Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5295

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
24-06-2008
Datum publicatie
24-06-2008
Zaaknummer
16-513765-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht verdachte schuldig aan het medeplegen van ontucht met een minderjarige, bedreiging met zware mishandeling, diefstal door twee of meer verenigde personen, bedreiging Geert Wilders met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, mishandeling, meermalen gepleegd. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden en een taakstraf van 60 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/513765-07

Datum uitspraak: 24 juni 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1991] te [geboorteplaats],

wonende [adres].

Raadsman: mr. R.M. Maanicus, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 juni 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven.

De inhoud daarvan is hier ingevoegd: dat

1.

hij op of omstreeks 05 april 2007 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse

Heuvelrug, en/of te Zeist, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [slachtoffer],

geboren op [1993], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet

had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

bestaande in het ontuchtig

- met zijn, verdachtes, te(e)n(en) het kruis/bikinibroekje van die [slachtoffer] aanraken, en/of

- met zijn, verdachtes, hand de vagina van die [slachtoffer] betast (over haar

bikinibroekje heen), en/of

- een of meermalen trachten het bikinibroekje van die [slachtoffer] naar

beneden te trekken, en/of

- het die [slachtoffer] naar de grond werken, en/of bovenop die [slachtoffer]

zitten en/of het de handen van die [slachtoffer] vasthouden, en/of het

meermalen, althans eenmaal, betasten van het kruis van die [slachtoffer] (over

de spijkerbroek heen);

(art 247 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 23 maart 2007 te Zeist, althans in het arrondissement

Utrecht, [slachtoffer B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde

[slachtoffer B] dreigend (per email en/of MSN) de woorden toegevoegd :"Kort samengevad

je betn een vies vuil goor kanker wijf die binnekort kanker harde klappen gaat

krijgen van iemand diejij nog nooi heb gezien!!!!!:@:@:@:@:@:@:@", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 26 maart 2007 te Zeist, althans in het arrondissement

Utrecht, opzettelijk mishandelend [slachtoffer B] met kracht aan haar haren heeft

getrokken, waardoor voornoemde [slachtoffer B] letsel heeft bekomen en / of pijn heeft

ondervonden;

(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

4.

513767-07

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 12 april 2007 en 9 juni 2007 te

Zeist, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een woning gelegen aan of nabij [adres], (telkens) in

voornoemde periode heeft weggenomen een som geld, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s);

art 310 en art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)

5.

513771-07

hij op of omstreeks 13 juni 2007 te Zeist en/of 's -Gravenhage, althans in het

arrondissement Utrecht en/of 's-Gravenhage, G. Wilders heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend meermalen, althans éénmaal die Wilders een

e-mail verzonden met daarin de tekst:

- "jij vieze gore kankerlijer als ik jou paks he wat je allemal oer marrokanen

en buitenlanders zegd, jij gaat zeker mij tegenkomen kanker gek zorg maar dat

je genoeg beveiliging bij je hebt staan want jij gaat zeker dood" en/of

- "hee kankerlijer geen groter bek terug he want ik schiet je gewoon neer als

ik je kanker gore rotkop zie binnekort, maandag ben jij dood, reken er maar op

dat dit je laatste week is, ook jij staat op me dodenlijst, onthou dit en ik

zou maar uitkijken als ik jou was"

althans woorden/tekst van dergelijke bedreigende aard en/of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

6.

513770-07

hij op of omstreeks 14 mei 2007 te Zeist, althans in het arrondissement

Utrecht, opzettelijk mishandelend [slachtoffer D] heeft geschopt en/of

gestompt en/of met een boek, althans een hard voorwerp en/of de vuist geslagen

in het gezicht, waardoor voornoemde [slachtoffer D] letsel heeft bekomen en / of

pijn heeft ondervonden;

(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vrijspraak

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

De rechtbank heeft op grond van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging verkregen dat verdachte het feit heeft begaan.

De verdachte moet derhalve van dit feit worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan, namelijk dat:

1.

hij op 05 april 2007 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug en/of te Zeist, tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer], geboren op [1993], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig

- met zijn, verdachtes, tenen het kruis/bikinibroekje van die [slachtoffer] aanraken en

- meermalen trachten het bikinibroekje van die [slachtoffer] naar beneden te trekken en

- het die [slachtoffer] naar de grond werken en bovenop die [slachtoffer] zitten en het de

handen van die [slachtoffer] vasthouden en het meermalen betasten van het kruis van die

[slachtoffer] over de spijkerbroek heen.

