Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6566

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-07-2008
Datum publicatie
09-07-2008
Zaaknummer
220295/ HA ZA 06-2386
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewijswaardering, opzegging overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 220295 / HA ZA 06-2386

Vonnis van 9 juli 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABC SECURITY B.V.,

gevestigd te Huizen,

eiseres,

procureur mr. P.J. Soede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAMBO B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. J.C. Hesen.

Partijen zullen hierna ABC en Mambo genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 mei 2007;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van de zijde van Mambo van 26 juni 2007;

- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van de zijde Mambo van

20 september 2007;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van de zijde van ABC van 7 januari 2008;

- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van de zijde van ABC van 17 april 2008;

- de conclusie van de zijde van ABC van 21 mei 2008;

- de conclusie van de zijde van Mambo van 21 mei 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 30 mei 2007 (hierna: het tussenvonnis) is overwogen en bouwt daarop voort.

2.2. In het tussenvonnis is overwogen dat het in deze zaak gaat om de vraag of Mambo de overeenkomst met ABC op 30 januari 2006 rechtsgeldig heeft opgezegd. Mambo is toegelaten tot het leveren van bewijs van haar stelling dat ABC de mondelinge opzegging door Mambo op 30 januari 2006, als gevolg waarvan de samenwerking tussen partijen per 1 maart 2006 zou eindigen, heeft aanvaard.

2.3. Om het bewijs van haar stelling te leveren heeft Mambo doen horen, de beide directeurs van Mambo, te weten de heer [directeur1] (hierna: [directeur1]) en de heer

[directeur2] (hierna: [directeur2]). Voorts zijn gehoord de heer [bedrijfsleider], bedrijfsleider bij Club Monza (hierna: [bedrijfsleider]), de heer [organisator] organisator van evenementen in Club Monza (hierna: [organisator]), de heer [DJ], disk-jockey (hierna: [DJ]), de heer

[accountmanager], accountmanager bij Grolsch (hierna: [accountmanager]) en de heer [ondernemer], ondernemer in de horecabranche (hierna: [ondernemer]).

2.4. Ingevolge artikel 164 lid 2 RV, zullen de verklaringen van [directeur1] en [directeur2], nu zij Mambo vertegenwoordigen en Mambo partij is in deze zaak, geen bewijs in het voordeel van Mambo kunnen opleveren, tenzij de verklaringen strekken ter aanvulling van onvolledig bewijs. De rechtbank zal de getuigenverklaringen van de directeurs tegen deze achtergrond beoordelen.

2.5. ABC heeft in tegenverhoor doen horen de drie vennoten van ABC, te weten de heer [vennoot1] (hierna: [vennoot1]), de heer [vennoot2] (hierna: [vennoot2]) en de heer

[vennoot3] (hierna: [vennoot3]). Voorts is gehoord de heer [portier], voorheen werkzaam als portier bij ABC (hierna: [portier]).

2.6. Op 30 januari 2006 heeft tussen de directeurs van Mambo en de vennoten van ABC een gesprek plaatsgevonden. Ten aanzien van dit gesprek is door de getuigen als volgt verklaard.

2.7. Door [accountmanager] en [ondernemer] is - samengevat - onder meer verklaard dat zij op 30 januari 2006 aanwezig waren in De Beurs, waar het betreffende gesprek tussen ABC en Mambo heeft plaatsgevonden. [accountmanager] en [ondernemer] hebben voorafgaand aan het gesprek van de directeurs(s) van Mambo vernomen dat ze de samenwerking met ABC tijdens het gesprek zouden gaan opzeggen.

2.8. Door de beide directeurs van Mambo is - samengevat - verklaard dat zij tijdens het gesprek met ABC direct hebben aangegeven dat ze de samenwerking wilden beëindigen en daarbij de opzegtermijn van één maand in acht zouden nemen. Het was volgens de directeurs duidelijk dat er per 1 maart 2006 een ander beveiligingsbedrijf aan de deur zou staan bij Club Monza, de discotheek van Mambo. Door ABC is volgens de directeurs gevraagd of ze nog een kans kregen en in reactie is toen duidelijk gezegd dat dit er niet meer in zat. De directeurs hebben verklaard dat door [vennoot1] vervolgens is gereageerd in termen als ‘het zij zo’ en ‘jammer’. Ook is door ABC gevraagd welk beveiligingsbedrijf door Mambo zou worden ingeschakeld.

