Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9789

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-08-2008
Datum publicatie
11-08-2008
Zaaknummer
578814 AE VERZ 08-314
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van vervallen functie in het kader van reorganisatie. Is Werknemer ongeschikt voor de (gewijzigde) nieuwe functie? Kantonrechter: werkgever heeft dit onvoldoende onderzocht. Beoordeling gebaseerd op "indrukken" managementteam. Niet aannemelijk gemaakt dat werknemer er in het verleden op gewezen is dat van hem verwacht werd dat hij zich alvast in nieuwe technieken ging verdiepen. Argumenten werknemer onvoldoende gemotiveerd weersproken in zowel de interne bezwaarprocedure als in de ontbindingsprocedure. Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0528
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 578814 AE VERZ 08-314 PK

beschikking d.d. 8 augustus 2008

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPN B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, verder ook te noemen KPN,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. B.J. Bongaards,

tegen:

[verweerder], wonende te [woonplaats], verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. I.J.N. Fitters-Roeland.

1. Verloop van de procedure

KPN heeft op 3 juni 2008 een verzoekschrift ingediend. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 31 juli 2008 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden. Hierna is uitspraak bepaald.

2. De feiten

2.1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

[verweerder], geboren op [geboortedatum], is op 1 september 1990 in dienst van (de rechtsvoorganger van) KPN getreden.

Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 2.842,- per maand. [verweerder] was laatstelijk werkzaam als netwerkmanager op de afdeling NOC (Network Operations Center).

2.2. In het kader van het streven naar een omslag binnen de gehele organisatie van KPN is zij met de vakbonden de Concernregeling Loopbaangesprekken overeengekomen. In het kader van een voorgenomen reorganisatie van de afdeling NOC heeft KPN nieuwe functieprofielen opgesteld, waaronder het functieprofiel Netwerkmanager (nieuwe stijl).

Op 6 december 2006 is met [verweerder] een loopbaangesprek gevoerd, en wel aan de hand van het nieuwe functieprofiel, omdat op dat moment al wel duidelijk was dat het oude functieprofiel in de nabije toekomst zou wijzigen. Naar aanleiding van dit loopbaangesprek heeft [verweerder] de uitspraak “bewegen” gekregen, hetgeen erop neerkwam dat hij volgens KPN niet aan de eisen van het nieuwe functieprofiel zou kunnen voldoen.

Van deze beoordeling is op 1 januari 2007 een overzicht opgesteld, waarin zijn vermeld de gedragskenmerken per competentie, het huidige gedrag, het verleden en de doorgemaakte ontwikkeling van [verweerder], voorbeelden, en ontwikkelbaarheid in de toekomst. In dit overzicht is per kenmerk opgenomen het oordeel van KPN, alsmede het commentaar daarop van [verweerder]. Hieruit blijkt dat [verweerder] op vrijwel ieder aspect verweer heeft gevoerd.

Voor zover het gaat om aanmerkingen op het huidige gedrag, het verleden en de doorgemaakte ontwikkeling heeft [verweerder] in dat commentaar veelal aangegeven dat hij conform de toen geldende instructies heeft gehandeld, en dat hij er nooit op aangesproken is dat dit niet juist was. Vrijwel elk genoemd concreet voorbeeld is blijkens het verslag door [verweerder] betwist. Met betrekking tot de ontwikkelbaarheid in de toekomst is het oordeel van KPN blijkens dit overzicht vrijwel steeds dat [verweerder] niet ontwikkelbaar is in de betreffende kerncompetenties (”Ik zie jou in de toekomst dit niet doen”).

2.3. Conform de binnen KPN geldende regeling heeft [verweerder] tegen de uitspraak “bewegen” bezwaar gemaakt bij zijn direct leidinggevende. In een gesprek met deze leidinggevende op 23 januari 2007 is de loopbaanuitspraak toegelicht, en bij brief van 30 januari 2007 is aan [verweerder] meegedeeld dat de uitspraak gehandhaafd bleef.

Bij brief van 22 februari 2007 heeft de toenmalige gemachtigde van [verweerder] om nadere informatie gevraagd. Bij brief van 21 maart 2007 heeft KPN deze brief beantwoord. Deze brief vermeldt verder: “Voorts wil ik opmerken dat de heer [verweerder] binnen KPN niet formeel een bezwaar heeft ingediend bij de bezwarencommissie! Het proces vereist dat, binnen een week na reactie van de naast hogere manager, een bezwaarschrift bij de bezwarencommissie wordt ingediend! De heer [verweerder] kan dit alsnog doen”.

De toenmalige gemachtigde van [verweerder] heeft op 5 april 2007 bezwaar aangetekend bij de naasthogere manager van [verweerder], welk bezwaar bij brief van 15 mei 2007 wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk is verklaard.

Op 12 juni 2007 heeft KPN bij de ondernemingsraad een adviesaanvraag met betrekking tot deze voorgenomen reorganisatie van de afdeling NOC ingediend. De ondernemingsraad heeft op 12 juli 2007 positief geadviseerd. De reorganisatie is per 1 september 2007 doorgevoerd. [verweerder] is sindsdien niet langer door KPN in de gelegenheid gesteld werkzaamheden te verrichten.

