Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3880

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-06-2008
Datum publicatie
17-06-2008
Zaaknummer
05/414R
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Schuldenaar niet eens met verlenging, geen schone lei

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 354
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer: 05/414 R

nummer verklaring: UTR0210501308

uitspraakdatum: 10 juni 2008

uitspraak 354 Fw (einduitspraak geen “schone lei” na verificatievergadering)

enkelvoudige kamer

Bij vonnis van deze kamer van 1 juni 2005 is de definitieve schuldsa¬nering uitgesproken ten aanzien van:

[gedaagde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende [adres],

hierna te noemen de schuldenaar.

De rechtbank heeft kennis genomen van het proces-verbaal van de op 21 mei 2008 gehouden verificatievergadering.

Op 3 juni 2008 heeft een terechtzitting als bedoeld in artikel 353 Fw plaatsgevonden. Op deze terechtzitting zijn verschenen de bewindvoerder, de heer G.G.R. Missler, de reïntegratieconsulent van de schuldenaar, mevrouw A.M. van Zand, en de schuldenaar.

Op 1 januari 2008 is in werking getreden de Wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. Nu de rechtbank op 10 juni 2008 uitspraak zal doen en de wetswijziging onmiddellijke werking heeft, dient het nieuwe recht te worden toegepast.

De bewindvoerder vermeldt in zijn verslag van 13 maart 2008 het volgende:

- De schuldenaar heeft nagelaten de bankafschriften over de periode februari 2007 tot en met 13 maart 2008 aan de bewindvoerder te overleggen.

- In de periode van 1 juni 2005 tot en met 18 juni 2007 heeft hij slechts negen mondelinge sollicitaties verricht.

- De bewindvoerder heeft de schuldenaar herhaaldelijk gewezen op zijn verplichtingen te weten bij brieven van 2 juni 2005, 13 februari 2006, 10 maart 2006, 25 september 2006, 27 april 2007 en 29 november 2007. Ook heeft de bewindvoerder tijdens het huisbezoek, welke heeft plaatsgevonden op 9 juni 2005, de inhoud van de sollicitatieverplichting (mondeling) toegelicht.

- Verder zou de schuldenaar recht hebben op de zogenaamde uitstroompremie van de Sociale Dienst Utrecht ad € 1.000,00. De schuldenaar heeft ondanks diverse aanmaningen van de bewindvoerder, het reïntegratiebureau en de Sociale Dienst de voornoemde premie niet aangevraagd.

Bij brief van 16 mei 2008 heeft de bewindvoerder aan de rechtbank te kennen gegeven dat de schuldenaar inmiddels alle bankafschriften heeft overgelegd. Ook de uitstroompremie is op de boedelrekening gestort. De bewindvoerder geeft aan dat alleen de sollicitatieverplichting niet correct is nagekomen.

Ter zitting voert de bewindvoerder aan dat de schuldenaar gedurende de eerste twee jaren van de schuldsaneringsregeling niet heeft gesolliciteerd. De schuldenaar heeft in de laatste fase van de regeling wel gesolliciteerd en dit heeft geresulteerd in een fulltime dienstverband. Derhalve adviseert de bewindvoerder om de schuldsaneringsregeling met twee jaren te verlengen.

De schuldenaar geeft aan dat hij gedurende de eerste twee jaren van de regeling last had van depressies. Hij stelt dat hij gedurende die jaren begeleiding kreeg van een reïntegratiebureau en wel degelijk heeft gesolliciteerd hoewel onvoldoende vaak. De schuldenaar geeft toe dat hij de bewindvoerder niet op de hoogte heeft gebracht van zijn sollicitatieactiviteiten. Voorts betoogd hij dat er sprake was van krapte op de arbeidsmarkt wat het vinden van een baan niet vergemakkelijkte. De schuldenaar zegt dat hij op dit moment zijn leven op orde heeft en zijn best heeft gedaan. Hij geeft aan graag een schone lei te willen ontvangen.

Namens de schuldenaar verklaart mevrouw Van Zand dat hij niet de benodigde ondersteuning kreeg van reïntegratiebureau Salus. Het uitgangspunt van Salus is dat zij begeleidend optreden en niet sturend. Salus verkeerde in de veronderstelling dat de schuldenaar zelfredzaam en zelfstandig was. Echter in die periode van zijn leven had de schuldenaar een andere aanpak nodig. Vanaf het moment dat de schuldenaar begeleiding krijgt van Stichting GIDS zijn er veel resultaten geboekt. Zo heeft de schuldenaar een fulltime baan en is zijn contract verlengd tot en met 1 juni 2009.