2.9. De drie vennoten van ABC hebben - samengevat - verklaard dat tijdens het gesprek op 30 januari 2006 door Mambo is aangegeven dat ze niet tevreden waren met de wijze waarop ABC omging met een bepaalde doelgroep. Het gesprek week volgens de drie vennoten niet af van eerdere gesprekken die tussen partijen zijn gevoerd.

2.10. [vennoot1] heeft onder meer verklaard:

Er staat mij niet bij dat er is gesproken over het krijgen van een tweede kans of dat er termen als ‘het zij zo’ door ons zijn gebruikt.

2.11. [vennoot3] heeft onder meer verklaard:

Er is wel vaker gezegd dat ze wilden stoppen, zo ook op 30 januari 2006.

Het is mij niet bekend dat er tijdens dat gesprek is gesproken over het krijgen van een tweede kans of dat termen als ‘het zij zo’ zijn gebruikt.

2.12. [vennoot2] heeft onder meer verklaard:

In dit gesprek heeft Mambo aangegeven voornemens te zijn te stoppen met de werkzaamheden. (…) Onze reactie was “we zien wel, we wachten het wel af”.

2.13. Zondag 26 februari 2006 is de laatste avond geweest dat beveiligers van

ABC bij Club Monza werkzaamheden hebben verricht. Die avond werd in Club Monza, zoals elke laatste zondag van de maand, het feest ‘Super Sunday’ gehouden. [organisator] en [DJ] waren bij de organisatie van dit feest betrokken en zij waren tijdens die avond aanwezig in Club Monza. Van de zijde van Mambo waren in ieder geval ook aanwezig [directeur1] en [bedrijfsleider]. Van de zijde van ABC waren in ieder geval [vennoot3], [vennoot1] en [portier] aanwezig.

2.14. Ten aanzien van de avond van 26 februari 2006 is door de getuigen van de zijde van Mambo - samengevat - het volgende verklaard.

[organisator] heeft verklaard dat hij een week vóór 26 februari 2006 van [portier] en [vennoot3] reeds had vernomen dat 26 februari 2006 de laatste Super Sunday voor hen zou zijn.

[DJ] heeft verklaard dat hij enige tijd voor 26 februari 2006 van [vennoot3] heeft vernomen dat de werkzaamheden van ABC in Club Monza zouden ophouden.

Volgens [DJ] is er op 26 februari 2006 in het algemeen besproken dat het de laatste keer zou zijn dat beveiligers van ABC zouden werken tijdens Super Sunday. El Kahtib heeft verklaard dat hij op die avond afscheid heeft genomen van de medewerkers van ABC. Het was voor [organisator] duidelijk dat het de laatste keer was. Hij heeft [portier] de hand geschud en met hem telefoonnummers uitgewisseld. Er werden volgens [organisator] dingen gezegd als “het ga je goed” en “tot ziens”. Door [bedrijfsleider] is verklaard dat hij die avond afscheid heeft genomen van [portier] en [vennoot1]. [bedrijfsleider] heeft hen een hand gegeven, omhelsd en gezegd “we komen elkaar nog wel tegen”. [directeur1] heeft verklaard dat hij van [portier], [vennoot1] en [vennoot3] die avond afscheid heeft genomen en dat het anders was dan gebruikelijk. [directeur1] heeft tegen hen gezegd dat ze elkaar vast nog wel eens tegen zouden komen en hij heeft hen bedankt voor alles.

Door [bedrijfsleider] en [directeur1] is voorts verklaard dat op 26 februari 2006 alle portofoons en opladers zijn meegenomen. Volgens [directeur1] werd af en toe wel eens een portofoon meegenomen, maar niet allemaal en zeker niet de opladers. [bedrijfsleider] heeft verklaard dat de portofoons en opladers in een afgesloten ruimte stonden en normaal nooit werden meegenomen.

2.15. Van de zijde van ABC is er over het verloop van de avond van 26 februari 2006

het volgende verklaard.

