Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3858

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-06-2008
Datum publicatie
13-06-2008
Zaaknummer
248650 / KG ZA 08-474
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering van judoka [X] tot intrekking of terzijdestelling van het besluit van de Judobond Nederland om judoka [Y] aan NOC*NSF voor te dragen als deelnemer voor de Olympische Spelen 2008. De voorzieningenrechter wijst de vordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 367
AR-Updates.nl 2008-0368
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 248650 / KG ZA 08-474

Vonnis in kort geding van 13 juni 2008

in de zaak van

[X],

wonende te Tilburg,

eiser,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. H.J.A. Knijff te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JUDOBOND NEDERLAND,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

advocaat mr. A.W. Brantjes te Amsterdam.

alsmede tegen

[Y]

wonende te Haarlem,

gevoegde partij,

procureur: mr. M.C. Franken-Schoemaker.

advocaat: mr. C.E. Schillemans te Amsterdam,

Partijen zullen hierna [X], de Judobond Nederland en [Y] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 13 mei 2008;

- het schriftelijke verzoek van [Y] tot voeging aan de zijde van de Judobond;

- de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van [X];

- de pleitnota van Judobond Nederland;

- de pleitnota van [Y].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. incident tot voeging

[X], noch de Judobond Nederland hebben bezwaar gemaakt tegen voeging van partij [Y] aan de zijde van de Judobond. [Y] wordt mitsdien toegelaten als gevoegde partij.

3. De feiten

3.1. [X] en [Y] zijn beiden judoka in de gewichtsklasse 100+ kg.

3.2. In de gewichtsklasse 100+ kg is voor de Olympische Spelen 2008 voor Nederland één quotumplaats beschikbaar.

De kwalificatie-eisen zijn als volgt:

WK 2007 : plaats bij de eerste 7

of

EK 2007 : plaats bij de eerste 5

of

EK 2008 : plaats bij de eerste 5

of

Super World Cup toernooien : een plaats bij de eerste 3

of

World Cup toernooien : een plaats bij de eerste 3

3.3. De Judobond Nederland hanteert een Topsportreglement (verder te noemen het reglement). Dit reglement luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Artikel 1: Doelstelling en uitgangspunten

(...)

1.2 Resultaatgericht

Uitgangspunt voor het topsportbeleid van de JBN is het behalen van het hoogst mogelijke resultaat op Europese Kampioenschappen, Wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. De JBN kiest in alle gevallen voor de optie die, gelet op resultaten tot nu toe, de inschatting van de toekomstige resultaten en de specifieke omstandigheden van het moment, naar haar verwachting de hoogst mogelijke resultaten opleveren. Dit uitgangspunt prevaleert daarbij boven andere uitgangspunten de topsport betreffende zoals een evenredige verdeling van faciliteiten, tegemoet komen aan gewekte verwachtingen of in bijzondere gevallen zelfs het nakomen van gedane toezeggingen of handelen volgens de tot dan geldende regels.

Artikel 2: Partijen betrokken bij de topsport

(…)

2.5 Nationale Topsport Commissie (N.T.C.)

De N.T.C. heeft de vanuit het bondsbestuur gedelegeerde bevoegdheid om de door de technische staf gedane voordracht voor uitzending naar Europese kampioenschappen, Wereldkampioenschappen en Olympische Spelen te accorderen. Daarnaast bewaakt de N.T.C. de juiste toepassing van geldende regels met betrekking tot de toekenning van wedstrijd- en trainingsfaciliteiten aan individuele sporters. Tenslotte adviseert de N.T.C. de technische staf en het bondsbestuur zowel gevraagd als ongevraagd.”

3.4. De Judobond Nederland hanteert eveneens de Selectiecriteria NOC*NSF. Deze selectiecriteria luiden, voor zover van belang, als volgt:

“2. Traject van besluitvorming en kwalificatie

(…)

Beslissingen

2.2. In het traject van kwalificatie voor de Olympische Spelen Beijing 2008 zijn drie mogelijke beslissingen te onderscheiden.

