Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3220

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
11-06-2008
Zaaknummer
228664/ HA ZA 07-662
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

overeenkomst tot levering/ installatie invalidekeuken, ingebrekestelling, verzuim, buitengerechtelijke ontbinding, klagen binnen bekwame tijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 348
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 228664 / HA ZA 07-662

Vonnis van 28 mei 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ERGOFLEX B.V.,

gevestigd te Enschede,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. E.R. Jonker,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. L.J.F.H. Walstock.

Partijen zullen hierna Ergoflex B.V. en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 juni 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 7 september 2007

- de conclusie van antwoord in reconventie

- de akte vermeerdering van eis tevens akte overlegging producties van [gedaagde]

- de antwoordakte van Ergoflex B.V.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

in conventie en in reconventie

2.1. Op 13 november 2006 heeft [gedaagde] een door Ergoflex B.V. aan haar toegezonden orderbevestiging ondertekend voor, kort gezegd, de levering en installatie van een keuken, voor het bedrag van EUR 7.270,99 inclusief BTW. De keuken is door [gedaagde] aangeschaft mede ten behoeve van gebruik door haar invalide moeder.

2.2. Op de door Ergoflex B.V. opgestelde order staat onder de te leveren goederen en te verrichten werkzaamheden en boven de handtekeningen van [gedaagde] en [[directeur], directeur van Ergoflex B.V. (hierna: [directeur]), vermeld:

Betalingsconditie: 30 dagen netto, 8 dagen -/- 2 %

Bedankt voor uw order, waarbij onze leveringsvoorwaarden van toepassing zijn

2.3. [gedaagde] heeft bij Ergoflex B.V. tevens ten behoeve van haar invalide moeder een doucheset, bestaande uit een wandhouder, een arm met ringen en een gordijn, besteld.

2.4. Tussen 7 en 9 december 2006 is de keuken bij [gedaagde] geleverd en geïnstalleerd. De doucheset is eveneens aan [gedaagde] geleverd.

2.5. Ergoflex B.V. heeft bij facturen van 11 december 2006 voor de keuken

EUR 7.479,24 en voor de doucheset EUR 212,42 bij [gedaagde] in rekening gebracht. Op de factuur van de doucheset staat vermeld een betalingstermijn van 30 dagen, alsmede een verwijzing naar Algemene Verkoopvoorwaarden. Op de factuur van de keuken staat vermeld een betalingstermijn van 8 dagen.

2.6. Bij e-mail van 24 januari 2007 heeft [gedaagde] aan Ergoflex B.V. een opsomming van door haar gestelde, aan de keuken klevende gebreken gegeven. [directeur] is op 30 januari 2007 bij [gedaagde] thuis geweest. Zij hebben toen onder meer de in de e-mail van 24 januari 2007 opgenomen punten besproken en afgesproken dat de opleveringspunten per medio maart 2007 gereed en hersteld zouden zijn.

2.7. Bij brief van 1 februari 2007 heeft de raadsman van Ergoflex B.V., mr. E.R. Jonker, aan [gedaagde] bericht dat de geconstateerde opleveringsgebreken binnen de garantie vallen en binnen een redelijke termijn zullen worden opgelost, maar dat dit geen reden is om de facturen niet te voldoen. [gedaagde] is vervolgens gesommeerd het verschuldigde bedrag binnen vijf dagen te betalen.

2.8. [gedaagde] heeft hierop bij brief van 6 februari 2007 onder meer bericht dat zij niet in staat is de rekening te voldoen in verband met problemen met de ziektekostenverzekering, alsmede dat er naar haar mening sprake is van substantiële gebreken. Partijen hebben vervolgens verder gecorrespondeerd over hun wederzijdse standpunten met betrekking tot de keuken en de betaling. Bij brief van 22 februari 2007 is namens [gedaagde] onder meer bericht dat zij zich op het standpunt stelt dat de keuken niet is opgeleverd en Ergoflex B.V. geen opeisbare vordering heeft. Zij heeft zich subsidiair op haar opschortingrecht beroepen en Ergoflex B.V. een termijn van vijf dagen gesteld om alle gebreken te verhelpen, bij gebreke waarvan zij de overeenkomst zal ontbinden. Hierop is namens Ergoflex B.V. bij brief van 22 februari 2007 bericht dat zij met betrekking tot de nakoming oplossingsgericht is, maar dat er wel zicht moet zijn op enige betaling. Bij brief van 27 februari 2007 is namens Ergoflex B.V. aan [gedaagde] het voorstel gedaan met name genoemde opleveringsgebreken te onderzoeken en te herstellen zonder voorafgaande kosten. Verder is bericht dat Ergoflex B.V. ervan uitgaat dat [gedaagde] bereid is na herstel van de gebreken tot betaling over te gaan.