2.16. [portier] heeft - samengevat - verklaard dat op 26 februari 2006 niet op een andere wijze afscheid is genomen dan andere avonden. Er is niet afscheid genomen op de wijze zoals door [bedrijfsleider] en [organisator] is verklaard. [portier] heeft verklaard dat hij niet weet of er die avond portofoons of opladers zijn meegenomen. Zowel de portofoons als de opladers werden wel vaker meegenomen. [portier] weet niet of de laders ook wel eens allemaal werden meegenomen.

2.17. De heer [vennoot1] heeft onder meer verklaard:

Ik ben mij er niet bewust van dat het afscheid op die avond anders zou zijn verlopen dan gebruikelijk.

In reactie op het deel van de verklaring van de heer [bedrijfsleider] waarin deze verklaart dat op 26 februari 2006 afscheid is genomen van mij door middel van een omhelzing en met de woorden “we komen elkaar nog wel tegen” verklaar ik dat wij aan het einde van de avond normaal gesproken iedereen een hand geven. Ik heb die avond niemand omhelsd. Ik kan mij niet herinneren dat er woorden met een dergelijke strekking zijn gezegd.

Voor zover ik weet zijn die avond portofoons en opladers meegenomen. De heer [vennoot3] is degene die verantwoordelijk is voor de portofoons en opladers. Hij is dus degene die zou moeten weten of op die avond portofoons en opladers zijn meegenomen. Dit gebeurde vaker. De portofoons zijn van ons. De heer [vennoot3] loopt altijd met een sporttas en de portofoons en opladers worden regelmatig meegenomen voor onderhoud of om deze voor andere gelegenheden te gebruiken.

2.18. De heer [vennoot3] heeft over de avond van 26 februari 2006 onder meer verklaard:

Wij hebben aan het einde gedag gezegd. Ik kan me niet precies herinneren wat er gezegd is en door wie. Er zijn geen termen gebruikt die duiden op een definitief afscheid voor zover ik weet.

Ik kan mij niet herinneren of en door wie die avond portofoons en opladers zijn meegenomen. Normaal gesproken werden aan het einde van een avond de portofoons naar een andere ruimte gebracht en in de oplader gezet bij Club Monza. De portofoons en opladers die onderhoud nodig hadden werden meegenomen. Als er niets met de portofoons was werden ze achtergelaten.

Ik was meestal degene die de portofoons en opladers meenam indien nodig. (…)

Bij mij is niet bekend dat ooit eens alle portofoons en opladers zijn meegenomen.

2.19. Na 26 februari 2006 zou, indien op 30 januari 2006 niet rechtsgeldig en met inachtneming van een opzegtermijn van een maand zou zijn opgezegd, donderdag 2 maart 2006 de eerste avond zijn dat medewerkers van ABC weer werkzaamheden zouden verrichten voor Mambo.

2.20. Het staat vast dat op 2 maart 2006 overdag een brief van ABC aan Mambo gezonden is waarin onder meer het volgende vermeld staat:

In navolging van ons gesprek d.d. 30 januari 2006, waarin wij de werkzaamheden met betrekking tot Club Monza hebben besproken, mochten wij tot op heden geen aangetekend schrijven ontvangen inzake opzegging van onze werkzaamheden door ABC Securtity B.V. (…)

Aangezien wij tot op heden geen aangetekend schrijven van u mochten ontvangen gaan wij ervan uit dat de geleverde werkzaamheden van ABC Security BV zullen continueren (…)

2.21. [vennoot3] heeft voor zover van belang onder meer verklaard:

In de week na 26 februari 2006 begreep ik van bezoekers die ook werkzaam zijn in het beveiligingscircuit dat wij vanaf maart niet meer welkom zouden zijn bij Club Monza.