Nominatie (1)

2.2.1 Gegeven de vastgestelde nominatieprocedure doet de betrokken sportbond zo spoedig mogelijk een

schriftelijke voordracht voor nominatie gericht aan NOC*NSF, t.a.v. de directeur Sport.

NOC*NSF besluit binnen 30 dagen na ontvangst van de voordracht of de voorgedragen sporter wordt genomineerd. Dit besluit wordt “nominatiebeslissing”genoemd.

Kwalificatie (2)

2.2.2. Nadat de nominatiebeslissing is genomen dient nog tot kwalificatie te worden besloten, zulks op grond van de vaststelling van vormbehoud. De betrokken sportbond doet zo spoedig mogelijk na het aangetoonde vormbehoud een schriftelijke voordracht voor kwalificatie t.a.v. de directeur Sport. NOC*NSF besluit binnen 30 dagen na ontvangst van de voordracht of de voorgedragen sporter wordt gekwalificeerd. Dit besluit wordt “kwalificatiebeslissing”genoemd.

Uitsluiting (3)

2.2.3 In iedere fase van de nominatie en kwalificatie(procedure) tot en met de duur van de Olympische Spelen kan NOC*NSF besluiten – op gronden genoemd in het algemeen deel van de “Normen en Limieten Beijing 2008” en in de voorgaande artikelen – een atleet of een team niet uit te zenden of terug te trekken. Dit besluit wordt uitsluitingsbeslissing”genoemd.”

3.5. De Technische Staf heeft op 21 maart 2007 in een memo aan alle Centrale Coaches de “Uitgangspunten en procedure selecteren sporters OS 2008” vastgesteld (verder te noemen de memo. De memo vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

“UITGANGSPUNTEN

(…)

- Om een quotum plaats via de EJU ranking te halen moet een judoka op de geschoonde lijst bij de heren een plaats bij de beste negen staan en de dames bij de beste vijf.

(…)

PROCEDURE

Bij twijfel beslist de TS op basis van kennis en inzicht.

- In ieder gewicht kan er maximaal 2 judoka’s het Olympisch kwalificatietraject voor een quotum plaats voor de

OS 2008 worden gestart.

- In een gewicht waar een topjudoka zit en er een behoorlijk verschil zit met de nummers twee of drie in dat

gewicht, kan de TS besluiten alleen met de topjudoka het Olympisch kwalificatietraject in te gaan. De andere

judoka’s in dat gewicht krijgen meer dan één of meerdere toernooien om zichzelf te ontwikkelen.

- Uiterlijk 7 maart 2007 of zoveel eerder als mogelijk is, wordt er door de TS besloten welke judoka(’s) per

gewicht wordt opgenomen in het Olympisch kwalificatietraject.

- Na de Super World Cup van Rotterdam wordt per gewicht de selectie procedure opnieuw bekeken en een

tussenevaluatie gedaan. Dan kunnen er judoka’s toegevoegd worden tot het Olympisch kwalificatietraject en er

kunnen dan ook judoka’s uit het Olympisch kwalificatietraject gehaald worden.

- Als één of meer judoka’s in hetzelfde gewicht aan de nominatie eisen van de NOC*NSF hebben voldaan, dan

bepaalt de TS wie wanneer word voorgedragen voor een nominatie. Nominatie kan resulteren in een

kwalificatie. Dit hoeft niet de hoogst geplaatste judoka op de EJU ranking te zijn.

- Een judoka die op het WK 2007 een plaats bij de beste vijf in een gewicht haalt, heeft voldaan aan de

nominatie eisen en kan genomineerd worden. De judoka is dan nog niet gekwalificeerd. Zie NOC*NSF en TS regels.

- Het NOC*NSF heeft andere selectie eisen dan de IJF. Denk bijvoorbeeld aan vormbehoud enz.

- Alleen judoka’s die genomineerd zijn, kunnen dus worden uitgezonden naar de OS. Wel kan een judoka die

genomineerd is in een ander gewicht, waar natuurlijk wel een quotum plaats is gehaald, gekwalificeerd

worden.”

