Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5588

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
30-06-2008
Zaaknummer
227176/ HA ZA 07-450
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Minderheidsaandeelhouder door gedragingen meerderheidsaandeelhouder zodanig in rechten en belangen geschaad dat sprake is van een onhoudbare situatie in de zin van art. 2:343 Bw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2008, 76
RO 2008, 67
JRV 2008, 706
JIN 2008/577
JOR 2008/228
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 227176 / HA ZA 07-450

Vonnis van 25 juni 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. J.M. van Noort,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. J. Groot.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 mei 2007

- het proces-verbaal van de op 20 juli 2007 gehouden comparitie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis om organisatorische redenen niet kunnen wijzen.

2. De feiten

2.1. Sign Top B.V. (hierna: Sign Top) is in 1990 opgericht. Sign Top houdt zich bezig met zelfklevende folies in de reclamebranche. [gedaagde] houdt 78,77% van de aandelen en [eiser] 21,23%. [gedaagde] is statutair directeur. De onderneming is door [gedaagde] gefinancierd.

2.2. [eiser] is op 1 augustus 1990 in dienst getreden van Sign Top. Aanvankelijk in de functie van commercieel directeur, later was hij ook belast met meer algemeen leidinggevende taken.

2.3. Op 14 augustus 2006 is [eiser] bij terugkeer van zijn zomervakantie op non-actief gesteld door [gedaagde]. Vervolgens is ten aanzien van dit conflict zowel een kort gedingprocedure als een ontbindingsprocedure bij deze rechtbank gevoerd. Beide procedures zijn uiteindelijk gevoegd behandeld.

2.4. In het kort gedingvonnis van 16 november 2006 is Sign Top veroordeeld om voor de periode vanaf 14 augustus 2006 tot vonnisdatum een bedrag te vergoeden dat, de door de kantonrechter vastgestelde, waarde vertegenwoordigd van een aantal emolumenten dat hem per 14 augustus 2006 was onthouden. Ook is Sign Top veroordeeld om tot het einde van de arbeidsrelatie een vervangende mobiele telefoon, laptop, tankpas en internetaansluiting op het huisadres van [eiser] te verstrekken.

2.5. In de beschikking van gelijke datum heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden tussen Sign Top en [eiser] per 1 maart 2007 onder toekenning van een vergoeding, waarbij als correctiefactor 1.3 is gehanteerd. De kantonrechter constateert dat er geen vertrouwensbasis voor verdere samenwerking meer aanwezig is.

2.6. De statuten van Sign Top bevatten geen geschillenregeling in de zin van artikel 2:337 BW. Wel bevatten de statuten een blokkeringsregeling.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

- [gedaagde] veroordeelt om de aandelen van [eiser] over te nemen;

- ex artikel 2:343 jo. 2:339 lid 1 BW een of drie deskundigen benoemt die over de prijs van de aandelen schriftelijk bericht dienen uit te brengen;

- de prijs van de aandelen bepaalt;

- [gedaagde] veroordeelt in de kosten van het deskundigenbericht.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat er zich een situatie voordoet conform artikel 2:343 lid 1 BW, waardoor het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd. [gedaagde] dient derhalve de aandelen van [eiser] over te nemen. [eiser] voert daartoe – samengevat - aan dat de non-actiefstelling na 16 jaar dienstverband en de twee gerechtelijke procedures hem niet onbewogen hebben gelaten. Met name de persoonlijke verwijten die hem in die periode zijn gemaakt ter zake van zijn gebrek aan bekwaamheden hebben hem diep geraakt. [eiser] beschouwt zijn relatie met zijn medeaandeelhouder [gedaagde] diepgaand en blijvend verstoord.

4.2. Het aandelenpakket ziet [eiser] als onlosmakelijk verbonden met zijn functie en betrokkenheid bij Sign Top. Nu aan de arbeidsrechtelijke situatie met Sign Top een einde is gekomen en er ook geen vertrouwensrelatie meer aanwezig is, kan voortzetting van zijn belang in de vennootschap van hem niet meer worden gevergd. [eiser] geeft aan dat zijn minderheidsbelang in Sign Top met zich brengt dat hij zijn aandelen niet makkelijk kan verkopen. Bij het vertrek van een andere minderheidsaandeelhouder zijn destijds ook de aandelen door de overgebleven twee aandeelhouders, hijzelf en [gedaagde], overgenomen. Het bod dat [gedaagde] voor zijn aandelen heeft gedaan heeft hij afgewezen omdat het geboden bedrag alle realiteitswaarde ontbeerde.

4.3. [gedaagde] stelt dat artikel 2:343 BW weliswaar het belang van de aandeelhouders op de voorgrond stelt, maar dat de regeling uiteindelijk beoogt om een onhoudbare toestand in de vennootschap zelf te saneren. [gedaagde] stelt dat in dit verband de positie van [eiser] als aandeelhouder in Sign Top niet onhoudbaar of benard is. De beleidsvoering, continuïteit en ontwikkeling van de vennootschap staan door de positie van [eiser] als minderheidsaandeelhouder ook niet onder druk.