(…)

Na 26 februari 2006 hebben bezoekers van Club Monza het gehad over geruchten over dat we zouden stoppen. Ik weet niet meer precies op welke dag en waar dat was. (…)

Ik kan mij niet herinneren hoeveel bezoekers dat waren. Ik weet niet of het er twee of vijftien zijn geweest. Ik weet niet meer of dit tijdens werk of in privétijd was. Eerder verklaarde ik dat deze bezoekers werkzaam waren in de beveiliging. Nu verklaar ik dat deze bezoekers dat niet waren en zij de geruchten hadden vernomen van mensen uit de beveiliging. Ik weet niet of zij ook met anderen over deze geruchten hebben gesproken. Ik heb gehoord dat iemand zei “jullie werken volgende week niet meer he?”. Ik heb toen gevraagd “waar heb je het over?”. Ik wist niet wat er bedoeld werd. Er is toen gezegd: “jullie doen de Monza niet meer toch, volgende week?”. Ik weet niet meer waar ik dit gehoord heb. Het was voor zover ik weet na 26 februari 2006. Met volgende week bedoel ik in dit geval de week die start vanaf donderdag 2 maart 2006. Ik ben die maandag, dinsdag en woensdag na 26 februari 2006 niet meer bij Club Monza geweest. Niet om te werken en niet als bezoeker.

(…)

Ik hoorde op 2 maart 2006 van mijn compagnons dat we niet meer welkom waren bij Club Monza. Ik heb toen de roosters aangepast. (…)

2.22. [vennoot1] heeft voor zover van belang onder meer verklaard:

Kort voor 2 maart 2006 hebben uit het circuit vernomen dat wij vanaf maart niet meer gewenst zouden zijn bij Club Monza. In reactie daarop zijn wij samengekomen en is de brief van 2 maart opgesteld.

(…)

De brief spreekt niet over de geruchten. Ik volgde mijn gevoel en koos voor aansluiting bij de contractuele wijze. Het was geen bewuste keuze om niet over de geruchten te reppen.

Er zijn niet eerder brieven gestuurd van ABC aan Mambo.

(…)

Nadat de heer [vennoot3] geruchten had vernomen was zijn boodschap aan ons dat hij had gehoord dat er andere beveiligers zouden staan op 2 maart 2006 en dat dit gerucht van andere beveiligingsmensen afkomstig was.

(…)

Dat er op 2 maart een ander beveiligingsbedrijf bij Club Monza zou staan wist ik niet zeker. Het was een vermoeden. Als er geen andere portiers zouden hebben gestaan dan zouden wij, ik en de heer [vennoot2], zijn gaan werken. Wij hadden de werkkleding aan. Wij hadden toen geen portofoons bij ons. Dit was niet nodig omdat we dan met zijn tweeën aan de deur zouden staan. (…)

Wij gingen samen omdat wij het personeel niet wilden confronteren met de situatie. (…)

Op 2 maart 2006 zijn wij naar Club Monza gegaan. Toen wij zagen dat daar andere portiers waren zijn wij weggegaan. (…) Wij hebben toen overleg gehad en naar aanleiding daarvan hebben wij aan de portiers doorgegeven dat zij niet meer hoefden te verschijnen bij Club Monza. Er stonden voor maart 2006 wel portiers ingepland voor Club Monza.

(…)

Het rooster zoals in het dossier is een rooster van daadwerkelijk gedraaide uren.

Dit rooster wordt achteraf gemaakt.

2.23. [vennoot2] heeft voor zover van belang onder meer verklaard:

Het is mij duidelijk geworden dat we zouden stoppen bij Mambo op de avond dat ik met de heer [vennoot1] naar Club Monza ging om te werken en wij daar andere beveiligers zagen staan. Ik was verbaasd. Voor die tijd had ik niet van mijn medecompagnons gehoord dat er eerder die middag een brief van ABC naar Mambo gezonden is. Toen wij de andere beveiligers zagen staan, hebben de heer [vennoot1] en ik elkaar aangekeken. We moesten erom lachen. Op dat moment heb ik ook niet van de heer [vennoot1] gehoord dat er een brief gestuurd was. We hebben niet van gedachten gewisseld over de situatie. We zijn weggegaan omdat we geen confrontatie wilden aangaan met de beveiligers die voor de deur stonden. We hebben geen contact gezocht met de heren van Mambo. Ik zag vanuit waar ik stond geen van de directeuren van Mambo staan en ging er daarom van uit dat ze er niet waren. Ik heb ook telefonisch geen contact gezocht met de heren van Mambo om te vragen waarom er andere beveiligers stonden. Voor zover ik weet is er door de andere compagnons van ABC ook geen contact gezocht.