3.6. Op 21 maart 2007 zijn de toernooiverdeling Heren en Categorie-indeling bekend gemaakt. [Y] is ingedeeld in categorie 1. [Y] kan deelnemen aan alle kwalificatietoernooien en aan alle trainingskampen en zit hiermee in het Olympisch kwalificatietraject.

“Categorie 1

In categorie 1 bevinden zich de sporters die op grond van hun prestaties op O.S. en/of WK aangetoond hebben tot de absolute wereldtop te behoren. Ook kan de Technische Staf iemand in categorie 1 plaatsen wanneer deze judoka uitzonderlijke resultaten behaald heeft tijdens (Super) World Cups. De sporters in categorie 1 hebben het recht om in overleg met de centrale coach en de Technische Staf hun wensen kenbaar te maken ten aanzien van het trainings- en wedstrijdprogramma. Indien de TS akkoord gaat met dit opgestelde programma, en de financiële middelen dit toe te laten, zal het programma conform de wens van de sporter worden uitgevoerd.”

[X] is ingedeeld in categorie 3. [X] kan deelnemen aan (enkele) (Super) World Cups om zichzelf te ontwikkelen.

“Categorie 3

De sporters in categorie 3 hebben recht op uitzending naar 1 (super) World Cups.”

3.7. [X] heeft tijdens de Super World Cup te Rotterdam, gehouden op 29 en 30 september 2007, een vijfde plaats behaald en daarmee voldaan aan de kwalificatie-eisen voor nominatie voor de Olympische Spelen 2008.

3.8. In oktober 2007 – na de Super World Cup te Rotterdam – heeft de Technische Staf een tussentijdse evaluatie verricht. De Technische Staf heeft besloten om [Y] in het kwalificatietraject te laten. [X] werd voor een aantal toernooien ingedeeld.

3.9. Bij brief van 20 januari 2008 heeft de Judobond Nederland aan [X] het volgende, voor zover van belang, meegedeeld:

“Namens het bestuur, de technische staf, de Nationale Topsport Commissie en de medewerkers van de Judo Bond Nederland zijn wij verheugd je te feliciteren met je nominatie voor de Olympische Spelen Beijing 2008.

Door het NOC*NSF-bestuur, de directie en de Chef de Mission voor Beijing 2008 zijn de prestaties in 2007 getoetst aan de in de normen en limieten vastgestelde afspraken en deze zijn gehonoreerd. Namens hen ook gefeliciteerd!

(…)

Rest ons je heel veel succes te wensen het komende seizoen!” […]

3.10. [Y] heeft tijdens de Super World Cup te Parijs, gehouden op 9 en 10 februari 2008, een vijfde plaats behaald en daarmee voldaan aan de kwalificatie-eisen voor nominatie voor de Olympische Spelen 2008.

3.11. Bij besluit van 31 maart 2008 (verder te noemen het besluit) heeft de Nationale Topsport Commissie (verder NTC te noemen) het volgende bepaald:

“Na drie vergaderingen en uw schriftelijk voorstel van 25 maart j.l. heeft de NTC in goed overleg besloten tot een uitspraak te komen op het door u gedane voorstel betreffende de Olympische aanwijzing in de + 100 kg klasse heren.

Uitspraak

[Y] heeft aan alle voorwaarden voldaan die uitzending naar de Olympische Spelen 2008 rechtvaardigen.

Een vijfde plaats bij de SWC Parijs 2008 = nominatie +vormbehoud voor de NOC/NSF

Een vijfde plaats bij de WC Wenen 2008 = vormbehoud NOC/NSF

Een achtste plaats op de EJU ranglijst 2008 = eis Internationale Judo Federatie

De Technische Staf heeft gewerkt conform de regels van 21 maart 2007, uitgangspunten en procedure selecteren sporters Olympische Spelen 2008.” […]

