat op die schade de door [eiser] ontvangen dividenden in mindering moeten worden gebracht en [eiser] in totaal een bedrag van EUR 3.099,00 aan dividend heeft ontvangen.

2.7. Voorts is niet in geschil dat [eiser] aanspraak heeft gemaakt vermindering van zijn verplichting om belasting te betalen in verband met de door hem betaalde rente en dat dit dient te worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de schade. Er is wel een geschil over de hoogte van de bespaarde belasting. [eiser] stelt – onder verwijzing naar een opstelling van zijn boekhouder – dat het gaat om een bedrag van in totaal EUR 611,00. Defam c.s. stelt zich op het standpunt dat moet worden uitgegaan van EUR 1.708,13, voor wat betreft de schuld aan Defam Credit en EUR 3.966,90 voor wat betreft de schuld aan Defam Financieringen, gebaseerd op een belastingdruk van 42%.

Gezien het maandelijks netto-inkomen van [eiser] is echter niet aannemelijk dat hij belasting diende te betalen in de schijf met het tarief van 42%. Voorts had [eiser] een hypotheekschuld die door hem eveneens kon worden afgetrokken, zodat niet zonder meer vaststaat welk belastingvoordeel hij heeft genoten in verband met de aan Defam Financieringen betaalde rente. Het door [eiser] overgelegde overzicht van zijn boekhouder kan echter – bij gebreke van een duidelijke onderbouwing – evenmin maatgevend zijn. Daarbij is van belang dat hieruit zou volgen dat in 2001, 2002 en 2003 kennelijk een belastingaftrek is genoten van steeds EUR 133,00 terwijl de over de jaren betaalde rente verschilde. De rechtbank zal derhalve het door [eiser] genoten belastingvoordeel in verband aftrek van de aan Defam Financieringen betaalde rente schatten op EUR 1.200,00. Daarbij heeft de rechtbank het relatief beperkte inkomen van [eiser] in aanmerking genomen en het feit dat hij allereerst de rente over een hypotheek kon aftrekken.

De overeenkomst met Defam Credit

2.8. Tussen partijen is niet in geschil dat de restantschuld van [eiser] aan Defam Credit per 30 april 2006 een bedrag van EUR 14.514,17 beliep. Uit productie 13 bij conclusie van antwoord aan de zijde van Defam c.s. kan worden afgeleid dat de restantschuld per 1 juli 2005 (het moment waarop [eiser] de rentebetalingen heeft gestaakt) EUR 13.499,96 bedroeg; het geleende bedrag. Voorts is niet in geschil dat [eiser] daarover een rente is verschuldigd van 9,9 % per jaar.

2.9. [eiser] heeft tot en met juni 2005 rente betaald over de lening bij Defam Credit en [eiser] stelt dat het om een bedrag gaat van EUR 5.908,59. Defam c.s. stelt onder verwijzing naar door Defam c.s. overgelegde producties dat het een totaal betreft van EUR 5.801,54, derhalve een verschil van EUR 107,05, zijnde de volgens [eiser] van december 2000 tot en met november 2001 verschuldigde termijn. Nu ook uit de door Defam c.s. overgelegde stukken volgt dat over inderdaad 12 termijnen van EUR 107,05 zijn voldaan, zal de rechtbank uitgaan van het door [eiser] gestelde bedrag.

2.10. Ten aanzien van de door [eiser] aan Defam Credit betaalde rente is voorts niet in geschil dat [eiser] minder belasting heeft betaald door aftrek van de rente van zijn belastbare inkomen. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 2.7 is overwogen begroot de rechtbank het belastingvoordeel van [eiser] in verband met de aan Defam Credit betaalde rente op EUR 500,00.

2.11. Zoals al is overwogen in het tussenvonnis dient het van het krediet bij Defam betaalde bedrag van NGL 8.000,00 voor de kunststof kozijnen voor rekening van [eiser] te komen.

Dat geldt niet voor het bedrag dat is betaald in verband met een verzekering van [eiser] tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Deze verzekering is te zeer verbonden met de gehele constructie om de daaraan verbonden premie niet te beschouwen als door [eiser] geleden schade.

In verband met de van het krediet betaalde bedrag van NGL 8.000,00 (EUR 3.630,24) voor de kozijnen, dient ook de daarover verschuldigde rente voor rekening van [eiser] te blijven. Deze rente wordt door de rechtbank begroot op EUR 1.588,86 [5.908,59 x (3.630,24 : 13.499,96)].

2.12. Defam Credit heeft bij akte aanspraak gemaakt op een hogere rente (16 respectievelijk 18 %) op hetgeen door [eiser] meer is verschuldigd dan het bedrag van de kredietruimte. Defam Credit heeft daarbij een beroep gedaan op artikel 12 van de kredietovereenkomst en vervolgens een berekening overgelegd van de in dat verband verschuldigde rente.

Defam Credit heeft echter niet eerder aanspraak gemaakt op deze vergoeding. De door Defam Credit bij conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie gaat uit van een rente van 8,9 %, ook over het bedrag waarmee de kredietlimiet is overschreden (zie productie 13 conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie). Nu Defam Credit haar eis niet heeft vermeerderd en het ook overigens in strijd met de goede procesorde is om daar thans bij antwoordakte pas mee te komen – [eiser] heeft hier niet op kunnen reageren –, zal de rechtbank aan deze claim voorbij gaan en uitgaan van een rente van 9,9%, die ook [eiser] hanteert.

2.13. De rechtbank zal de aanspraak van Defam Credit op contractueel overeengekomen buitengerechtelijke kosten afwijzen, nu Defam Credit – grotendeels – in het ongelijk zal worden gesteld.

Hoogte schade [eiser] - Defam c.s.