2.24. Ter beoordeling ligt voor of Mambo is geslaagd in het bewijs van de stelling dat ABC de mondelinge opzegging door Mambo op 30 januari 2006, als gevolg waarvan de samenwerking tussen partijen per 1 maart 2006 zou eindigen, heeft aanvaard.

2.25. Ten aanzien van het gesprek dat op 30 januari 2006 heeft plaatsgevonden tussen ABC en Mambo (hierna: het gesprek) is in de dagvaarding door ABC aangevoerd dat door Mambo toen is aangegeven dat zij het voornemen hadden te stoppen. Ter comparitie is van de zijde van ABC erkend dat door Mambo tijdens het gesprek is gezegd wat Mambo daarover in de conclusie van antwoord heeft gesteld, te weten “wij zijn het zat, wij gaan met een ander bedrijf in zee, wij willen het netjes oplossen, zeggen hierbij de overeenkomst op en zullen ons daarbij houden aan de opzegtermijn van vier weken.”. In het tussenvonnis is op grond daarvan aangenomen dat het voorgaande tijdens het gesprek is gezegd.

De directeurs van Mambo hebben beiden verklaard dat tijdens het voornoemde gesprek het voorgaande is meegedeeld en dat duidelijk was dat de overeenkomst werd opgezegd.

Deze verklaringen vinden steun in de verklaring van [vennoot3] dat op 30 januari 2006 door Mambo is gezegd dat ze ermee wilden stoppen. In het licht van de voornoemde verklaringen bestaat geen twijfel over dat tijdens het gesprek uitdrukkelijk is opgezegd.

2.26. Niet kan worden uitgesloten dat uit de reactie van ABC tijdens het gesprek kon worden afgeleid dat zij zich hebben neergelegd bij de opzegging. De directeurs van Mambo hebben op consistente wijze verklaard omtrent de wijze waarop door de vennoten van ABC op de opzegging is gereageerd. Uit de termen die volgens Mambo zijn gebruikt blijkt dat voor ABC duidelijk en akkoord was dat de samenwerking per 1 maart 2006 definitief zou eindigen. De verklaring van [vennoot1] dat hem niet bijstaat, en de verklaring van [vennoot3] dat hem niet bekend is dat dergelijke termen zijn gebruikt, laten de mogelijk open dat op de door Mambo gestelde wijze is gereageerd. De verklaringen bieden dan ook onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan hetgeen op dit punt van de zijde van Mambo is verklaard. Dat ABC zich heeft neergelegd bij de opzegging wordt voorts ondersteund door het navolgende.

2.27. Uit hetgeen door getuigen van de zijde van Mambo is verklaard omtrent de gedragingen van ABC in de periode na het gesprek komt het beeld naar voren dat voor beide partijen volkomen duidelijk was dat op 26 februari 2006 voor het laatst door portiers van ABC bij Club Monza gewerkt zou worden. Meerdere getuigen van de zijde van Mambo hebben zeer specifiek en gedetailleerd verklaard over de definitieve wijze waarop op 26 februari 2006 afscheid is genomen van de medewerkers van ABC. Er zijn volgens de getuigen termen gebruikt als ‘het ga je goed’. Ook zijn de portiers van ABC omhelsd en bedankt voor alles. De getuigen van de zijde van ABC verklaren dat de avond niet anders is verlopen dan normaal. Uit de verklaringen blijkt voorts dat die getuigen zich niet concreet herinneren wat er gezegd is. [vennoot1] verklaart dat hij zich er niet bewust van is dat het afscheid die avond anders dan gebruikelijk is verlopen en dat hij zich niet kan herinneren dat er termen zijn gebruikt die duiden op een definitief afscheid. Ook [vennoot3] verklaart dat hij zich niet precies kan herinneren wat er door wie gezegd is en dat er - voor zover hij weet - geen termen zijn gebruikt die duiden op een definitief afscheid. De verklaringen laten de mogelijkheid open dat op een definitieve wijze afscheid genomen is en bieden onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen van de zijde van Mambo op dit punt. Voorts is door Mambo onweersproken aangevoerd dat op 26 februari 2006 alle portofoons en opladers door ABC zijn meegenomen. Volgens Mambo was dit ongebruikelijk. Door [portier] en [vennoot1] is weliswaar verklaard dat de portofoons en opladers wel vaker werden meegenomen, maar door [vennoot3], degene die verantwoordelijk was voor de portofoons, is hierover verklaard dat de portofoons werden achtergelaten als er niets mee aan de hand was en dat hem niet bekend is dat ooit eerder alle portofoons en opladers zijn meegenomen. In het licht van de mondelinge opzegging en overige gedragingen kan het niet anders dan dat alle portofoons en opladers door ABC zijn meegenomen in de veronderstelling dat na 26 februari 2006 niet meer bij Club Monza gewerkt zou worden.