4. Het geschil

4.1. [X] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

Judobond Nederland te veroordelen om het besluit om [Y] aan NOC*NSF voor te dragen als deelnemer voor de Olympische Spelen 2008 in te trekken, althans aan dat besluit geen verdere uitvoering te geven en zulks ook aan NOC*NSF te laten weten, en opnieuw een besluit te nemen dat [X] aan NOC*NSF wordt voorgedragen om aan de Olympische Spelen deel te nemen;

Subsidiair:

Judobond Nederland te veroordelen om het besluit om [Y] aan NOC*NSF voor te dragen als deelnemer voor de Olympische Spelen 2008 in te trekken, althans geen verdere uitvoering aan te geven en zulks ook aan NOC*NSF te laten weten, en alsnog een nieuw besluit te nemen, zulks nadat in een onderlinge wedstrijd en/of in een reeks van onderlinge wedstrijden tussen enerzijds [X] en anderzijds [Y] wordt uitgemaakt wie zich kwalificeert voor een voordracht aan NOC*NSF voor deelname aan de Olympische Spelen 2008;

meer subsidiair:

althans die voorziening te treffen die de voorzieningenrechter vermeent juist en billijk te zijn;

zowel primair, subisdiair als meer subsidiair:

te bepalen dat Judobond Nederland bij niet nakomen van het te wijzen vonnis een dwangsom verbeurt van EUR 10.000,-- voor iedere dag dat Judobond Nederland nalatig is om aan het vonnis te voldoen en voorts Judobond Nederland te veroordelen in de kosten van dit geding.

4.2. Judobond Nederland voert verweer, bij welk verweer [Y] zich heeft aangesloten. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

5.1. [X] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de Judobond Nederland door het besluit te nemen om [Y] voor te dragen aan NOC*NSF als deelnemer aan de Olympische Spelen fundamentele rechtsbeginselen heeft geschonden en dat dit besluit in redelijkheid geen stand kan houden omdat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [X] heeft zich er verder nog op beroepen dat het besluit onrechtmatig jegens hem is.

5.2. [X] heeft daartoe aangevoerd dat hij nooit is aangemerkt als kandidaat voor deelname aan de Olympische Spelen, terwijl de Judobond Nederland hem anders heeft doen geloven. De Judobond Nederland heeft hem misleid en zij heeft niet transparant gehandeld.

[X] voert daarbij het volgende aan.

De Judobond Nederland heeft hem, mede namens het NOC*NSF-bestuur, de directie en de Chef de Mission voor Beijing 2008, in een brief van 20 januari 2008 gefeliciteerd met zijn nominatie voor de Olympische Spelen. Op de Website van de Judobond Nederland staan berichten die melding maken van concurrentie tussen hem, [X], en van [Y]. In werkelijkheid had [Y] echter een beschermde status, hetgeen noch aan hem, [X], noch aan zijn coach is meegedeeld. Op de door zijn sponsor, NL Supporter, in een brief van 6 maart 2008 gestelde vraag op grond van welke criteria een afweging zou worden gemaakt of [X] of zijn concurrent [Y] zou worden afgevaardigd naar de Olympische Spelen en welke prestaties [X] nog zou moeten leveren, heeft de Judobond Nederland geen duidelijk antwoord gegeven en evenmin meegedeeld dat de verwachtingen van [X] niet reëel waren.

5.3. [X] voert verder aan dat de Judobond Nederland in strijd met haar eigen reglement heeft gehandeld door [Y] na de tweede evaluatie in oktober 2007 een beschermde status te geven, terwijl hij op dat moment – anders dan [X] - niet aan de eis voor nominatie had voldaan. [X] stelt dat het verlenen van een beschermde status in strijd is met het beleid binnen de Judobond Nederland. [X] legt in dat verband over een brief van 5 juni 2007, die betrekking heeft op de selectie voor het WK in de klasse tot

-60 kg, waarin is vermeld dat er binnen het beleid van de Judobond Nederland geen sprake is van een beschermde status.