De bewindvoerder geeft aan dat hij de wens van een schone lei begrijpt, maar dat ook rekening moet worden gehouden met de belangen van de schuldeisers.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat uit de Wet Schuldsanering Natuurlijke personen (WSNP) op de schuldenaar rustende verplichtingen voortvloeien, die hun grond vinden in de doelstelling van die wet. Deze doelstelling komt erop neer dat natuurlijke personen die in een uitzichtloze financiële positie zijn gekomen de kans moet worden geboden weer met een schone lei verder te kunnen gaan. Daar staat echter tegenover dat van de schuldenaar een actieve medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling gevergd wordt.

Sinds 1 oktober 2005 zijn de Richtlijnen voor Schuldsaneringen in werking getreden. In het artikel omtrent de arbeids- en sollicitatieverplichting staat onder andere verwoord dat deelname aan re-integratietrajecten onverlet laat dat schuldenaren zich zelfstandig moeten inspannen om betaald werk te vinden. Nu de schuldenaar geen verzoek heeft gedaan aan de rechter-commissaris om een ontheffing van zijn sollicitatieverplichting te verlenen, rust op hem een arbeids- en sollicitatieverplichting.

Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter terechtzitting is aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar gedurende twee jaren van de regeling niet heeft voldaan aan zijn informatie- en sollicitatieverplichting. Uit de brief van de schuldenaar, gericht aan de rechtbank, van 3 juni 2008 blijkt dat de schuldenaar via de websites van diverse bedrijven solliciteerde of gebruik maakte van sollicitatieformulieren. Voor zover hij al zou solliciteren, via het internet dan wel via sollicitatieformulieren, is hiervan niet gebleken bij gebreke van daarover aan de bewindvoerder verstrekte informatie. De schuldenaar heeft ter zitting erkend dat hij de bewindvoerder geen sollicitatiebewijzen heeft overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de schuldenaar de inhoud van zijn verplichting behoorde te kennen nu de bewindvoerder hem herhaaldelijk schriftelijk erop heeft gewezen. Daarnaast heeft de bewindvoerder mondeling de inhoud van de verplichting toegelicht tijdens het huisbezoek. Ook tijdens de toelatingszitting is aan de schuldenaar een informatieblad uitgereikt met uitleg over de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar wist dan wel behoorde te weten dat hij op vier vacatures per maand dient te reageren en de bewindvoerder hieromtrent dient te informeren. Het komt voor rekening en risico van de schuldenaar dat hij dit heeft nagelaten. De schuldenaar heeft weliswaar een baan, maar de rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden van het verlenen van de schone lei aan de schuldenaar geen sprake kan zijn.

Op grond van het beleid van de rechtbank dient zij terughoudend te zijn met het verlengen van de schuldsaneringsregeling. Voor verlenging dient sprake te zijn van een bijzondere situatie die de rechter tot het oordeel brengt dat een langere looptijd gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een bijzondere situatie welke een verlenging rechtvaardigt, te meer nu de schuldenaar ter zitting herhaaldelijk is gevraagd of hij zich kan verenigen met een verlenging en hij tot drie maal toe heeft aangegeven dit niet te willen.

Gezien het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen.

Deze tekortkoming is bovendien toerekenbaar aan de schuldenaar. Aan de schuldenaar zal derhalve geen schone lei verleend worden.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties zijn € 325,00. Voor zover deze kosten niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, zonder daarbij toepassing te geven aan artikel 354 lid 2 Fw;

- beëindigd de schuldsaneringsregeling overeenkomstig artikel 354 lid 1 Fw in verbinding met artikel 352 lid 1 Fw, met dien verstande dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling overeenkomstig artikel 356 lid 2 Fw van rechtswege zal zijn beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden en dat artikel 358 lid 1 Fw niet van toepassing is;

- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 1.411,50, exclusief btw, en de portokosten op € 44,88, waarin begrepen hetgeen reeds bij voorschot is toegekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Schroten en in het openbaar uitgesproken op

10 juni 2008.