2.9. Op 20 februari 2007 is, na daartoe op 16 februari 2007 verkregen verlof van de voorzieningenrechter, door Ergoflex B.V. ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag gelegd op de aan haar in eigendom toebehorende onroerende zaak, [adres].

2.10. Bij brief van 4 juni 2007 heeft Ergoflex B.V. naar aanleiding van een klacht van [gedaagde] over de doucheset aan [gedaagde] bericht dat zij wel de juiste doucheset heeft geleverd op basis van een productfolder, waarin wordt vermeld dat de douchestang 95 cm is. Verder heeft Ergoflex B.V. [gedaagde] erop gewezen dat zij geen reden ziet om kosteloos een andere douchestang te leveren en dat zij te laat heeft gereclameerd.

2.11. [gedaagde] heeft bij brief van 5 juni 2007 de overeenkomst terzake van de doucheset buitengerechtelijk ontbonden omdat de gebreken niet door Ergoflex B.V. verholpen worden.

2.12. In juni 2007 heeft [gedaagde] de door Ergoflex B.V. geleverde keuken laten verwijderen en opgeslagen in haar garage en heeft zij een nieuwe keuken gekocht bij een derde leverancier.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Ergoflex B.V. vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 8.479,82, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 5 februari 2007 en de proceskosten, daaronder mede begrepen de kosten van het gelegde conservatoire beslag.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. [gedaagde] vordert samengevat -, na vermeerdering van eis, veroordeling van Ergoflex B.V. tot betaling van EUR 1.127,07, en voorwaardelijk, indien in conventie geoordeeld wordt dat de overeenkomsten in stand dienen te blijven, veroordeling van Ergoflex B.V. tot vergoeding van de schade die [gedaagde] heeft geleden door de tekortkoming door Ergoflex B.V., primair ter hoogte van de gehele vordering in conventie, subsidiair EUR 3.666,35 terzake van niet geleverde dan wel anders geleverde zaken, vermeerderd met rente en kosten.

3.4. Ergoflex B.V. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Ergoflex B.V. stelt, kort gezegd, dat de door [gedaagde] bij Ergoflex B.V. bestelde keuken en de doucheset aan haar zijn geleverd en dat de keuken bij haar is geplaatst en aan haar is opgeleverd. [gedaagde] laat echter zonder geldige reden, ondanks herhaalde sommaties door Ergoflex B.V., de betaling hiervoor achterwege. Ergoflex B.V. maakt aanspraak op de wettelijke rente vanaf de datum van het verzuim en op de buitengerechtelijke incassokosten van EUR 767,40. Er is geen sprake van substantiële (op)leveringsgebreken aan de geleverde zaken en daarmee niet van een toerekenbare tekortkoming aan de kant van Ergoflex B.V. Herstel van de opleveringsgebreken is met [gedaagde] besproken op 30 januari 2007. Toen is ook besproken dat deze per half maart 2007 gereed zouden zijn, omdat Ergoflex B.V. de hiervoor benodigde zaken moest bestellen. Na de mededeling van [gedaagde] in de brief van 6 februari 2007 dat zij de facturen niet kon betalen, was er voor Ergoflex B.V. voldoende aanleiding om haar contractuele verplichtingen op te schorten, indien de door [gedaagde] gestelde gebreken al juist zouden zijn, aldus Ergoflex B.V.