5.4. [X] erkent dat de Technische Staf een zekere vrijheid heeft bij de bepaling wie en wanneer wordt voorgedragen voor deelname. Hij stelt echter dat de Technische Staf in dit geval - gezien het verschil in prestaties – een onbegrijpelijke voordracht heeft gedaan en dat er sprake is van willekeur en strijd met het gelijkheidsbeginsel. [X] wijst er in dit verband op dat twee van de vijf leden van de Technische Staf betrokken zijn bij de sportschool waarvan ook [Y] deel uitmaakt en dat daarnaast de vader van [Y] de voorzitter van de Technische Staf is, waardoor er -zo er al geen sprake is van vriendjespolitiek - in ieder geval sprake is van belangenverstrengeling.

5.5. De Judobond Nederland betwist dat hij in redelijkheid niet tot de beslissing heeft kunnen komen om [Y] voor te dragen voor deelname aan de Olympische Spelen.

Hij stelt dat hij het besluit heeft genomen in overeenstemming met de bepalingen van het reglement. Op grond van het reglement heeft de NTC de vanuit het bondsbestuur gedelegeerde bevoegdheid om de door de Technische Staf gedane voordracht te accorderen. De NTC bewaakt daarbij de toepassing van de geldende regels. Het criterium dat voor selectie geldt is neergelegd in artikel 2.1 van het reglement en is in die zin resultaatsgericht.

5.6. De Judobond Nederland betwist dat [Y] een beschermde status had. Hij wijst erop dat de Technische Staf op 21 maart 2007 een memo heeft uitgevaardigd waarin de uitgangspunten en de procedure voor het selecteren van de sporters voor de Olympische Spelen 2008 zijn neergelegd. Deze memo, als ook de toernooi-indeling is aan alle centrale coaches, waaronder de coach van [X], [Z], gestuurd. Noch [X], noch [Z] hebben bezwaren geuit met betrekking tot deze memo.

Op grond van de memo moet het [Z], en dus ook [X], duidelijk zijn geweest dat [X] in geen enkel traject zat voor de Olympische Spelen.

Na de Super World Cup van Rotterdam (september 2007) is er in oktober 2007 een tussentijdse evaluatie gemaakt. [X] kwam toen in aanmerking voor nominatie. Desondanks heeft de Technische Staf toen besloten om [Y] in het Olympische kwalificatietraject te laten omdat hij nog steeds geacht werd de meeste kans op een medaille te maken. [X] werd slechts voor een aantal toernooien ingedeeld. [X] noch zijn coach hebben tegen die indeling bezwaar aangetekend of daarover vragen gesteld.

5.7. Van misleiding van [X] kan geen sprake zijn, nu hij uit de wedstrijdindeling zonder meer kon begrijpen dat hij niet in het Olympische kwalificatie traject was opgenomen.

Ook nadat [X] in januari 2008 was genomineerd, hebben de Judobond Nederland, de bondscoach, de Technische Staf of de NTC geen mededelingen aan [X] of zijn coach gedaan waardoor de verwachting gewekt kon worden dat [X] in concurrentie zou zijn met [Y]. De Judobond Nederland wijst er in dat verband op dat de tekst van de Website niet onder verantwoordelijkheid van het bestuur of de Technische Staf van de Judobond Nederland tot stand komt.

5.8. De Judobond Nederland betwist ook dat er sprake is van willekeur. De Technische Staf heeft in maart 2008 unaniem besloten om [Y] voor te dragen voor deelname aan de Olympische Spelen. Deze beslissing is daarop gebaseerd dat [Y] in de ogen van de bondscoach en de Technische Staf de meeste kans op een medaille maakt. De vader van [Y] heeft niet aan deze besluitvorming deelgenomen.

5.9. In het onderhavige kort geding moet vooropgesteld worden dat de Judobond Nederland en zijn krachtens delegatie handelende onderdelen, in beginsel de autonomie hebben om het onderhavige besluit te nemen en dat de gevraagde voorziening, die strekt tot intrekking, althans het terzijde stellen van dit besluit, slechts gegeven kan worden indien - na marginale toetsing - geoordeeld wordt dat het besluit evident en kennelijk onredelijk is.