2.

hij op 23 maart 2007 te Zeist, [slachtoffer B] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend per email en/of MSN de woorden toegevoegd :"Kort samengevad je betn een vies vuil goor kanker wijf die binnekort kanker harde klappen gaat krijgen van iemand diejij nog nooi heb gezien!".

4.

513767-07

hij in de periode gelegen tussen 12 april 2007 en 9 juni 2007 te Zeist, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning gelegen aan de [adres], telkens in voornoemde periode heeft weggenomen een som geld toebehorende aan [slachtoffer C].

5.

513771-07

hij op 13 juni 2007 te 's –Gravenhage, G. Wilders heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen, die Wilders een e-mail verzonden met daarin de tekst:

- "jij vieze gore kankerlijer als ik jou paks he wat je allemal oer marrokanen

en buitenlanders zegd, jij gaat zeker mij tegenkomen kanker gek zorg maar dat

je genoeg beveiliging bij je hebt staan want jij gaat zeker dood" en

- "hee kankerlijer geen groter bek terug he want ik schiet je gewoon neer als ik je kanker gore rotkop zie binnekort, maandag ben jij dood, reken er maar op dat dit je laatste week is, ook jij staat op me dodenlijst, onthou dit en ik zou maar uitkijken als ik jou was".

6.

513770-07

hij op 14 mei 2007 te Zeist, opzettelijk mishandelend [slachtoffer D] heeft geschopt en gestompt en met een boek geslagen in het gezicht, waardoor voornoemde [slachtoffer D] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1, 2, 4, 5 en 6 telkens meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 1 op grond van de verklaring van [slachtoffer] en de bekennende verklaring van verdachte .

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 2 op grond van de aangifte van

[slachtoffer B] met bijlage en de bekennende verklaring van verdachte .

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 4 (parketnummer 16/513767-07) op grond van de aangifte van [slachtoffer C] en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 5 (parketnummer 16/513771-07) op grond van de aangiftes van G. Wilders met bijlagen , het proces verbaal bevindingen en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 6 (parketnummer 16/513770-07) op grond van de aangifte van [slachtoffer D] , de medische verklaring van huisartsenpraktijk Sophialaan , de getuigenverklaring van [getuige] , die evenals aangever heeft verklaard te hebben gezien dat [verdachte] een boek oppakte van de grond en [slachtoffer D] met het boek in zijn gezicht sloeg, en de voor het overige bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de onder 1, 2, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Ten aanzien van feit 2:

Bedreiging met zware mishandeling.

Ten aanzien van feit 4:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 5:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 6:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 23 maart 2007 – volgens eigen zeggen door het feit dat het via MSN makkelijker is om dingen te zeggen en om stoer te doen tegen zijn vriend [x] – een bedreigende email/MSN-bericht gestuurd aan zijn ex-vriendin [slachtoffer B], die dacht dat verdachte de bedreiging tegen haar wilde uitvoeren.

Vervolgens heeft verdachte op 5 april 2007, samen met vriend [x], ontuchtige handelingen gepleegd met het slachtoffer [slachtoffer] in het zwembad in Driebergen-Rijsenburg en later in een steegje in Zeist.

Verdachte heeft door zo te handelen het vertrouwen dat [slachtoffer] in hen had op ernstige wijze geschonden. Verdachte had moeten weten dat de “spelletjes in het zwembad” die hij en zijn vriendje deden met het slachtoffer de grenzen van het toelaatbare hebben overschreden. Daarbij was het verdachte duidelijk dat zij in het steegje te ver met het slachtoffer zijn gegaan.

In de periode gelegen tussen 12 april 2007 en 9 juni 2007 hebben verdachte en [x] telkens geld weggenomen in de woning van mevrouw [slachtoffer C], waar zij nota bene telkens werkzaamheden verrichtten waarvoor zij betaald kregen. Op 9 juni 2007 hebben zij hierbij nog een mededader betrokken, die op de uitkijk heeft gestaan.

Verdachte heeft door deze laffe diefstallen het vertrouwen dat mevrouw [slachtoffer C] in hen had op ernstige wijze beschaamd.

De rechtbank merkt op zij het op prijs stelt dat verdachte ondertussen € 100 terugbetaald heeft aan mevrouw [slachtoffer C] en meteen na zijn verhoor bij de politie zijn excuses is gaan aanbieden aan haar.

Deze voormelde feiten hebben verdachte er echter niet van weerhouden een paar dagen na zijn aanhouding voor de diefstal van het geld, op 13 juni 2007 tot tweemaal toe emails, met het emailadres van zijn vriend [x] en met de computer van zijn school, te sturen naar politicus Geert Wilders, waarvan de inhoud zeer grof was en met de dood bedreigende teksten bevatte.