4.2. [gedaagde] heeft als verweer voor het niet-betalen van de facturen aangevoerd dat Ergoflex B.V. is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en zij heeft in verband daarmee een beroep gedaan op de (buitengerechtelijke) ontbinding van de overeenkomsten terzake van de keuken en de doucheset. Zij heeft Ergoflex B.V. in verband met de gebreken aan de keuken bij e-mail van 24 januari 2007 in gebreke gesteld. De geleverde keuken is niet de invalide-keuken die [gedaagde] heeft besteld bij Ergoflex B.V. en [gedaagde] heeft vanaf de levering een beroep gedaan op haar opschortingrecht. Ergoflex B.V. bleef echter tekort schieten in de nakoming van haar verplichtingen. Nadat bij brief van 22 februari 2007 namens [gedaagde] een fatale termijn was gesteld voor de nakoming van verplichtingen en de termijn was verlopen, is de overeenkomst per 23 februari 2007 buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde] had er geen vertrouwen meer in dat Ergoflex B.V. de ernstige gebreken die aan de keuken kleefden op korte termijn zou verhelpen en vervolgens de controle op en het onderhoud van de keuken op deugdelijke wijze zou kunnen uitvoeren. In verband met de ontbinding is Ergoflex B.V. namens [gedaagde] verzocht de keuken op te komen halen. Wat betreft de doucheset voert [gedaagde] aan dat deze niet voldoet en dat zij Ergoflex B.V. bij brief van 22 mei 2007 in gebreke heeft gesteld. [gedaagde] doet verder een beroep op de vernietigbaarheid van de Algemene Voorwaarden van Ergoflex B.V., omdat zij deze niet heeft ontvangen.

4.3. In het onderhavige geschil gaat het om de vraag of [gedaagde] de op 13 november 2006 tot stand gekomen overeenkomst met betrekking tot de keuken op 23 februari 2007 buitengerechtelijk heeft mogen ontbinden. Verder dient de vraag te worden beantwoord of er aanleiding bestond de overeenkomst met betrekking tot de doucheset buitengerechtelijk te ontbinden, althans deze te ontbinden.

Daarbij dient van het volgende te worden uitgegaan. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met de gevolgen niet rechtvaardigt. De bevoegdheid tot ontbinding ontstaat bovendien pas - voor zover de nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is - wanneer de schuldenaar in verzuim is. Verzuim treedt in wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en de nakoming uitblijft.

Verder is van belang dat de partij die verplicht is het eerste te presteren, deze verplichting kan opschorten indien er na het sluiten van de overeenkomst omstandigheden bekend zijn geworden die goede grond geven te vrezen dat de wederpartij haar daartegenover staande verplichtingen niet zal nakomen.

4.4. Allereerst dient het verweer van [gedaagde], dat de Algemene Voorwaarden vernietigbaar zijn, omdat zij deze nooit heeft ontvangen, aan de orde te komen. De rechtbank begrijpt uit dit verweer dat [gedaagde] zich er niet op beroept dat de Algemene Voorwaarden niet zijn overeengekomen, maar dat zij een beroep doet op artikel 6:233 aanhef en sub b BW. Ingevolge dit artikel is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. [gedaagde] heeft haar beroep op vernietigbaarheid niet nader onderbouwd en in het bijzonder niet duidelijk gemaakt welk beding uit de Algemene Voorwaarden vernietigbaar zou zijn, zodat dit verweer als niet gemotiveerd dient te worden verworpen.

De keuken

4.5. In deze procedure is komen vast te staan dat [gedaagde] in haar e-mail van 24 januari 2007 een lijst van gebreken terzake van de keuken heeft gegeven. Deze e-mail kan echter, anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd, niet als een ingebrekestelling worden gekwalificeerd, nu zij niet voldoet aan de hiervoor geldende vereisten zoals opgenomen in artikel 6:82 BW. Van een eerdere ingebrekestelling is niet gebleken. [directeur] van Ergoflex B.V. heeft de lijst van 24 januari 2007 op 30 januari 2007 met [gedaagde] besproken. Ter comparitie is door partijen bevestigd hetgeen in de brief van 6 februari 2007 van [gedaagde] ook reeds wordt vermeld, namelijk dat partijen op 30 januari 2007 hebben afgesproken dat Ergoflex B.V. tot medio maart 2007 de tijd zou krijgen en hebben om de gebreken aan de keuken te herstellen.