5.10. Tussen partijen is niet in geschil dat de Technische Staf een voordracht doet met betrekking tot aanwijzing voor deelname aan de Olympische Spelen, die door de NTC krachtens aan haar door het bestuur van de Judobond Nederland gedelegeerde bevoegdheid, wordt geaccordeerd, waarbij de NTC nagaat of de Technische Staf heeft gewerkt overeenkomstig de voor de selectie geldende regels.

5.11. [X] heeft ook niet bestreden dat die regels waren neergelegd in de memo van 21 maart 2007. [X] heeft evenmin de inhoud van die regels zelf bestreden, zodat ervan uitgegaan moet worden dat deze regels golden en nageleefd moesten worden. [X] heeft tenslotte niet ontkend dat de regels aan hem, althans aan zijn coach ter kennis zijn gebracht.

5.12. De Technische Staf heef in overeenstemming met de regels in maart 2007 bepaald dat [Y] toegelaten werd tot het Olympisch kwalificatietraject.

Vervolgens heeft de Technische Staf – zoals het memo aangeeft - na de Super World Cup in Rotterdam in oktober 2007 de selectieprocedure opnieuw bekeken. De Technische Staf heeft toen besloten om [Y] in het Olympisch kwalificatietraject te laten omdat hij het meest kans maakte op een medaille en [X] niet in dat traject op te nemen.

5.13. Het feit dat [X] op 9/10 februari 2008 (World Cup Parijs), op 23/24 februari 2008 (Super World Cup Hamburg) en op 1/2 maart 2008 (World Cup Praag) aanmerkelijk beter heeft gepresteerd dan [Y], doet hem niet zonder meer in concurrentie treden met [Y]. Deze volgde immers het Olympisch kwalificatietraject en [X] niet. [X] kon op die tijdstippen volgens de in de memo neergelegde – en aan [X] bekende – regels, ook niet meer in het Olympisch kwalificatietraject opgenomen worden omdat daarvoor volgens de in de memo neergelegde regeling, slechts bij de tussenevaluatie na de Super World Cup in Rotterdam een mogelijkheid openstond. Deze regeling, die - zoals hiervoor al overwogen – inhoudelijk niet door [X] is bestreden, kan op zich ook niet als onredelijk worden aangemerkt, omdat zij geacht moet worden de strekking te hebben om de judoka’s die voor uitzending naar de Olympische Spelen in aanmerking komen gedurende langere tijd de mogelijkheid te bieden om zich voor te bereiden, zonder dat hun positie wordt bedreigd.

5.14. Aangenomen moet dus worden dat de Technische Staf volgens de regels heeft gehandeld door bij de voordracht voor uitzending naar de Olympische Spelen de prestaties van [Y] in ogenschouw te nemen en deze te toetsen aan het in het reglement neergelegde algemeen geldende criterium voor selectie.

5.15. [X] beroept zich er echter op dat de Judobond Nederland hem misleid heeft en dat de Judobond Nederland niet transparant heeft gehandeld. Hierover wordt het volgende overwogen.

[X] heeft niet aangevoerd dat hij niet begrepen had dat [Y] in maart 2007 was toegelaten tot het Olympisch kwalificatietraject, zodat aangenomen moet worden dat hij daarvan op de hoogte was.

Met betrekking tot de situatie na de Super World Cup in Rotterdam stelt de Judobond Nederland dat [X] had moeten begrijpen uit de hem, dan wel zijn coach, ter hand gestelde wedstrijdindeling dat hij, [X], niet was toegevoegd aan het Olympisch kwalificatietraject en dat [Y] daarvan nog steeds deel uitmaakte.

Op zich is aannemelijk dat [X] en zijn coach deze feiten uit de wedstrijdindeling hadden kunnen afleiden, zodat niet gezegd kan worden dat [X] misleid is.

