Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3721

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-06-2008
Datum publicatie
10-09-2010
Zaaknummer
16-601044-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mensenhandel, meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf van drie jaren. De rechtbank verwerpt het verweer dat de verklaringen van de aangeefsters onbetrouwbaar zijn en hanteert deze derhalve als uitgangspunt voor het bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/601044-07

Datum uitspraak: 2 juni 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres], [woonplaats].

Raadsman: mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

22 januari 2008 en 19 mei 2008.

De tenlastelegging

Op vordering van de officier van justitie is wijziging van de onder 1 primair en 3 ten laste gelegde feiten ter terechtzitting van 22 januari 2008 toegestaan.

Aan de verdachte is thans ten laste gelegd, dat:

1.

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006

tot 19 september 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, en/of

Amsterdam en/of Laren en/of Zutphen en/of Zundert en/of Weert en/of (elders)

in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, een ander, genaamd [aangever 1],

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door bedreiging met geweld of met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare

positie heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd, (telkens)

met het oogmerk van uitbuiting van die [aangever 1],

en/of die [aangever 1]

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door bedreiging met geweld of met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare

positie heeft gedwongen en/of heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid en/of diensten (te weten seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling) en/of onder voornoemde omstandigheden enige

handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs

moest vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die arbeid

en/of diensten beschikbaar stelde

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [aangever 1],

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging van die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die misleiding en/of dat

misbruik (telkens) hieruit dat

- verdachte met die [aangever 1] een relatie is aangegaan en/of verdachte

en/of zijn mededader (vervolgens) tegen die [aangever 1] heeft/hebben gezegd

dat zij een korte tijd als prostituee moest/kon werken om "te helpen" en/of

- die [aangever 1] in Utrecht en/of Amsterdam en/of Laren en/of Zutphen en/of

Zundert en/of Weert en/of (elders) in Nederland (gedwongen, althans door

verdachte en/of zijn mededader daartoe bewogen) als prostituee/ escort heeft

gewerkt; en/of

- zij haar verdiensten als escort/prostituee (grotendeels) heeft moeten

afstaan aan verdachte; en/of

- verdachte en/of zijn mededader één of meer kamer(s)/ruimte(s) in Amsterdam

en/of elders in Nederland heeft/hebben geregeld, althans heeft/ hebben

geprobeerd te regelen, alwaar die [aangever 1] haar prostitutiewerkzaamheden

kon/moest verrichten; en/of

- verdachte haar naar die plaats(en) heeft toegebracht en/of heeft zorg

gedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden; en/of

- verdachte haar (meermalen) heeft vastgegrepen en/of geschopt en/of geslagen,

en/of haar regelmatig mishandeld heeft; en/of

- verdachte geldbedragen van haar (uitkering) heeft afgepakt en/of geld heeft

gepind van haar rekening (zonder toestemming van die [aangever 1]); en/of

- zij (meermalen) door verdachte is bedreigd, onder meer met de woorden: "ik

maak je af, ook al moet ik 20 jaar zitten en/of ik ga je gezicht verminken met

een mes", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; en/of

- verdachte (meermalen) (op korte afstand) een pistool op haar heeft gericht;

en/of

- verdachte heeft gezegd een foto van haar met zijn pistool aan de politie

en/of de voogd van haar zoon te geven indien die [aangever 1] niet zou gaan werken;

Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006

tot 19 september 2007 te Utrecht en/of Amsterdam en/of Laren en/of Zutphenen/of Zundert en/of Weert en/of (elders) in Nederland, [aangever 1] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte

- die [aangever 1] (onder meer) de woorden toegevoegd: "ik maak je af, ook al moet

ik 20 jaar zitten en/of ik ga je gezicht verminken met een mes", althans

woorden van soortgelijke aard of strekking; en/of

- die [aangever 1] (meermalen) (op korte afstand) een pistool voorgehouden;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006

tot 19 september 2007 te Utrecht en/of Amsterdam en/of Laren en/of Zutphen

en/of Zundert en/of Weert en/of (elders) in Nederland opzettelijk mishandelend

een persoon te weten [aangever 1] (meermalen) heeft vastgegrepen en/of geschopt

en/of (in elkaar) geslagen, waardoor die [aangever 1] letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 januari 2002

tot 1 januari 2005 te Utrecht en/of Soest en/of (elders) in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, genaamd

[aangever 2], (telkens) door geweld of een of meer andere feitelijkheden of door

bedreiging met geweld of een of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen dan

wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of

door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel onder

voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten

van die handelingen beschikbaar stelde, en/of haar heeft bewogen hem uit de

opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde te bevoordelen,

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bovenomschreven misbruik en/of die misleiding en/of die handelingen en/of dat

bevoordelen (telkens) hieruit dat

- verdachte en/of zijn mededader tegen die [aangever 2] heeft/hebben gezegd

dat zij (een) schuld(en) en/of geen geld (meer) had(den) en/of dat die [aangever 2]

(om die reden) als escort/ (erotische) masseuse in een massagesalon moest/

kon werken om geld te verdienen (en dat zij anders met haar zoon op straat

zou komen te staan); en/of

- verdachte en/of zijn mededader bij een (erotische) massagesalon in Soest

een sollicitatiegesprek voor die [aangever 2] heeft/hebben geregeld; en/of

- zij in Soest en/of Apeldoorn en/of Antwerpen als escort/ (erotische)

masseuse heeft gewerkt; en/of

- verdachte en/of zijn mededader haar gezegd en/of bewogen hebben haar

(andere) baan bij [X] casting op te zeggen (zodat zij meer uren in de

massagesalon kon werken); en/of

- verdachte haar steeds controleerde, onder meer door haar (soms) tot wel

80 keer op te bellen tijdens haar werkzaamheden (in de massagesalon) om haar

om (meer) (boodschappen)geld te vragen en/of om te controleren hoe lang zij

bezig was met een klant, zodat hij wist hoeveel zij dan had verdiend; en/of

- zij haar verdiensten als escort/ masseuse (grotendeels) heeft moeten

afstaan aan verdachte, althans verdachte (grotendeels) heeft beslist waar de

door haar verdiende bedragen aan werden uitgegeven;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005

tot 1 januari 2007 te Soest en/of Utrecht en/of Apeldoorn en/of Antwerpen

en/of (elders) in Nederland en/of Belgie, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een ander, genaamd [aangever 2],

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door bedreiging met geweld of met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare

positie heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd,

(telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [aangever 2],

en/of die [aangever 2]

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door bedreiging met geweld of met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare

positie heeft gedwongen en/of heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid en/of diensten (te weten seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling) en/of onder voornoemde omstandigheden enige

handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist,althans redelijkerwijs moest

vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die arbeid en/of

diensten beschikbaar stelde

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [aangever 2],

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging van die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die misleiding en/of dat

misbruik (telkens) hieruit dat

- verdachte en/of zijn mededader tegen die [aangever 2] heeft/hebben gezegd

dat zij (een) schuld(en) en/of geen geld (meer) had(den) en/of dat die [aangever 2]

