Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6797

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-07-2008
Datum publicatie
10-07-2008
Zaaknummer
251169/ JE RK 08-1478
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor medische behandeling, verwijdering neusamandelen en plaatsing buisjes in de oren bij een baby, met gezag belaste ouder is wilsonbekwaam.

Wetsverwijzingen
Verdrag inzake de rechten van het kind 3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

Vervangende toestemming medische behandeling

zaaknummer: 251169 / JE RK 08-1478

beschikking van 7 juli 2008 van de kinderrechter met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige], geboren te [geboorteplaats], op 11 september 2007,

kind van

[vader],

en

[moeder],

De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag.

1. Verloop van de procedure

Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft op 26 juni 2008 schriftelijk verzocht vervangende toestemming te verlenen voor een medische behandeling van de minderjarige.

De kinderrechter heeft het verzoek behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 7 juli 2008.

2. Beoordeling van het verzochte

Het verzoek strekt tot verkrijging van vervangende toestemming voor een operatie, waarbij de neusamandelen zullen worden verwijderd en buisjes in de oren zullen worden geplaatst.

Uit de stukken blijkt dat de moeder met een rechterlijke machtiging langdurig is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis wegens een ernstige stoornis van de geestvermogens. Zij lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type, cannabisafhankelijkheid en heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De ziekte van de moeder gaat gepaard met een gestoorde realiteitstoetsing en ernstige oordeels- en kritiekstoornissen. Ziektebesef en ziekte-inzicht ontbreken.

De Raad voor de kinderbescherming, vestiging Utrecht, heeft op 11 oktober 2007 bij deze rechtbank een verzoek ingediend de moeder te ontheffen van het gezag op de grond dat zij ongeschikt of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarige te vervullen. Op 15 november 2007 heeft de Raad verzocht een voogd te benoemen over [minderjarige] op de grond dat de moeder in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, omdat haar geestvermogens zodanig zijn gestoord dat zij in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen en deze stoornis niet van tijdelijke aard is. Deze verzoeken zijn na behandeling door de meervoudige kamer van deze rechtbank aangehouden, teneinde de moeder in staat te stellen verweer te voeren en de Raad in de gelegenheid te stellen een verklaring over te leggen van een onafhankelijk psychiater ter onderbouwing van haar stelling dat de moeder niet in staat is haar wil te bepalen of de betekenis van haar verklaring te begrijpen.

In de onderhavige procedure heeft Bureau jeugdzorg Utrecht een verklaring van een onafhankelijk psychiater gedateerd 30 mei 2008 en gericht aan de Raad voor de kinderbescherming overgelegd, waarin deze psychiater verklaart de moeder niet wilsbekwaam te achten.

De gezinsvoogd heeft ter terechtzitting verklaard dat de moeder, vanwege haar psychiatrisch ziektebeeld en de daaruit voortvloeiende wilsonbekwaamheid niet benaderd is met het verzoek om toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige] te geven. Daarbij heeft mede een rol gespeeld dat confrontatie van de moeder met het verzoek toestemming te geven door haar behandelaars niet in het belang van haar geestelijke gezondheid wordt geacht.

Naar het oordeel van de kinderrechter kan de wilsonbekwaamheid van de moeder in dit geval gelijk gesteld worden met een weigering om toestemming te verlenen zoals bedoeld in artikel 1:264 BW.

De kinderrechter acht voldoende onderbouwd dat de medische behandeling waarvoor vervangende toestemming wordt verzocht op medische gronden geïndiceerd is en dat het onthouden van deze behandeling (op termijn) schadelijk zou zijn voor de gezondheid van [minderjarige]. Het zonder reden onthouden van deze behandeling zou naar het oordeel van de kinderrechter in strijd zijn met artikel 3 van het verdrag inzake de rechten van het kind. De kinderrechter zal derhalve de gevraagde vervangende toestemming verlenen.

De gezinsvoogd heeft ter zitting gewezen op de mogelijkheid dat zich onvoorzien een complicatie zou voordoen tijdens de operatie, waarvoor wederom de toestemming van de moeder voor enig medisch ingrijpen noodzakelijk zou kunnen zijn. De kinderrechter kan hier echter in deze procedure niet op vooruitlopen. Wel wijst de kinderrechter de gezinsvoogd op de mogelijkheid de Raad voor de kinderbescherming ertoe te bewegen de rechtbank te verzoeken de behandeling van de aangehouden procedure tot ontheffing c.q. benoeming van een voogd voort te zetten, al dan niet in samenhang met een verzoek het gezag van de moeder hangende deze procedure te schorsen en Bureau Jeugdzorg Utrecht met de voorlopige voogdij te belasten.

3. Beslissing

De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige], conform het verzoek van Bureau Jeugdzorg Utrecht.

Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven op 7 juli 2008 door mr. M.A.A.T. Engbers,

kinderrechter, in het bijzijn van R. van Loon als griffier.