2.28. Het bovenstaande leidt tot geen andere conclusie dan dat bij partijen geen twijfel bestond over het definitieve karakter van de mondelinge opzegging van de samenwerking door Mambo op 30 januari 2006. Dat ABC zich bij de opzegging - met inachtneming van de opzegtermijn van een maand - heeft neergelegd en deze ook heeft aanvaard, blijkt genoegzaam uit de wijze waarop de vennoten en medewerkers van ABC zich na de opzegging hebben gedragen.

2.29. Dat ABC bij brief van 2 maart 2006 met referte aan de mondelinge opzegging van 30 januari 2006 heeft aangegeven dat zij er van uit zal gaan dat de werkzaamheden worden gecontinueerd zo lang geen schriftelijke bevestiging van de opzegging heeft plaatsgevonden, rechtvaardigt niet de conclusie dat de opzegging niet is aanvaard.

Het enkele verzoek om een schriftelijke bevestiging van de opzegging doet aan de aanvaarding daarvan niet af. Nu uit de gedragingen van ABC kan worden afgeleid dat zij er niet van uitging dat er na 26 februari 2006 nog voor Mambo gewerkt zou worden, had de brief kennelijk ten doel om Mambo er toe te bewegen over te gaan tot betaling van een vergoeding over de maanden maart en april 2006. Ook hetgeen door getuigen van de zijde van ABC is verklaard omtrent het verloop van de avond van 2 maart 2006, biedt onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de aanvaarding van de opzegging. De verklaringen van de zijde van ABC omtrent geruchten waaruit zij hebben afgeleid dat zij niet meer welkom waren bij Club Monza zijn inconsequent en tegenstrijdig. Nu voorts in de voornoemde brief van 2 maart 2006 letterlijk wordt gerefereerd aan de mondelinge opzegging op 30 januari 2006, is volkomen onaannemelijk dat ABC middels geruchten heeft moeten vernemen dat de werkzaamheden bij Mambo zouden stoppen.

Gelet op de verklaring van [vennoot1] dat hij in de avond van 2 maart 2006 - derhalve na het uitgaan van de brief aan Mambo - samen met [vennoot2] naar Club Monza ging, omdat ze het personeel niet wilden confronteren met de situatie, wordt de verklaring van [vennoot2] dat hij op die avond voor het eerst begreep dat ze bij Club Monza zouden stoppen, niet geloofwaardig geacht.

2.30. De rechtbank komt op grond van hetgeen is aangevoerd en in het geding is gebracht en de verklaringen van de getuigen, in onderlinge samenhang bezien, dan ook tot het oordeel dat Mambo is geslaagd in het bewijs van de stelling dat ABC de mondelinge opzegging door Mambo op 30 januari 2006, als gevolg waarvan de samenwerking tussen partijen per 1 maart 2006 zou eindigen, heeft aanvaard.

2.31. Nu Mambo in het bewijs van haar stelling is geslaagd staat vast dat de overeenkomst per 1 maart 2006 is geëindigd. De vordering van ABC tot nakoming van de overeenkomst door betaling van een vergoeding over de maanden maart en april 2006 zal worden afgewezen.

2.32. ABC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Mambo worden begroot op:

- vast recht 400,00

- salaris procureur 2.260,00 (5,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 2.660,00

2.33. De rechter, die het tussenvonnis heeft gewezen en ten overstaan van wie de comparitie van partijen, een getuigenverhoor en een voortzetting van getuigenverhoor is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt ABC in de proceskosten, aan de zijde van Mambo tot op heden begroot op € 2.660,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Willems en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2008.

w.g. griffier w.g. rechter