(om die reden) als escort/ (erotische) masseuse in een massagesalon moest/

kon werken om geld te verdienen (en dat zij anders met haar zoon op straat

zou komen te staan); en/of

- verdachte en/of zijn mededader bij een (erotische) massagesalon in Soest

een sollicitatiegesprek voor die [aangever 2] heeft/hebben geregeld; en/of

- zij in Soest en/of Apeldoorn en/of Antwerpen als escort/ (erotische)

masseuse heeft gewerkt; en/of

- verdachte en/of zijn mededader haar overtuigd hebben haar (andere) baan bij

[X] casting op te zeggen (zodat zij meer uren in de massagesalon konwerken); en/of

- verdachte en/of zijn mededader die [aangever 2] er (telkens) op bleven wijzen dat

zij en haar zoon op straat zouden komen te staan als zij stopte met werken;

en/of

- verdachte die [aangever 2] steeds controleerde, onder meer door haar (soms) tot wel

80 keer op te bellen tijdens haar werkzaamheden (in de massagesalon in Soest)

om haar om (meer) (boodschappen)geld te vragen en/of om te controleren hoe

lang zij bezig was met een klant, zodat hij wist hoeveel zij dan had verdiend;

en/of

- zij haar verdiensten als escort/ masseuse (grotendeels) heeft moeten

afstaan aan verdachte, althans verdachte zich die geldbedragen (grotendeels)

toeeigende.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Ten aanzien van feit 1

Standpunt verdediging

Namens verdachte is aangevoerd dat er in het opsporingsonderzoek sprake is van meerdere schendingen van beginselen van behoorlijke procesorde. Door deze schendingen zijn de belangen van verdachte zodanig ernstig geschaad dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair zouden deze schendingen tot bewijsuitsluiting moeten leiden. Ter onderbouwing is door de verdediging het volgende aangevoerd.

Pogingen intrekken aangifte door aangeefster [aangever 1]

De mededeling van aangeefster [aangever 1] tegenover de politie dat zij haar aangifte wilde intrekken is niet serieus onderzocht. In plaats van een correcte reactie van de zijde van justitie is aangeefster [aangever 1] telkens weggestuurd. In strijd met de wettelijke verbaliseringsplicht is geen verbaal opgemaakt van [aangever 1] wens tot intrekking, terwijl er twee mensen op haar aangifte vast zaten

Toepasselijkheid Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (hierna de Aanwijzing)

Door aangeefster [aangever 1] is onder andere verklaard over verkrachtingen door haar oom toen zij 6 jaar oud was. De Aanwijzing is derhalve van toepassing. Er is gehandeld in strijd met de Aanwijzing omdat er geen nader onderzoek naar de mogelijk hervonden herinneringen heeft plaatsgevonden door de Landelijke Expertisegroep Zedenzaken en de aangifte van [aangever 1] niet op band is opgenomen.

Toepasselijkheid Aanwijzing Mensenhandel

Er is gehandeld in strijd met de Aanwijzing Mensenhandel omdat het in deze aanwijzing dwingend voorgeschreven informatieve gesprek met aangeefster [aangever 1] niet heeft plaatsgevonden, althans blijkt nergens uit dat dit in 2006 heeft plaatsgevonden zoals door getuige [getuige 1] ter terechtzitting is verklaard. Was dit wel gebeurd dan had [aangever 1] wellicht nooit aangifte gedaan en had verdachte niet ten onrechte in detentie behoeven te verblijven.

Daarbij komt dat in strijd met de aanbeveling in de Aanwijzing Mensenhandel geen geluidsopnames zijn gemaakt van de aangifte door aangeefster [aangever 1].

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij ontvankelijk is in zijn vervolging van het onder 1 ten laste gelegde feit omdat er geen schending heeft plaatsgevonden van beginselen van behoorlijke procesorde.

Er is niet gehandeld in strijd met de verbaliseringsplicht want uit het proces-verbaal blijkt wel van de wens van aangeefster [aangever 1] om haar aangifte in te trekken. Ook heeft er in 2006 een intakegesprek met aangeefster [aangever 1] plaatsgevonden. Dit blijkt uit de verklaring van getuige [getuige 1] ter terechtzitting.

Dat er geen geluidsopname is gemaakt van de aangifte van [aangever 1] is voldoende ondervangen doordat zij bij de rechter-commisaris en ter terechtzitting is gehoord als getuige.

Beoordeling door de rechtbank

Pogingen intrekking aangifte door aangeefster [aangever 1]i.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat uit het loopproces-verbaal voldoende blijkt dat aangeefster [aangever 1] meermalen aan de politie te kennen heeft gegeven dat zij haar aangifte wilde intrekken. Haar wens om haar aangifte in te trekken is derhalve niet buiten het dossier gehouden (al dan niet met het doel de rechtbank te misleiden). Wel is gebleken dat niet alle contacten met aangeefster [aangever 1] hierover zijn geverbaliseerd. Maar, ook al zou er in dit opzicht sprake zijn van een schending van de verbaliseringsplicht, dan nog kan deze schending slechts als gering worden gekwalificeerd. Bovendien kan voldoende compensatie gevonden worden in het opmaken van het aanvullend proces-verbaal d.d. 15 februari 2008 , door de verbalisanten [getuige 1] en [verbalisant] en het horen van verbalisant [getuige 1] als getuige ter terechtzitting.

Vast staat dat door de politie nagelaten is om aangeefster [aangever 1] nader te horen over de wens om haar aangifte in te trekken en daarvan een proces-verbaal op te maken. Dit leidt echter niet tot de conclusie dat er sprake is van een welbewuste schending van de belangen van de verdachte, die op dat moment vastzat. Voordat aangeefster [aangever 1] in december 2007 bij de rechter-commissaris werd gehoord kon immers uit de uitlatingen van aangeefster [aangever 1] niet worden afgeleid dat zij ook inhoudelijk op haar aangifte wilde terugkomen. Het leek er tot op dat moment eerder op dat aangeefster [aangever 1] haar aangifte wilde intrekken uit angst voor de verdachte en zijn medeverdachte en omdat zij geschrokken was van de consequenties van haar aangifte , .

Handelen in strijd met de“Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik” dan wel met de “Aanwijzing Mensenhandel”

De rechtbank stelt voorop dat de inzet van het onderzoek in de strafzaak tegen verdachte van meet af aan mensenhandel is geweest en dat verdachte niet wordt vervolgd voor een zedendelict. Niet de “Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik” van het College van Procureurs-generaal is derhalve van toepassing maar de “Aanwijzing Mensenhandel” van datzelfde college, die op 1 april 2006 in werking is getreden.

De rechtbank zal het strafrechtelijk onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar het feit dat onder 1 ten laste is gelegd dan ook beoordelen aan de hand van laatstgenoemde aanwijzing.