Verdachte heeft verklaard dat de emails een geintje waren en dat hij ze heeft verstuurd om stoer te doen, waarbij hij zich niet heeft gerealiseerd wat de gevolgen zouden zijn.

De rechtbank merkt op dat het een feit van algemene bekendheid is dat politicus Geert Wilders veelvuldig bedreigingen met de dood ontvangt en dat hier zeer serieus mee wordt omgegaan. De rechtbank rekent het de verdachte dan ook ernstig aan dat hij, nota bene vlak na een eerdere aanhouding op heterdaad, niet een poging heeft ondernomen zich te realiseren welke gevolgen zijn handelen voor anderen hebben.

Op de dagvaarding is aan verdachte medegedeeld dat het ad informandum gevoegde strafbare feit ter bepaling van de strafmaat ter kennis van de rechtbank wordt gebracht en dat verdachte daarvoor niet afzonderlijk zal worden vervolgd indien de rechtbank met dat feit rekening houdt.

Nu verdachte het feit heeft bekend zal de rechtbank rekening houden met het ad informandum gevoegde feit, zijnde een diefstal van een mobiele telefoon, eigendom van [slachtoffer E] gepleegd op 18 april 2007 te Zeist (parketnummer 16/514046-07).

De rechtbank merkt voorts op dat zij rekening houdt met de oudheid van de feiten, nu deze meer dan een jaar geleden zijn gepleegd.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 15 april 2008, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit;

- een briefrapport betreffende de verdachte, van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, d.d. 3 april 2008, opgemaakt door dhr. T. Bergsma, reclasseringswerker;

- een de verdachte betreffend rapport raadsonderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 19 juli 2007 én een aanvullend advies d.d. 30 oktober 2007, beide opgemaakt door L. den Breems, raadsonderzoeker;

- de verklaring van de getuige-deskundige de heer Bergsma, jeugdreclasseringswerker van Bureau Jeugdzorg ter terechtzitting, inhoudende – zakelijk weergegeven -:

Het opleggen van de maatregel Hulp en Steun is niet nodig. De lijnen met het Orthopedagogisch Centrum OPL met betrekking tot de behandeldoelen van verdachte zijn duidelijk. Indien het mis gaat met [verdachte] kunnen wij meteen een ondertoezichtstelling aanvragen met een machtiging uithuisplaatsing;

- een de verdachte betreffend pro justitia rapport, opgemaakt d.d. 14 november 2007 door drs. M.J.E. van Kempen, psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, inhoudende – zakelijk weergegeven -:

Er is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in vorm van zwakbegaafdheid, een gedragsstoornis en zwakke ego-functies in vorm van egocentrisch perspectief, het streven naar onmiddellijke behoeftebevrediging, een verhoogde krenkbaarheid, beïnvloedbaarheid, gebrekkige impulscontrole, frustratietolerantie en agressieregulering, naast een mede op grond van beperkte cognitieve vermogens gebrekkig empathisch vermogen en een gebrekkige gewetensontwikkeling. Ten tijde van het plegen van het tenlastelegde was sprake van die gebrekkige gewetensontwikkeling, die de gedragskeuzes en gedragingen zodanig beïnvloedde dat daaruit het tenlastegelegde (mede) kan worden verklaard.

[verdachte] is op grond van beperkte cognitieve vermogens beperkt in staat om anders dan vanuit zichzelf te redeneren en om perspectief te nemen. Hij overziet onvoldoende sociale interacties en sociale codes, is onvoldoende in staat tot het doorzien van oorzaak en gevolg en het onderscheiden van hoofd- en bijzaken en beschikt over onvoldoende zelfinzicht en weerbaarheid. Moeilijkheden in omgang met leeftijdgenoten en andere sekse in de vorm van een verkeerde of beperkte interpretatie van het gedrag van anderen komen tenminste deels hieruit voort, evenals beïnvloedbaarheid op grond van de behoefte aan acceptatie.

Het ontbreekt [verdachte] aan probleemoplossend vermogen en gedragsalternatieven in de omgang met anderen, van waaruit het vrij snel tot conflicten kan komen.

[verdachte] denkt vanuit het hier en nu en is onvoldoende in staat tot het overzien van lange termijn consequenties voor hemzelf of anderen. Op grond van bovenstaande wordt geadviseerd [verdachte] verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Het bovenstaande vergroot de kans op recidive.

