Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2878

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
30-05-2008
Zaaknummer
248227 / KG ZA 08-444
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Derdenverzet. Ontvankelijkheid. Aanhouding in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep van de vorige procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 248227 / KG ZA 08-444

Vonnis in kort geding van 30 mei 2008

in de zaak van

1. [X],

wonende te Dahlenwarsleven, Duitsland,

procureur: mr. M. Ubing,

advocaten: mr. E. Maarsen-Neumann en mr. T. Kressin te Amsterdam,

2. GEFA GESELLSCHAFT FÜR ABSATZFINANZIERUNG MBH,

gevestigd en kantoorhoudende te Wuppertal, Duitsland,

procureur: mr. M. Ubing,

advocaten: mr. E. Maarsen-Neumann en mr. P. Bavelaar te Amsterdam,

eisers in derdenverzet,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JACHTCENTRUM DE BOARNSTREAM B.V.,

gevestigd te Jirnsum, gemeente Boarnsterhim,

procureur: mr. F.G. Kuiper,

advocaat: mr. I.M.F. van Emstede te Amsterdam,

2. de coöperatie

COOPERATIEVE RAIFFEISEN-BOERENLEENBANK B.A.,

gevestigd te Utrecht,

procureur: mr. A.F. van Ingen,

gedaagden in derdenverzet.

Partijen zullen hierna [X], GEFA, De Boarnstream en Rabobank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen met producties;

- de brief van 13 mei 2008 met een aanvulling op de reeds ingediende productie 5 aan de zijde van [X] en GEFA;

- de brief van 13 mei 2008 met producties aan de zijde van de Rabobank;

- de brief van 14 mei 2008 met producties (1.1. tot en met 5) aan de zijde van De Boarnstream;

- de mondelinge behandeling van 15 mei 2008;

- de pleitnota van [X] en GEFA;

- de pleitnota met producties (6 en 7) van De Boarnstream;

- de pleitnota van Rabobank.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. Op 21 januari 2008 heeft De Boarnstream bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank een kort gedingprocedure aanhangig gemaakt tegen Rabobank en een verbod jegens de bank gevorderd om tot uitbetaling van de bankgaranties over te gaan wegens gestelde fraude aan de zijde van de begunstigden. Deze vordering is bij vonnis van 6 februari 2008 toegewezen.

2.2. [X] en GEFA hebben derdenverzet ingesteld tegen het vonnis van 6 februari 2008. Zij stellen door het vonnis in hun rechten te worden benadeeld en menen dat Rabobank tot uitbetaling van de bankgaranties moet overgaan.

2.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter behoeft geen betoog dat [X] en GEFA als gevolg van het vonnis van 6 februari 2008 in hun rechten zijn benadeeld. Het zijn immers in de eerste plaats de begunstigden die de gevolgen ondervinden van een verbod jegens de bank om tot uitbetaling van de bankgaranties over te gaan. De geëindigde weg zou zijn geweest dat [X] en GEFA in de vorige procedure door De Boarnstream zouden zijn gedagvaard dan wel dat zij zich zouden hebben gevoegd aan de zijde van Rabobank. [X] en GEFA zijn echter niet door De Boarnstream in de procedure betrokken en zij hebben naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook geen redelijke mogelijkheid gehad om in de op 21 januari 2008 aanhangig gemaakte kort gedingprocedure hun standpunt(en) naar voren te brengen. Daartoe wordt overwogen dat niet in geschil is dat de toenmalige Duitse advocaat van [X] eerst op donderdag 17 januari 2008 door (de raadsman van) Rabobank op de hoogte is gesteld van het door De Boarnstream aanhangig gemaakte kort geding door middel van een faxbericht in de Nederlandse taal, terwijl eerdere correspondentie met die advocaat steeds in het Duits werd gevoerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter brengt het vorenstaande met zich dat [X] en GEFA kunnen worden ontvangen in het door hen ingestelde derdenverzet.

2.4. Gebleken is dat Rabobank hoger beroep heeft ingesteld tegen het kort geding vonnis van 6 februari 2008. Rabobank was en is van mening dat zij gehouden is de door [X] en GEFA geclaimde bankgaranties uit te betalen. Indien het verbod tot uitbetaling in hoger beroep wordt opgeheven, zal Rabobank terstond tot betaling van de bankgaranties overgaan.

2.5. [X] en GEFA hebben ingevolge artikel 353 Rv jo. artikel 217 Rv de mogelijkheid zich te voegen in deze procedure in hoger beroep. De voorzieningenrechter acht het ook in beginsel aangewezen dat zij die weg volgen zodat in die procedure niet opnieuw een beoordeling plaatsvindt zonder dat zij als begunstigden bij de bankgaranties daarbij zijn betrokken.

2.6. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de beslissing in de onderhavige procedure aan te houden in afwachting van de uitkomst van de procedure in hoger beroep en zij gaat er daarbij vanuit dat [X] en GEFA zich daadwerkelijk in de procedure in hoger beroep zullen voegen. Zowel in de onderhavige procedure als voormelde procedure in hoger beroep is immers de vraag aan de orde of het vonnis van 6 februari 2008 vernietigd dient te worden, en Rabobank tot uitbetaling van de geclaimde bankgaranties dient over te gaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het in het belang van een goede proceseconomie dat wordt voorkomen dat in beide procedures mogelijk tegenstrijdige beslissingen worden genomen.

2.7. De aanhouding van deze procedure brengt mee dat niet op de door [X] en GEFA beoogde termijn uitspraak zal worden gedaan. [X] en GEFA zullen daardoor in ieder geval nog enige tijd niet over de gegarandeerde bedragen kunnen beschikken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is echter niet gebleken dat op dit moment er sprake is van een situatie waarin een voorziening niet nog enige tijd kan worden afgewacht.

2.8. Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1. houdt de beslissing in de onderhavige zaak aan in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep tegen het door de voorzieningenrechter van deze rechtbank tussen De Boarnstream en Rabobank gewezen vonnis van 6 februari 2008;

3.2. draagt partijen op om, zodra de uitkomst van het hoger beroep bekend is, (i) een kopie van de uitspraak aan de voorzieningenrechter van de rechtbank (t.a.v. de afdeling Kort Geding, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht, fax. 030-2233099) te doen toekomen en (ii) de voorzieningenrechter te berichten of de onderhavige zaak kan worden geroyeerd dan wel vonnis wordt gevraagd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2008.?