In deze aanwijzing is dwingend voorgeschreven dat er voorafgaand aan de aangifte een informatief gesprek plaatsvindt tussen de opsporingsambtenaar en het slachtoffer.

Door de verdediging is naar voren gebracht dat niet gebleken is dat voorafgaand aan de aangifte door [aangever 1] een informatief gesprek heeft plaatsgevonden.

Verbalisant [getuige 1] heeft ter terechtzitting onder ede verklaard dat er een informatief gesprek met aangeefster [aangever 1] heeft plaatsgevonden in het najaar 2006 toen aangeefster bij de escort controle te Vianen door de politie is gehoord . Voorts heeft zij verklaard dat van dit gesprek toentertijd geen proces-verbaal is opgemaakt omdat aangeefster ervan af zag om vervolgens aangifte te doen. Toen aangeefster in september 2007 alsnog aangifte deed is ook een proces-verbaal opgemaakt van het informatieve gesprek .

De rechtbank gaat er op basis van deze verklaring van uit dat er in het najaar 2006 wel een informatief gesprek heeft plaatsgevonden met aangeefster [aangever 1]. In de Aanwijzing wordt geen (maximale) termijn voorgeschreven tussen het informatieve gesprek en de aangifte. Evenmin wordt hierin voorgeschreven op welke (maximale) termijn een proces-verbaal daarvan opgemaakt moet worden. Dat er bijna een jaar is verstreken tussen het informatieve gesprek en de aangifte en dat ook toen pas proces-verbaal van het informatieve gesprek is opgemaakt, levert derhalve geen strijd op met de Aanwijzing Mensenhandel.

Voorts is in deze Aanwijzing de aanbeveling opgenomen dat de aangifte wordt opgenomen op een (beeld- en)geluidsdrager indien er sprake is van een aangifte van seksuele uitbuiting.

De verdediging heeft erop gewezen dat van de aangifte van [aangever 1] geen geluidsopname is gemaakt. De rechtbank stelt vast dat juist is dat van de aangifte door [aangever 1] geen geluidsopname is gemaakt, althans is van zodanige opname niet gebleken. Dit levert evenwel geen strijd op met de Aanwijzing omdat daarin een geluidsopname van de aangifte niet dwingend wordt voorgeschreven.

De rechtbank onderschrijft echter het belang van het maken van een geluidsopname van de aangifte, met name in gevallen van seksuele uitbuiting. Het is immers ook uit de praktijk van de rechtbank bekend dat slachtoffers van dit soort delicten meer dan eens naderhand hun aangifte plegen te wijzigen of in te trekken. Juist in dit soort gevallen kan een geluidsopname meewerken aan het beoordelen van de betrouwbaarheid van de aangifte. Afhankelijk van de aard van de beschuldigingen, de aangegeven redenen van intrekking en de overige bewijsmiddelen in het dossier, zal bij het ontbreken van een geluidsopname, die beoordeling op een andere wijze dienen plaats te vinden. Dit kan onder meer door het zelf horen door de rechtbank van de aangeefster, zoals in deze zaak ook is gebeurd.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er in het strafrechtelijk onderzoek naar het onder 1 ten laste gelegde feitencomplex geen schending van beginselen van behoorlijke procesorde heeft plaatsgevonden en dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging.

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 ten laste is gelegd. Zij overweegt daartoe dat onvoldoende wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 3 ten laste gelegde feitelijkheden heeft begaan in de periode zoals in de tenlastelegging van dit feit vermeld. Het sollicitatiegesprek bij de massagesalon in Soest en het ontslag bij castingbureau [X] hebben beide plaatsgevonden in het jaar 2002 . De omstandigheid dat [aangever 2] in de periode vanaf januari 2005 wel nog werkzaamheden als erotische masseuse heeft verricht, maakt voornoemd oordeel niet anders. Onvoldoende is immers komen vast te staan dat [aangever 2] deze werkzaamheden ook in die periode nog verrichtte omdat zij daartoe door middel van bedreiging met de overige in de tenlastelegging genoemde feitelijkheden is gedwongen, dan wel dat zij daartoe door misbruik van uit de feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht nog steeds werd bewogen.

De bewijsoverweging

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan op de wijze als hierna onder bewezenverklaring vermeld. Zij grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en overweegt daartoe als volgt.

Ten aanzien van feit 1 primair:

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [aangever 1]

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de aangifte van [aangever 1] niet betrouwbaar is en derhalve niet als bewijs kan worden gebruikt. Hij heeft daartoe aangevoerd dat [aangever 1] ten overstaan van de rechter-commissaris heeft verklaard dat haar aangifte op onwaarheden berust. Zij was uit op wraak. Zij was boos omdat zij op 19 september 2007 had ontdekt dat verdachte vreemd was gegaan. Stemmen in haar hoofd hebben haar tot het doen van deze aangifte aangezet.

Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de aangifte van [aangever 1] houdt de rechtbank rekening met de volgende feiten en omstandigheden. Op 11 oktober 2006 heeft er een escort controle plaatsgevonden in een motel te Vianen. Deze controle vond plaats naar aanleiding van een melding van de heer [getuige 2]. Bij hem was [aangever 1] bekend onder de naam Sara. Nadat [aangever 1] bij deze controle als escortdame werd aangetroffen, verklaarde zij inderdaad gedwongen in die hoedanigheid te werken . Bijna een jaar later, op 19 september 2007, is zij vervolgens naar het politiebureau gekomen om aangifte te doen van gedwongen prostitutie. Het verhoor naar aanleiding van deze aangifte vond plaats op 19, 20 en 25 september 2007 , , . De rechtbank acht het van belang dat de inhoud van de verklaring die hierbij door [aangever 1] werd afgelegd, overeenkomt met de verklaring die zij eerder bij de escort controle te Vianen aflegde. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat het verhoor verspreid over meerdere dagen heeft plaatsgevonden, zodat de aangifte niet als een impulsieve daad kan worden aangemerkt. De latere verklaring van [aangever 1] dat haar aangifte was ingegeven door boze stemmen acht de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank gaat gelet op voornoemde omstandigheden ervan uit dat [aangever 1] tijdens haar aangifte de waarheid heeft verklaard.

Uitgaande van de aangifte van [aangever 1] ondersteund door de overige hierna vermelde bewijsmiddelen, heeft de rechtbank de hieronder vermelde feiten en omstandigheden vastgesteld.