[X] en zijn coach hebben kennelijk niet begrepen dat zij na de Super World Cup in Rotterdam bij de tussenevaluatie de mogelijkheid hadden om te bewerkstelligen dat [X] toegelaten zou worden tot het Olympisch kwalificatietraject. Dit is echter een omstandigheid die voor rekening van [X] moet komen. Wel kan [X] worden toegegeven dat de Technische Staf niet duidelijk heeft meegedeeld dat zijn prestatie bij de Super World Cup in Rotterdam geen aanleiding vormde om hem tot het Olympisch kwalificatietraject toe te laten. Dit lag wel in de rede omdat niet uitgesloten kan worden geacht dat [X] tegen die beslissing protest had willen aantekenen en deze eventueel in rechte had willen aanvechten. Deze nalatigheid kan er echter niet toe leiden dat op grond van redelijkheid en billijkheid moet worden aangenomen dat [X] jegens [Y] in een concurrentiepositie stond of moest worden gesteld. Dit kan evenmin worden aangenomen op grond van de felicitatiebrief van 20 januari 2008, die (slechts) betrekking heeft op nominatie voor de Olympische Spelen, noch op de publicaties op de website van de Judobond Nederland, die een overwegend journalistiek karakter hebben.

Ook het feit dat de Judobond Nederland NL Sporter geen duidelijk antwoord heeft gegeven op zijn vraag waaraan [X] nog moest voldoen om voor uitzending naar de Olympische Spelen in aanmerking te komen, noch het feit dat niet is meegedeeld dat de verwachting van [X] dat hij nog als kandidaat voor uitzending in aanmerking kwam niet reëel was, kan tot een ander oordeel leiden.

5.16. De Technische Staf kon dus tot de voordracht van [Y] besluiten zonder de prestaties van deze judoka te vergelijken met die van [X], althans niet kan worden gezegd dat een op deze wijze tot stand gekomen voordracht evident en kennelijk onredelijk is.

5.17. [X] verwijt de Judobond Nederland verder dat het besluit op grond van willekeur tot stand is gekomen omdat de voorzitter en een tweetal leden van de Technische Staf [Y] tengevolge van vriendjespolitiek bewust hebben bevoordeeld, dan wel dat er sprake is van belangenverstrengeling bij de besluitvorming, waardoor de voordracht in strijd met redelijkheid en billijkheid geacht moet worden. [X] leidt daarbij uit het feit dat [Y] is voorgedragen ondanks zijn veel geringere prestaties, af, dat er sprake is van vriendjespolitiek dan wel belangenverstrengeling.

5.18. Deze stelling van [X] moet reeds worden verworpen op grond van het feit dat aannemelijk is geworden dat de Technische Staf overeenkomstig de regels van de memo heeft gehandeld. Daarbij komt dat [X] niet heeft weersproken dat de vader van [Y] niet heeft meegestemd en dat de beslissing door de overige leden van de Technische Staf unaniem is genomen. Hieruit volgt dat in ieder geval de twee leden van de Technische Staf die geen speciale band met [Y] hebben, ook voor diens voordracht hebben gestemd.

5.19. Het vorenstaande voert tot de slotsom dat het besluit van 31 maart 2008 van de NTC van de Judobond Nederland om [Y] aan NOC*NSF voor te dragen als deelnemer aan de Olympische Spelen 2008, welk besluit gebaseerd is op de voordracht van de Technische Commissie, niet voor intrekking of terzijde stelling in aanmerking komt. Hiermee komt de grondslag aan alle vorderingen te ontvallen, zodat zij alle zullen worden afgewezen.

5.20. [Y] heeft zich aangesloten bij het door de Judobond Nederland gevoerde verweer, zodat de beslissing ook jegens hem geldt.

5.21. [X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Judobond Nederland worden begroot op:

- vast recht EUR 254,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.070,00

De kosten aan de zijde van [Y] worden begroot op:

- vast recht EUR 254,00

- salaris advocaat EUR 816,00

Totaal EUR 1.070,00

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1. wijst de vorderingen af,

6.2. veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van Judobond Nederland tot op heden begroot op EUR 1.070,00,

6.3. veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van [Y] tot op heden begroot op EUR 1.070,00,

6.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M.E. van der Burg-van Geest en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2008.?

w.g. griffier w.g. rechter