Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD8803

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-05-2008
Datum publicatie
29-07-2008
Zaaknummer
16-711404-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte wordt vrijgesproken voor o.a. uitbuiting en misbruik. Onvoldoende aanwijzingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/711404-07

Datum uitspraak: 29 mei 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak

gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres], [woonplaats].

Raadsman: mr. R.M. Maanicus

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 mei 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 01 maart

2007 tot en met 01 augustus 2007 te Zeist en/of te Amsterdam en/of te Huizen

en/of te Hilversum en/of te Zundert, althans in het arrondissement Utrecht

en/of Amsterdam en/of Breda, in elk geval in Nederland, tezamen in in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, genaamd [aangever 1],

door dwang en/of geweld en/of door één of meer feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding

en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd

en/of overgebracht, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [aangever 1],

en/of die [aangever 1]

door dwang en/of geweld en/of door één of meer feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding

en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar

te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (bestaande uit seksuele

handelingen met of voor een derde tegen betaling) of onder genoemde

omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist,

althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die [aangever 1] zich daardoor

tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou stellen,

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [aangever 1],

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die feitelijkheid/feitelijkheden

en/of die dreiging met geweld en/of die dreiging met één of meer

feitelijkheden en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van haar kwetsbare

postitie en/of dat voordeel trekken uit die uitbuiting

(telkens) (onder meer) hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- terwijl hij/zij wist(en) dat die [aangever 1] makkelijk te manipuleren

was en/of kwetsbaar was-

- een relatie met die [aangever 1] is aangegaan en/of heeft gekregen en/of

heeft onderhouden en/of

- wetende dat die [aangever 1] schulden had en/of meerdere boetes moest betalen-

(meerdere malen) tegen die [aangever 1] heeft gezegd dat zij in de prostitutie

kon gaan werken om geld te verdienen om haar en/of zijn, verdachte's schulden

te betalen en/of

-die [aangever 1] ervan heeft overtuigd dat de verdiensten van haar

prostitutiewerkzaamheden gebruikt zouden worden voor de gezamenlijke toekomst

van haar en verdachte en/of

-die [aangever 1] er (dusdoende) toe heeft gebracht om in de prostitutie te

werken en/of heeft aangezet tot prostitutie en/of

-die [aangever 1] naar het Wallengebied van Amsterdam heeft gebracht teneinde

haar te tonen hoe de prostitutie daar in zijn werk ging/verliep en/of

-op dat/het Wallengebied een werklokatie voor die [aangever 1] heeft gehuurd

en/of die [aangever 1] aldaar heeft voorzien van condooms en/of glijmiddel en/of

soortgelijke goederen en/of (vervolgens)

-die [aangever 1] als prostituée heeft laten werken bij de club […] te

Hilversum, althans een (seks)club en/of voor het vervoer van die [aangever 1]

naar en van die club heeft gezorgd en/of

-die [aangever 1] als prostituée heeft laten werken bij de Club […] te

Zundert, althans een (seks)club en/of voor het vervoer van die [aangever 1] naar

en van die club heeft gezorgd en/of

-die [aangever 1] een (zeer groot) deel van de verdiensten van haar

prostitutiewerkzaamheden heeft afgenomen en/of heeft laten afstaan en/of die

[aangever 1] geen gedeelte, althans weinig van haar verdiensten heeft laten

houden en/of

- die [aangever 1] in een door verdachte en/of zijn mededader(s) gecontroleerde

situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval één of meer (andere) handelingen

heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [aangever 1] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van

verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie;

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Motivering vrijspraak:

De kern van het bewijsmateriaal in deze zaak wordt gevormd door de verklaringen van de aangeefster. Ter terechtzitting is de aangeefster uitvoerig gehoord. Hoewel de rechtbank zich heeft gerealiseerd dat slachtoffers van het delict mensenhandel soms geneigd zijn om gunstiger over de gedragingen van een dader te verklaren dan op grond van de feiten reëel zou zijn, heeft de rechtbank in deze zaak in het overige bewijsmateriaal onvoldoende aanknopingspunten gevonden om te oordelen dat dit ook het geval is bij de verklaring die aangeefster ter terechtzitting heeft afgelegd. Daarom heeft de rechtbank die verklaring van de aangeefster als uitgangspunt genomen bij de beantwoording van de vraag of het aan verdachte tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.

Ter terechtzitting heeft de aangeefster –zakelijk weergegeven- verklaard:

-dat zij in 2005 een relatie met verdachte kreeg, mede op haar initiatief;

-dat die relatie de eerste jaren in haar beleving een gewone, goede relatie was;

-dat zij in die tijd ook geregeld bij hun wederzijdse ouders thuis kwamen;

-dat verdachte haar op een bepaald moment vroeg een door hem gekochte auto voor een week op haar naam te zetten, dat na die week bleek dat verdachte dit zo liet en dat zij vervolgens werd geconfronteerd met allerlei boetes voor verkeersovertredingen die met die auto waren gemaakt;

-dat zij hierna nog enkele auto’s van verdachte op zijn verzoek op haar naam heeft laten zetten en dat zij ook voor die auto’s verkeersboetes kreeg die niet door verdachte werden betaald;

-dat zij hierdoor schulden kreeg;

-dat er zich een incident heeft voorgedaan waarbij zij zich genoodzaakt voelde om met een pinpas van haar moeder geld te trekken en dit geld aan verdachte te geven, waarna zij verdachte niet meer vertrouwde;

-dat zij vervolgens de relatie met verdachte beëindigde;