Algemeen

Op 19 september 2007 heeft [aangever 1] aangifte gedaan van mensenhandel. In haar aangifte heeft zij - zakelijk weergegeven - verklaard dat zij verdachte heeft leren kennen in een massagesalon in Hilversum. Zij gaf daar erotische massages. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit in mei, juni 2006 was. [aangever 1] heeft in haar aangifte verklaard dat uit de kennismaking met verdachte na enige tijd een relatie is ontstaan. Verdachte vroeg haar meermalen om haar telefoonnummer, waarna hij haar heeft opgebeld om een keer iets te gaan drinken. Zij was inmiddels gestopt met het werk bij de massagesalon, omdat zij het werk niet leuk vond. De relatie met verdachte was aanvankelijk normaal, maar na een periode van circa 6 weken ontstond er steeds vaker ruzie. Ook zei hij in die periode tegen haar dat zij gemakkelijk geld konden verdienen, indien zij in de escort of bij een goed lopende massagesalon zou gaan werken. De moeder van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna [medeverdachte 1]), vertelde dat haar zoon niet zoveel geld had. Met het in de escort of bij een massagesalon te verdienen geld, zouden zij leuke dingen kunnen doen. Medeverdachte [medeverdachte 1] werkte reeds voor een escortbureau. De eerste klant kwam dan ook via haar .

[aangever 1] heeft verklaard dat zij in 2006 is begonnen met haar escortwerkzaamheden voor verdachte, onder meer bij de club [X] in Laren . De bedrijfsleidster van deze club heeft bevestigd dat [aangever 1] daar heeft gewerkt. Haar werkzaamheden in deze club vonden plaats vanaf 21 juli 2006, aldus de bedrijfsleidster . Ook heeft zij in een sauna te Zutphen en in een massagesalon in Weert gewerkt. De werkzaamheden in Weert vonden plaats in de periode november, december 2006. In februari 2007 is zij ten slotte begonnen met haar werk als prostituee op de wallen in Amsterdam, aldus de verklaring van [aangever 1] .

Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat [aangever 1] in voornoemde periode in diverse clubs en massagesalons, waaronder die in Laren, in de escort en op de Wallen te Amsterdam heeft gewerkt. Hij heeft verklaard dat hij [aangever 1] altijd naar haar werkadressen toe heeft gebracht met de auto.

De middelen tot het vervoeren en tot het dwingen zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling:

a) dwang

b) geweld

c) bedreiging met geweld

d) bedreiging met een andere feitelijkheid en misbruik van een kwetsbare positie

Ad a) In haar aangifte heeft [aangever 1] verklaard dat zij liever in een winkel wilde werken om geld te verdienen, maar dat dit volgens verdachte te weinig opleverde. Zij wilde het werk als escort niet doen, maar naar haar zeggen verplichtte verdachte haar daartoe. Hij begon er steeds weer over . In de verklaring die [aangever 1] op 20 september 2007 heeft afgelegd, heeft zij vermeld dat verdachte tegen haar zei dat er geen weg meer terug was. Hij zei dat ze iets had ondertekend .

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte dwang op [aangever 1] uitoefende. Hij deed het haar voorkomen alsof zij geen andere keuze had. Voorts volgt de aanwezigheid van een dwangsituatie uit de verklaring van [aangever 1], dat verdachte tijdens haar werkzaamheden op de Wallen altijd op 20-25 meter afstand van haar raam bleef staan, om te kijken hoeveel klanten zij kreeg . Hij controleerde haar op deze wijze voortdurend. Getuige [getuige 3], de beheerder van een kamerverhuurbedrijf op de Wallen, heeft bevestigd dat verdachte altijd in de buurt was van [aangever 1], bij hem bekend onder de naam ‘Angel’. Daardoor kon zij nooit iets zeggen. Ook verklaarde hij dat verdachte een aantal keer heeft geprobeerd een peeskamer voor ‘Angel’ bij hem te huren, hetgeen tegen de regels is . Twee anonieme kamerverhuurders hebben hetzelfde verklaard. Bij hen is eveneens zowel door verdachte, als door medeverdachte [medeverdachte 1] geprobeerd een peeskamer te huren voor ‘Angel’ en ook zij verklaarden dat verdachte continu in de buurt van ‘Angel’ verbleef . Volgens collega prostituee getuige [getuige 4], die in de kamer naast ‘Angel’ werkte, heeft ‘Angel’ tegen haar gezegd dat zij het niet prettig vond dat verdachte continu voor haar raam stond . Dat verdachte peeskamers en werk in massagesalons voor [aangever 1] trachtte te regelen en zij derhalve onder zijn invloedssfeer stond, wordt ten slotte bevestigd door de uitkomsten van het onderzoek naar de gegevens op de bij verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoon. Hierop zijn immers de telefoonnummers van een massagesalon en van een kamerverhuurbedrijf op de Wallen aangetroffen .

Ad b) Bij het uitoefenen van voornoemde dwang heeft verdachte gebruik gemaakt van geweld. De rechtbank leidt dit allereerst af uit de verklaring van [aangever 1] van 20 september 2007, waarin zij heeft gemeld dat verdachte haar in de zomer van 2006 een blauw rechteroog heeft geslagen. De aanleiding daarvan was een escortafspraak waar zij niet naartoe wilde. Verdachte schreeuwde dat zij geen keuze had en begon haar te slaan . Altijd als zij aangaf niet te willen werken, werd zij in elkaar geslagen. Op een gegeven moment zei ze niet meer tegen verdachte dat ze niet wilde, omdat ze geen klappen wilde krijgen, aldus de verklaring van [aangever 1] .

Tijdens de escort controle op 11 oktober 2006 te Vianen is door verbalisanten geconstateerd dat [aangever 1] letsel in haar gezicht had, dat mogelijk afkomstig was van het door verdachte op haar uitgeoefende geweld. [aangever 1] verklaarde dat de huid van haar gezicht open lag als gevolg van een klap van verdachte van 6 à 7 weken geleden. Verbalisanten zagen dat er een litteken liep over de rechterzijde van het gezicht van [aangever 1] . Naar het oordeel van de rechtbank vormt dit een bevestiging voor het door verdachte op [aangever 1] uitgeoefende geweld.

Ad c) Ook hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] bedreigingen jegens [aangever 1] geuit. Als zij zich verzette tegen het verzoek van verdachte het door haar verdiende geld af te geven, werd verdachte boos op haar. Medeverdachte [medeverdachte 1] belde haar dan vervolgens op en bedreigde haar met de dood . In de verklaring die [aangever 1] op 20 september 2007 heeft afgelegd, heeft zij aangegeven dat verdachte haar bedreigde met de dood als zij geen escort werk ging doen . Hij heeft tegen haar gezegd dat hij haar sowieso afmaakt, ook al moet hij 20 jaar zitten . Ook toen zij tegen verdachte zei dat zij niet bij club [X] in Laren wilde werken, dreigde hij dat hij haar zou afmaken. Hij zei tegen haar dat hij haar gezicht zou opensnijden met een mes .

Toen [aangever 1] op het politiebureau was om aangifte te doen, is zij telefonisch bedreigd door medeverdachte [medeverdachte 1], aldus de verklaring van [aangever 1]. Zij heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] boos en agressief schreeuwde dat zij haar zou afmaken . Dat medeverdachte [medeverdachte 1] deze bedreigingen op luide toon jegens [aangever 1] heeft geuit, wordt bevestigd door het feit dat de aanwezige verbalisanten hoorden dat de vrouwenstem schreeuwde: “Ik maak je af, ik sla je kop eraf” .