2.14. Samenvattend is de schade als volgt te begroten, waarbij de rechtbank het verzoek van [eiser] om te verrekenen zal volgen voor zover het ook over en weer vorderingen betreft van tussen dezelfde partijen.

a. Defam Financieringen

- restant schuld aan Defam Financieringen EUR 8.262,98

- rente 9,6 % hierover vanaf 26 juni 2005 p.m.

- ontvangen dividend -/- 3.099,00

- genoten rentevoordeel -/- 1.200,00

Totaal schade EUR 3.963,98 + p.m.

Voor rekening van [eiser] 40 % EUR 1.585,59 + p.m.

Voor rekening van Defam Financieringen EUR 2.378,39 + p.m.

Per saldo door [eiser] te voldoen aan Defam Financieringen EUR 5.884,59 (8.262,98 – 2.378,39). Hierover is door [eiser] de contractuele rente verschuldigd van 9,6 % vanaf 26 juni 2005.

b. Defam Credit

- restant schuld aan Defam Credit EUR 13.499,96

- rente 9,9 % hierover vanaf 1 juli 2005 p.m.

- betaalde rente aan Defam Credit 5.908,59

Subtotaal 19.408,55 + p.m.

- betaalde kunststof kozijnen -/- 3.630,24

- rente hierover tot 1 juli 2005 -/- 1.588,86

- belastingvoordeel -/- 500,00

Totaal schade EUR 13.689,45 + p.m.

Voor rekening van [eiser] 40 % EUR 5.475,78 + p.m.

Voor rekening van Defam Credit 60 % EUR 8.213,67 + p.m.

Per saldo door [eiser] te voldoen aan Defam Credit EUR 5.286,29 (13.499,96 – 8.213,67). Hierover is door [eiser] de contractuele rente verschuldigd van 9,9 % vanaf 1 juli 2005.

Hoogte schade [eiser] – Aefect

2.15. Zoals uit de voorgaande opstelling blijkt is de schade van [eiser] in verband met de overeenkomst met Defam Financieringen EUR 3.963,98 en bij de overeenkomst met Defam Credit EUR 13.689,45. Van deze schade komt slechts 40 % daadwerkelijk voor rekening van [eiser]. Immers 60 % wordt gedragen door Defam c.s. en in mindering gebracht op de door [eiser] aan Defam c.s. te betalen bedragen. Aefect dient derhalve de 40 % die voor rekening komt van [eiser] aan [eiser] te vergoeden en de daarover door [eiser] aan Defam c.s. verschuldigde rente. Het betreft dus voor de schuld aan Defam Financieringen een bedrag van EUR 1.585,59 plus rente en voor de schuld aan Defam Credit een bedrag van EUR 5.475,78 plus rente. Aefect zal worden veroordeeld om dat aan [eiser] te betalen.

Proceskosten

2.16. Defam c.s. en Aefect zullen in conventie allebei voor de helft veroordeeld in de door [eiser] gemaakte proceskosten, nu Defam c.s. en Aefect als grotendeels in het ongelijk gestelde partijen moeten worden beschouwd en niet is verzocht om hoofdelijke veroordeling. De kosten van [eiser] in conventie zijn te begroten als volgt:

- dagvaarding EUR 169,74

- vast recht 296,00

- salaris procureur 1.130,00 (2,5 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.595,74

De helft van de kosten bedraagt derhalve EUR 797,87.

2.17. Defam c.s. zal in reconventie als grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten aan de zijde van [eiser], te begroten als volgt:

- salaris procureur EUR 452,00 (1 punt × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 452,00.

3. De beslissing

De rechtbank:

in conventie

3.1. verklaart voor recht dat Defam Financieringen, Defam Credit en Aefect onrechtmatig hebben gehandeld tegenover [eiser] door te handelen in strijd met de op hen rustende zorgplicht;

3.2. veroordeelt Aefect om aan [eiser] te betalen EUR 1.585,59 (zegge vijftienhonderd vijfentachtig euro en negenenvijftig eurocent) te vermeerderen met de daarover door [eiser] aan Defam Financieringen contractueel verschuldigde rente van 9,6 % per jaar vanaf 26 juni 2005,

3.3. veroordeelt Aefect om aan [eiser] te betalen EUR 5.475,78 (zegge vijfduizend vierhonderd en vijfenzeventig euro en achtenzeventig eurocent) te vermeerderen met de daarover door [eiser] aan Defam Credit contractueel verschuldigde rente van 9,9 % per jaar vanaf 1 juli 2005,

3.4. veroordeelt Aefect in een gedeelte van de door [eiser] gemaakte proceskosten, welk gedeelte is begroot op een bedrag van EUR 797,87,

3.5. veroordeelt Defam c.s. in een gedeelte van de door [eiser] gemaakte proceskosten, welk gedeelte is begroot op een bedrag van EUR 797,87,

3.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.7. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.8. veroordeelt [eiser] om aan Defam Financieringen te voldoen EUR 5.884,59 (zegge vijfduizend achthonderd vierentachtig euro en negenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de daarover door [eiser] aan Defam Financieringen contractueel verschuldigde rente van 9,6 % per jaar vanaf 26 juni 2005,

3.9. veroordeelt [eiser] om aan Defam Credit te voldoen EUR 5.286,29 (zegge vijfduizend tweehonderd zesentachtig euro en negenentwintig eurocent), te vermeerderen met de daarover door [eiser] aan Defam Credit contractueel verschuldigde rente van 9,9 % per jaar vanaf 1 juli 2005,

3.10. veroordeelt Defam c.s. in de door [eiser] gemaakte proceskosten, welke zijn begroot op een bedrag van EUR 452,00,

3.11. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.12. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2008.?