-dat zij verdachte na enkele maanden daarna weer tegen het lijf liep, dat zij daarna één en ander weer hebben uitgepraat en besloten de relatie weer te hervatten;

-dat zij in de periode daarna vaak spraken over hun schulden en over sparen voor hun beider toekomst;

-dat verdachte een aantal keren met haar heeft gesproken over de mogelijkheid dat zij als prostituee zou gaan werken om zo haar schulden af te lossen en te sparen;

-dat zij op een gegeven moment tegen verdachte heeft gezegd dat zij het inderdaad wilde proberen en dat dit een vrije keuze was en zich niet door verdachte gedwongen heeft gevoeld;

-dat verdachte vervolgens een werkplek op de Wallen voor haar heeft gezocht, hij haar daar heeft gebracht en haar toen ook heeft voorzien van condooms etc., maar dat zij zelf de kamer heeft gehuurd;

-dat zij, toen zij daar enkele uren op die kamer was en zij zich daar niet prettig voelde, verdachte heeft gebeld met de vraag of hij haar zou komen ophalen en dat hij dat toen ook direct heeft gedaan;

-dat zij vervolgens samen met verdachte op internet een adres heeft opgezocht in Hilversum, dat zij daar heeft gewerkt en daar verdiensten van had en dat zij inderdaad op zijn vraag een aanzienlijk gedeelte daarvan aan verdachte heeft gegeven, maar dat zij dit deed omdat zij in een huis van een vriend van verdachte woonde en er tenslotte ook eten moest worden gekocht;

-dat zij vervolgens een week of drie in een club in Zundert heeft gewerkt;

-dat zij gedurende periode inderdaad steeds een groot gedeelte van haar verdiensten uit prostitutie aan verdachte heeft gegeven

-dat zij zich op een gegeven moment teleurgesteld voelde, omdat het door haar aan verdachte gegeven geld niet door hem werd aangewend voor hun beider toekomst, maar verdachte dit uitgaf aan dingen voor zichzelf, en dat zij toen is gestopt met het werken in de prostitutie.

De officier van justitie stelt dat in deze zaak sprake is geweest van (1) misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, van (2) misleiding en van (3) misbruik maken van een kwetsbare positie, waardoor [aangever 1] door verdachte werd bewogen om te gaan werken in de prostitutie, waarna (4) verdachte vervolgens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit die uitbuiting van [aangever 1].

De rechtbank overweegt dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat voor het oordeel dat [aangever 1] door de hiervoor onder 1, 2, en/of 3 genoemde middelen is bewogen om zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie.

De rechtbank stelt voorop, zoals ook de officier van justitie onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis heeft gesteld, dat van een uitbuitingssituatie sprake kan zijn, indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Een eventuele instemming met haar uitbuiting is niet bepalend. Wezenlijk is dat het slachtoffer in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan in een toestand van uitbuiting te geraken of te blijven, en in feite de vrijwilligheid bij het slachtoffer in ernstige mate ontbreekt. Dat van een dergelijke situatie sprake was is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank overweegt daartoe dat [aangever 1] uit eigen beweging uit de prostitutie is gestapt op het moment dat zij teleurgesteld raakte over het feit dat het geld dat zij aan verdachte gaf niet werd aangewend voor hun beider toekomst. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte deze beslissing op enige wijze heeft tegengewerkt.

Ook voor het oordeel dat sprake is geweest van misleiding bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank acht aannemelijk dat [aangever 1] in de prostitutie is gaan werken met de bedoeling schulden af te lossen. Vaststaat dat [aangever 1] een aanzienlijk deel van het door haar verdiende geld aan verdachte heeft gegeven, en dat verdachte dit geld niet heeft besteed aan het aflossen van schulden. In de gegeven omstandigheden is dit echter onvoldoende voor het oordeel dat er sprake is van misleiding. Verdachte heeft steeds aan [aangever 1] om geld gevraagd. [aangever 1] heeft, naar bij gebrek aan aanwijzingen voor het tegendeel moet worden aangenomen, hem dit geld geheel vrijwillig gegeven. Verdachte heeft daarbij herhaaldelijk aangegeven dat hij het geld nodig had voor zichzelf, bijvoorbeeld voor nieuwe schoenen. Hoewel uit de verklaring die [aangever 1] tegenover de politie heeft afgelegd blijkt dat het tenminste één keer is voorgekomen dat verdachte het geld aan iets anders heeft besteed dan waarvoor hij het gevraagd had, is dit onvoldoende voor het oordeel dat verdachte [aangever 1] door misleiding in de prostitutie heeft gebracht.

Het dossier bevat voorts onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat [aangever 1] zich in een kwetsbare positie bevond. De enkele –relatief beperkte- omvang van haar eigen schulden is daartoe in ieder geval onvoldoende.

Nu er geen sprake is van uitbuiting kan evenmin worden geoordeeld dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [aangever 1].

De officier van justitie heeft verwezen naar de inhoud van een aantal tapgesprekken en stelt dat hierin een belangrijke ondersteuning kan worden gevonden voor de stelling dat verdachte [aangever 1] (en wellicht ook anderen) voor hem liet werken als prostituee. Hoewel de inhoud van deze gesprekken weliswaar de suggestie wekt dat verdachte [aangever 1] voor hem liet werken als prostituee, is de inhoud van deze gesprekken te weinig concreet en te weinig specifiek om van doorslaggevende betekenis te kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte moet worden vrijgesproken.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mrs N.V.M. Gehlen, C.W. Bianchi en L.M.G. de Weerd, bijgestaan door mr. E.J. Willekers als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 mei 2008.