Verdachte heeft bovendien meermalen een pistool tegen haar hoofd gehouden, aldus de verklaring van [aangever 1] . Bij de bedreigingen met het pistool heeft verdachte tegen haar gezegd dat hij haar zou afmaken als zij niet zou doen wat hij zei .

Ad d) Ten slotte hebben verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] [aangever 1] bedreigd met een andere feitelijkheid. De zoon van [aangever 1], [zoon van aangever 1], is onder toezicht gesteld en is in een kinderhospice geplaatst voor langdurig zieke kinderen, zo blijkt uit de verklaring van de gezinsvoogd . [aangever 1] bevindt zich daardoor in een kwetsbare positie ten opzichte van haar zoon. Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] hebben misbruik gemaakt van deze kwetsbare positie, door tegen [aangever 1] te zeggen dat zij ervoor zullen zorgen dat zij haar zoon [zoon van aangever 1] niet meer zal kunnen zien, als zij niet doet wat zij haar opdragen. Volgens [aangever 1] hebben zij dit op de volgende wijze gedaan. Verdachte heeft bij haar thuis foto’s van haar gemaakt terwijl zij een zilveren pistool moest vasthouden. Hij chanteerde haar vervolgens door te zeggen dat hij met die foto’s naar de politie zou gaan, als zij niet naar hem zou luisteren. Medeverdachte [medeverdachte 1] voegde daar het dreigement aan toe dat ze met die foto’s naar de voogd van haar zoontje zou gaan. Zij zou haar zoontje dan nooit meer terug krijgen en hem nooit meer zien. Ook zou ze de belastingdienst bellen en doorgeven dat zij zwart werkte naast haar uitkering. Het was volgens medeverdachte [medeverdachte 1] dus beter te doen wat haar zoon, verdachte, zei, aldus de verklaring van [aangever 1] . Het voorgaande vindt bevestiging in de verklaring van de gezinsvoogd. Hij verklaart dat hij tweemaal is gebeld door een onbekende vrouw, wier telefoonnummer afgeschermd werd. Volgens deze vrouw kon het absoluut niet dat de zoon van [aangever 1], [zoon van aangever 1], naar huis zou gaan. Zij voerde daartoe verschillende voor [aangever 1] belastende argumenten aan, zoals haar werk in de prostitutie, haar coke gebruik en de omstandigheid dat zij psychotisch was. Ook zei ze dat [aangever 1] een vuurwapen in huis had en dat zij foto’s had waar dat uit bleek . Weliswaar heeft medeverdachte [medeverdachte 1] ter terechtzitting ontkend deze telefoontjes gepleegd te hebben, maar zij heeft toegegeven telefonisch contact te hebben gehad met de William Schrikkerstichting.

De uitbuiting

[aangever 1] heeft in haar aangifte verklaard dat zij het geld dat zij van een escortklant kreeg aan verdachte gaf. Hij pakte het van haar af als zij het desgevraagd aan hem liet zien . Ook het geld dat zij op de Wallen verdiende, moest zij iedere avond inleveren bij verdachte. Thuis keek verdachte ook in haar tas of zij geen geld had achtergehouden. Hij keek in alle spullen die zij mee naar het werk nam, aldus [aangever 1] . Het voorgaande vindt zijn bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 3], de beheerder van een kamerverhuurbedrijf op de Wallen, die heeft aangegeven dat verdachte na elke klant bij ‘Angel’ naar binnen ging, hetgeen volgens hem betekent dat hij het geld ophaalde dat zij verdiende .

[aangever 1] heeft voorts verklaard dat zij het geld dat ze in de verschillende clubs verdiende, aan verdachte moest afgeven. Ze kreeg hiervan alleen sigaretten en eten .

Uit het voorgaande volgt dat verdachte erop uit was financieel voordeel te behalen uit de werkzaamheden van [aangever 1]. Dat dit voordeel zo hoog mogelijk moest zijn, volgt uit de omstandigheid dat verdachte telkens als hij tegen [aangever 1] zei dat ze op een nieuwe locatie moest gaan werken, als argument naar voren bracht dat zij daar meer geld zou kunnen verdienen . Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee sprake van uitbuiting. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet gebleken is dat verdachte in de periode dat hij [aangever 1] tot prostitutie heeft aangezet, zelf stappen heeft ondernomen om eigen inkomsten te genereren. Verdachte heeft hij de politie ook bekend dat hij heeft meegeprofiteerd van het geld dat [aangever 1] in de erotische wereld verdiende. Hij had in die tijd geen andere inkomsten dan het door [aangever 1] verdiende geld. [aangever 1] en hij maakten het geld samen op door daarmee leuke dingen te doen, aldus de verklaring van verdachte bij de politie .

Medeplegen

Dat verdachte het feit niet alleen doch tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan, te weten met [medeverdachte 1], volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de navolgende feiten en omstandigheden. Allereerst zijn in de auto van verdachte briefjes aangetroffen met daarop handgeschreven namen, telefoonnummers en geldbedragen . Ter terechtzitting heeft medeverdachte [medeverdachte 1] bekend dat zij deze briefjes heeft geschreven en dat hierop de namen van verschillende escortklanten staan vermeld. Ze heeft [aangever 1] destijds aan haar eerste klanten geholpen, aldus medeverdachte [medeverdachte 1]. Verdachte heeft bevestigd dat zijn moeder, medeverdachte, als telefoniste bij een escortbureau werkte en aan hem doorbelde wanneer zij klanten had voor [aangever 1] . Volgens de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] ter terechtzitting was dit allemaal de eigen wens van [aangever 1], doch de rechtbank acht dit niet geloofwaardig. Uit de aangifte van [aangever 1] blijkt voorts dat verdachte met zijn moeder, medeverdachte [medeverdachte 1], besprak dat [aangever 1] kennelijk haar geld niet (volledig) wilde afstaan aan verdachte. Als [aangever 1] dit had geweigerd, belde medeverdachte [medeverdachte 1] [aangever 1] immers op en bedreigde haar .

Ook volgt het medeplegen van medeverdachte [medeverdachte 1] naar het oordeel van de rechtbank uit de verklaring van getuige [getuige 5]. Zij heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] haar in mei 2007 heeft gebeld met de vraag of zij een plek wist voor een meisje in een erotische massagesalon . De rechtbank acht het aannemelijk dat het meisje waarover in deze verklaring wordt gesproken [aangever 1] is. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft dit ook niet uitdrukkelijk ontkend. Zij heeft ter terechtzitting enkel verklaard dat zij zich door [getuige 5] overvallen voelde. De reden hiervan heeft zij in het ongewisse gelaten.

