Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD4293

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
18-06-2008
Zaaknummer
135005/ HA ZA 01-1783.
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

openstellen tussentijds hoger beroep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 135005 / HA ZA 01-1783

Vonnis van 18 juni 2008

in de zaak van

1. [bewindvoerder1],

in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [eiser],

wonende te [woonplaats],

2. [bewindvoeder2],

in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [eiser],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. J.J. Degenaar,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. G.M.F. Snijders.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. Het verzoek om alsnog hoger beroep toe te staan

1.1. Bij brief van 13 mei 2008 heeft mr. Snijders namens [gedaagde] de rechtbank verzocht om alsnog hoger beroep toe te staan van het tussenvonnis van 16 april 2008.

1.2. De rechtbank heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.

1.3. Bij brief van 26 mei 2008 heeft mr. Van Schaik namens [eiser] aan de rechtbank bericht bezwaar tegen inwilliging van het verzoek te hebben.

1.4. Ten slotte is bepaald dat op dit verzoek bij afzonderlijke beslissing zal worden beslist.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank wijst het verzoek om openstelling van tussentijds hoger beroep af, en wel op grond van de volgende omstandigheden.

2.2. In het tussenvonnis is geen sprake van een beslissing op een controversiële rechtsvraag, zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2004 (dat [gedaagde] aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd), maar van een waardering door de rechtbank van de deskundigenrapporten die in haar opdracht zijn uitgebracht.

2.3. Het oordeel van de rechtbank dat de koopovereenkomsten in beginsel vernietigbaar zijn, berust op de rapporten van twee deskundigen die onafhankelijk van elkaar en met hun eigen expertise tot dezelfde conclusie zijn gekomen, namelijk dat er aan de zijde van [eiser] ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten sprake was van een geestelijke stoornis in de zin van artikel 3:34 BW. De rechtbank acht de kans dat het gerechtshof terzake in hoger beroep tot een ander oordeel zal komen, niet groot.

2.4. Indien in hoger beroep de koopovereenkomsten niet vernietigbaar zouden worden geoordeeld, zou dit tot een verkorting van de procedure kunnen leiden. De door de rechtbank in het tussenvonnis noodzakelijk geachte deskundigenonderzoeken zouden dan immers niet behoeven plaats te vinden. Die verkorting is evenwel relatief, aangezien de procedure in hoger beroep op dit moment een aanzienlijke duur heeft (in totaal 1 á 2 jaar). Daar staat tegenover dat de deskundigenonderzoeken een relatief overzichtelijke kwestie betreffen en naar verwachting niet een zeer lange tijd in beslag hoeven te nemen.

2.5. De onderhavige procedure is ingeleid bij dagvaarding van 12 juli 2001. Dat betekent dat deze procedure bijna 7 jaar duurt. De koopovereenkomsten waar het hier om gaat, dateren van januari 2000. [eiser] heeft thans derhalve ruim 8 jaar geen gebruik kunnen maken van zijn boerenbedrijf, hoewel (zoals de rechtbank in het tussenvonnis heeft geoordeeld) de koopovereenkomsten die dit gebruik hebben beëindigd, onder invloed van een geestelijke stoornis tot stand zijn gekomen, en mitsdien vernietigbaar zijn. In het licht van deze lange duur en de huidige leeftijd van [eiser] (56 jaar oud) mag van hem niet gevergd worden dat hij de uitslag van een tussentijds hoger beroep afwacht, en - bij bekrachtiging van het tussenvonnis in hoger beroep - vervolgens nog de noodzakelijke deskundigenonderzoeken.

2.6. De onderhavige kwestie betreft niet enkel vergoeding van schade (hetgeen uitstel van een eindbeslissing minder onaanvaardbaar zou maken), maar tevens terugkeer van [eiser] in het door hem destijds aan [gedaagde] verkochte boerenbedrijf.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2008.?

w.g. griffier w.g. rechter