Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3875

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
17-06-2008
Zaaknummer
221736/ HA ZA 06-2615
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

comparitie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 221736 / HA ZA 06-2615

Vonnis in hoofdzaak van 16 april 2008

in de zaak van

de naamloze vennootschap

BT NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. J.M. van Noort,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLEVER BOOR- EN PERSTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Lopik,

gedaagde,

procureur mr. J.J.W. Remme.

Partijen zullen hierna BT en Klever genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 mei 2007

- de akte houdende overlegging productie van Klever

- de akte houdende uitlating productie, tevens houdende overlegging producties van BT

- het proces-verbaal van comparitie van 15 januari 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op15 juli 2005 heeft Klever als onderaannemer van Dura Vermeer Ondergrondse Infrastructuur BV (hierna: Dura Vermeer) twee boringen onder de Vleutenseweg te Utrecht verricht met het doel om kabels en leidingen te leggen. Tijdens de tweede boring zijn reeds in de grond aanwezige kabels geraakt.

2.2. Klever heeft de geplande boringen niet bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (hierna: KLIC) gemeld en heeft zelf geen – door het KLIC verstrekte – gegevens over of tekeningen van aanwezige leidingen en kabels ingezien.

2.3. BT heeft in haar brief van 2 maart 2006 Klever aansprakelijk gesteld voor de schade die BT stelt te hebben geleden doordat bij de boring van Klever vier kabels van BT zouden zijn beschadigd die BT door Van den Berg Infrastructuren heeft laten herstellen. Bij deze brief, die BT als productie 2 bij haar dagvaarding heeft overgelegd, is een schaderapport van BT en een schade- en herstelrapport van Van den Berg Infrastructuren gevoegd. Klever is niet overgegaan tot het vergoeden van de door BT gestelde schade.

2.4. Op 4 april 2007 is Klever bij vonnis van de rechtbank Utrecht toegestaan Dura Vermeer in vrijwaring op te roepen.

3. Het geschil

3.1. BT vordert – samengevat – veroordeling van Klever tot betaling van € 39.690,96 vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

3.2. Aan haar vordering legt BT ten grondslag dat bij de boringen van Klever een viertal kabels van BT is geraakt en beschadigd. BT verwijt Klever dat zij heeft nagelaten zelf KLIC-gegevens op te vragen, dan wel dat zij boringen heeft verricht zonder de KLIC-gegevens in te zien die aan Dura Vermeer zouden zijn verstrekt. In beide gevallen heeft Klever volgens BT in strijd met haar onderzoeksplicht gehandeld.

BT heeft vlak na de beschadiging van de kabels de schade opgenomen en Van den Berg Infrastructuren ingeschakeld om de schade te herstellen. Volgens BT heeft Van den Berg Infrastructuren onder meer drie nieuwe handholes en enkele lasmoffen aangebracht, alsmede nieuwe kabels ingeblazen. Voorts heeft BT gesteld dat zij, naast de werkzaamheden die Van den Berg Infrastructuren heeft verricht, ook zelf werkzaamheden heeft uitgevoerd.

3.3. Klever voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van BT, althans tot afwijzing van de vordering met veroordeling van BT in de kosten van het geding.

3.4. Klever stelt zich op het standpunt dat zij niet in staat was zelf KLIC-gegevens op te vragen, omdat ze pas één dag van te voren de opdracht voor de boringen kreeg. Tevens stelt Klever dat zij aan Dura Vermeer om de KLIC-gegevens heeft gevraagd en dat Dura Vermeer, toen bleek dat de KLIC-gegevens niet op de boorlocatie aanwezig waren, haar uitdrukkelijk heeft medegedeeld dat er geen leidingen en kabels in de baan van de boringen lagen. Daarom is er volgens Klever geen sprake van dat zij haar onderzoeksplicht heeft geschonden. Klever stelt dat zij heeft mogen afgaan op de juistheid van de mededelingen van Dura Vermeer, omdat Dura Vermeer een gekwalificeerd opdrachtgever was en de KLIC-gegevens wel had ingezien.

Verder betwist Klever dat BT melding bij het KLIC heeft gemaakt van haar kabels onder de Vleutenseweg te Utrecht en dat zij vier kabels type 96 van BT heeft beschadigd. Eveneens betwist Klever de hoogte van de door BT gevorderde schade.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Kern van het geschil is de vraag of Klever toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld door boringen te verrichten zonder zelf KLIC-gegevens op te vragen en te bekijken. Niet in het geschil is dat Klever als uitvoerende aannemer bij het verrichten van de boringen een zelfstandige onderzoeksplicht had met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van leidingen.