De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank merkt voorts op dat er ondertussen veel ten goede is veranderd voor verdachte. Op 31 oktober 2007 is de Maatregel Toezicht en Begeleiding ingesteld voor verdachte, als overbrugging tot plaatsing in een leefgroep op vrijwillige basis.

Op 27 januari 2008 is verdachte definitief geplaatst op leefgroep [naam leefgroep] waar hij het de afgelopen maanden goed heeft gedaan op alle fronten. Ook thans verblijft verdachte nog op voornoemde leefgroep. Verdachte zal binnenkort onder behandeling komen van een psycholoog van het [naam leefgroep] en waarschijnlijk creatieve therapie gaan volgen. Tevens is hij aangenomen bij het ROC te [plaatsnaam] voor de opleiding Sport en Bewegen.

Verdachte heeft geen nieuwe feiten meer gepleegd.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten én een ad-info feit wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- jeugddetentie voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaar;

- een werkstraf voor de duur van 60 uur subsidiair 30 dagen jeugddetentie;

- toewijzing van de vordering benadeelde partij [slachtoffer C] tot een bedrag van € 150,-- met de

schadevergoedingsmaatregel subsidiair 3 dagen jeugddetentie.

De rechtbank acht, alles afwegende, een voorwaardelijke jeugddetentie alsmede een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Dit betekent dat aan verdachte, ondanks de omstandigheid dat verdachte van het onder 3 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dezelfde straf wordt opgelegd als door de officier van justitie is gevorderd omdat, gelet op de ernst van de feiten, met een lagere dan door de officier van justitie gevorderde straf niet kan worden volstaan.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer C]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De rechtbank constateert dat de opgave niet heeft plaatsgevonden op een door Onze Minister van Justitie vastgesteld formulier, zoals eerst door de raadsman is opgemerkt. Het ingestuurde Slachtoffer Inventarisatie Formulier stelt het slachtoffer echter in staat om, voorafgaande aan de beslissing van al dan niet vervolgen, de schade kenbaar te maken. Nu het lijkt dat het slachtoffer informatie loket van het arrondissementsparket heeft verzuimd het door Onze Minister van Justitie vastgesteld formulier aan het slachtoffer toe te sturen, mag het niet op het juiste formulier indienen van de inhoud van de vordering het slachtoffer niet worden toegerekend.

Voorts bevat het Slachtoffer Inventarisatie Formulier een opgave van de naam, de voornamen, het adres, het telefoonnummer, het bankrekeningnummer, de pleegdata en de handtekening van het slachtoffer.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het Slachtoffer Inventarisatie Formulier in dit specifieke geval kan dienen als een vordering strekkende tot schadevergoeding.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 4 ten laste gelegde feit, te weten een bedrag van € 150,-- wegens materiële schade.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het ten aanzien van verdachte onder 4 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank stelt het volgende vast. De totale vordering bedraagt € 300,--. Er is reeds € 40,-- teruggevonden. Het bedrag kan derhalve worden gesteld op € 260,-- en is normalerwijs hoofdelijk toewijsbaar aan verdachte en zijn mededader.

De rechtbank zal echter, gelet op het feit dat verdachte het contact met zijn mededader [x] heeft verbroken en een eerder gezamenlijk gesprek omtrent het regelen van de schadevergoeding onderling op niets is uitgelopen, verdachte de helft van het gevorderde bedrag toewijzen.

De rechtbank houdt echter rekening met het feit dat verdachte reeds € 100,-- aan de benadeelde partij heeft betaald. De door verdachte te betalen materiële schade wordt dan ook begroot op € 130,-- minus € 100,-- is € 30,--. De vordering zal daarom tot voormeld bedrag worden toegewezen.

De vordering van de benadeelde partij dient voor het overige deel te worden afgewezen.

De verdachte zal worden verwezen in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 247, 285, 300, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte telkens meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot JEUGDDETENTIE voor de duur van DRIE (3) maanden.

Bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt de verdachte tevens tot een TAAKSTRAF, bestaande deze straf uit:

een werkstraf voor de duur van ZESTIG (60) uren, te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 30 dagen indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer C], wonende te Zeist, ten dele toe tot een bedrag van € 30,-- (zegge dertig euro).

Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 30,-- (zegge dertig euro) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Dit vonnis is gewezen door mr L.E. Verschoor-Bergsma , kinderrechter en mrs J.E. Kruijff-Bronsing en J.P.M. Schwillens, bijgestaan door H.A.M. Blom als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juni 2008.

Mrs J.E. Kruijff-Bronsing en J.P.M. Schwillens zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.