Voorts acht de rechtbank in dit verband van belang dat bij een doorzoeking in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] twee facturen zijn aangetroffen van advertenties in De Telegraaf, gedateerd op 1 en 15 september 2007. In beide advertenties werd een jonge dame, genaamd Linda, aangeboden. Het KvK nummer dat in de advertenties stond vermeld, kwam overeen met het nummer van een uittreksel van de KvK dat eveneens in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] werd aangetroffen. Hierop stond als onderneming vermeld: Sara’s pedicure . [aangever 1], ook wel bekend onder de naam Sara, heeft hieromtrent verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] haar heeft gedwongen zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel als pedicure. Ze zou niet als pedicure gaan werken, maar het KvK nummer zou voor de escort gebruikt gaan worden .

De rol van medeverdachte [medeverdachte 1] volgt ten slotte uit het volgende. Bij de melding die getuige [getuige 2] heeft gedaan van gedwongen prostitutie, heeft hij aan de politie het telefoonnummer gegeven van de escortservice waar hij [aangever 1] bestelde. Daarbij zei hij dat de telefoniste van de escortservice zichzelf ‘Ilona’ noemde. Toen de verbalisanten deze escortservice belden ten behoeve van de escort controle op 11 oktober 2006 te Vianen, kregen zij inderdaad een ‘Ilona’ aan de telefoon. Ter terechtzitting heeft medeverdachte [medeverdachte 1] bekend dat zij deze ‘Ilona’ was.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat in deze zaak sprake is van bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in de zin van artikel 273f, derde lid en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking hetgeen zij reeds ten aanzien van de verschillende middelen over de rol van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft overwogen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft als verweer gevoerd dat er in de onderhavige zaak geen sprake was van dwang, aangezien [aangever 1] reeds in de prostitutie werkzaam was op het moment dat zijn cliënt haar leerde kennen. Volgens de raadsman heeft [aangever 1] haar prostitutiewerkzaamheden gedurende de relatie met zijn cliënt uit eigen wil gecontinueerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank verwerpt voornoemd verweer. Zij overweegt daartoe dat het gebruik maken van enigerlei vorm van dwang een belangrijk bestanddeel vormt van het misdrijf mensenhandel. Kenmerkend hiervoor is het ontbreken van vrijwilligheid. De omstandigheid dat het slachtoffer reeds eerder bij prostitutie betrokken was, vormt geen aanwijzing dat sprake is van vrijwilligheid. Vrijwilligheid ontbreekt, wanneer de prostituee niet of slechts in verminderde mate de mogelijkheid heeft een bewuste keuze te maken met betrekking tot het al dan niet voortzetten van haar relatie met de exploitant . De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande genoegzaam blijkt dat van een dergelijke situatie in de onderhavige zaak sprake is. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] hebben [aangever 1] belet te stoppen met haar prostitutiewerkzaamheden, zodat zij haar hebben gedwongen tot onvrijwillige prostitutie in de zin van artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij komt dat [aangever 1] reeds was gestopt met haar werkzaamheden bij de erotische massagesalon op het moment dat verdachte de relatie met haar is aangegaan. Onder dwang van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] is zij daarmee weer begonnen.

Ten aanzien van de overige verweren van de raadsman overweegt de rechtbank dat deze hun weerlegging vinden in de eerdere bespreking van de bewijsmiddelen, zodat zij hier niet nader op in zal gaan.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte [medeverdachte 1], [aangever 1] met behulp van de middelen dwang, geweld, bedreiging met geweld, bedreiging met een andere feitelijkheid en door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd en haar heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling. Nu daarbij sprake was van een uitbuitingssituatie waaruit verdachte voordeel heeft getrokken, levert dat het misdrijf op als bedoeld in artikel 273f, eerste lid onder 1, 4 en 6, van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 2:

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [aangever 2]

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de aangifte van [aangever 2] eveneens op het standpunt gesteld dat deze niet betrouwbaar is en derhalve niet als bewijs kan worden gebruikt. Hij heeft daartoe allereerst aangevoerd dat [aangever 2] in haar verklaringen door de verhorende verbalisanten is gestuurd in die zin dat zij haar woorden in de mond hebben gelegd. Daarnaast heeft de aanwezigheid van de moeder van [aangever 2] bij het verhoor vermoedelijk een grote invloed gehad op de inhoud van de aangifte, aldus de raadsman. Ten slotte dient volgens hem rekening te worden gehouden met het feit dat [aangever 2] ter terechtzitting van 22 januari 2008 een meinedige getuigenverklaring heeft afgelegd. Zij heeft toen verklaard dat zij niet meer in de massagesalon te Zwolle werkzaam was, terwijl uit het nader onderzoek na die zitting is gebleken dat zij daar in ieder geval op 21 januari 2008 nog heeft gewerkt .

Teneinde een oordeel te kunnen vormen omtrent de betrouwbaarheid van de aangifte van [aangever 2] heeft de rechtbank de geluidsopnamen hiervan afgeluisterd. Gelet op de bevindingen tijdens dit afluisteren is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het verhoor van [aangever 2] niet in alle opzichten even professioneel is afgenomen. Dit maakt echter niet dat de aangifte niet betrouwbaar is. De rechtbank komt te meer tot dit oordeel, omdat zij [aangever 2] tweemaal zelf ter terechtzitting als getuige, buiten aanwezigheid van haar moeder, heeft gehoord. Hierbij is [aangever 2] bij haar eerdere verklaring gebleven en geloofwaardig op de rechtbank overgekomen. Bij haar oordeelsvorming hieromtrent heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat [aangever 2] over de meeste essentiële punten een consistente verklaring heeft afgelegd, die bovendien overeenkomt met de strekking van de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Zie in dit verband hierna voor de nadere uitwerking van het bewijs. De omstandigheid dat [aangever 2] op 22 januari 2008 niet geheel naar waarheid heeft verklaard over haar werkzaamheden bij de massagesalon in Zwolle, doet aan het voorgaande niet af en maakt niet dat haar gehele verklaring onbetrouwbaar is.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman derhalve en zal de aangifte van [aangever 2] als uitgangspunt hanteren bij haar bewijsvoering.

Op basis van deze aangifte en de overige hierna vermelde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de hierna vermelde feiten en omstandigheden vastgesteld.

Algemeen

[aangever 2] heeft in november 2007 aangifte gedaan van mensenhandel. Zij heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat zij begin 2002 is begonnen met haar werk bij de massagesalon te Soest. Zij heeft daar vervolgens 3,5 jaar gewerkt . Ter terechtzitting heeft zij deze verklaring onder ede bevestigd.