Bij brief van 22 februari 2007 is vervolgens, in tegenstelling tot de eerder gemaakte afspraak dat Ergoflex B.V. tot medio maart 2007 de tijd zou hebben om de gebreken te herstellen, door [gedaagde] aan Ergoflex B.V. een termijn van nog vijf dagen gegeven om alle gebreken te herstellen. Nadien is, op 27 februari 2007 en 6 maart 2007, namens Ergoflex B.V. (nog) een voostel gedaan om met name genoemde gebreken te herstellen zonder dat zij eerst aanspraak op betaling maakte. Vervolgens is namens [gedaagde] bij brief van 15 mei 2007 aan Ergoflex B.V. bericht dat zij de keuken op 19 juni 2007 kon komen demonteren en verwijderen.

4.6. Alle beschikbare correspondentie en gemaakte afspraken in onderlinge samenhang bezien, kan niet tot een andere conclusie leiden dan dat niet is voldaan aan de vereisten voor ontbinding van de overeenkomst door [gedaagde]. Immers, nadat partijen op 30 januari 2007 - nadat de overeengekomen betalingstermijn reeds was verstreken - hadden geconstateerd dat gebreken aan de keuken hersteld dienden te worden, hebben zij een termijn voor dit herstel afgesproken, tot medio maart 2007. Vervolgens is bij brief van 22 februari 2007 Ergoflex B.V. in gebreke gesteld, maar de in de ingebrekestelling opgenomen termijn van vijf dagen kan in het licht van de eerder tussen partijen gemaakte afspraak over de hersteltermijn, niet als een redelijke termijn worden aangemerkt. Van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de termijn voor herstel ineens vervroegd en verkort kon worden, is ook niet gebleken. Juist [gedaagde] heeft door tot twee keer toe in haar brieven van 6 en 12 februari 2007 gedane mededeling, dat zij de facturen niet kon betalen, Ergoflex B.V. voldoende aanleiding gegeven om haar verplichtingen op te schorten. Ergoflex B.V. heeft echter, na de brief van 22 februari 2007, waarbij [gedaagde] de ontbinding aankondigde indien niet binnen vijf dagen de gebreken hersteld zouden zijn, nog aan [gedaagde] voorgesteld om de bekende en met name genoemde gebreken te onderzoeken en zonodig te herstellen zonder dat [gedaagde] voorafgaand hieraan moest betalen. [gedaagde] is toch tot ontbinding van de overeenkomst overgegaan, terwijl niet is echter gebleken dat herstel van de gebreken (tijdelijk dan wel blijvend) onmogelijk was. Onder deze omstandigheden kan dan ook niet van verzuim aan de kant van Ergoflex B.V. worden gesproken en was er derhalve geen grond om tot de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door [gedaagde] over te gaan.

4.7. Wat betreft het subsidiaire verweer van [gedaagde] dat, voor geval de overeenkomst met betrekking tot de keuken nog niet (buitengerechtelijk) ontbonden zou zijn, deze op grond van artikel 6:258 BW moet worden ontbonden, zodat de vordering van Ergoflex B.V. moet worden afgewezen, overweegt de rechtbank als volgt. [gedaagde] beroept zich op onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.

Welke onvoorziene omstandigheden [gedaagde] daarbij voor ogen heeft, heeft zij echter niet aangevoerd of onderbouwd. Indien zij op de verwijdering van de door Ergoflex B.V. geleverde keuken doelt, dient deze omstandigheid, in verband met de hierboven onder 4.5. en 4.6. geschetste omstandigheden voor haar rekening te blijven. Het door [gedaagde] gevoerde subsidiaire verweer gaat dan ook niet op en dient te worden verworpen, nog afgezien van de omstandigheid dat [gedaagde] in deze procedure niet (in reconventie) de ontbinding van de overeenkomst heeft gevorderd.