4.4. [gedaagde] voert verder als verweer aan dat hij ook geen gedragingen heeft verricht op basis waarvan van [eiser] in redelijkheid niet meer kan worden gevergd om aandeelhouder in Sign Top te blijven. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst is immers geen gedraging van [gedaagde], zodat hij niet gedwongen kan worden de aandelen van [eiser] over te nemen. Bovendien had het functioneren van [eiser] voorafgaand aan de ontbindingsprocedure een ernstige weerslag op de effectiviteit van de onderneming. Het op non-actief stellen van [eiser] had niets te maken met zijn positie als aandeelhouder. [gedaagde] stelt zich nooit onnodig grievend over [eiser] te hebben uitgelaten en zelfs indien hij dit wel zou hebben gedaan, levert dit nog geen situatie op waarin van [eiser] niet meer gevergd kan worden om zijn aandelen aan te houden. [gedaagde] benadrukt dat het gaat om een louter zakelijke band waarvoor geen aanleiding bestaat om die niet te continueren, hetgeen bij een familiebedrijf wellicht anders zou kunnen zijn. Hiervan is geen sprake.

4.5. Artikel 2:343 lid 1 BW bepaalt dat de aandeelhouder die door gedragingen van zijn mede-aandeelhouder zodanig in zijn rechten of belangen wordt geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, in rechte kan vorderen dat zijn aandelen door de mede-aandeelhouder worden overgenomen. De rechtbank is van oordeel dat een situatie als in artikel 2:343 lid 1 BW zich voordoet en dat [gedaagde] gehouden is de aandelen van [eiser] over te nemen nu hij hiertoe niet vrijwillig bereid is.

4.6. De rechtbank stelt voorop dat, anders dan [gedaagde] betoogt, voor een geslaagd beroep op artikel 2:343 BW niet vereist is dat de belangen van de vennootschap zijn geschaad. Hetgeen [gedaagde] hierover naar voren heeft gebracht, en wat de kern vormt van zijn verweer, wordt dan ook gepasseerd. Het gaat om gedragingen van [gedaagde], en ook niet noodzakelijk in zijn hoedanigheid van aandeelhouder, die leiden tot een het ontstaan van een in artikel 2:343 BW aangeduide toestand van benardheid. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.7. Niet in het geding is dat [eiser] zijn aandelen als onderdeel van zijn beloningspakket als commercieel directeur heeft verkregen. Deze afspraak is alleen gemaakt met [eiser] en de al eerder uitgetreden minderheidsaandeelhouder, ook destijds commercieel directeur. Onbetwist staat vast dat in de opbouwfase [eiser] (samen met de andere commercieel directeur) een grote bijdrage heeft geleverd in het opzetten en succesvol uitbouwen van Sign Top. Eerst bij het uitbreiden van zijn functie naar meer algemeen managementgerichte taken is ten aanzien van zijn functioneren (grotendeels achteraf) discussie ontstaan.

Het salaris dat [eiser] ontving voor zijn directeursfunctie kan niet, gelijk ook de kantonrechter heeft geoordeeld, riant worden genoemd. [eiser] heeft ook onbetwist verklaard dat hij gelet op de financiële situatie van de vennootschap genoegen heeft genomen met een laag salaris en dit als een vorm van investering heeft gezien. Inmiddels is Sign Top ontwikkeld tot een goed lopend bedrijf waarbij in de loop der jaren verschillende personeelsleden zijn aangetrokken.

4.8. De rechtbank constateert dat [eiser] nooit zeggenschap in het bestuur van de vennootschap heeft gehad. De door [gedaagde] overgelegde verklaringen van het

personeel van Sign Top, die alle in hoofdzaak gaan over de zeggenschap/controle van [gedaagde] binnen Sign Top, voegen daar als zodanig niets aan toe. De in de verklaringen gegeven voorbeelden waaruit de zeggenschap van [gedaagde] zou moeten blijken gaan vooral ook over de rol van [gedaagde] in beslissingen van financiële aard in relatie tot Sign Top. Een en ander past ook geheel bij de positie die [gedaagde] ten aanzien van Sign Top inneemt en als zodanig niet in het geding is. Hij heeft immers de onderneming gefinancierd en is meerderheids-aandeelhouder en enig statutair bestuurder.

Een en ander laat echter onverlet dat [eiser] in ieder geval naar de klanten van Sign Top toe het gezicht van Sign Top was, hetgeen uit de door [eiser] overgelegde verklaringen volgt, en behalve voor financiële zaken in beginsel het eerste aanspreekpunt was. Door [eiser] wordt ook niet gesteld dat hem als gevolg van het ontslag de formele zeggenschap is ontnomen. Wel voert [eiser] terecht aan dat door het ontslag aan zijn zeggenschap, die hij op grond van zijn functie op directieniveau had, een einde is gekomen en dat daarmee ook feitelijk een einde is gekomen aan zijn betrokkenheid bij Sign Top.