4.2. Allereerst ligt ter beoordeling voor of Klever haar onderzoeksplicht heeft geschonden door zelf geen KLIC-gegevens op te vragen. BT heeft ter comparitie onbetwist gelaten dat Klever één dag van te voren de opdracht heeft gekregen om de boringen te verrichten. Voorts heeft Klever verklaard dat zij aan Dura Vermeer heeft laten weten dat Dura Vermeer er voor moest zorgen dat de KLIC-gegevens op de boorlocatie aanwezig zouden zijn, hetgeen door Dura Vermeer zou zijn bevestigd.

Onder deze omstandigheden mocht Klever er op vertrouwen dat Dura Vermeer over de KLIC-gegevens beschikte en dat Klever deze gegevens op de boorlocatie zou kunnen inzien. Klever is daarom niet reeds in haar onderzoeksplicht tekortgeschoten door de KLIC-gegevens niet zelf op te vragen.

4.3. In tegenstelling tot hetgeen Klever met Dura Vermeer zou hebben afgesproken, waren de KLIC-gegevens niet op de boorlocatie aanwezig. Hierdoor kon Klever niet zelf beoordelen of met de boringen bestaande kabels en leidingen geraakt konden worden en was zij afhankelijk van de informatie van Dura Vermeer. Ook al zou Dura Vermeer alle voorbereidingen hebben getroffen, de KLIC-gegevens wel hebben ingezien en als gekwalificeerde opdrachtgever verantwoordelijk zijn geweest voor de graafwerkzaamheden, dan nog brengt dat niet met zich mee dat Klever zonder meer mocht vertrouwen op de mededelingen van Dura Vermeer en zelf helemaal geen onderzoek meer hoefde te doen. In de onderhavige situatie had Klever als uitvoerend aannemer op grond van haar onderzoeksplicht de mededelingen van Dura Vermeer op hun juistheid en volledigheid moeten controleren. Klever had dus niet alleen – zoals zij stelt te hebben gedaan – inzage moeten verlangen in de KLIC-gegevens, maar deze inzage als voorwaarde moeten stellen voordat zij zou beginnen met de boringen om zelf te kunnen beoordelen of met de geplande boringen geen leidingen of kabels geraakt konden worden.

Door dit na te laten heeft Klever niet aan haar onderzoeksplicht voldaan en welbewust het risico aanvaard dat zij tijdens de boringen kabels of leidingen zou raken.

4.4. Klever heeft betwist dat BT haar kabels heeft gemeld aan het KLIC, waardoor Klever, ook al zou zij de KLIC-gegevens hebben ingezien, geen rekening hoefde te houden met de aanwezigheid van deze kabels. Niet in het geschil is dat het KLIC na een melding van voorgenomen graafwerkzaamheden de bij haar bekende exploitanten van kabels en leidingen in het betreffende gebied hiervan op de hoogte stelt. Omdat Klever ter comparitie onweersproken heeft gelaten dat BT door het KLIC op de hoogte is gesteld van de voorgenomen graafwerkzaamheden, heeft de rechtbank geen reden om aan te nemen dat BT haar kabels bij de Vleutenseweg niet bij het KLIC heeft aangemeld.

4.5. Gelet op het voorgaande heeft Klever toerekenbaar onrechtmatig gehandeld, waardoor Klever aansprakelijk is voor de schade die BT hierdoor heeft geleden.

Ter beoordeling ligt vervolgens voor of als gevolg van de boringen vier kabels van BT zijn beschadigd en wat de omvang is van de schade die BT hierdoor zou hebben geleden.

4.6. Met betrekking tot de vraag of bij de boring vier kabels van BT zijn geraakt en beschadigd, overweegt de rechtbank het volgende. BT op heeft aangevoerd dat op 15 juli 2005 een storing in haar netwerk is opgetreden, waarna een medewerker van BT, de heer [medewerker], direct naar de Vleutenseweg te Utrecht is gegaan om de schade op te nemen, hetgeen Klever niet heeft weersproken.

In het schaderapport dat de heer [medewerker] heeft opgesteld en dat BT als productie 2 bij haar dagvaarding heeft overgelegd, maakt de heer [medewerker] melding van vier kabels van BT die alle vier stuk zijn gegaan als gevolg van de boring door Klever. Tevens heeft de heer [medewerker] vermeld dat op dezelfde dag de storingsaannemer Van den Berg Infrastructuren is gebeld. Uit het schade- en herstelrapport van Van den Berg Infrastructuren, dat BT ook als productie 2 bij haar dagvaarding heeft overgelegd, is schade aangevinkt bij het type kabel “96(G652b)”, met daarachter de vermelding “4x”. Klever heeft de hiervoor vermelde passages in het schaderapport van de heer [medewerker] en het schade- en herstelrapport van Van den Berg Infrastructuren niet weersproken en heeft haar verweer ten aanzien van het aantal beschadigde kabels ook niet nader onderbouwd.