De middelen tot het dwingen dan wel bewegen zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en tot het bevoordelen van hem uit de opbrengst daarvan:

a) bedreiging met een feitelijkheid

b) misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

Ad a) [aangever 2] heeft in haar aangifte verklaard dat zij door medeverdachte [medeverdachte 1] in de prostitutie is gekomen. Aangezien zij en verdachte veel schulden hadden en zij uit hun huis gezet dreigden te worden, kwam medeverdachte [medeverdachte 1] met een voorstel. Zij kwam met het idee in een massagesalon te gaan werken, alwaar veel geld verdiend kon worden. Buiten haar medeweten heeft medeverdachte [medeverdachte 1] vervolgens een sollicitatieafspraak bij een massagesalon te Soest gemaakt. Bij de sollicitatie zelf was medeverdachte [medeverdachte 1] ook aanwezig. De toenmalige bedrijfsleidster van de massagesalon heeft bevestigd dat medeverdachte [medeverdachte 1] haar voor het maken van die afspraak had gebeld en dat zij ook bij het sollicitatiegesprek aanwezig was . [aangever 2] heeft verklaard dat het haar tijdens het sollicitatiegesprek pas duidelijk werd dat het om erotische massages ging. Toen zij aangaf dit niet te willen doen, zei medeverdachte [medeverdachte 1] tegen haar dat dit de enige oplossing was om de schulden af te kunnen betalen en dat zij anders samen met haar zoontje [zoon van aangever 2] op straat zou komen te staan . Ook nadat zij met het werk bij de massagesalon was begonnen, wezen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] haar daar iedere keer weer op als zij aangaf te willen stoppen. Zij deden het voorkomen alsof zij, mede met het oog op het belang van [zoon van aangever 2], geen andere keuze had . De bedrijfsleidster van de massagesalon was ervan op de hoogte dat [aangever 2] het werk in de salon moest doen omdat ze hele grote schulden had .

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande kan worden afgeleid dat de slechte financiële situatie van [aangever 2] en verdachte werd gebruikt als middel om haar tot het werk in de erotische massagesalon te dwingen. De mededeling dat zij anders niet goed voor haar zoon zou kunnen zorgen, kan worden aangemerkt als een dreigement met een feitelijkheid waarvan medeverdachte [medeverdachte 1] moest weten dat daaraan door [aangever 2] moeilijk weerstand geboden kon worden.

Ad b) In haar aangifte heeft [aangever 2] verklaard dat zij een relatie met verdachte heeft gekregen toen zij 14 jaar oud was. Verdachte was op dat moment 20 jaar en voor dat moment was er derhalve een relatief groot leeftijdverschil tussen beiden. Aangezien haar moeder het niet eens was met de relatie, is zij daar stiekem mee verder gegaan. Zij kreeg daardoor steeds meer problemen thuis en is op een gegeven moment bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] ingetrokken. Volgens [aangever 2] was zij de eerste jaren van de relatie erg onderdanig tegenover verdachte . Ook later hadden verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] nog steeds te veel invloed op haar, aldus de verklaring van [aangever 2] .

De rechtbank is van oordeel dat hieruit kan worden afgeleid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] overwicht hadden op [aangever 2]. Door haar onder die omstandigheden tegen haar wil in te laten werken in de massagesalon, hebben zij van dit overwicht misbruik gemaakt.

De bevoordeling van verdachte

Uit het voorgaande volgt reeds dat [aangever 2] in de massagesalon in Soest is gaan werken teneinde geld te verdienen om de schulden af te betalen die zij tezamen met verdachte had. Aangezien het gezamenlijke schulden waren, bevoordeelde [aangever 2] verdachte met haar verdiensten. Indirect bevoordeelde zij ook medeverdachte [medeverdachte 1]. Ter terechtzitting heeft deze immers verklaard dat zij vóór die tijd degene was die haar zoon en schoondochter altijd financieel ondersteunde. Door de inkomsten die [aangever 2] in de massasalon genereerde, was dat niet meer nodig. Dat medeverdachte [medeverdachte 1] graag wilde dat [aangever 2] veel zou verdienen met het werk in de massagesalon, kan worden afgeleid uit de verklaring van [aangever 2], inhoudende dat medeverdachte [aangever 2] tijdens het sollicitatiegesprek voorstelde dat [aangever 2] wel vijf dagen kon werken. Dit was meer dan toegestaan . De bedrijfleidster van de massagesalon heeft bovendien verklaard dat [aangever 2] haar had verteld dat haar schoonmoeder altijd alleen maar meer en meer geld wilde. [aangever 2] werkte ook erg veel. Iedereen was het erover eens dat het lichamelijk en geestelijk te veel was . Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] erop uit waren [aangever 2] zoveel mogelijk te laten verdienen, volgt daarnaast uit de verklaring van [aangever 2], inhoudende dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] beiden op haar hebben ingepraat om te stoppen met haar werk bij [X] casting. In de massage viel meer te verdienen en zonder de baan bij [X] casting kon zij meer uren in de massagesalon werken .

[aangever 2] heeft verklaard dat verdachte naar de massagesalon toekwam om geld van haar te halen. Zij gaf hem dan geld, omdat ze geen gezeur wilde. Zij legde dagelijks € 25,-- klaar voor boodschappen, maar voor verdachte was dit niet genoeg. Hij belde om die reden wel 80 keer per dag, aldus [aangever 2] . De eigenaar van de massagesalon heeft dit bevestigd. Volgens hem controleerde verdachte [aangever 2] continu. Bovendien mocht [aangever 2] haar telefoon nooit uitzetten van verdachte. Door haar iedere drie minuten te bellen totdat zij de telefoon opnam, kon hij checken hoe lang ze een klant had gehad en daarmee hoeveel ze verdiend had .

Medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande reeds genoegzaam is gebleken dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] het feit tezamen en in vereniging hebben gepleegd, zodat alle bewezenverklaarde feitelijkheden, voor zover aan beiden ten laste gelegd, ook aan beiden kunnen worden toegerekend.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - kort gezegd - als verweer gevoerd dat zijn cliënt er niet van op de hoogte was wat de werkzaamheden in de massagesalon inhielden. Daarnaast is er volgens hem ook in de onderhavige zaak geen sprake was van dwang, hetgeen onder meer volgt uit de omstandigheid dat [aangever 2] nog steeds werkzaam is in de massagewereld.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het eerste verweer van de raadsman overweegt de rechtbank dat dit de rechtbank niet geloofwaardig overkomt. Uit de bewijsmiddelen is gebleken dat verdachte regelmatig naar de massagesalon toekwam. Hij bleef dan niet buiten, maar is ook binnen geweest. Gelet hierop moet het voor hem duidelijk zijn geweest dat het om erotische massage ging, waarbij doorgaans ook sprake is van seksuele handelingen. Daar komt bij dat hij op de hoogte was van de hoge bedragen die [aangever 2] daar verdiende. Nu dergelijke bedragen in een gewone massagesalon niet verdiend worden, moet hij zich bewust zijn geweest van het karakter van de massages.

Voor het verweer dat er geen sprake is geweest van dwang verwijst de rechtbank naar hetgeen zij reeds in het kader van feit 1 heeft overwogen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte [medeverdachte 1], [aangever 2] door bedreiging met een feitelijkheid en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en tot het bevoordelen van verdachte uit de opbrengst daarvan. Dit levert het misdrijf op als bedoeld in artikel 250a (oud), eerste lid onder 1 en 4 en tweede lid onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.

De bewezenverklaring

1.