4.8. Het bovenstaande brengt in beginsel de verschuldigdheid van het in rekening gebrachte bedrag voor de levering en installatie van de keuken mee, met dien verstande dat een bedrag van de uiteindelijk niet geleverde maar wel in rekening gebrachte kinderbeveiliging ad EUR 78,= exclusief BTW in mindering gebracht dient te worden. Ditzelfde geldt voor de dimmer van EUR 20,= exclusief BTW. Terzake van het stopcontact is door Ergoflex B.V. onweersproken gesteld dat [gedaagde] deze heeft gekocht en zij deze voor haar heeft besteld. [gedaagde] heeft het stopcontact weliswaar niet afgenomen, maar dit brengt niet mee dat zij het daarvoor in rekening gebrachte bedrag niet hoeft te voldoen. Deze post komt dan ook niet voor vermindering op het factuurbedrag in aanmerking.

4.9. [gedaagde] heeft verder gesteld dat een bedrag van EUR 186,83 (inclusief BTW) voor een flexibele slang en sifon in mindering moet worden gebracht op het factuurbedrag omdat deze niet is geleverd. Ergoflex B.V. stelt dat de flexibele slang en sifon niet in de order staan en dat zij deze ook niet in rekening heeft gebracht, maar dat zij wel een spoelunit heeft geleverd overeenkomstig de order voor EUR 186,83 inclusief BTW, zodat [gedaagde] dit moet betalen.

De rechtbank overweegt terzake als volgt. In de order is opgenomen de levering van een integreerbare spoelunit met spoelbak, inclusief stopketting en sifon, voor EUR 157,= exclusief BTW. In de factuur staat de levering hiervan vermeld en de rechtbank gaat ervan uit dat dit voor het in de order vermelde bedrag is gebeurd. De rechtbank maakt uit de omschrijving in de order en de factuur op, dat sifon en slang onderdeel uitmaken van de spoelbak en in de prijs hiervoor zijn inbegrepen. Nu voor de aanleg van de spoelbak (andere) slangen en een sifon noodzakelijk zijn en de door de aannemer van [gedaagde] aangebrachte slangen en sifon, zo wordt hieronder in reconventie beslist, al door Ergoflex B.V. aan [gedaagde] vergoed dient te worden, bestaat er geen aanleiding om terzake nog een korting toe te passen.

4.10. Het bovenstaande brengt mee dat [gedaagde] aan Ergoflex B.V. is verschuldigd voor de levering en het monteren van de keuken het bedrag van EUR 7.362,62, waarbij rekening is gehouden met de niet geleverde kinderbeveiliger en dimmer.

De doucheset

4.11. De doucheset is geleverd tussen 7 en 9 december 2006 en gefactureerd bij factuur van 11 december 2006. De doucheset is niet door Ergoflex B.V. geïnstalleerd. Een schriftelijke overeenkomst of orderbevestiging voor de doucheset is niet in het geding gebracht. Op de factuur van 11 december 2006 staat vermeld dat het gaat om “arm van de spatbescherming L-vorm, vlucht 95 cm, rechts- en linkszijdig bruikbaar, zijdelings been”. Door [gedaagde] is niet betwist dat dit de door haar bestelde doucheset is.

4.12. [gedaagde] voert echter aan dat de doucheset, in weerwil van wat Ergoflex B.V. haar zou hebben medegedeeld, niet geschikt is voor gebruik met een doucherolstoel, omdat de geleverde douchestang slechts 85 cm lang is, terwijl een stoel 105 cm is. Verder glijden, zo voert [gedaagde] aan, de ringen van de stang in verband met het ontbreken van een onderdeel. Uit de in het geding gebrachte correspondentie over de douchestang volgt dat [gedaagde] voor het eerst de door haar gestelde gebreken aan Ergoflex B.V. heeft gemeld op 22 mei 2007. [gedaagde] voert aan dat zij bij deze brief Ergoflex B.V. in gebreke heeft gesteld. Ergoflex B.V. heeft [gedaagde] bij brief van 4 juni 2007 erop gewezen dat zij niet tijdig heeft gereclameerd, naast haar ontkenning dat de doucheset gebreken zou hebben.