Gelet op het voorgaande is niet gemotiveerd weersproken dat vier kabels van BT zijn geraakt en beschadigd door de boring van Klever en de rechtbank zal daarvan uitgaan.

4.7. Met betrekking tot de omvang van de schade overweegt de rechtbank het volgende.

In het herstel- en schaderapport van Van den Berg Infrastructuren is aangevinkt welke handelingen zijn uitgevoerd. Deze handelingen hebben onder meer bestaan uit het aanbrengen van handhole(s), het aanbrengen van lasmoffen en het uit- en inblazen, meten en lassen van glasvezelkabel. Verder hebben zowel Van den Berg Infrastructuren als BT in urenoverzichten aangegeven welke personen op welke tijdstippen aanwezig zijn geweest bij de herstelwerkzaamheden.

De rechtbank is van oordeel dat hiermee de door Van den Berg Infrastructuren en de heer [medewerker] verrichte werkzaamheden – in tegenstelling tot hetgeen Klever heeft gesteld – voldoende zijn gespecificeerd. Omdat Klever niet nader heeft onderbouwd waarom het onaannemelijk is dat ten minste 17 personen tegelijkertijd werkzaam zijn geweest, wordt ook dit verweer van Klever gepasseerd.

4.8. In het overzicht van de verbruikte materialen in het schade- en herstelrapport van Van den Berg Infrastructuren is opgenomen dat BT het bedrag van € 6.300,-- voor een gestuurde boring niet hoeft te betalen indien de kosten van een reeds door derden verrichte boring ook niet aan Van den Berg Infrastructuren in rekening worden gebracht. Op pagina 3 van het schaderapport van BT is vermeld dat de – zo begrijpt de rechtbank: door Klever gemaakte – nieuwe boring kon worden gebruikt om de verbindingen te herstellen en dat deze boring later door de storingsaannemer Van den Berg is betaald. Omdat Klever het voorgaande onweersproken heeft gelaten, gaat de rechtbank er van uit dat het bedrag van

€ 6.300,-- wel door Van den Berg Infrastructuren aan BT in rekening is gebracht.

4.9. Zelfs als het zo zou zijn dat BT – zoals Klever heeft gesteld – de door Van den Berg Infrastructuren verrichte herstelwerkzaamheden niet daadwerkelijk heeft betaald, betekent dat nog niet dat BT de berekende herstelkosten niet verschuldigd zou zijn. Nu overigens niet is gesteld of gebleken dat de berekende herstelkosten niet aan BT in rekening worden gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de kosten van het herstel van de beschadigde kabels van BT als schade is aan te merken en dat deze schade is toe te rekenen aan het onrechtmatig handelen van Klever.

4.10. De rechtbank acht de wettelijke rente toewijsbaar als gevorderd, omdat de verschuldigdheid daarvan niet is betwist en de rechtbank ambtshalve geen reden ziet de wettelijke rente niet toe te wijzen.

4.11. BT heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd en hieraan ten grondslag gelegd dat de buitengerechtelijke verrichtingen hebben bestaan uit het aanmaken van een schaderapport, het opstellen van een aansprakelijkstelling, het bestuderen van stukken, het schrijven van brieven aan Klever respectievelijk haar verzekeraar en het telefoneren met de verzekeraar van Klever.

De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat buitengerechtelijke incassokosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De rechtbank is van oordeel dat uit de omschrijving van de buitengerechtelijke verrichtingen van BT onvoldoende duidelijk is geworden dat deze verrichtingen voldoen aan het hiervoor uiteengezette uitgangspunt van de rechtbank en meer omvatten dan werkzaamheden waarvoor de proceskostenveroordeling reeds een vergoeding pleegt in te sluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten moet daarom worden afgewezen.

4.12. Klever zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Aangezien tussen Klever en Dura Vermeer ook nog een vrijwaringsprocedure loopt, zullen eveneens de kosten van Klever in de onderhavige procedure worden begroot.

4.13. De kosten aan de zijde van BT worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 930,00

- salaris procureur 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.159,32

4.14. De kosten aan de zijde van Klever worden begroot op:

- vast recht 930,00

- salaris procureur 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.088,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Klever om aan BT te betalen een bedrag van EUR 39.690,96 (negenendertig duizendzeshonderdnegentig euro en zesennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 Burgerlijk Wetboek over het toegewezen bedrag vanaf 15 juli 2005 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Klever in de proceskosten, aan de zijde van BT tot op heden begroot op EUR 2.159,32,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2008.?

w.g. griffier w.g. rechter