3. Het verzoek en het verweer

3.1. KPN legt aan haar verzoek ten grondslag dat de functie van [verweerder] is vervallen en dat hij niet in een andere passende functie is herplaatst. Hij komt in aanmerking voor een beëindigingsvergoeding conform de Mobiliteits-CAO.

3.2. [verweerder] voert verweer. Volgens hem zijn de verschillen tussen de beide functieprofielen beperkt, en voldoet hij wel degelijk aan de eisen van het nieuwe functieprofiel.

Voor zover nodig voor de beslissing zal de kantonrechter daarop in het navolgende ingaan.

4. De beoordeling

4.1. Aan KPN komt als werkgever beleidsvrijheid toe om de inrichting van haar organisatie te wijzigen door bepaalde functies te laten vervallen en nieuwe functies te creëren. [verweerder] heeft dit op zich ook niet betwist. Bovendien heeft de ondernemingsraad met deze reorganisatie ingestemd. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de functie Netwerkmanager (nieuwe stijl) wat de vereiste competenties betreft zich voldoende onderscheidt van de functie Netwerkmanager (oude stijl) om van een andere functie te kunnen spreken.

4.2. De vraag dient zich aan of KPN terecht heeft geoordeeld dat [verweerder] niet geschikt is voor de nieuwe functie. KPN dient zich bij het nemen van die beslissing als een goed werkgever te gedragen. Zo dienen beoordelingen door KPN met betrekking tot het functioneren en de ontwikkelmogelijkheden van [verweerder] gebaseerd te zijn op deugdelijk onderzoek.

4.3. De kantonrechter constateert dat uit het bovengenoemde overzicht van 11 januari 2007 blijkt dat [verweerder] op vrijwel ieder punt verweer heeft gevoerd. Op dit verweer is nadien inhoudelijk niet door KPN ingegaan: niet in het gesprek tussen [verweerder] en zijn leidinggevende van 13 januari 2007 of in de daarop volgende beslissing van 30 januari 2007 (de daarop betrekkelijke stukken zijn praktisch inhoudsloos); niet naar aanleiding van het bezwaarschrift van 22 februari 2007 ([verweerder] is daarin niet-ontvankelijk verklaard); en evenmin in het kader van de onderhavige procedure (dit had wel op de weg van KPN gelegen gelet op het destijds en ook in de onderhavige procedure door [verweerder] gevoerde verweer).

4.4. De kantonrechter merkt hierbij op dat KPN het [verweerder] aanrekent dat hij zich niet of onvoldoende heeft ontwikkeld met betrekking tot de nieuwe technieken. [verweerder] heeft echter gesteld dat hij zich voor aanvullende cursussen heeft aangemeld maar dat KPN daarop niet is ingegaan. Hiertoe heeft hij verwezen naar genoemd overzicht van 11 januari 2007. KPN heeft dit een en ander onvoldoende gemotiveerd betwist.

Voorts acht de kantonrechter van belang dat KPN stelt dat de houding van [verweerder] te weinig pro-actief is geweest met betrekking tot nieuwe technische ontwikkelingen en dat het aan [verweerder] duidelijk had moeten zijn dat een dergelijke houding van hem verwacht werd.

Voor zover het bij [verweerder] al aan een dergelijke houding heeft ontbroken (zie het voorgaande met betrekking tot het volgen van cursussen), heeft KPN onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom dit aan [verweerder] duidelijk had moeten zijn. Wil KPN aan een dergelijk gebrek aan initiatief verstrekkende gevolgen verbinden wat betreft het voortduren van de arbeidsovereenkomst, dan had het op haar weg gelegen aan te tonen, bijvoorbeeld middels verslagen van functionerings- of beoordelingsgesprekken, dat [verweerder] hierop gewezen is.

4.5. Met betrekking tot het oordeel van KPN dat [verweerder] op de diverse gedragskenmerken niet ontwikkelbaar zou zijn komt haar onderbouwing daarvan, mede op grond van hetgeen van haar zijde ter zitting is opgemerkt, daarop neer, dat dit de “indruk” is van het managementteam. Voor zover die indruk gebaseerd is op de in het overzicht genoemde voorbeelden is zulks onvoldoende gemotiveerd. Blijkens het overzicht heeft [verweerder] ieder voorbeeld immers gemotiveerd als feitelijk onjuist weersproken, zonder dat KPN daar iets tegenover heeft gesteld. Voor het overige is deze “indruk” van het managementteam niet onderbouwd. Indien KPN aan een dergelijke indruk gevolgen met betrekking tot het voortbestaan van de arbeidsovereenkomst wil verbinden, had het op haar weg als goed werkgever gelegen zulks op adequate en op zo objectief mogelijke wijze vast te (doen) stellen, bijvoorbeeld door afname van een assessment.

De kantonrechter neemt verder in aanmerking dat sprake is van een langdurig dienstverband (bijna 18 jaar), en dat de kansen van [verweerder] op de arbeidsmarkt gezien zijn leeftijd, bijna 57 jaar, niet als gunstig zijn aan te merken.

4.6. Op grond van het voorgaande dient het verzoek tot ontbinding te worden afgewezen. KPN zal in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt KPN in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 400,- aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2008.