4.13. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan de verplichting om binnen bekwame tijd nadat zij de door haar gestelde gebreken aan de doucheset heeft ontdekt, hiervan kennis te geven aan Ergoflex B.V. De levering en de facturering van de doucheset aan haar heeft immers plaatsgevonden begin december 2006. [gedaagde] heeft vervolgens niet eerder aan Ergoflex B.V. de door haar gestelde gebreken gemeld dan ruim vijf maanden na die levering en facturering. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijn van vijf maanden nog als bekwame tijd zou moeten gelden zijn niet gesteld noch gebleken, terwijl in de door Ergoflex B.V. gebruikte Algemene Voorwaarden een termijn van 8 dagen voor reclameren is opgenomen. Dit brengt mee dat [gedaagde] geen beroep kan doen op een tekortkoming in de nakoming van verplichtingen van Ergoflex B.V. Zij dient dan ook voor de aan haar geleverde doucheset te betalen zoals gefactureerd. Dit onderdeel van de vordering ad EUR 212,42 kan eveneens worden toegewezen.

4.14. Voor de keuken en de doucheset is [gedaagde] aan Ergoflex B.V. in totaal verschuldigd EUR 7.575,04. Ergoflex B.V. heeft daarnaast buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente gevorderd. Het verweer van [gedaagde] terzake de wettelijke rente luidt dat zij zich terecht op haar opschortingrecht heeft beroepen. De rechtbank overweegt dat ingevolge de Algemene Voorwaarden bij overschrijding van de betalingstermijn Ergoflex B.V. recht heeft op rente vanaf de vervaldag. De vervaldag is, nu partijen bij de overeenkomst van 13 november 2006 voor de keuken een betalingstermijn van 30 dagen zijn overeengekomen en de factuur van 11 december 2006 dateert, 10 januari 2007. Dezelfde vervaltermijn geldt voor de factuur voor de doucheset. Niet gebleken is dat [gedaagde] op dat moment een beroep op opschorting van haar betalingsverplichting jegens Ergoflex B.V. heeft gedaan. Nu verder in de Algemene Voorwaarden is bepaald dat reclames de betalingsverplichting niet opschorten, is de wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat [gedaagde] in verzuim was, te weten 11 januari 2007.

4.15. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 767,40 bestreden, waarbij zij heeft aangevoerd dat een specificatie ontbreekt en dat niet is voldaan aan de in het Rapport Voorwerk gestelde voorwaarden.

De rechtbank overweegt als volgt. Ergoflex B.V. heeft een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten gevorderd. De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Ergoflex B.V. heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten moet daarom worden afgewezen.

4.16. [gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten aan de zijde van Ergoflex B.V. worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vastrecht (inclusief beslag) EUR 300,00

- beslagkosten EUR 226,04

- salaris procureur EUR 1.344,00 (3,5 punten x tarief I EUR 384,00)

Totaal EUR 1.940,89

in reconventie

4.17. [gedaagde] stelt, kort gezegd, dat zij kosten heeft moeten maken om de gebreken aan de keuken te laten herstellen die Ergoflex B.V. niet wilde herstellen. Nu de keuken noch de doucheset ten behoeve van een invalide gebruikt kunnen worden en de keuken er veel minder mooi uitziet dan is overeengekomen en zelfs gevaarlijk is voor de moeder van [gedaagde], vordert zij, voorgeval in conventie wordt geoordeeld dat de overeenkomst in stand blijft, vergoeding van de schade ter hoogte van de gehele vordering van Ergoflex B.V. in conventie, althans van EUR 3.666,35. De geleverde keuken en de doucheset vertegenwoordigen namelijk geen enkele waarde voor [gedaagde], zo stelt zij.

4.18. Ergoflex B.V. voert als verweer aan dat zij niet toerekenbaar tekort is geschoten, noch in verzuim is geraakt en dat, als de gebreken al een ontbinding zouden rechtvaardigen, Ergoflex B.V. nog altijd gerechtigd was haar verplichtingen op te schorten totdat [gedaagde] had laten blijken dat zij zou gaan en willen betalen.

4.19. Voor werkzaamheden in verband met het wegwerken van de waterleidingen en de afzuigkap wordt door [gedaagde] een bedrag van EUR 257,87 gevorderd. Zij vordert een bedrag van EUR 612,16 voor de levering en montage van multiplex bladen ten behoeve van de achterwand van de keuken, alsmede een bedrag van EUR 257,04 voor demontage- werkzaamheden van de keuken.