4.9. De door de kantonrechter toegekende ontbindingsvergoeding kan niet in relatie worden geplaatst, zoals [gedaagde] in zijn verweer naar voren brengt, met de schade die [eiser] lijdt als gevolg van de weigering van [gedaagde] om zijn aandelen over te nemen. Met compensatie van de schade die [eiser] als aandeelhouder leidt doordat [gedaagde] niet bereid is zijn aandelen over te nemen heeft een ontbindingsvergoeding niets van doen.

4.10. Door [gedaagde] is niet betwist dat het aandelenpakket van [eiser] niet makkelijk verkoopbaar is, [gedaagde] stelt slechts dat [eiser] het aan iedere willekeurige derde kan verkopen. Dit moge zo zijn, de waarschijnlijkheid dat een koper wordt gevonden die bereid is het minderheidsaandeel van [eiser] in Sign Top tegen een reële prijs over te nemen is nagenoeg nihil.

4.11. Dat uiteindelijk de kantonrechter en niet [gedaagde] een einde heeft gemaakt aan de arbeidsrelatie en dat het ging om een arbeidsrelatie tussen [eiser] en Sign Top doet aan de rol die [gedaagde] heeft gespeeld in de ontslagprocedure niet af. [gedaagde] heeft [eiser] op non-actief gesteld en vertegenwoordigde Sign Top in de procedures. In het kader van artikel 2:343 BW is niet zozeer relevant of het ontslag al dan niet terecht was. Relevant zijn de gedragingen van [gedaagde] in relatie tot het ontslag, waarbij vast staat dat hij het functioneren van [eiser] op niet mis te verstane wijze in twijfel heeft getrokken. Ook uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht in onderhavige procedure kan geen andere conclusie worden getrokken dat niet alleen de arbeidsrelatie maar meer in zijn algemeenheid de relatie tussen [eiser] en [gedaagde] ernstig is verstoord.

4.12. Het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie dat [eiser], als aandeelhouder, door de gedragingen van [gedaagde] zodanig in zijn rechten en belangen wordt geschaad dat in redelijkheid geen voortzetting van zijn aandeelhouderschap kan worden gevergd. Dit betekent dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om de aandelen van [eiser] over te nemen, waarbij [eiser] gehouden zal zijn om na betaling van de vastgestelde prijs zijn aandelen aan [gedaagde] te leveren.

4.13. [eiser] heeft de rechtbank verzocht om conform artikel 2:343 jo. 2:339 lid 1 BW een of drie deskundigen te benoemen die over de prijs van de aandelen schriftelijk bericht dienen uit te brengen. De rechtbank zal, nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, een deskundige benoemen om haar te berichten over de koopprijs van de aandelen waartegen [gedaagde] de aandelen gehouden door [eiser] in Sign Top zal dienen over te nemen. Partijen kunnen zich bij akte uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige, bij voorkeur een register accountant, alsmede omtrent de maximaal redelijke hoogte van het voorschot en de formulering van de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen, in het bijzonder van welke peildatum bij de waardebepaling moet worden uitgegaan.

Het verdient de voorkeur dat partijen zich daaromtrent met elkaar verstaan en een eenparig geformuleerd voorstel doen. Vooralsnog is de rechtbank van oordeel dat met de benoeming van één deskundige kan worden volstaan. De rechtbank zal hiertoe de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte door partijen, als eerste door [eiser] te nemen.

4.14. [gedaagde] verzoekt de rechtbank om, in het geval de vordering van [eiser] wordt toegewezen, [eiser] te veroordelen in de kosten van de te benoemen deskundigen. [gedaagde] heeft echter nagelaten dit verzoek op enigerlei wijze te motiveren. Aangezien de rechtbank ook niet is gebleken waarom, gelet ook op het oordeel van de rechtbank om de vordering van [eiser] toe te wijzen, de kosten door [eiser] zouden moeten worden gedragen, ziet de rechtbank geen aanleiding om dit verzoek van [gedaagde] te honoreren.

4.15. Aangezien artikel 2:339 lid 1 BW bepaalt dat de deskundigen pas met hun werkzaamheden aanvangen, nadat het vonnis waarin de vordering tot overname van de aandelen is toegewezen, onherroepelijk is geworden, zal de rechtbank – voor zover vereist en ter voorkoming van mogelijke onduidelijkheden omtrent de appellabiliteit van hetgeen in dit vonnis is beslist – tussentijds hoger beroep toestaan van de beslissing dat [gedaagde] gehouden is om de aandelen van [eiser] in Sign Top over te nemen.

4.16. De rechtbank houdt voor het overige iedere verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om de aandelen van [eiser] in Sign

Top overeenkomstig artikel 2:343 BW over te nemen,

5.2. veroordeelt [eiser] om deze aandelen te leveren aan [gedaagde],

5.3. verklaart dat ten aanzien van r.o. 5.1 en 5.2 van dit vonnis hoger beroep zal kunnen worden ingesteld,

5.4. verwijst de zaak naar de rol voor het nemen van een akte met de inhoud zoals in 4.13 is overwogen, allereerst door [eiser],

5.5. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ch.E. Bethlem en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2008.

w.g. griffier w.g. rechter