Primair

Verdachte heeft in de periode van 01 januari 2006 tot 19 september 2007 te Utrecht, althans

in het arrondissement Utrecht, en/of Amsterdam en/of Laren en/of Zutphen en/of Weert en/of

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een ander, genaamd [aangever 1],

door dwang en/of geweld en/of door bedreiging met geweld of met één andere feitelijkheid

en/of door misbruik van een kwetsbare positie vervoerd, telkens met het oogmerk van

uitbuiting van die [aangever 1],

en die [aangever 1]

door dwang en/of geweld en/of door bedreiging met geweld of met één andere feitelijkheid

en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen

tot het verrichten van diensten te weten seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [aangever 1],

bestaande die dwang en dat geweld en die bedreiging met geweld en die andere

feitelijkheid en dat misbruik hieruit dat

- verdachte met die [aangever 1] een relatie is aangegaan en verdachte

en/of zijn mededader vervolgens tegen die [aangever 1] heeft/hebben gezegd

dat zij een korte tijd als prostituee moest/kon werken om "te helpen" en

- die [aangever 1] in Utrecht en Amsterdam en Laren en Zutphen en Weert

gedwongen, als prostituee/ escort heeft gewerkt; en

- zij haar verdiensten als escort/prostituee grotendeels heeft moeten

afstaan aan verdachte; en

- verdachte en/of zijn mededader één of meer kamer(s)/ruimte(s) in Amsterdam

heeft/ hebben geprobeerd te regelen, alwaar die [aangever 1] haar prostitutiewerkzaamheden

kon/moest verrichten; en

- verdachte haar naar die plaatsen heeft toegebracht en/of heeft zorg

gedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden; en

- verdachte haar regelmatig mishandeld heeft; en

- verdachte geldbedragen van haar heeft afgepakt; en

- zij meermalen door verdachte is bedreigd, onder meer met de woorden: "ik

maak je af, ook al moet ik 20 jaar zitten en ik ga je gezicht verminken met

een mes", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; en

- verdachte meermalen op korte afstand een pistool op haar heeft gericht;

en

- verdachte heeft gezegd een foto van haar met zijn pistool aan de politie

te geven indien die [aangever 1] niet zou gaan werken.

2.

Verdachte heeft in de periode van 20 januari 2002 tot 1 januari 2005 te Utrecht

en/of Soest, tezamen en in vereniging met een ander, een ander, genaamd

[aangever 2], telkens door bedreiging met één of meer feitelijkheden gedwongen dan

wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde

tegen betaling, en haar bewogen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen

met of voor een derde te bevoordelen,

bestaande die bedreiging met die feitelijkheden en bovenomschreven misbruik en dat

bevoordelen hieruit dat

- verdachte en/of zijn mededader tegen die [aangever 2] heeft/hebben gezegd

dat zij schulden en/of geen geld meer hadden en/of dat die [aangever 2]

om die reden als erotische masseuse in een massagesalon moest/

kon werken om geld te verdienen en dat zij anders met haar zoon op straat

zou komen te staan; en

- zijn mededader bij een erotische massagesalon in Soest

een sollicitatiegesprek voor die [aangever 2] heeft geregeld; en

- zij in Soest als erotische masseuse heeft gewerkt; en

- verdachte en zijn mededader haar gezegd en/of bewogen hebben haar

andere baan bij [X] casting op te zeggen zodat zij meer uren in de

massagesalon kon werken; en

- verdachte haar steeds controleerde, onder meer door haar soms tot wel

80 keer op te bellen tijdens haar werkzaamheden in de massagesalon om haar

om (meer) (boodschappen)geld te vragen en/of om te controleren hoe lang zij

bezig was met een klant, zodat hij wist hoeveel zij dan had verdiend; en

- zij haar verdiensten als masseuse grotendeels heeft moeten

afstaan aan verdachte.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Mensenhandel, door twee verenigde personen, meermalen gepleegd

Het onder 2 bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Een ander door bedreiging met een feitelijkheid dwingen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling om hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen, door twee verenigde personen, meermalen gepleegd

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar met aftrek van het inmiddels ondergane voorarrest.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Mensenhandel is een zeer vergaande manier van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van mensen geheel ondergeschikt wordt gemaakt aan geldelijk gewin. Naar het oordeel van de rechtbank verdient de als “loverboy”praktijk bekend staande vorm van mensenhandel een forse bestraffing, gelet op de inbreuk die daarbij wordt gemaakt op fundamentele rechten als de menselijke waardigheid en de persoonlijke vrijheid. Bij een veroordeling wegens “loverboy” praktijken acht de rechtbank daarom in het algemeen voor die loverboy afhankelijk van de duur en de ernst van het geweld een sanctie van twee tot vier jaar gevangenisstraf aangewezen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte [aangever 2] heeft bedreigd met geweld en ook geweld heeft gebruikt om haar te doen werken als prostituee en in de escort. De rechtbank stelt vast dat verdachte steeds minder serieuze inspanningen is gaan leveren om zelf een inkomen te genereren en geen enkele intentie meer heeft laten zien in die richting. Op een snelle manier veel geld verdienen via de prostitutie en de escort zonder zelf noemenswaardige inspanningen te moeten leveren kwam verdachte duidelijk beter uit. Dat daardoor evenwel een zeer grote inbreuk is gepleegd op de integriteit van [aangever 1] en [aangever 2] lijkt voor verdachte nauwelijks een rol te spelen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Ten slotte neemt de rechtbank in aanmerking dat de veroordeling wegens mensenhandel ziet op twee strafbare feiten en op een periode die meerdere jaren beslaat.

In het voordeel van verdachte pleit dat [aangever 1] reeds erotische massages gaf toen verdachte haar leerde kennen, hetgeen aan een veroordeling wegens mensenhandel evenwel niet in de weg staat. Tevens neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachtes moeder, medeverdachte, vele jaren werkzaam is geweest in de escort, zodat verdachte, die in dergelijke omstandigheden is opgegroeid, in ieder geval niet van zijn moeder het vereiste waardenpatroon zal hebben meegekregen. De achteloosheid en het gemak waarmee verdachte de twee bewezenverklaarde strafbare feiten heeft begaan kunnen hierdoor deels worden verklaard.

Dat het derde tenlastegelegde feit niet bewezen is verklaard speelt bij de straftoemeting nauwelijks een rol, nu dit derde feit slechts om redenen van zuiver wetstechnische aard is tenlastegelegd en het wel bewezenverklaarde tweede tenlastegelegde feit reeds een veroordeling wegens mensenhandel jegens [aangever 2] inhoudt.

Gelet hierop en op de aard en de ernst van de feiten acht de rechtbank een straf conform de eis van de officier van justitie niet misplaatst.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank voorts gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 20 september 2007 en het voorlichtingsrapport door A. Akollo van Reclassering Nederland van 20 november 2007.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 250a (oud) en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van drie jaren.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. C.W. Bianchi, A.M.M.E. Doekes-Beijnes en M.P. Gerrits-Janssens, bijgestaan door mr. C.W.M. Maase-Raedts als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juni 2008.