4.20. De rechtbank overweegt als volgt. Ter comparitie heeft [directeur] van Ergoflex B.V. de klacht van [gedaagde] over de onderkant (van de keuken) en de waterleidingen als juist erkend, evenals de opgegeven kosten voor de leidingen zoals weergeven in productie 10 van [gedaagde], In de verklaring van de aannemer van [gedaagde] over deze werkzaamheden staat vermeld dat er een bedrag van EUR 70,60 exclusief BTW (EUR 84,02 inclusief BTW) aan materiaal is gebruikt en dat twee en een half uur aan de werkzaamheden is besteed à EUR 36,= exclusief BTW per uur, totaal derhalve EUR 191,12. [directeur] heeft het aantal door de aannemer opgegeven uren arbeidsloon betwist, daartoe aanvoerend dat één uur zijn inziens voldoende is. De rechtbank echter is van oordeel dat de betwisting van de redelijkheid van het aantal door de aannemer van [gedaagde] aan de werkzaamheden bestede uren door Ergoflex B.V. onvoldoende gemotiveerd is. Dit betekent dat als vergoeding voor het materiaal en de werkzaamheden met betrekking tot de waterleidingen door een ander dan Ergoflex B.V. een bedrag van EUR 191,12 toewijsbaar is als zijnde door Ergoflex B.V. bespaarde kosten.

4.21. Ten aanzien van de afzuigkap staat vast dat deze niet door Ergoflex B.V. geleverd is, maar dat een door [gedaagde] aangeschafte afzuigkap wel door haar zou worden gemonteerd. Ergoflex B.V. voert terzake aan dat zij daarom niet voor de levering van de afvoerslang hoefde te zorgen. [gedaagde] is van mening dat Ergoflex B.V. een afvoerslang voor de afzuigkap moest leveren en aanbrengen, omdat voor een speciale keuken een speciale flexibele slang nodig is.

De rechtbank overweegt terzake dat de montagewerkzaamheden voor de afzuigkap, die door de aannemer van [gedaagde] zijn verricht, op dezelfde voet als hiervoor onder 4.20. door Ergoflex B.V. vergoed dienen te worden. De rechtbank acht het hiervoor opgenomen halve uur tegen een uurtarief van EUR 36,= exclusief BTW redelijk. Niet valt in te zien dat Ergoflex B.V. een niet bestelde afvoerslang, aan [gedaagde] zou moeten vergoeden. Indien immers partijen wél waren overeengekomen dat Ergoflex B.V. de afvoerslang had moeten leveren, waren de kosten hiervoor bij [gedaagde] in rekening gebracht.

Voor de werkzaamheden aan de afzuigkap door een ander dan Ergoflex B.V. is dan ook een bedrag van EUR 21,42 toewijsbaar.

4.22. Wat betreft de levering en montage van multiplex bladen ten behoeve van de achterwand van de keuken, waarvoor [gedaagde] EUR 612,16 vordert, overweegt de rechtbank als volgt. De aannemer van [gedaagde] heeft haar dit bedrag in rekening gebracht bij factuur van 18 december 2006. In het gefactureerde bedrag is EUR 108,= (exclusief BTW) begrepen voor het monteren van de achterwand met dragers. In de e-mail van 24 januari 2006 heeft [gedaagde] aan Ergoflex B.V. bericht: “de achterplaten waren er niet en nu zijn ze grijs en de schilder wil er eigenlijk niet aan beginnen.” Op 6 februari 2006 heeft [gedaagde] vervolgens aan Ergoflex B.V. geschreven: “De kosten van de platen en mijn aannemer zou de heer de [directeur] voor zijn rekening nemen, daarvan spreekt u niet in uw brief. Totaal bedrag € 612,16.” De factuur is bij de brief van de gemachtigde van [gedaagde] van 22 februari 2007 gevoegd. Bij brief van 27 februari 2007 is namens Ergoflex B.V. aan [gedaagde] het voorstel gedaan (onder meer): “Achterwand in kleur van de keuken bestellen.” Door [directeur] is tot slot ter comparitie aangevoerd dat hij van de factuur van de aannemer de laatste post, “achterwand met dragers monteren” betwist, omdat hij de achterwand zelf heeft gemonteerd. Het gaat dan om een bedrag van 3 manuren maal EUR 36,= exclusief BTW. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de betwisting door Ergoflex B.V. van de verschuldigdheid van het in rekening gebrachte bedrag van EUR 108,= onvoldoende gemotiveerd. Dit brengt mee dat de vordering van EUR 612,16 kan worden toegewezen.

4.23. In verband met de beslissing die de rechtbank in conventie heeft gegeven over de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst, kan het niet zo zijn dat Ergoflex B.V. de voor de demontage van de door haar geleverde keuken bij [gedaagde] in rekening gebrachte kosten aan haar zou moeten vergoeden.

In conventie heeft de rechtbank al overwogen dat Ergoflex B.V. niet in verzuim was ten aanzien van de levering en montage van de keuken, zodat voor ontbinding van de overeenkomst geen aanleiding bestond. Er kleefden weliswaar nog gebreken aan de keuken, maar Ergoflex B.V. was door [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om deze te verhelpen en herstellen. Het is [gedaagde] geweest die vervolgens, vóór het verstrijken van de gestelde termijn, tot de buitengerechtelijke ontbinding en nadien tot de verwijdering van de keuken is overgegaan. De stelling van [gedaagde] dat de keuken zoals geleverd geen enkele waarde vertegenwoordigt dient in het licht van deze omstandigheden dan ook te worden verworpen en kan niet leiden tot het vaststellen van een verplichting tot het vergoeden van schade.

4.24. Terzake van de door Ergoflex B.V. niet geleverde, maar wel in rekening gebrachte onderdelen van de keuken, te weten dimmer en kinderbeveiliger, is in conventie reeds een bedrag opgenomen dat op de verschuldigde prijs in mindering is gebracht, zodat voor een veroordeling terzake in reconventie geen aanleiding bestaat.

4.25. [gedaagde] heeft eerst bij akte vermeerdering van eis de stelling ingenomen dat het hoog-laag-systeem niet aan de overeenkomst voldoet, omdat deze niet elektrisch, maar hydraulisch is en dat haar een systeem is geleverd dat zij niet heeft besteld.

4.26. De rechtbank overweegt als volgt. Zowel in de order als in de factuur staat vermeld de levering van “1 Electrisch hoog/laag systeem” door Ergoflex B.V. aan [gedaagde]. Ergoflex B.V. heeft gemotiveerd betwist dat geen elektrisch systeem is geleverd. Daartoe heeft zij aangevoerd dat er twee systemen zijn te onderscheiden, een mechanisch systeem en een elektrisch systeem, en dat een elektrisch systeem met een spindelmotor of met een hydraulische pompunit uitgevoerd kan worden. Nu ook uit de brochure waar [gedaagde] een beroep op doet volgt dat de keuze bestaat uit een mechanische dan wel een elektrische bediening, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] haar stelling dat niet het juiste hoog-laag-systeem is geleverd onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd. Daarbij komt dat niet gebleken is dat zij Ergoflex B.V. eerder in gebreke heeft gesteld terzake van dit onderdeel van de keuken. Van verzuim aan de kant van Ergoflex B.V. is dan ook geen sprake, zodat ook dit onderdeel van de vordering dient te worden afgewezen.

4.27. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De rechtbank

In conventie

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Ergoflex B.V. te betalen het bedrag van EUR 7.575,04 (zevenduizend vijfhonderd vijfenzeventig euro en vier cent), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 11 januari 2007 tot de dag der algehele voldoening,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, waaronder die van het beslag, aan de zijde van Ergoflex B.V. tot op heden begroot op EUR 1.940,89,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5. veroordeelt Ergoflex B.V. om aan [gedaagde] te betalen het bedrag van EUR 824,70 (achthonderd vierentwintig euro en zeventig cent), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 3 oktober 2007 tot de dag der algehele voldoening,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.8. wijst het meer of anders gevorderde af..

Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2008.

w.g. griffier w.g. rechter